zaterdag 30 april 2022

Planten kunnen afweer inrichten op toekomstige bedreigingen

 Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben ontdekt dat planten hun afweersysteem zo kunnen inrichten dat zij voorbereid zijn op toekomstige aanvallen. Diverse insecten houden ook rekening met elkaar, zodat ze of gebruik maken van zwakte die door een andere soort veroorzaakt wordt, of om concurrentie te vermijden. Planten gokken niet, zij registreren dit en richten hun afweer hierop in, zodat een volgende aanval minder schade aanricht of wordt afgeslagen. Ze verkleinen zo de kans op schade. De onderzoekers noemen planten dan ook goede risicomanagers.

Foto: Pixabay

Planten kunnen voor afweer gebruik maken van verschillende strategieën. Ze kunnen chemische stoffen inzetten om aanvallers te doden, ze ziek te maken of zichzelf onsmakelijk te maken. Verder kunnen ze haartjes of stekels (langer) laten groeien of een dikkere laag cuticula aanleggen. Ze kunnen ook stoffen uitzenden (feromonen) waarmee ze roofinsecten lokken die de lastposten aanvallen. Deze feromonen worden trouwens ook door andere planten als waarschuwingssignaal opgepakt.

Lastposten

Het afweersysteem is dan vooral gericht op de eerste en de meest voorkomende lastposten. Maar omdat planten aan de manier waarop ze worden beknabbeld en de chemische componenten in speeksel van insecten herkennen, zullen de planten hun afweerstrategie daar gemakkelijk op aan kunnen passen. Eenmaal gealarmeerd zullen planten snel op alle volgende aanvallen inspelen. 

Tegen het gevoel in

De onderzoekers hebben voor landbouwers en tuinders dan ook een advies, dat zij waarschijnlijk met enige scepsis zullen ontvangen. Laat een eerste aanval op je planten toe. Zij zullen daarna zichzelf afdoende kunnen beschermen tegen de volgende aanvallen. Het kost je niets, want de natuur doet dan gewoon haar werk. Dat gaat tegen het gevoel van de boer in. Hij is namelijk gewend om zijn planten preventief te beschermen. Hij begint al met spuiten voor de eerste plaag begint. Die werkwijze wordt natuurlijk ook gestimuleerd door de handelsketen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), dat is hun verdienmodel. Maar door een beetje op de natuur te vertrouwen kunnen boeren en tuinders veel geld besparen en consumenten veiligere producten leveren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 26 april 2022

Gif in poep van grazers doodt niet alleen parasieten

 Volgens onderzoekers zitten koeienvlaaien en paardenkeutels vol gifstoffen tegen parasieten en dat is een gevaar voor de biodiversiteit. Poep van koeien, paarden en schapen werd onderzocht. De antiparasitaire middelen doden ook insecten en langs die weg ook vogels en (kleine) zoogdieren. Ook kennen dierenartsen het verschijnsel dat honden na het eten van bijvoorbeeld paardenkeutels vergiftigingsverschijnselen vertonen. Dit is een groot probleem waar zowel de vakwereld als de consument weinig of geen aandacht voor heeft. 

Foto: Pixabay
De uitwerpselen van plantenetende zoogdieren bevatten voor veel kleinere dieren, zoals insecten, nog veel nuttige bouwstoffen. Poep is dan ook voor veel dieren een feestmaal. Vaak worden er ook eieren in gelegd, zodat de larven in een voedzame omgeving ter wereld komen. En die larven zijn tevens een delicatesse voor bijvoorbeeld vogels en muizen. Ook talrijke schimmels (paddenstoelen) leven op de uitwerpselen. Uiteindelijk wordt alles netjes opgeruimd. Helaas betekent dit tegenwoordig vaak ook het einde voor dieren, het feestmaal zit vol gif tegen insecten.

