Posts tonen met het label ontbossing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontbossing. Alle posts tonen

dinsdag 15 februari 2022

Natuurschade door verkeerde boomsoorten te planten

 In de Nederlandse bossen, maar ook langs straten en in parken worden vaak verkeerde boomsoorten geplant. Daardoor verliezen we biodiversiteit en gaat de vitaliteit van de bomen achteruit. Nederlandse ecologen Bert Maes en Joop Schaminée pleiten in Nu.nl voor de inzet van meer 'autochtone' boomsoorten. Zij constateren dat momenteel nog amper 2-3% van de Nederlandse bossen uit inheemse wilde bomen en struiken bestaan.

Graphic: Pixabay
De regering wil tot 2030 10% extra bos aanplanten om de CO2 uitstoot te compenseren. Die bomen worden dus massaal aangekocht bij boomkwekers in binnen- en buitenland. En veel van dat plantgoed is gekloond van moederbomen van soorten die niet van nature in de Nederlandse regio thuishoren. 

Schaminée noemt als voorbeeld de sleedoorn, die massaal langs wegen is aangeplant. Die bloeit al in februari/maart, want dat is een Zuid-Europese soort. De bij ons inheemse sleedoorn bloeit in april. Dat heeft grote gevolgen voor de dieren (insecten) die van die sleedoorn afhankelijk zijn. Zij verschijnen pas als hun voedselplant al is uitgebloeid.

De negatieve gevolgen van niet-autochtone bomen en struiken gelden ook als deze enkel in bestaande oude bossen worden bijgeplant. Hun zaden nemen op termijn het areaal over.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen.

Een ander gevaar van deze werkwijze is de geringe genen variatie. Binnen een gebied zijn dan de meeste bomen klonen van dezelfde moederboom. Als daar een ziekte in komt, gaan ze er allemaal aan. Dat hebben we recent bijvoorbeeld zien gebeuren met de essentaksterfte, en steeds meer ook bij de witte paardenkastanje (kastanjebloedingsziekte).

Verbetering

De wetenschappers zien echter ook een lichtpuntje. Bij terreinbeheerders groeit de interesse in wilde bomen en struiken. En op het Ministerie van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat er sinds kort een Commissie voor inheemse bomen en struiken.

Ook hoogleraar Bas Arts (WUR) vertelt in het NRC dat er op wereldschaal langzaam een kentering te zien is. Volgens Global Forest Watch verloren we wereldwijd in 2019 25 miljoen hectaren aan bos, gerekend naar kroonoppervlak. Het grootste deel gaat verloren aan de expansie van de landbouw.
De Food & Agriculture Organization van de VN komt op een lager getal, maar dat ligt aan de gehanteerde meetmethode. Ook bij de methode die de FAO hanteert omvat de ontbossing een gebied ter grootte van Costa Rica.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer duurzame, kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen. Het zijn niet de politiek-economische beschermingsmaatregelen die succesvol zijn, maar juist de kleine projecten die laten zien dat gezonde bossen welvaart, welzijn en biodiversiteit ten goede komen.
En dan gaat het al snel om zo'n 1 miljard hectaren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 22 september 2021

Het bos als zuiveringsinstallatie

 Bossen leveren een belangrijke bijdrage aan het gezonde leefklimaat in het algemeen en voor dorpen en steden in het bijzonder. Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht en het regenwater, verminderen de kans op wateroverlast en verlagen de omgevingstemperatuur. Zelfs individuele bomen leveren merkbare prestaties.

Om daar de aandacht op te richten hebben we in samenwerking met de gemeente Weert in de zomer van 2021 bij een aantal bomen een bomenpaspoort geplaatst. Bij andere bomen hangt een kleiner formaat aan de stam. Op dit paspoort tonen we de uitkomst van berekeningen van de zogenaamde ecosysteemdiensten van de bomen. Zoals op de foto hiernaast bij een monumentale beuk in Molenakker.

Veel mensen ervaren bomen als 'halfdode' objecten die langs de weg, in het park of in het bos staan. Meer een soort speling van de natuur om het landschap een beetje op te fleuren. In werkelijkheid vervullen bomen een essentiële functie in de natuur. Het zijn sociale wezens, die op elkaar aangewezen zijn en elkaar helpen te overleven, mits ze niet eenzaam langs de weg staan. Van bomen zijn heel veel andere wezens afhankelijk, zowel boven als onder de grond. Bij eiken zijn dat meer dan 240 soorten. Bomen zorgen ook dat regen van de oceanen verder landinwaarts getransporteerd wordt door vocht uit de bodem via de bladeren weer in de lucht te brengen, die vervolgens als wolken weer een paarhonderd kilometer verder uitregenen. En daar herhaalt zich dit proces weer. Waar bomen ontbreken dreigt droogte en kunnen woestijnen ontstaan.

Ik doe belangrijke dingen voor jou

Het bomenpaspoort vermeldt een aantal feiten over de diensten die bomen leveren om jouw leefomgeving gezond te houden. Ik noem hier de belangrijkste.