Het gevolg is dat in weilanden en de directe omgeving vrijwel geen insecten meer te bekennen zijn. Bij onderzoek in Limburgse landbouwgebieden werden in monsters twee soorten zenuwgif aangetroffen. Op een ander perceel vonden de onderzoekers in een koeienvlaai hoge concentraties van een veel gebruikt ontwormingsmiddel. Dat is funest voor insecten, zoals kevers. Er is maar heel weinig van die middelen nodig om ze te doden. En het stapelt zich op. Zenuwgif in de natuur kan op termijn ook schadelijk zijn voor mensen.

Krachtvoer

Kevers spelen in de natuur een belangrijke rol. Ze ruimen de mest op en zorgen voor een vruchtbare grond. Daarnaast zijn ze ook nog eens een smakelijke hap voor diverse vogels en kleine zoogdieren.

De bestrijdingsmiddelen komen waarschijnlijk niet zo vaak in de dieren doordat de boer ze aan zijn vee geeft. Waarschijnlijker is dat ze via het bijvoeren met krachtvoer in de dieren terecht komen. Vooral in de wintermaanden als vaak geïmporteerd voer zoals soja in het menu van het vee domineert. In de productielanden, met name in Zuid-Amerika, wordt de gifspuit royaal gehanteerd.
Tja, het zijn de regeltjes, hè. Ook biologische boeren mogen voer uit gangbare teelt gebruiken en introduceren langs die weg ongewenste middelen bij hun dieren en op hun land.

Voer van eigen land

Via de mest komen die giftige stoffen niet alleen in de bodem, maar ook in grondwater en in wilde dieren terecht. Vaak blijven deze toestanden onder de radar, want onderzoek is kostbaar. Een poepmonster onderzoeken kost al gauw € 800. En gezondere alternatieven zijn een stuk duurder dan deze 'paardenmiddelen'. Wetenschappers pleiten niet voor niets dat boeren vooral voer moeten gebruiken dat van eigen land komt. Aan geïmporteerd veevoer kleven veel bezwaren. Maar ja, het is lekker goedkoop. Ja ja, waarom is het zo goedkoop...?

Overigens is niet alleen de veeteelt debet aan de bedreiging van de biodiversiteit. Ook in de akkerbouw wordt veel gebruik gemaakt van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vaak is dat spul slecht voor de biodiversiteit. Hoewel de middelen tegen schimmels momenteel minder worden ingezet, is het gebruik van insecticiden juist toegenomen, volgens recente gegevens van het CBS.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 22 februari 2022

Waarom waait de ene boom om en de andere niet?

 Nu er net in record tempo drie flinke stormen over ons land geraasd zijn, liggen her en der bomen omvergewaaid. Omvallende bomen kunnen behoorlijke schade veroorzaken en zelfs levens eisen, zoals recent in Amsterdam. Dan komen er natuurlijk vragen op, zoals: "Was het niet te voorzien, dat die boom om zou gaan?" En ook: "Waarom waait de ene boom om en blijft de ander staan?" Globaal kun je stellen dat de meeste bomen wel een windstootje kunnen verdragen, maar een minder vitale boom grotere kans heeft om met een flinke wind tegen de vlakte te gaan. Alleen is het vaststellen c.q. voorspellen van die mogelijkheid nog niet zo eenvoudig. Bomen zijn complexe wezens.

Foto: Pixabay
Laten we beginnen met het verschil tussen bomen in een bos of park en bomen langs de wegen en straten, de stadsbomen. In een bos of park staan bomen in een natuurlijk leefomgeving en vinden daar meestal alles wat ze nodig hebben om gezond en lang te leven. Stadsbomen staan in principe in een voor hun vijandige leefomgeving en hebben om gezond te blijven intensieve verzorging nodig. OK, daar krijgen inwoners van steden wel iets waardevols voor terug: bomen zorgen voor een gezonde leefomgeving met hun ecosysteemdiensten.

Omdat stadsbomen kwetsbaar zijn worden ze regelmatig gecontroleerd door boomspecialisten. Dat gebeurt minimaal ééns in de vijf jaar. De bomen ondergaan dan doorgaans een visuele inspectie (VTA genoemd) en als daar aanleiding voor is, kan men ook een trekproef uitvoeren of met speciale apparatuur binnenin de boom kijken. De bodem en het wortelstelsel zijn wat moeilijker te controleren, maar ook daarvoor bestaan mogelijkheden.