Ik produceer zuurstof
Via de bladeren nemen bomen (zoals alle planten) CO2 op uit de lucht. Via een bijzonder proces, fotosynthese, wordt het CO2 molecuul gesplitst in 1 koolstofatoom en 2 zuurstofatomen. Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor de boom. Het wordt gebruikt voor de aanmaak van glucose en dat is nodig om, samen met andere elementen die de wortels aanleveren, cellen op te bouwen en het afweersysteem te onderhouden. Glucose is ook een energiebron voor dit hele proces en wordt via zogenaamde wortelknopen ook gedeeld met andere bomen die verzwakt zijn en met de schimmels die de boom helpen mineralen uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen ook om voedsel met andere bomen te delen en te communiceren over bedreigingen.
Zuurstof is een restproduct, dat via de bladeren wordt uitgescheiden. Nu is het wel zo, dat bomen zelf ook zuurstof gebruiken. Wortels nemen het uit de bodem op, om samen met glucose de stofwisseling aan de gang te houden. Wat over is staat ter beschikking aan dieren die zuurstof gebruiken. Een gemiddelde boom van meer dan 80 jaar levert zo zuurstof voor ongeveer 7-8 mensen.

Ik leg CO2 vast
Zoals hierboven al beschreven is, halen planten CO2 uit de lucht en zetten dat via de fotosynthese om in losse koolstof- en zuurstofatomen. Hoe ouder een boom wordt, hoe groter zijn kroon en hoe meer bladeren daarin aan fotosynthese doen. Dus de hoeveelheid CO2 die een boom in een groeiseizoen kan vastleggen is afhankelijk van zijn omvang, dus ook van zijn leeftijd. In de dikke stam en takken kunnen zo tientallen, tot honderden tonnen aan koolstof worden vastgelegd. 
Als een boom sterft zullen talrijke micro-organismen het hout opruimen. Daarbij komt de koolstof dus weer terug in de atmosfeer. Dat is een proces van vele tientallen jaren. Als we besluiten dat hout 'te oogsten' en na droging te gebruiken voor nuttige voorwerpen, kan die CO2 teruggave nog tientallen jaren worden uitgesteld. Hout verbranden voor bijvoorbeeld energie opwekking (biomassa) is daarom een slecht idee. De verbranding gaat veel sneller dan de natuur opnieuw kan vastleggen. Waar een boom 100 jaar over gedaan heeft, zal in een energiecentrale binnen 40 minuten verbrand zijn. 

Ik onderschep en verbruik regenwater
Eerst eens dat 'onderscheppen' uitleggen. Tijdens een regenbui zullen waterdruppels zich hechten aan de bladeren, takken  en de stam van een boom. In de scheikunde wordt dit adhesie genoemd. Zodra dat zoveel wordt dat de zwaartekracht het wint van de adhesie, zal het water verder naar de bodem zakken. Ondertussen heeft de boom in zijn structuur alle honderden liters vastgehouden. Dat gaat vertraagd naar de bodem, zodat het daar rustig kan bezinken. Ondertussen wordt een deel van het water alweer verdampt. Hieraan is natuurlijk een maximum gesteld. Als er in een seizoen minder regen valt, wordt dat maximum niet gehaald. Maar dan lijdt de boom waarschijnlijk ook aan droogtestress. Voldoende regen is belangrijk en zoals we hierboven al zagen, zorgen bomen (bossen) zelf ervoor dat er (elders) opnieuw regen valt. Dit is trouwens het principe waardoor regenwouden kunnen bestaan, ze creëren hun eigen klimaat om te groeien. Als dit proces onderbroken wordt, dreigt droogte en kunnen woestijnen in de plaats van de regenwouden ontstaan. Dit zien we momenteel op veel plaatsen in bijvoorbeeld de Amazone, Madagaskar en Centraal Afrika gebeuren.

Waar geen bomen staan heeft water vrij spel en ontstaan overstromingen.

Het verbruik van water wordt geregeld door de wortels, die het water uit de bodem halen. Voorwaarde is dat er water beschikbaar is en de wortels er bij kunnen. Bomen die op hun groeiplek gekiemd zijn, 'kennen'  de omstandigheden en ontwikkelen wortels die dat water wel weten te vinden. Bomen van de boomkweker beschikken niet over die kennis en hun wortels zijn gewoonlijk flink teruggesnoeid. Deze bomen weten het grondwater moeilijker te vinden en dreigen zonder extra zorg vaak te verdrogen. Dit is met name het lot van stadsbomen.
Een volwassen boom kan op warme zomerdagen gemakkelijk 300 tot 500 liter water verbruiken. De wortels nemen dat uit de bodem op en transporteren dit naar de bladeren. Lang werd gedacht dat dit oppompen gebeurt door het vacuüm dat door verdamping ontstaat. Maar die gedachte gaat mank als je je realiseert, dat in het voorjaar water naar de knoppen wordt gepompt, die dus nog moeten ontluiken. En zo'n vacuüm werkt ook niet tot 60 of 80 meter hoogte. Er moet dus een ander mechanisme aan het werk zijn, maar wetenschappers zijn er nog steeds niet achter wat dat dan precies is.
Doordat bomen zoveel water onderscheppen en verbruiken dragen zij bij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Waar geen bomen staan heeft water vrij spel, met vaak catastrofale gevolgen.