Of het onder de grond goed gaat is vaak al aan de kroon, de ontwikkeling van bladeren, te zien. Het bodemleven is heel belangrijk voor de boom, want de wortels hebben onder andere schimmels nodig om voeding uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen de boom ook met de communicatie met andere bomen en, als dat nodig zou zijn, het delen van voedsel met soortgenoten die het even moeilijk hebben. Bomen hebben de dichtbij staande soortgenoten nodig om vitaal te blijven en dat is een dilemma. Teveel van één soort, die vaak ook nog van één en dezelfde moederboom gekloond zijn, maakt de hele rij bomen kwetsbaar voor ziekten en plagen. Maar er is binnen de steden vaak niet genoeg ruimte om én veel soorten dicht bij elkaar te planten én rijen met diverse soorten af te wisselen.

Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. 

Boomverzorgers controleren de bomen dus regelmatig op vitaliteit. Ze letten op de kwaliteit van de kroon, of er zwakke plekken zitten in takken en aanhechtingen, op dor hout in de kroon en op de aanwezigheid van parasitaire schimmels. Denk aan paddenstoelen als de honingzwam, de reuzenzwam of de eikhaas. Als zulke vruchtlichamen aan de stam of de bodem rondom de boom zichtbaar worden moet men zich realiseren, dat die schimmels dan al zo'n 10-15 jaar in de boom zitten. Snel ingrijpen kan de boom soms nog redden, maar vaak is het dan al te laat.
In steden is wateroverlast en droogte een groot probleem voor bomen. In het ene geval kunnen de wortels verdrinken in de verzadigde grond, waardoor ze gemakkelijker omver waaien. In het andere geval sterven de wortels versneld af en vermindert de hechting eveneens. Anders dan veel mensen denken, gaan wortels doorgaans niet dieper dan een meter de grond in. Sommige soorten, zoals beuken wortelen zelfs nog minder diep, echt oppervlakkig.

Holle bomen zijn ook veilig

Holle bomen zijn meestal geen reden om in te grijpen. Wel om de boom in de toekomst extra aandacht te schenken. Bomen mogen rustig hol worden, sterker, het is een natuurlijk proces dat vaak goed is voor de boom en organismen die van en op de boom leven. Het levende deel van de boom bevindt zich direct onder de schors en aan de binnen- en buitenzijde vindt het watertransport plaats. Zolang die wand dik genoeg is, kan de boom normaal doorgroeien en oud worden. Ook stormen hoeven hem niet te deren.

Een probleem met stadsbomen is vaak, dat hun wortels te weinig ruimte krijgen. Dan kan de boom zich ook niet goed hechten. Bomen reageren op de gemiddeld sterkste windlast, door zich sterker te hechten met structuurwortels. Als echter een gebouw of andere bomen in de richting van de sterkste winden wegvallen, zal de boom zich moeten aanpassen. Dat kost tijd, bij bomen gaat alles langzaam. Als hij dan al wordt aangevallen door een storm is de kans groot dat hij omwaait. Zelfs als die boom er verder sterk en vitaal uitziet. 

Soms besluit men om bomen stevig terug te snoeien, zodat de kroon minder windgevoelig is. Maar dat snoeien van bomen, b.v. kandelaberen, is erg jammer en in principe overbodig. Door de snoei zoekt de boom opnieuw balans en zal ook een deel van het wortelstelsel afstoten. Bomen worden daardoor juist minder stabiel en de snoeiwonden vormen een risico op ziekten. OK, stadsbomen moeten tot ongeveer 4,5 meter hoogte een takvrije stam hebben. Maar daarvoor kunnen straatbomen beter op jonge leeftijd voorbereid worden, dan op latere leeftijd te dikke takken wegzagen. Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. Dan is het risico van omvallen beduidend minder en ze leveren ons mensen meer gezondheid en welzijn bevorderende diensten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 15 februari 2022

Natuurschade door verkeerde boomsoorten te planten

 In de Nederlandse bossen, maar ook langs straten en in parken worden vaak verkeerde boomsoorten geplant. Daardoor verliezen we biodiversiteit en gaat de vitaliteit van de bomen achteruit. Nederlandse ecologen Bert Maes en Joop Schaminée pleiten in Nu.nl voor de inzet van meer 'autochtone' boomsoorten. Zij constateren dat momenteel nog amper 2-3% van de Nederlandse bossen uit inheemse wilde bomen en struiken bestaan.