Ik filter luchtverontreiniging 
Bomen halen niet alleen CO2 uit de lucht. Ze halen er onder andere ook stikstofoxiden uit, maar ook zwaveloxide en ozon. De bladeren ademen dat in en deze schadelijke gassen worden in het fotosynthese proces geneutraliseerd. Ze worden via een laag onder de schors, het floëem genaamd, naar de wortels gebracht en daar opgeslagen. Bodemschimmels verwerken dat en zo worden die schadelijke gassen uiteindelijk onschadelijk gemaakt.
In de structuur van de boom wordt ook fijnstof afgevangen. We onderscheiden hierin PM10, PM2,5 en tegenwoordig ook PM1,0. PM10 zijn relatief grove deeltjes, maar omdat PM2,5 en PM1,0 heel klein zijn kunnen ze fijner longweefsel bereiken en daar schade aanrichten. Bomen kunnen deze deeltjes dus afvangen. Met de volgende regenbui spoelt het naar de bodem waar micro-organismen het verwerken. 
Niet alle boomsoorten zijn even goed in dat filteren. Hoe kleiner en fijner het blad hoe beter ze presteren. Coniferen doen het dus beter dan loofbomen. Ook presteren ze beter als ze dicht bij de bron staan, maar niet te dicht op elkaar. De wind moet er gemakkelijk doorheen kunnen waaien.

Ik koel mijn omgeving
Voor de fotosynthese heeft de boom behalve licht ook water nodig. Dat water komt via poreuze cellen aan de buitenkant van het kernhout, het xyleem, vanaf de wortels naar de bladeren. Een deel van dat water wordt gebruikt voor transport van glucose naar de wortels terug. Het grootste deel van het water verdampt en dat zorgt voor verkoeling. Koele lucht is zwaarder dan warme lucht en zakt dus omlaag en verspreidt zich in de omgeving. Tot wel 100 meter van de bomen verwijderd. Daarnaast zorgt ook de schaduw van de kroon voor enige verkoeling. Zo kan het gebeuren dat het in de directe omgeving van bomen tot wel 7 graden koeler is dan onder de directe zon. Het maakt voor je welzijn wat uit of het 36 of 29 graden is.
Een voorbeeld zagen we deze zomer in een reportage over extreme warmte in de zuidelijke staten van de VS. Wat bleek? De mensen die het meeste van de hitte te lijden hadden woonden in de stad, waar vrijwel geen bomen stonden. Alleen veel asfalt en beton. Omdat dit in de nacht onvoldoende afkoelt doet de zon er de volgende dag nog een schepje bovenop. De hitte cumuleert. In de buitenwijken waar mensen hun straten en tuinen met bomen beplant hebben werd niet over hitte geklaagd.
Ook op plaatsen waar op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden lijden mensen en hun (huis)dieren onder de extreme hitte. Er groeit niets meer en behalve de hitte krijgen ze ook nog met gebrek aan voedsel en (drink)water te maken. Hongersnood is het gevolg.

Plant meer bomen zou een goede raad zijn. Maar de bomen die we dan planten komen uit kwekerijen. Ze zijn snel opgekweekt met ontoereikende wortels, want die zijn alleen maar lastig bij het planten op de eindbestemming. Die bomen hebben moeite om water te vinden en kunnen vaak ook niet communiceren met soortgenoten. Hun wortels raken elkaar niet en vaak ontbreekt het aan de juiste bodemschimmels waarmee ze een verbond kunnen aangaan. Het beste advies is, laat de bomen staan en laat ze oud worden. En geef geschikte ruimte terug aan de natuur, zodat er via een natuurlijk proces opnieuw bossen ontstaan. Die zijn later ook onder extreme omstandigheden levensvatbaar. En plant straatbomen in wisselende groepjes van soortgenoten, zodat ze onderling een band kunnen aangaan. Maar tegelijk zulke groepjes afwisselen met andere soorten om ziekten en plagen beter tegen te gaan. Zo kunnen ook stadsbomen oud worden en dan leveren ze later hun beste prestaties. Bomen doen belangrijke dingen voor jou! Maar ze doen dat in hun eigen tempo.

Zie ook de film die de beroemde Duitse boswachter Peter Wohlleben maakte: The Hidden Life of Trees. Draait waarschijnlijk nog in een bioscoop bij jou in de buurt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 19 januari 2021

Aan klimaatverandering aanpassen gaat te langzaam

 Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties waarschuwt in een nieuw verschenen rapport dat de mens zich niet snel genoeg aanpast aan de klimaatverandering. Dit staat in het Adaptation Gap Report 2020, dat in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken is opgesteld. De bedreigingen van de klimaatverandering zijn hittegolven, bosbranden, stormen, stortbuien, overstromingen en landverschuivingen. Het rapport toont de kloof die er is tussen wat er nodig is om die bedreigingen het hoofd te bieden en wat er concreet gedaan wordt om slachtoffers en schade te beperken. Vooral ontwikkelingslanden lopen hopeloos achter door gebrek aan middelen.

Foto Pixabay. Paradijselijk groen
Er zijn te weinig projecten die de groeiende risico's indammen.

Vooral ontbossing is een groot gevaar. De groene kronen van bomen zijn bij uitstek geschikt om koolstof vast te leggen, hitte te beperken en neerslag te reguleren. Met hun wortels houden ze de bodem vast en gaan erosie tegen. 

Forse uitdaging
Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken zouden we wereldwijd de uitstoot van CO2 binnen 30 jaar moeten terugbrengen tot 0. Dat gaat beslist niet lukken op de manier waarop we tot nu toe te werk zijn gegaan. Bovendien schuilt er nog een extra gevaar door het massaal vrijkomen van methaan. Ook hebben de onderzoekers zorgen over de mogelijkheid, dat opwarming nog een tijdje na-ijlt, nadat de uitstoot tot 0 is teruggebracht.

Vijf jaar na het Parijs-akkoord blijkt dat van de 193 lidstaten er 139 wel een plan of wet hebben gerealiseerd om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken. Hoe effectief die zijn valt op dit moment moeilijk te zeggen. Bovendien zijn er maar weinig landen die een systeem hebben opgezet om de effectiviteit van hun maatregelen daadwerkelijk te volgen.

Mogelijke aanpassingen zijn onder andere het aanleggen van mangroven bossen, die ook helpen de kust te beschermen tegen hoog water en tsunami's. Andere maatregelen zijn het beschermen en opnieuw activeren van koraalriffen, maar ook herbebossing en vergroenen van steden. Met name in steden zijn de gevolgen van wateroverlast en hittestress groot. Dan is het vooral zaak om oude vitale bomen te beschermen, want hun grote groene kroon is in staat om de gewenste ecosysteemdiensten te leveren. Jonge bomen zijn daartoe pas na tientallen jaren in staat. Maar bij een gebrek aan voldoende oude bomen is het zaak zoveel mogelijk nieuwe bomen aan te planten.

In dit kader is het ook belangrijk dat rivieren de ruimte krijgen. In Europa zijn vrijwel alle rivieren aangepakt om ze binnen een vaste stroom te houden. Meanderen en overstromen zou vaker mogelijk moeten zijn, waar hiervoor ruimte is. Er is nog veel te doen, ook in Nederland.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



dinsdag 28 januari 2020

Krijgen we opnieuw een hete zomer?

De zomer van 2019 hoorde thuis in het rijtje van heetste zomers, ooit gemeten. Niet alleen de toenemende CO2 concentratie is hiervan de oorzaak, ook de windstromen zijn van invloed. Enkele dagen wind uit zuid tot oost zal de temperatuur flink doen stijgen. Zeker als de wereldwijde CO2 concentratie ook in de zuidelijke regionen voor extreem hoge temperaturen zorgt. De hoeveelheid koolstofdioxide moet omlaag om verder gaande opwarming af te remmen en de kans op extreem weer te verminderen. Alleen ziet het er niet naar uit dat dit al in 2020 gaat lukken. De grote bosbranden in Australië en Brazilië hebben ook voor ons nadelige gevolgen.

Onderzoekers verwachten dat we in mei 2020 met grote waarschijnlijkheid boven de 417ppm (deeltjes per miljoen) zullen uitkomen. Dat is erg hoog.
Op de grafiek hiernaast is goed weergegeven hoe de CO2 concentratie jaar op jaar toeneemt. Van een ombuiging is voorlopig nog geen sprake.

Alleen grootschalige vergroening kan voor een langdurige en duurzame ombuiging zorgen. Liefst door op grote schaal bomen aan te planten. En dit gebeurt al. Alleen niet (nog niet) in de gebieden waar door natuurbranden en ontbossing  dit het hardste nodig is. Extra aanplant van bomen vindt vooral plaats in de rijkere landen op het noordelijk halfrond. Hier stuiten we op echter op grenzen: er is niet voldoende ruimte om de benodigde bomen te planten en er is een tekort aan plantmateriaal. Bovendien is door verzuring (stikstofoxiden) op veel plaatsen de bodem ongeschikt: het bodemleven, schimmels en insecten, is op veel plaatsen met meer dan 75% achteruitgegaan.

CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit.

Snel veel bomen planten is absoluut nodig. Zeker in de gebieden waar ze in korte tijd massaal verdwenen zijn. Dit vergt echter tijd. Er zal eerst voor voldoende plantmateriaal gezorgd moeten worden. Dat zal een paar jaar in beslag nemen. Dan werkt ook de droogte op die locaties tegen. Jongen bomen hebben (veel) water nodig om te overleven. En dan duurt het nog vele decennia voordat die bomen hetzelfde presteren als de bomen die nu verloren zijn gegaan. Wat doe je in de tussentijd, misschien wel 60 tot 80 jaar? En kun je over die periode de watervoorziening garanderen?
Dat kan best lastig zijn, want bossen kunnen de watertoevoer naar rivieren verminderen. Daar staat tegenover dat de verdamping door fotosynthese meer waterdamp in de atmosfeer brengt.
De universiteit van Cambridge heeft hier onderzoek naar gedaan.

Om snel, binnen één of enkele jaren, voldoende groen te kweken dat op grote schaal CO2 vastlegt kunt je toevlucht zoeken in snelgroeiende kruiden en grassen. Denk bijvoorbeeld aan gewassen als olifantengras en bamboe. De planten kunnen jaarlijks geoogst worden en leveren interessante biomassa op voor tal van duurzame toepassingen. Verbranden voor energieopwekking is echter de minst geschikte toepassing. Het CO2 komt dan binnen korte tijd weer in de atmosfeer en we willen de concentratie juist snel en effectief terugdringen.
Hier en daar een paar hectaren aanplanten heeft ook geen enkel effect. Dit moet echt op zeer grote schaal gebeuren.