Graphic: Pixabay
De regering wil tot 2030 10% extra bos aanplanten om de CO2 uitstoot te compenseren. Die bomen worden dus massaal aangekocht bij boomkwekers in binnen- en buitenland. En veel van dat plantgoed is gekloond van moederbomen van soorten die niet van nature in de Nederlandse regio thuishoren. 

Schaminée noemt als voorbeeld de sleedoorn, die massaal langs wegen is aangeplant. Die bloeit al in februari/maart, want dat is een Zuid-Europese soort. De bij ons inheemse sleedoorn bloeit in april. Dat heeft grote gevolgen voor de dieren (insecten) die van die sleedoorn afhankelijk zijn. Zij verschijnen pas als hun voedselplant al is uitgebloeid.

De negatieve gevolgen van niet-autochtone bomen en struiken gelden ook als deze enkel in bestaande oude bossen worden bijgeplant. Hun zaden nemen op termijn het areaal over.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen.

Een ander gevaar van deze werkwijze is de geringe genen variatie. Binnen een gebied zijn dan de meeste bomen klonen van dezelfde moederboom. Als daar een ziekte in komt, gaan ze er allemaal aan. Dat hebben we recent bijvoorbeeld zien gebeuren met de essentaksterfte, en steeds meer ook bij de witte paardenkastanje (kastanjebloedingsziekte).

Verbetering

De wetenschappers zien echter ook een lichtpuntje. Bij terreinbeheerders groeit de interesse in wilde bomen en struiken. En op het Ministerie van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat er sinds kort een Commissie voor inheemse bomen en struiken.

Ook hoogleraar Bas Arts (WUR) vertelt in het NRC dat er op wereldschaal langzaam een kentering te zien is. Volgens Global Forest Watch verloren we wereldwijd in 2019 25 miljoen hectaren aan bos, gerekend naar kroonoppervlak. Het grootste deel gaat verloren aan de expansie van de landbouw.
De Food & Agriculture Organization van de VN komt op een lager getal, maar dat ligt aan de gehanteerde meetmethode. Ook bij de methode die de FAO hanteert omvat de ontbossing een gebied ter grootte van Costa Rica.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer duurzame, kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen. Het zijn niet de politiek-economische beschermingsmaatregelen die succesvol zijn, maar juist de kleine projecten die laten zien dat gezonde bossen welvaart, welzijn en biodiversiteit ten goede komen.
En dan gaat het al snel om zo'n 1 miljard hectaren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 7 februari 2022

Verrassing! Er zijn nog ruim 9000 onbekende boomsoorten

 Op dit moment zijn er op Aarde zo'n 60.000 boomsoorten bekend en beschreven. Helaas zijn daarvan zeker 17.500 soorten met uitsterven bedreigd. Dat zijn sprekende aantallen en je zou denken dat er ondertussen weinig te ontdekken valt. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Onderzoekers hebben vastgesteld dat er naar schatting 9.200 boomsoorten nog niet ontdekt zijn. Dat is een groot aantal en er is haast bij, want net als bij de bekende soorten, zullen er bij deze groep ook veel met uitsterven bedreigd zijn.

9000 nieuwe boomsoorten
Graphic uit onderzoek rapport www.pnas.org/
Bomen zijn voor de aarde heel belangrijk. Niet alleen voor de biodiversiteit, bomen zorgen ook voor een rem op ongewenste veranderingen van het klimaat en extreem weer. Bomen zijn namelijk in staat hun eigen weer te maken (denk aan de regenwouden), maar ook het klimaat te beïnvloeden. Daarvoor moeten ze wel met heel veel zijn.