Het zal duidelijk zijn, dat met alleen extra groen de wereld niet gered kan worden. Er zijn beperkingen in de vorm van tijd,  ruimtegebrek en droogte. We zullen het één moeten doen en het ander niet later. In andere woorden, CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit. En technologie kan daar een handje bij helpen. En tegelijk op grote schaal de bossen herstellen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 16 september 2019

Is minder vlees en zuivel eten echt beter voor het klimaat?

We horen het al heel lang: om de aarde te redden moeten we minder vlees (vooral rundvlees) en zuivel eten. En ook in de politiek is "minder vee houden" geen taboe meer. Maar klopt dat wel? Daarover zijn de meningen natuurlijk verdeeld. Vooral de agrarische sector ziet dat fundamenteel anders. Natuurlijk!
Minder rood vlees consumeren zou ook beter zijn voor onze gezondheid. Veel welvaartsziekten zijn gelinkt aan het eten van vlees. Toch is dit een heikel punt, want vlees eten wordt ook als een voorrecht gezien en is status gevoelig. Vooral in de opkomende economieën. In veel westerse landen is die statusglas allang aan het slijten en vooral onder vrouwen is het minderen van vlees allang geen taboe meer. Minder vlees en meer groenten en fruit is beter voor je gezondheid. Daar twijfelt inmiddels niemand meer aan.
Foto: Pixabay

Minder vlees betekent ook minder koeien. Wat heeft dat dan voor effect op het klimaat en ons leefmilieu? Wetenschappers zetten het op een rijtje.

Wereldwijd zijn er zo'n 1,7 miljard koeien. Die zijn niet alleen en bron van vlees en zuivelproducten, maar ook van methaan. Methaan is een veel sterker broeikasgas dan koolstofdioxide. Die koeien zijn verantwoordelijk voor twee-derde van de klimaatimpact van de totale veestapel. Daarom is minder (rund)vlees eten, minder koeien goed voor het klimaat. Maar in Zuid-Oost Nederland zouden de mensen graag minder varkens zien. De boeren denken daar anders over. Wie heeft er nu gelijk?

De impact van vleesproductie is beperkt

Pleitbezorgers van intensieve veehouderij vinden dat je de aarde niet gaat redden door minder vlees te eten. In de industrielanden is de impact op het klimaat door landbouw en veehouderij beperkt. Amper meetbaar zelfs, wordt beweerd. Het echte probleem is het gebruik van fossiele brandstoffen. We moeten ons liet laten afleiden door de agrarische sector de zwarte piet te te schuiven. 
Terwijl onafhankelijke onderzoekers zeggen dat de agrarische sector voor zo'n 51% verantwoordelijk  is voor de uitstoot van broeikasgassen houdt de wereldlandbouworganisatie het op 14,5%. Niet overdrijven, dus! Maar regionaal zijn de verschillen groot en dat vertroebelt het beeld.
Bovendien wordt bij deze cijfers geen rekening gehouden met de uitstoot door energieverbruik in stallen en transport en de bereiding van veevoeder. Ook het transport van levend of geslacht vee wordt niet meegeteld. Net zo min als de ontbossing die plaatsvindt voor de verbouwing van gewassen die grotendeels voor veevoeder bestemd zijn. Wetenschappers hebben berekend dat het effect op het klimaat bij rundvlees 3 tot 10 keer hoger ligt dan bij andere vleessoorten. En wel 20 tot 100 keer hoger in vergelijking met plantaardige voeding.
Kortom, minder vlees eten helpt ook tegen ontbossing en tegen de opwarming van het klimaat.

Efficiënter produceren helpt beter

Al geruime tijd is de veestapel aan het afnemen en de melkproductie toegenomen. Onze koeien zijn steeds efficiëntere melkfabrieken geworden. Het is een kwestie van betere koeien en beter voer ontwikkelen. In de VS is landgebruik voor veehouderij de afgelopen 20 jaar met 140 miljoen hectare afgenomen, zoveel als Frankrijk en Duitsland samen.
De sector is ervan overtuigd dat de aarde niet met minder consumeren maar met efficiënter produceren gered kan worden. Volgens de Food & Agricuture Organization van de VN zouden we tot 30% minder uitstoot kunnen realiseren als iedereen diezelfde efficiency slag zou maken. Dat betekent dat zeker in de ontwikkelingslanden nog wel wat te winnen valt. Daar ligt de productie extreem laag, terwijl die koeien wel dezelfde hoeveelheid eten en methaan uitstoten.
Het idyllische landbouwgebruik van koeien in de wei is gek genoeg juist het meest belastend voor het klimaat. Koeien maken van onverteerbaar gras verteerbaar voedsel. Dat is een trucje dat alleen herkauwers beheersen. Dit leidt dan wel tot de uitstoot van methaan.
Andere voeding zou die methaan uitstoot verder omlaag kunnen brengen. Denk aan veevoer op basis van algen. Maar ook het (bij)voeren met soja. Alleen, pure onbewerkte soja is ongeschikt. Daar komt dus een bewerkingsproces en bijkomende logistiek bij kijken waarvoor energie nodig is.
Meer produceren met minder dieren kent echter ook zijn grenzen. Op een gegeven moment gaat het ten kosten van dierenwelzijn. Bovendien zou verhoogde efficiency meer consumptie kunnen stimuleren en daarmee is het effect weg.

Liefhebbers van zuivelproducten moeten zich ook realiseren, dat melk als basis voor een breed scala aan producten alleen mogelijk is door vleesproductie. Koeien gaan pas melk geven als ze een kalf hebben gekregen. En de melk die het dier nodig heeft om te groeien krijgt hij niet. Ongeveer de helft van de kalfjes is ongeschikt voor het verdienmodel van de melkveehouder. Die stiertjes worden snel vetgemest en geslacht. De koetjes worden 'met de fles' groot gebracht, want de melk van mama-koe is alleen voor de boer, niet voor het kalf. En als de koe op leeftijd is en minder melk produceert maken ze ook daar biefstukjes van.

Een ander punt van zorg is het landgebruik en de kwaliteit van de bodem. Als koeien alleen leven van lokaal geproduceerd veevoer en de mest op het land waar hun voedsel vandaan komt wordt gestrooid is er sprake van circulaire landbouw. Liefst zouden we onze eigen poep er ook nog naar toe moeten brengen om de cirkel echt rond te maken. Maar de praktijk is dat veel (aanvullend) veevoer wordt geproduceerd in landen ver van hier. Bijvoorbeeld soja in Brazilië, waar bossen plaats moeten maken voor sojaplantjes. En als de bodem is uitgeput, branden die boeren gewoon weer een nieuw stuk regenwoud plat. En onze boeren zitten met een mestoverschot, dat eigenlijk naar die uitgeputte landerijen in Brazilië terug zou moeten.

Door hier minder vlees en meer plantaardig voedsel te eten, verminderen we de problemen die met de veehouderij samenhangen.

Runderen zijn de oplossing, niet het probleem

Fans van de intensieve veehouderij vinden dat koeien in de wei juist goed zijn voor het klimaat. Goed, ze stoten veel methaan uit, maar daar staat tegenover dat ze plantengroei en bodemleven juist stimuleren. En dat is goed voor de opslag van koolstof.
Maar daaraan zijn grenzen. In de natuur draait alles om evenwicht. En als die in de weidebodem bereikt is stopt de opslag van koolstof. Dat is wat er gebeurt bij intensieve veehouderij, in tegenstelling tot extensieve veehouderij. Maar voor dat laatste is in de industrielanden geen plaats. Ondertussen gaan de koeien gewoon door met methaan boeren en mest schijten.

Runderen maken goed eten van onverteerbare gewassen

Herkauwers, dus ook runderen, kunnen het onverteerbare cellulose in bijvoorbeeld gras afbreken. Daarom kunnen zij planten eten die voor varkens en kippen niet verteerbaar zijn. Naast gras eten herkauwers, dus ook schapen en geiten, ook ander plantaardig materiaal. Vaak gaat het om oogstafval. Koeien krijgen daarnaast ook krachtvoer van sojaproducten en granen, maar dat is naar verhouding heel weinig. Amper 10%. Varkens en kippen zijn de grootste graanconsumenten en zijn daarmee voedselconcurrenten van mensen.
Koeien zijn wel handig als je grond hebt die voor niets anders geschikt is dan grasland. Dan kan van dat land toch iets eetbaars komen in de vorm van melk en vlees. Dit is echter onvoldoende om de mensheid te voeden. De veestapel zou dan inkrimpen en voor iedereen is er dan gemiddeld 21 gram dierlijk eiwit per dag beschikbaar. Vergelijk dat eens met de huidige consumptie van 50-60 gram.
Een derde van het grasland dat nu wereldwijd in gebruik is, is echter ook geschikt om andere gewassen op te telen. Veel 'minderwaardig' grasland wordt intensief bemest en is daardoor soortenarm. Er kan niets anders groeien dan gras of één bepaalde grassoort en is daarom ook niet interessant voor andere dieren dan koeien. De bodem is dood. Daar staan de extensief beheerde weiden tegenover, waar meer biodiversiteit te vinden is. Ook vinden we grasland op plekken die eigenlijk van nature alleen geschikt zijn voor bossen. En om de klimaatverandering af re remmen hebben we meer bossen nodig.

De berekeningen van klimaatimpact zijn niet eerlijk

Doorgaans berekenen wetenschappers de klimaatimpact van voedingsmiddelen per eenheid, dus per kilo, per calorie/Joules. Dat geldt dus ook voor eiwitten.
Niet eerlijk, vinden andere wetenschappers. Eiwitten heb je in soorten en ze bestaan allemaal uit aminozuren. Een paar van die aminozuren kan ons lichaam niet zelf maken, die moeten we dus via voeding binnenkrijgen. En dan zijn dierlijke eiwitten vaak van betere kwaliteit dan plantaardige eiwitten. Een gezonde voeding bevat dus vlees, al hoeft dat niet veel te zijn.
En soja? Dat heeft van alle plantaardige eiwit bronnen de hoogste kwaliteit, maar scoort nog steeds 90% lager dan rundvlees. Bovendien bevat plantaardige voeding minder verzadigd vet en de meeste vitaminen die we dagelijks nodig hebben.
Wie heeft er nu gelijk? Het lijkt erop dat we vooral gevarieerd moeten eten en dat in dat patroon ook een beetje vlees past. Of dat persé rundvlees moet zijn laat ik dan maar in het midden.