Zo slaan de bomen ongeveer 50% van de in de lucht aanwezige CO2 op. Ze remmen luchtstromen en voorzien die van vocht (brengen zo wolken verder het binnenland in). Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht, bufferen water en reguleren de omgevingstemperatuur. Bomen doen dat trouwens niet alleen, ze zijn sterk afhankelijk van bodemschimmels en micro-organismen. 

Omdat het ondergrondse leven voor bomen  belangrijk is, zullen we ook de plek waar bomen staan verstandig moeten beheren. Belangrijkste aandachtspunten: voorkomen van bodemverdichting en stikstof concentraties verminderen. Zowel de boomwortels als de ondergrondse organismen hebben niet alleen vocht nodig, maar ook zuurstof. Dat lukt alleen als de grond luchtig is. In een sterk verdichte bodem kunnen bijvoorbeeld wormen geen gangen graven, die voor de doorluchting en waterhuishouding zorgen. Het gevolg is dan ook dat neerslag in in de bodem zakt, maar wegstroomt en zo voor wateroverlast kan zorgen. Dit kan in steden en dorpen nare gevolgen hebben. Ook stikstof is nodig, maar overdaad schaadt met name de bodemschimmels waardoor bomen minder vitaal worden.

Bossen

Door ontbossing komen de ecosysteemdiensten van bomen steeds meer onder druk te staan. Ook kunnen bepaalde boomsoorten onder slechte bodemomstandigheden moeilijk overleven. Hun vitaliteit neemt af en schadelijke organismen, zoals insecten geven de boom de laatste stoot. Als hierdoor in een groot gebied bomen massaal omkomen heeft dat voor het milieu en het klimaat grote gevolgen.

Meer bomen planten is natuurlijk een goed initiatief. Maar beter is het om de oude bomen ook echt oud te laten worden. Hun ecosysteemdiensten nemen met de groei exponentieel toe, totdat de bomen op een leeftijd komen dat ze aftakelen. Maar tot vlak voor hun dood blijven ze effectief met fotosynthese, en dus ook met het vastleggen van CO2, lucht filteren, neerslag bufferen en temperatuur regelen. Laat de bomen dus oud worden!
Natuurlijk doen de bomen in steden en dorpen en langs wegen ook een duit in het zakje. Maar door hun aantal en spreiding zijn ze niet zo effectief als bossen. Ze hebben vooral een weldadig effect voor hun directe omgeving en dus voor de mensen die in steden en dorpen leven.

Onbekende bomen

De nog niet ontdekte bomen zullen waarschijnlijk ook heel zeldzaam zijn, anders waren ze allang ontdekt en beschreven. Dat maakt ze erg kwetsbaar. Ze kunnen ongezien van het toneel verdwijnen door met name ontbossing in de warmere streken. Door hun geringe aantallen zullen ze dan ook minder in staat zijn zich te vermeerderen en sneller uitsterven. Bomen die in grotere getalen voorkomen, ook al is het regionaal, zullen zich gemakkelijker herstellen zodra de omstandigheden weer gunstig zijn.

De meeste van deze onbekende boomsoorten staan waarschijnlijk in de bossen van Zuid-Amerika. De onderzoekers schatten dat dit zo'n 40% zal zijn. Bedreiging bestaat niet alleen in de vorm van ontbossing voor men name de agrarische sector, maar ook door natuurbranden. Wetenschappers hebben daarom haast met het in kaart brengen van deze boomsoorten. Bomen en planten bevatten vaak stoffen die voor mensen en dieren 'n belangrijke werking kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke nieuwe medicijnen. Als we die onbekende boomsoorten niet traceren en in kaart brengen, zullen we nooit weten welke kansen door onze vingers zijn geglipt.
 
Ondertussen zullen lokale overheden en de internationale gemeenschap er alles aan moeten doen om de teloorgang van de bossen tegen te gaan. Er staan in de bossen momenteel zo'n 3 biljoen bomen en het worden er iedere dag miljoenen minder.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.