Het effect van methaan is tijdelijk

Methaan is een 28 keer sterker broeikasgas dan CO2. En dat koeien zowel aan de voor- als aan de achterkant veel methaan in de atmosfeer blazen zal niemand ontkennen. Maar methaan  breekt vrij snel af, in pakweg 10 jaar en wat over blijft is CO2. Dat gas blijft eeuwenlang in de atmosfeer. Het verdwijnt pas als groene planten het opnemen voor hun fotosynthese. Dan wordt het koolstof atoom in de plant opgeslagen als bouwstof of als grondstof voor suikers. De zuurstof atomen komen terug in de atmosfeer en spelen een rol bij de stofwisseling in dieren en planten.
En als dieren planten eten komt het als CO2 of als methaan weer terug in de atmosfeer. Als we vooral de hoeveelheid methaan willen verminderen zullen er hoe dan ook minder herkauwers moeten zijn, vooral minder runderen.

En dan is er nog een punt dat met intensieve veehouderij te maken heeft. Er leven teveel dieren van dezelfde soort op een te klein oppervlak, het zijn monoculturen. Dat maakt zo'n gemeenschap extra kwetsbaar voor ziekten. De natuur herstelt zichzelf het best bij een grote diversiteit van soorten en een zeker evenwicht. Dat is in de moderne landbouw en veehouderij ver te zoeken. Het is zelfs een hindernis voor de gehanteerde verdienmodel. Het kan echter gemakkelijk fout gaan en de agrarische sector besteedt heel veel geld om dat risico zo klein mogelijk te maken. Werk met de natuur en het kost veel minder.

De voor- en nadelen worden in beide kampen enigszins overdreven, maar feit is dat er geen natuurlijk evenwicht is. En daarvoor betalen zowel de boeren als de consumenten en het milieu een hoge prijs.
Door minder dierlijke producten te eten kunnen we het nog leefbaar houden. Die stelling houdt stand.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 14 augustus 2019

Hoe herbebossen toch fout kan gaan

Bij de BBC vond ik een filmpje dat duidelijk maakt hoe belangrijk het planten van nieuwe bossen is, maar ook wat er dan mis kan gaan. Onderliggende boodschap is, laat de oude bossen, en dan vooral de oude tropische regenwouden in takt.  Hieronder een globale weergave van dat filmpje.

Het zal je waarschijnlijk niet verbazen om hier te lezen dat bossen wereldwijd afnemen en dat het milieu daar flink onder te lijden heeft. Het is ook een van de drijvende krachten van de klimaatverandering. Wat is er eigenlijk aan de hand?

Wetenschappers zijn verdeeld over de vraag of bossen wereldwijd ook echt aan het afnemen zijn. Ja, er gaat bos verloren, maar er worden ook veel nieuwe bossen aangeplant. Er is wel overeenstemming dat er lokaal grote verschillen zijn, zoals onderstaand plaatje laat zien.
Bron: BBC - Nature 2018
De groene stippen laten zien waar er een toename van bossen is. De rode stippen tonen de afname van bossen in de periode van 1982 tot 2016.

Je ziet vooral grote verliezen in de tropische regio's: de Amazone, Centraal Afrika en Zuid-Oost Azië. Hier wordt gekapt voor de houthandel en om landbouw grond vrij te maken. Ook natuurbranden spelen een grote rol, maar dan vooral in de gematigde zones.
Gebieden met overwegend groene stippen zijn Europa, de VS en China. De toename van bossen is hier vooral mensenwerk, de aanplant van nieuwe bossen. Dat lijkt een goede ontwikkeling, maar herbebossen is niet zo eenvoudig als het lijkt en is daarom ook niet altijd de beste oplossing om de gevolgen van ontbossing te compenseren.

In sommige gevallen doet herbebossen
meer kwaad dan goed.

Dat heeft te maken van de grote verscheidenheid in biodiversiteit in de diverse regio's. Een regenwoud in Indonesië bijvoorbeeld, verschilt nogal van de wouden in Noord-Europa (ook wel Taiga genoemd). Dat zit 'm vooral in de biodiversiteit en de boomdichtheid, alsmede de capaciteit om koolstof vast te leggen. Tropische bossen slaan veel meer koolstof op dan bossen in andere regio's.

Tropische regenwouden bevatten ook de meest uitgebreide biodiversiteit en juist daar vinden we ook de meeste bedreigde planten- en diersoorten. En juist in deze regio's is de ontbossing het hevigst. En het neemt eerder toe, dan af.

De schade door het kappen van natuurlijke bossen kan niet eenvoudig gecompenseerd worden door elders nieuwe bossen aan te planten. Toch juichten we elke vorm van herbebossen toe als een oplossing om klimaatverandering tegen te gaan. Maar tegelijk wordt dit als alibi gebruikt om in de tropen door te gaan met ontbossing.

In sommige gevallen doet herbebossen meer kwaad dan goed. Denk bijvoorbeeld aan het beplanten van gebieden waar eerder nooit bossen zijn geweest, zoals graslanden (toendra's en savanna's of woestijnen). Dit leidt niet alleen tot weinig levensvatbare bossen, maar vormt ook een bedreiging van de lokale ecosystemen.
Ook het planten van verkeerde boomsoorten kan onverwachte gevolgen hebben. Dat hebben ze bijvoorbeeld in China gemerkt. Sinds 1970 is men daar bezig met het planten van miljarden bomen om woestijnvorming in het noorden een halt toe te roepen. In het begin van dit project werden bomen geplant die niet geschikt waren voor de bodem en het klimaat. Dit leidde tot nog meer watertekort en de bomen stierven spoedig door droogtestress.

Volgens de deskundigen biedt herbebossen de grootste kans op succes als men rekening houdt met het lokale milieu, zodat bomen er kunnen gedijen en oud worden. In het algemeen is de aanplant van nieuwe bossen goed voor de planeet, mist rekening wordt gehouden met het feit dat ecosystemen heel complex zijn. En dat je verlies van tropische ecosystemen niet in Siberië kunt compenseren. Je moet je verdiepen in hoe bossen groeien en wat ze daarvoor nodig hebben.

Eenvoudig nieuwe bossen aanplanten om het verlies aan biodiversiteit te compenseren is dus niet de beste manier om de planeet te redden. En wat verloren gaat komt nooit meer terug.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 29 december 2018

Wat zijn de gevolgen van ontbossing?

Foto Pixabay. Ontbossing gaat door, ook in Nederland

Tijdens een recent uitgevoerd, tien jaar durend telprogramma hebben onderzoekers vastgesteld dat er op aarde momenteel ongeveer 3 biljoen bomen staan. Maar zo’n honderd jaar gelden waren dat er dubbel zoveel. Er zijn dus erg veel bomen gekapt, vooral in de laatste decennia. En dat gaat nog steeds door. Men schat dat per seconde 167 bomen tegen de vlakte gaan, dat is zo’n 7,9 miljoen hectare per jaar.

Die ontbossing heeft grote gevolgen voor ons klimaat en de kwaliteit van leven, zelfs voor de voedselvoorziening. Maar eerst kijken we eens waarom er zoveel bomen gekapt worden.


Oorzaken

Het verlies van bomen kan verschillende oorzaken hebben:
  •        Natuurlijke oorzaken.
    -   Denk aan bos- of natuurbranden,
    -  stormen,
    -  of afsterven door veranderd klimaat.
  •         Houtproductie
    Voor papier. -  Constructiehout. -  Biobrandstoffen.
  • ·        Landroof -  Voor woonruimte of industriegebieden.
    -    Mijnbouw (dagbouw) -   Infrastructuur.
    -   P
    almolieplantages.
    -    Sojaplantages (100 miljoen hectaren).
     Koffie, ja ook koffieplantages. Maar ook andere gewassen, zoals suikerriet en bananen.
     -   Weidegronden voor  extensieve veeteelt. (1 kilo vlees vergt 13 kilo voer)

Illegaal


Veel houtkap is illegaal en bedreigt kwetsbare dier- en plantensoorten. Hoewel al in de jaren ’80 en ’90 verdragen tegen illegale kap gesloten zijn ontbreekt het aan handhaving. Zolang er afnemers zijn gaat illegale kap gewoon door.

Na nieuwe aanplant duurt het nog 80 tot 100 jaar
voordat we op hetzelfde niveau zijn.

Nadelen van ontbossing

Door ontbossing raken ecosystemen ontregeld. Dat heeft ingrijpende gevolgen:
  •           Erosie. Meer kans op aardverschuivingen en verlies van vruchtbare grond.
  •          Wateroverlast. Bomen houden veel water vast. Zonder bomen stroomt dat direct weg naar de lager gelegen gebieden.
  •      Verdroging. Zelfs woestijnvorming. Bomen verdampen veel water en brengen de regen wolken zo verder landinwaarts.
  •          Meer CO2 blijft in de atmosfeer.
  •          Vermindering van biodiversiteit.
  •      Verhoging van omgevingstemperatuur doordat de verkoeling door bomen ontbreekt.


Internationale verdragen



Al in de jaren ’80 en ’90 zijn er internationale verdragen gesloten om illegale kap van bomen tegen te gaan. Die verdragen zijn bekend als Programma voor Grondstoffen van UNCTAD, het Internationaal verdrag voor hardhout (ITTO) en het vervolg daarop, de ITTA.

Ondertussen verdwijnen de bossen in rap tempo, ook in Nederland.

Hoewel meer bossen het klimaat niet zal redden helpt het wel als ontbossing gestopt wordt en er meer bomen geplant worden. Dat is de goedkoopste en effectiefste CO2 reductie.

Aanplant van bossen vergt goed inzicht. De productiebossen met sparren en dennen in Midden-Europa hebben juist de CO2 productie vergroot. Natuurlijke bossen met veel oude bomen zijn het meest effectief.

Na nieuwe aanplant duurt het dus nog 80 tot 100 jaar voordat we op hetzelfde niveau zijn als voor de kap van de volwassen bomen. Herplant is absoluut noodzakelijk, maar er is veel geduld nodig voordat de schade hersteld is.

Plant meer bomen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills