Posts tonen met het label klimaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klimaat. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

Hittestress zorgt dat bomen minder zuurstof produceren

 

Met de hittegolven die we in 2026 ervaren zou je denken dat planten met hun fotosynthese extra hard werken om zuurstof te produceren. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. De ecosysteemdiensten van bomen (en andere planten) neemt door hittestress merkbaar af. Minder koolstofopname, minder glucoseproductie, minder zuurstof en minder stoffiltering. Dat kan er uiteindelijk toe leiden dat de plant afsterft.

Hittestress geldt dus ook voor planten. Zwitserse onderzoekers hebben dit als eerste in tropische bossen vastgesteld. En zulke tropische omstandigheden ervaren we in Europa ook steeds vaker.

Er is sprake van hittedrempels en die verschilen per soort. Planten kunnen wel tegen een stootje, ze zijn niet zo kwetsbaar als het lijkt. Maar de bandbreedte waarbinnen de fotosynthese optimaal werkt is vrij dun. En door extreme hitte wordt die veiligheidsmarge nog kleiner.

Als gevolg van de hitte drogen de cellen met chlorofyl uit en wordt het hele systeem (het blad) geleidelijk buiten gebruik gesteld. Als reactie daarop zal de plant het aangetaste blad afstoten. Daarmee neemt het vermogen om CO2 uit de lucht op te nemen af. De wortels ontvangen minder glucose en hebben dan ook minder 'ruilmiddel' voor de bodemschimmels die vocht en mineralen leveren. Daardoor wordt de plant/de boom kwetsbaarder. Tegelijk neemt ook de afgifte van zuurstof af.

Dit probleem tekent zich vooral af in tropische gebieden. Het oppervlak waar de hittedrempels overschreden worden was in 2020 al groter dan Frankrijk. De onderzoekers verwachten dat dit tot 2050 kan oplopen tot 83 miljoen hectare. Dat zal dan waarschijnlijk niet tot tropische bossen beperkt blijven.

Tropisch bossen... Dat is lekker ver van mijn bed.  Bedenk dan dat luchtcirculaties zich niet aan landsgrenzen houden. De zuurstof die wij in Nederland inademen komt voor een aanmerkelijk deel juist uit die tropische bossen. Het zuurstofgehalte is (momenteel) altijd ongeveer 21%. Ook als het hier donker of winter is en onze planten dus geen fotosynthese bedrijven. Door de wereldwijde circulatie blijft het zuurstofgehalte altijd hetzelfde. Maar nu hittestress ook in de tropische bossen toeslaat kan dat (stabiele) zuurstofgehalte onder druk komen staan.

Kunnen we daar iets tegen doen? Misschien is het daar wel te laat voor, maar met extra bomen (helaas duurt het lang voordat die effectief zijn) en grasland kunnen we in de gematigde gebieden helpen de zuurstofproductie iets te verhogen. Ga er vanuit dat het benauwd gaat worden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor nieuwe donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.  


WVL-BUSINESS SKILLS #ebooks
Loopbaan inspiratie op je e-reader
https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills 
Wat doet groen voor je werkomgeving? Kopen via KOBO: https://ap.lc/ugdJr 
Ook bij KOBO, Kindle en je favoriete boek shop.

zondag 9 november 2025

Hoe planten het CO2 niveau leefbaar houden?

 

Tijdens een ijstijd daalde het CO2 gehalte sterk, waardoor de aarde afkoelde, maar het bleef altijd net boven een ondergrens hangen. Het bleef net warm genoeg om de meeste planten in leven te houden. Dit was voor wetenschappers een groot raadsel. Het vermoeden bestond dat de planten zelf hiermee te maken hadden. Maar hoe dan?

Al eerder hebben we vastgesteld dat planten meer zijn dan simpele decoratie van het landschap. Ze blijken in staat te zijn om met elkaar te communiceren en hun omgeving waar te nemen. En ze blijken in staat hun omgeving zodanig te beïnvloeden dat hun overlevingskansen gewaarborgd worden. Daarin blijken ze succesvoller dan mensen.

Zo deden planten dat
In boomfossielen van 20.000 jaar oud vonden onderzoekers aanwijzingen voor het proces, waarmee bomen hun eigen overleven managede. Dat proces noemde men fotorespiratie.
De planten begonnen zuurstof op te nemen en koolstofdioxide uit te stoten. Het omgekeerde van fotosynthese, waarbij koolstof wordt vastgehouden voor de opbouw van cellen zuurstof wordt uitgestoten.  Volgens metingen van moleculen bleek dat fotosynthese wel nog plaatsvond, maar dat CO2 niet in het hout en de bodem wordt opgeslagen, Het werd direct weer aan de omringende lucht afgegeven.

Planten kunnen dus een rem zetten op ongewenste veranderingen in het milieu. In dit geval dus afkoeling.

Werkt dit ook voor ongewenste opwarming? Blijkbaar werkt die handrem bij opwarming minder goed, waarschijnlijk omdat de mens nu in dit proces de storende factor is. Maar hierover zullen ongetwijfeld vervolgonderzoeken komen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).

Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills



maandag 6 januari 2025

Wadi's en bomen is een prima combi

Foto Pixabay, een beekdal is hetzelfde als
een wadi
 Jaren geleden besloot de gemeente om wadi's aan te leggen. Daarvoor zouden toen bomen geruimd moeten worden, want op het gemeentehuis was men ervan overtuigd dat wadi's alleen goed functioneren als er geen bomen langs groeien. Wij hebben ons als stichting toen sterk gemaakt voor het behoud van de bomen, want wij waren ervan overtuigd dat dit juist heel goed samengaat. In het Winternummer 2024 van Bomen Nieuws (Bomenstichting) wordt hier uitvoerig op ingegaan.

In het huidige klimaat wordt droogte afgewisseld met hevige regenbuien. Dit kan in korte tijd tot wateroverlast zorgen, zeker omdat het rioolstelsel niet geschikt is voor de afvoer van (veel) regenwater. Het is beter om dit ter plaatse tijdelijk op te vangen en langzaam naar het grondwater te laten infiltreren. Daarnaast kan het opgevangen water ook door verdamping verminderen. Bomen en andere planten in en naast de wadi kunnen daarbij een rol spelen. Zij verdampen veel water via de bladeren en zorgen zo ook voor verkoeling. Bomen langs wadi's is juist een heel goed idee!

Wadi is eigenlijk Arabisch voor 'dal', drooggevallen rivierbedding. Bij ons het echter een afkorting voor 'Water Afvoer Drainage Infiltratie'. Zo'n verdieping kan dus tijdelijk overtollig water opvangen. Doorgaans staan deze wadi's 93% van de tijd droog. Het water is veelal binnen enkelen uren na een regenbui weer gezakt. Beplanting in en naast een wadi zorgt ervoor dat de bodem een betere structuur krijgt om het water te verwerken. Daarnaast geeft het een fraaier beeld van de directe omgeving en gaat het hittestress tijdens een hittegolf tegen. Het groen geeft rust, verbindt mensen en draagt bij aan een rijkere biodiversiteit.

Er zijn dus veel redenen om wadi's te beplanten. Je moet wel de juiste soorten kiezen, die niet alleen goed tegen droogte kunnen, maar ook probleemloos tijdelijk in de nattigheid kunnen staan. Als het om bomen gaat zijn vooral de inheemse soorten heel geschikt. Wilgen, elzen en populieren zijn daarbij echte toppers die veel water lusten. Lage planten helpen het water te filteren, zodat het gezuiverd naar het grondwater kan zakken. Wel dienen wadi's goed onderhouden te worden om dichtslibben te voorkomen. Als bomen aan de noord/oost kant van de wadi staan zal het meeste herfstblad van de wadi wegwaaien.
Als je er de ruimte voor hebt is het ook een goed idee om een wadi in je tuin aan te leggen. ...of een vijver, want als je daarin kikkers en salamanders krijgt heb je minder last van lastpakken als slakken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons. 










dinsdag 16 juli 2024

Met meer groen steden klimaatbestendiger maken

Het klimaat verandert snel. Elk jaar noteren we weer record temperaturen in de zomer. In steden is dat een probleem, mede doordat er steeds meer mensen in steden willen wonen en het bebouwde oppervlak gestaag uitbreidt. Dat bevordert het hitte-eilandeffect. Hierdoor kampen stadsbewoners steeds vaker met hittestress en voor kwetsbare personen kan dat fatale gevolgen hebben. Om de hittestress te verminderen wordt op divers fronten aan oplossingen gewerkt. Maar de beste en tevens goedkoopste oplossing biedt moeder natuur: meer groen!

Foto: Pixabay

Meer groen in de steden is het speerpunt van een onderzoeksproject van de Technische Universiteit Delft. Daarmee wil men een gezond ecosysteem creëren dat goed is voor mensen en tegelijk voor biodiversiteit.

Men experimenteert ook met plantensoorten, want als je planten inzet tegen hittestress is het handig als die planten ook zelf bestand zijn tegen de gevolgen van hitte en droogte. In dat kader kijkt men ook wat er onder deze omstandigheden spontaan wil groeien. Als planten zich onder karige omstandigheden weten te ontwikkelen, mag je aannemen dat ze daar ook bestand tegen zijn.

Daarnaast kijken de wetenschappers hoe insecten zich onder die omstandigheden ontwikkelen. Er is tenslotte een nauwe wisselwerking tussen planten en insecten. Hetzelfde geldt voor het bodemleven, waaronder bodemschimmels die samenwerken met planten.

Naast beplanting van gebouwen (zie foto) zullen ook parken en (stads)bossen een plaats krijgen in de strijd tegen hittestress. Bomen, struiken, kruidachtige planten en mossen zullen het plaatje compleet maken. Vergeet ook niet de rol van planten in woon- en werkruimte. Ook daar kunnen planten voor een aangenamer klimaat zorgen. (Meer: https://bookboon.com/nl/de-groene-motor-ebook).

Het groen in steden (en woningen en kantoren) helpt niet alleen de opwarming te beheersen, maar dempt ook geluid en filtert luchtverontreiniging.

Als je het hele verhaal wilt lezen, dan vind je dat hier: 
https://innovationorigins.com/nl/groen-baant-de-weg-voor-klimaatadaptieve-steden/ 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 28 mei 2024

Waarom de oceanen meer aandacht verdienen

 Van het totale aardoppervlak wordt zo'n 71% door de oceanen in beslag genomen. Daarin bevindt zich 97% van alle water op Aarde. Die enorme watermassa heeft dan ook grote invloed op het klimaat en het leven op de droge delen. Slechts de resterende 3% is zoet water in gletsjers, meren en rivieren. En ook dat percentage dreigt minder te worden door klimaatverandering.

Foto: Pixabay
Voor de zuurstofproductie kijken we altijd naar de planten, vooral de bomen op de droge delen. Maar we vergeten dan, dat 50% van de zuurstof (zo'n 1,2 miljoen gigaton, ongeveer 21% van de lucht) uit de oceanen komt. Daar zorgen de (onder)waterplanten, algen en sommige bacteriën voor.

Natuurlijk moeten we zuinig zijn op de bossen, vooral de tropische bossen, want hun 50% bijdrage aan het zuurstofgehalte is zeker significant. Daarnaast zijn ze belangrijk voor de biodiversiteit en vormen een belangrijke bron voor voedsel en geneesmiddelen. We mogen dus ook best zuinig zijn op onze bossen.

We mogen ook best zuinig zijn op de oceanen en deze niet vervuilen met een overmaat en CO2, tonnen plastic afval en nog onbekende hoeveelheden PFAS.

Qua biodiversiteit kunnen we de oceanen ook niet uitvlakken. Hier leeft namelijk 94% van alle dieren op aarde. Om over de hoeveelheid planten nog maar te zwijgen. Toch is tot nu nog maar 5% van de oceaanbodem onderzocht en ik kaart gebracht.

De oceanen vormen voor een groot deel van de wereldbevolking een bron van voeding, met namen van proteïnen. En daarmee voor een groot deel van de bevolking ook een bron van inkomsten.
Omdat we onzorgvuldig met die grote waterwereld omspringen staat dat allemaal onder druk.

 Langzaam maar zeker maakt de mens het leven op Aarde onmogelijk. De Aarde is zo uniek, dat er tot nu toe geen vergelijkbare planeet gevonden is. We moeten daarom verantwoord met onze leefomgeving omgaan. Als de natuur mensen als een plaag gaat ervaren, en daar zijn we al heel dichtbij, zal ons overkomen wat met alle plagen gebeurt: de natuur zal zich van plagen ontdoen door extinctie. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 2 april 2024

Waarom bossen niet altijd goed zijn tegen klimaatverandering

 Ook in deze BLOG is vaak gepleit voor meer bossen tegen klimaatverandering. Bijvoorbeeld door meer koolstof uit de atmosfeer te halen en zo het broeikaseffect te verkleinen. Nu blijkt uit recent onderzoek dat dit toch iets ingewikkelder is. In eerdere onderzoeken is namelijk geen rekening gehouden met reflectie. In sommige gebieden kunnen bossen meer zonlicht absorberen en opwarmen dan reflectie zonder die bomen kan koelen. Denk aan de noordelijke gebieden waar een groot deel van het jaar sneeuw ligt. Wit kaatst zonnestraling terug de ruimte in.

Foto: Pixabay
De klimaatwetenschappers keken eens goed naar het zogenaamde albedo-effect, het resultaat van de mate van reflectie. Veel reflectie betekent sterke afkoeling, terwijl absorberen opwarming tot gevolg heeft. Met ingewikkelde berekeningen konden zij een maatstaf (Carbon dioxide equivalents -CO2e) vaststellen, die helpt een balans te vinden tussen reflectie en absorptie.
Er is ook een verschil in absorptie tussen de verschillende boomsoorten, afhankelijk van de tint van het blad en de dichtheid van de kroon.

Zo konden zij een kaart samenstellen die aangeeft in welke gebieden de aanplant van bomen tot afkoeling leidt en waar dit juist opwarming tot gevolg heeft.

Je ziet het ook in de praktijk als je in een besneeuwd landschap kijkt naar de bomen. Zodra de zon wat sterker wordt ontdooien de bomen en worden ze weer groen. Dat is donkerder dan de sneeuw er omheen. Ook direct rondom de boom zal de sneeuw sneller smelten. Opvallend genoeg stelden de wetenschappers ook in dorre gebieden (bijvoorbeeld woestijnen) hetzelfde effect vast. Kortom, het koelend effect van bomen zie je vooral in de gematigde klimaatzones.

Toch zijn de wetenschappers ervoor om meer bossen aan te planten, wel rekening houdend met de balans tussen reflectie en absorptie (albedo). Bomen bieden namelijk veel meer dan CO2 opname, ze gaan hittestress in hun omgeving tegen, ze helpen water te zuiveren en bodem te behoeden voor landverschuivingen,  bomen produceren voedsel, vormen een leefgebied voor dieren en hebben een rustgevende uitwerking op mensen. Het is dus vooral een kwestie van prioriteiten stellen en de juiste balans vinden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



maandag 27 november 2023

Is een bio-divers bos beter in de strijd tegen klimaatverandering?

Wie door Midden-Europa reist zal de vele vierkante kilometers aan sparrenbossen niet ontgaan. Je kunt je dan meteen de vraag stellen 'wat het probleem met klimaatverandering' is bij zoveel bomen. Maar die eentonige plantages hebben wel degelijk een nadeel. Ze zijn bijvoorbeeld gevoelig voor plagen, zoals de letterzetter ons de laatste jaren heeft gedemonstreerd. Maar die monoculturen hebben nog meer nadelen. 

Eenzame vogelkers in een monotoon sparrenbos
Metingen hebben aangetoond dat deze bomen met name door het onderhoud, oogst en afvoer meer CO2 in de lucht brengen dan ze kunnen opnemen. Daarnaast zijn deze sparren optimaal aangepast aan groeien in een vochtige omgeving op grotere hoogte dan waar ze nu staan, namelijk boven de 1500 meter. Door klimaatverandering is die hoogtegrens veel lager geworden. Droge jaren zijn funest en tasten hun weerstand aan, waardoor de schorskever onverbiddelijk toeslaat. Door zulke rampen is de bosbouw niet rendabel en wordt met veel belastinggeld overeind gehouden.

Nu blijkt uit recent onderzoek dat monoculturen sowieso een groot nadeel hebben. Er staan veel bomen van dezelfde soort dicht bij elkaar. Door de onderlinge concurrentie is de verdeling van belangrijke bronnen in geding. Ook de strijd om het zonlicht in de kronen heeft nadelige gevolgen. Een door bosbouwers gewenste bijwerking is dat de stammen snel en recht omhoog groeien. Dit is niet persé goed voor de vitaliteit van de bomen en mogelijk ook nadelig voor de hout kwaliteit. De hevigste strijd wordt in de bodem geleverd, met name om de verdeling van (gebonden) stikstof.

Beter bio-divers
Bij onderhoud van bossen en (her)bebossing zouden de houtvesters beter hun kaarten moeten zetten op diversiteit. Uit onderzoek kwam naar voren dat in een divers bos minder concurrentie tussen soortgenoten is. De diverse soorten bomen en struiken hebben verschillende behoeften om optimaal te groeien en zitten elkaar minder in de weg. Dat geldt zowel in de kronen als in de bodem. Hoewel zeldzaam, zijn er ook gevallen waarbij verschillende boomsoorten groeifactoren aanmaken ten voordele van andere soorten. Een divers bos zorgt ook voor meer diversiteit aan bodemschimmels en bacteriën waardoor een bos als ecosysteem minder kwetsbaar is. Een bio-divers bos kan tot wel 70% meer CO2 vastleggen.

Na de ramp met de letterzetter komt er nu langzaam een trend op gang om bossen meer divers in te richten. Er is nog weinig aandacht voor de rol van een diverse ondergroei, omdat bosbouwers daarin geen direct voordeel (lees opbrengst) in zien. Toch verdient de ondergroei aandacht wegens zijn rol in de biodiversiteit van het bos-ecosysteem. Het geheel zorgt ook voor een diversiteit aan dieren in het bos wat een bos robuster maakt, met name door een stabiele stikstofkringloop.

Luchtvervuiling
Uit data van TROPOMI (Nederlands instrument aan boord van de Copernicus satelliet) blijkt dat bomen ook minder presteren als wij allen aan het werk en onderweg zijn. De luchtvervuiling die dit met zich brengt hindert de fotosynthese waardoor bomen minder CO2 kunnen opnemen. Maar ze gaan weer helemaal los zodra het weekend aanbreekt, want dan neemt de vervuiling door aerosolen af en krijgen de groene chlorofyl cellen meer zonlicht.

Ook in de bossen passen alle blokjes in elkaar. Als mens moeten we bossen redden door optimale omstandigheden te creëren en er vervolgens van af te blijven. Een robuust bos kan zich prima zelf redden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 11 oktober 2023

Waarom zouden we acuut alle eiken moeten vellen?

 Wetenschappers schrokken van het antwoord op hun eigen onderzoek. Om te voorkomen dat de klimaatverandering nog sneller gaat. Overigens betrof het onderzoek niet alleen eiken maar ook populieren. Wat is er aan de hand?

Eik in bloei.

Als het warmer wordt gaan eiken en populieren meer isopreen uitstoten. Voor deze bomen is dat een soort afweermiddel om te overleven in extreme omstandigheden. Maar voor het milieu staat dat bijna gelijk aan de uitwerking van methaan. Daardoor werkt dit verschijnsel dus eerder tegen de overlevingsdrang van de bomen.

Kort door de bocht

Door testen en meten hebben de wetenschappers vastgesteld op welk punt het effect van CO2 opname door de isopreen uitstoot overtroffen wordt. En dat is bij ongeveer 35oC. 
Isopreen bindt aan stofstofoxides en verslechtert zo de luchtkwaliteit.

Maar de conclusie "dan moeten alle eiken en populieren gekapt worden" is wel erg kort door de bocht. Toch moeten we zorgen dat de luchtkwaliteit verbetert, en snel. Het advies van de onderzoekers is dan ook tweeledig. Plant voorlopig geen nieuwe eiken en populieren en ga het probleem bij de bron aanpakken. Dus zorg dat de CO2 uitstoot drastisch vermindert.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 3 oktober 2023

Klopt de waterkringloop, zoals we op school hebben geleerd, nog wel?

 We hebben allemaal op school geleerd hoe de waterkringloop eruitziet.  Op zee verdampt het water, de waterdamp wordt door de wind naar het land geblazen waar het hoog in de lucht condenseert en als regen de rivieren voedt, die het water weer terug brengt naar zee. Heel duidelijk. Maar wel wat kort door de bocht. Zo zorgen planten, vooral de bossen, ook voor verdamping die de wolken verder het land in brengt. Maar om het te laten regenen is nog iets extra's nodig.

Graphic: Pixabay

Wolken ontstaan dus boven grote watervlakten zoals de zee en meren. Maar dat alleen levert te weinig rendement. Daarom zorgen ook planten voor extra waterdamp in de atmosfeer.  Wolken bestaan uit heel kleine waterdruppels en dat is een belangrijk wapen tegen opwarming door zonlicht. Zonlicht weerkaatst namelijk op de witte wolken.

Nu vormen zich deze druppels, die bevriezen tot sneeuwvlokken, zich op twee verschillende manieren. In heldere, schone lucht ontstaan grotere waterdruppels en die hebben als eigenschap het zonlicht minder goed te weerkaatsen. Om de heel kleine druppels te krijgen zijn fijne condensatiekernen nodig. De meeste condensatiekernen die nu voor wolken zorgen bestaan uit vervuiling door de mensen. Fijnstof dat door verticale luchtstromen tot grote hoogte opstijgt. Maar die vervuiling willen we juist tegengaan. Zouden de wolken in de toekomst dan minder effectief zijn?

Sesquiterpenen

De vraag of we met minder fijnstofvervuiling minder verkoelende wolken zullen hebben, hield ook wetenschappers van het deeltjesonderzoekinstituut CERN bezig. In een speciale kamer testten zij het effect van diverse stoffen, die in de atmosfeer voorkomen. Daaronder ook verschillende plantenstofjes.

Condensatiekernen

Uit dat onderzoek kwam naar voren dat sesquiterpenen de beste condensatiekernen zijn. Deze plantenstoffen zijn bijzonder effectief. Door de concentratie met 2% te verhogen, verdubbelde de snelheid van condensatie. Sesquiterpenen zijn moleculen die uit 15 koolstofatomen bestaan. Dat ruimt lekker op.

Als we erin slagen de uitstoot van fijnstof significant te verminderen, dan zouden de plantenstofjes, met voorop de sesquiterpenen, die rol moeten overnemen. Er zullen meer van die stofjes in de lucht moeten zitten. De effectiefste producenten van sesquiterpenen zijn de planten met het grootste groenvolume en dat zijn dus bomen.
Om meer condensatiekernen van sesquiterpenen te krijgen zijn er dus meer bomen nodig. En we schreven het al vaker in deze BLOG: Zorg voor meer bomen.
Let wel, door nu meer bomen te planten kunnen we pas over 80 - 100 jaar optimaal van dit effect profiteren. Het is dus vooral belangrijk om oude bomen te handhaven en te zorgen dat ze lang gezond blijven en nog veel ouder kunnen worden. Hoe meer groen in hun kronen, hoe meer condensatiekernen voor verkoelende wolken kunnen zorgen. En dat draagt bij aan het beheersen van de klimaatverandering.
Wees lief voor bomen!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


maandag 11 september 2023

Koolstofvrij in 2030 dankzij NBS

 In juli 2023 verscheen in Nature een onderzoeksverslag over de toepassing van Nature Based Solutions (NBS) in steden om effectief en op korte termijn koolstof- neutraal te worden. Door het toepassen van groen in steden kan de koolstofuitstoot gemiddeld met 17,4% worden verminderd. In sommige steden kan dat zelfs voor 2030 leiden tot koolstofneutraliteit. NBS heeft veel potentie om het leefklimaat in steden sterk te verbeteren en een substantiële bijdragen te leveren aan het beheersen van de klimaatverandering. Het onderzoek werd gedaan in 54 steden, wereldwijd.

China
Foto: Pixabay. 

Dat betekent niet dat we NBS invoeren en dan achterover kunnen leunen. De koolstofemissies door gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Door NBS toe te passen in steden maak je daar het leven aangenamer en kan de impact op klimaatverandering wereldwijd tot 17,4% verlagen.

Nature Based Solutions is geen "one size fits all" verhaal. Het gaat om maatwerk door een mix van 5 categorieën toe te passen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met stedenbouwkundige, ecologische en sociaaleconomische factoren.

Vier toepassingsgebieden vormen de speerpunten van NBS: Laanbeplanting, groen op of aan gebouwen, stadsparken en stadslandbouw. 

Het gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Stadparken hebben een verkoelend effect dat vaak tot 200 meter in de omtrek reikt. Tijdens warme zomerdagen kan de temperatuur rondom bomen wel 4-7 oC lager zijn. Daarnaast zorgen stadsparken ervoor dat meer mensen recreëren zonder gebruik van extra energie.
Groen op of aan gebouwen zorgt voor afvang van koolstof en fijnstof direct bij de bron (woningen en bedrijven). Het zorgt verder voor energiebesparing, het beheersen van het binnenklimaat en beschermt de gebouwen waardoor deze langer meegaan.
Laanbeplanting zorgt voor meer veiligheid op de wegen, koeler wegdek en afvang van koolstof, stikstof en fijnstof bij de bron. Deze factoren verminderen tevens het hitte-eilandeffect. 
Ook stadslandbouw zorgt voor vastleggen van koolstof en stikstof bij de bron. Het levert bovendien verse voedingsmiddelen op, die niet van elders aangevoerd moeten worden. In veel steden is stadslandbouw al economisch levensvatbaar gebleken.

NBS zorgt daarnaast voor andere positieve effecten in de steden: Het stimuleert de gemeenschapszin. Zorgt voor meer welzijn en sociale veiligheid. Ook de biodiversiteit profiteert van NBS. Kortom, een gezonder leefklimaat, meer welvaart en meer welzijn.

Plant meer (vooral inheemse) bomen in en rondom steden!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 3 juli 2023

Klimaatwetenschappers vergeten de CO2 opslag door bodemschimmels

 Vrijwel alle planten (en bomen) leven in symbiose met mycorrhiza, bodemschimmels die de planten helpen voedingsstoffen als stikstof en fosfor uit de bodem te halen. In ruil daarvoor voorzien de planten hun partners van suikers, feitelijk koolstof die ze uit de lucht halen. Daarom besloot men op de Universiteit van Kaapstad om dat ruilproces eens nader te bestuderen de omvang van overdracht uit te rekenen. De uitkomst is dat wereldwijd meer van 13 gigaton aan CO2 aan de mycorrhiza wordt overgedragen.

Foto: Pixabay

Planten (en bomen) gedijen optimaal door samenwerking met bodemschimmels. Voor sommige soorten is die symbiose zelfs voorwaarde om te kunnen groeien. Dat kost de planten wel wat, in ruil voor o.a. stikstof en fosfor krijgen de mycorrhiza een deel van de in bladeren geoogste koolstof. Gemiddeld liefst 36% van die oogst gaat naar de schimmels, die de koolstof in hun eigen structuur en de bodem vasthouden.

Nu is het zo, dat afstervende planten geleidelijk de opgeslagen koolstof teruggeven aan de atmosfeer. Maar door de deal met de bodemschimmels is dat maar twee-derde van de oorspronkelijke opname. De resterende een-derde aan koolstof blijft in de bodem, in elk geval zolang de mycorrhiza in leven blijven. Een goede reden om deze essentiële bodemschimmels te koesteren en te zorgen dat ze zich substantieel vermeerderen. Alleen, die bodemschimmels kunnen niet overleven zonder de innige samenwerking met planten. En bomen zijn nu eenmaal planten die op dit proces de grootste impact hebben.

Plant meer bomen!

Die 13 gigaton CO2 is ongeveer 36% van de mondiale jaarlijkse uitstoot door gebruik van fossiele brandstoffen. Dat scheelt nogal wat. Daarom is een pleidooi voor de aanplant van meer bomen nog urgenter geworden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 19 december 2022

Kunnen bos en bodem CO2 terugdringen?

Europa en de Verenigde Naties doen er alles aan om ons leefklimaat te behoeden voor verdere verslechtering. Zo wil de EU tegen 2030 50% minder uitstoot van CO2. En moet tegen 2030 ook minstens 30% van het EU grondgebied beschermde natuur zijn om de biodiversiteit te beschermen. Tegen 2050 moet dan de uitstoot door menselijke activiteit tot 0 gereduceerd zijn. Om dat laatste een steuntje in de rug te geven heeft de EU nu besloten om CO2 uitstoot te belasten, zodat de burger ervoor betaalt via de gasrekening en de benzinepomp.

Om koolstof rond 2050 uit atmosfeer te verwijderen gokken de VN op de bijdrage, die de bossen en de bodem (van bossen, moerassen en grasland) aan de koolstofreductie kunnen leveren.

De gedachten achter het inzetten op bos en bodem wordt ingegeven door het besef dat er één sector is, die niet aan de verwachtingen kan voldoen: de landbouw. Bos en bodem kunnen (op papier) tot 10 ton CO2 per hectare opslaan. Jawel, in theorie zou dat kunnen. Maar er wordt dan geen rekening gehouden met zaken als:
  • Stormschade
  • Ziekten
  • Ontbossing voor houtproducten of landbouwarealen
  • Droogte
Die capaciteit van 10 ton is dan ook veel te optimistisch. Bovendien hebben de bij de VN aangesloten landen plannen ingediend die de koolstofvermindering niet kwantificeren. Lekker makkelijk! En daar komt nog eens bij dat de gebruikte rekenmodellen onnauwkeurig zijn. Wetenschappers pleiten dan ook voor strengere maatregelen, dwang en betere rekenmodellen.

Moeder Aarde bestrijdt de meest dominante soorten als een plaag.

Het  verlagen van de CO2 uitstoot is voor alle landen op Aarde van levensbelang. Volgens veel wetenschappers zouden we nu al midden in een grote golf van uitsterven (massa extinctie) zitten. Om de menselijke samenleving in stand te houden is het essentieel om ook de biodiversiteit te beschermen. Maar de mens lijkt er vooralsnog alles aan te doen om de biodiversiteit verder onder druk te zetten. Door te weinig te doen tegen klimaatverandering en door teveel beslag te leggen op de natuur. Het besluit om 30% van ons grondgebied (op land en op zee) tot beschermde natuur  te maken is dan ook hard nodig.

In de geschiedenis van de Aarde hebben natuurrampen herhaaldelijk tot verhoogde CO2 in de atmosfeer geleid, waarna er massaal soorten zijn uitgestorven. De dominante soorten waren toen het meest kwetsbaar. Zo ontdoet moeder natuur zich nu eenmaal van plagen. En op dit moment is de mens op Aarde de meest dominante soort.  En veroorzaken zelf een te hoog koolstofgehalte in de atmosfeer. Wij staan nu dus bovenaan de extinctie lijst.
Het lijkt erop dat we al midden in een (de zesde) extinctiegolf zitten. Onderzoekers laten zien dat de ene soort de andere meeneemt in zijn ondergang. 

Links om of rechts om zullen we moeten zorgen voor een vermindering van de koolstofuitstoot door menselijke activiteit. 0% zullen we nooit halen, maar we moeten ernaar streven daar dicht bij in de buurt te komen. Door de natuur de ruimte te geven, door emissies bij de bron aan te pakken en door technologische oplossingen moet dat lukken. Liefst nog ruim voor 2050, zodat ik het nog kan meemaken. Lukt dat niet, dan is de kans groot dat moeder Aarde zelf begint met een opruimactie tegen homo sapiens. En dat wil ik dan liever niet meemaken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 21 november 2022

Hoe geven planten ervaringen door aan het nageslacht?

 Planten hebben geen brein en daarom is hun geheugen 100% gebaseerd op hun celstructuur, moleculaire en biochemische netwerken. Wetenschappers noemen dat het somatisch geheugen. Hiermee zijn planten in staat veranderingen in hun omgeving te herkennen, zodat ze zich deze veranderingen sneller herkennen als ze zich opnieuw voordoen. Nu is ontdekt dat deze 'kennis' via epigenetica wordt doorgegeven aan het nageslacht. 

Dieren beschikken over meer middelen om ervaringen door te geven aan volgende generaties. Maar planten zijn daarin beperkt omdat ze geen brein hebben, terwijl hun gebondenheid aan een bepaalde plek juist voor extra omgevingsstress kan zorgen. Zeker in deze tijden van snelle klimaatverandering.
Een plantengeneticus aan de Universiteit van Florence vroeg zich daarom af, hoe dat bij planten werkt. Welk mechanisme daarbij in actie komt.

Ook zonder brein kun je een geheugen hebben

Bekende stressfactoren van planten zijn temperatuur, droogte of juist nattigheid, zout, overbemesting, zware metalen en ziekteverwekkers. Op al die factoren moet een plant reageren om zijn voortbestaan veilig te stellen. Maar nu blijkt dat planten deze ervaringen vastleggen in hun geheugen en ook aan volgende generaties kunnen doorgeven. En wel, zonder dat het erfelijk materiaal (DNA) verandert, zodat dat de plant als soort behouden blijft. Het mechanisme hiervoor is epigenetica. 

De volgende stap in hun onderzoek is, dat de wetenschappers nu proberen het epigenetisch alfabet proberen te ontrafelen. Dat kan meer inzicht geven op het functioneren van epigenetica als leerproces.
Zo zie je maar, dat de natuur op alle fronten heel goed in staat is zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Je hebt er zelfs geen hersenen voor nodig.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 7 februari 2022

Verrassing! Er zijn nog ruim 9000 onbekende boomsoorten

 Op dit moment zijn er op Aarde zo'n 60.000 boomsoorten bekend en beschreven. Helaas zijn daarvan zeker 17.500 soorten met uitsterven bedreigd. Dat zijn sprekende aantallen en je zou denken dat er ondertussen weinig te ontdekken valt. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Onderzoekers hebben vastgesteld dat er naar schatting 9.200 boomsoorten nog niet ontdekt zijn. Dat is een groot aantal en er is haast bij, want net als bij de bekende soorten, zullen er bij deze groep ook veel met uitsterven bedreigd zijn.

9000 nieuwe boomsoorten
Graphic uit onderzoek rapport www.pnas.org/
Bomen zijn voor de aarde heel belangrijk. Niet alleen voor de biodiversiteit, bomen zorgen ook voor een rem op ongewenste veranderingen van het klimaat en extreem weer. Bomen zijn namelijk in staat hun eigen weer te maken (denk aan de regenwouden), maar ook het klimaat te beïnvloeden. Daarvoor moeten ze wel met heel veel zijn.

Zo slaan de bomen ongeveer 50% van de in de lucht aanwezige CO2 op. Ze remmen luchtstromen en voorzien die van vocht (brengen zo wolken verder het binnenland in). Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht, bufferen water en reguleren de omgevingstemperatuur. Bomen doen dat trouwens niet alleen, ze zijn sterk afhankelijk van bodemschimmels en micro-organismen. 

Omdat het ondergrondse leven voor bomen  belangrijk is, zullen we ook de plek waar bomen staan verstandig moeten beheren. Belangrijkste aandachtspunten: voorkomen van bodemverdichting en stikstof concentraties verminderen. Zowel de boomwortels als de ondergrondse organismen hebben niet alleen vocht nodig, maar ook zuurstof. Dat lukt alleen als de grond luchtig is. In een sterk verdichte bodem kunnen bijvoorbeeld wormen geen gangen graven, die voor de doorluchting en waterhuishouding zorgen. Het gevolg is dan ook dat neerslag in in de bodem zakt, maar wegstroomt en zo voor wateroverlast kan zorgen. Dit kan in steden en dorpen nare gevolgen hebben. Ook stikstof is nodig, maar overdaad schaadt met name de bodemschimmels waardoor bomen minder vitaal worden.

Bossen

Door ontbossing komen de ecosysteemdiensten van bomen steeds meer onder druk te staan. Ook kunnen bepaalde boomsoorten onder slechte bodemomstandigheden moeilijk overleven. Hun vitaliteit neemt af en schadelijke organismen, zoals insecten geven de boom de laatste stoot. Als hierdoor in een groot gebied bomen massaal omkomen heeft dat voor het milieu en het klimaat grote gevolgen.

Meer bomen planten is natuurlijk een goed initiatief. Maar beter is het om de oude bomen ook echt oud te laten worden. Hun ecosysteemdiensten nemen met de groei exponentieel toe, totdat de bomen op een leeftijd komen dat ze aftakelen. Maar tot vlak voor hun dood blijven ze effectief met fotosynthese, en dus ook met het vastleggen van CO2, lucht filteren, neerslag bufferen en temperatuur regelen. Laat de bomen dus oud worden!
Natuurlijk doen de bomen in steden en dorpen en langs wegen ook een duit in het zakje. Maar door hun aantal en spreiding zijn ze niet zo effectief als bossen. Ze hebben vooral een weldadig effect voor hun directe omgeving en dus voor de mensen die in steden en dorpen leven.

Onbekende bomen

De nog niet ontdekte bomen zullen waarschijnlijk ook heel zeldzaam zijn, anders waren ze allang ontdekt en beschreven. Dat maakt ze erg kwetsbaar. Ze kunnen ongezien van het toneel verdwijnen door met name ontbossing in de warmere streken. Door hun geringe aantallen zullen ze dan ook minder in staat zijn zich te vermeerderen en sneller uitsterven. Bomen die in grotere getalen voorkomen, ook al is het regionaal, zullen zich gemakkelijker herstellen zodra de omstandigheden weer gunstig zijn.

De meeste van deze onbekende boomsoorten staan waarschijnlijk in de bossen van Zuid-Amerika. De onderzoekers schatten dat dit zo'n 40% zal zijn. Bedreiging bestaat niet alleen in de vorm van ontbossing voor men name de agrarische sector, maar ook door natuurbranden. Wetenschappers hebben daarom haast met het in kaart brengen van deze boomsoorten. Bomen en planten bevatten vaak stoffen die voor mensen en dieren 'n belangrijke werking kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke nieuwe medicijnen. Als we die onbekende boomsoorten niet traceren en in kaart brengen, zullen we nooit weten welke kansen door onze vingers zijn geglipt.
 
Ondertussen zullen lokale overheden en de internationale gemeenschap er alles aan moeten doen om de teloorgang van de bossen tegen te gaan. Er staan in de bossen momenteel zo'n 3 biljoen bomen en het worden er iedere dag miljoenen minder.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 10 november 2021

Alluviaal- en broekbos kent speciale boomsoorten

Langs de oevers van rivieren en beken ontstaan vaak alluviale bossen. Iets verder weg van de oevers en in afgesloten rivierarmen ontstaan dan weer vaak broekbossen. Dit zijn natuurgebieden met een grote waarde voor biodiversiteit, maar tegelijk bedreigd en zeldzaam. Alluviale bossen verdwijnen vaak doordat rivieren en beken rechtgetrokken worden en broekbossen werden vaak drooggelegd ten behoeve van de landbouw. Dat is erg jammer, want dit soort bossen herbergen veel bedreigde dier- en plantensoorten. Bovendien zijn het ideale waterbuffers.

Foto: Wim Vlekken

Nat

Kenmerkend voor alluviale bossen en broekbossen is de aanwezigheid van water. In alluviale bossen is het water steeds in beweging en deze dynamiek zorgt voor voortdurend veranderende grondafzetting. Dit heeft een bijzondere en grote soortenrijkdom tot gevolg.
In zulke natte biotopen moeten planten zich aanpassen, want het water zorgt voor gebrek aan zuurstof. Planten hebben namelijk ook zuurstof nodig. Via de mondjes in de bladeren ademen ze niet alleen CO2 in, maar ook alle andere gassen die in de lucht zijn opgelost, waaronder zuurstof. Bovendien ademen ook de wortels zuurstof, die via kleine poriën in de bodem dringt. Als de zaak onder water staat ontstaat er zuurstofgebrek waardoor wortels na enkele weken zullen afsterven, vervolgens legt ook de plant het loodje. Planten die in natte bodem overleven zijn hiervoor aangepast. Bomen zoals zwarte els en wilgen zijn in staat om via kanalen in de stam lucht naar de wortels te transporteren. Zo overleven zij langdurige natheid.
In gebieden die wisselend overstromen overleven weer andere boomsoorten. Denk aan (eveneens) wilgen, maar ook grauwe elzen, essen, zomereiken en iepen. In deze gebieden kunnen onder gunstige voedingscondities ook berken, sparren en dennen overleven. Deze boomsoorten zijn ook geschikt om rondom wadi's te planten.

Biodiversiteit

Natte bossen zijn erg belangrijk om hun unieke biodiversiteit. Hier komen zeldzamen en bedreigde planten- en diersoorten voor. Denk aan koningsvaren, zwaardlelie, zegge en dieren als de zwarte ooievaar, talrijke watervogels, bevers en otters. Ook voor de zeearend en visarend zijn dit ideale jachtgebieden.

Gelukkig worden deze gebieden weer in hun waarde erkend en op diverse plaatsen zelfs hersteld of teruggebracht. Ook voor de mensen zijn alluviale bossen en broekbossen belangrijk. Ze vormen onmisbare waterbuffers waar plaats is voor overtollig water waardoor ze de kans op overstromingen aanzienlijk verkleinen. In droge periodes voorzien deze gebieden hun omgeving van water. De vegetatie blijft water verdampen en wolken vormen, die elders voor neerslag kunnen zorgen. Door deze eigenschappen helpen ze de gevolgen van klimaatverandering te dempen, zodat de natuur minder last heeft van droogte en mensen redelijk beschermd zijn tegen hoogwater. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 26 september 2021

Met meer planten krijg je meer biodiversiteit in de steden

 In een vierjarig onderzoek heeft een team wetenschappers in Melbourne (Australië) vastgesteld dat meer groen de biodiversiteit in korte tijd kan verhogen. Dit onderzoek komt niet uit de lucht vallen, want wereldwijd zijn steden bezig de bebouwde kom te vergroenen. Binnen de EU wordt dit gestimuleerd door het project Green Cities Europe. Het gaat er dan vooral om, dat je binnen steden meer inheemse planten inzet, zo hebben de Australiërs geconstateerd. Daarmee haal je niet alleen meer (inheemse) dieren binnen, maar ook andere plantensoorten die samen leven met de pionier planten.


Het gevolg van deze vergroening is veelzijdig positief. Het verbetert de luchtkwaliteit binnen de steden, stimuleert de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, helpt wateroverlast en hittestress te verminderen. Waar meer groen is zijn mensen eerder genegen zich buiten op te houden en dat bevordert ook interacties, sociale cohesie. En, zoals nu aangetoond, vergroot stadsvergroening de biodiversiteit.
Dit wisten we toch allemaal al? Dat klopt en deze kennis is voor veel steden ook directe aanleiding om meer bomen te planten. Maar wat het onderzoek in Melbourne aangeeft is, dat dit doel ook bereikt wordt door de inzet van veel kleinschalige groene stukjes. Het onderzoeksproject in Melbourne besloeg slechts 200 vierkante meter, direct langs een doorgaande weg en omringd door hoge gebouwen. In dat gebied werden flink meer inheemse plantensoorten geplant, variërend van diverse grassoorten tot eucalyptusbomen. In de looptijd van 4 jaar telde men 94 nieuwe (inheemse) dieren in het gebied, voornamelijk insecten.

Het voordeel van de keuze voor inheemse plantensoorten is, dat deze zijn aangepast een het lokale klimaat en minder water en voeding nodig hebben dan cultuurgewassen. Bovendien zijn dit de planten die met name de inheemse diersoorten aantrekken. Kunstgrepen en extra verzorging zijn niet nodig. Alleen zorgen voor meer groen van diverse inheemse soorten en dan rustig afwachten. Vooral als er tussen die groene oases verbindingen zijn zoals lanen en bermen zullen de dieren deze plekken snel vinden en bevolken.

Planten vormen de basis en de ruggengraat van ieder project om de biodiversiteit te vergroten. Hoe veelsoortiger het groenaanbod, hoe meer diersoorten zullen volgen. Vooral bij insecten is de verscheidenheid aan bijvoorbeeld waardplanten erg groot. Zo zie je ook dat in het buitengebied de biodiversiteit sterk afneemt op en rond weilanden waar enkel nog (saai) raaigras groeit. Zelfs onder de grond zet de verarming door, waardoor de boerenland dood is. Het kan alleen nog door massief gebruik van mest gewassen voortbrengen, die ook nog een extra kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen. 

Het onderzoek in Melbourne heeft nu aangetoond, dat voor verbetering van de biodiversiteit en levenskwaliteit de inzet van kleinschalige, veelsoortige groene plekjes al voldoende kan zijn. Mogelijk kun je dit inzicht ook doortrekken naar het buitengebied. Dat zou een mooi compromis zijn voor boeren die nu nog weigeren natuur inclusief of circulair te boeren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 22 september 2021

Het bos als zuiveringsinstallatie

 Bossen leveren een belangrijke bijdrage aan het gezonde leefklimaat in het algemeen en voor dorpen en steden in het bijzonder. Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht en het regenwater, verminderen de kans op wateroverlast en verlagen de omgevingstemperatuur. Zelfs individuele bomen leveren merkbare prestaties.

Om daar de aandacht op te richten hebben we in samenwerking met de gemeente Weert in de zomer van 2021 bij een aantal bomen een bomenpaspoort geplaatst. Bij andere bomen hangt een kleiner formaat aan de stam. Op dit paspoort tonen we de uitkomst van berekeningen van de zogenaamde ecosysteemdiensten van de bomen. Zoals op de foto hiernaast bij een monumentale beuk in Molenakker.

Veel mensen ervaren bomen als 'halfdode' objecten die langs de weg, in het park of in het bos staan. Meer een soort speling van de natuur om het landschap een beetje op te fleuren. In werkelijkheid vervullen bomen een essentiële functie in de natuur. Het zijn sociale wezens, die op elkaar aangewezen zijn en elkaar helpen te overleven, mits ze niet eenzaam langs de weg staan. Van bomen zijn heel veel andere wezens afhankelijk, zowel boven als onder de grond. Bij eiken zijn dat meer dan 240 soorten. Bomen zorgen ook dat regen van de oceanen verder landinwaarts getransporteerd wordt door vocht uit de bodem via de bladeren weer in de lucht te brengen, die vervolgens als wolken weer een paarhonderd kilometer verder uitregenen. En daar herhaalt zich dit proces weer. Waar bomen ontbreken dreigt droogte en kunnen woestijnen ontstaan.

Ik doe belangrijke dingen voor jou

Het bomenpaspoort vermeldt een aantal feiten over de diensten die bomen leveren om jouw leefomgeving gezond te houden. Ik noem hier de belangrijkste.

Ik produceer zuurstof
Via de bladeren nemen bomen (zoals alle planten) CO2 op uit de lucht. Via een bijzonder proces, fotosynthese, wordt het CO2 molecuul gesplitst in 1 koolstofatoom en 2 zuurstofatomen. Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor de boom. Het wordt gebruikt voor de aanmaak van glucose en dat is nodig om, samen met andere elementen die de wortels aanleveren, cellen op te bouwen en het afweersysteem te onderhouden. Glucose is ook een energiebron voor dit hele proces en wordt via zogenaamde wortelknopen ook gedeeld met andere bomen die verzwakt zijn en met de schimmels die de boom helpen mineralen uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen ook om voedsel met andere bomen te delen en te communiceren over bedreigingen.
Zuurstof is een restproduct, dat via de bladeren wordt uitgescheiden. Nu is het wel zo, dat bomen zelf ook zuurstof gebruiken. Wortels nemen het uit de bodem op, om samen met glucose de stofwisseling aan de gang te houden. Wat over is staat ter beschikking aan dieren die zuurstof gebruiken. Een gemiddelde boom van meer dan 80 jaar levert zo zuurstof voor ongeveer 7-8 mensen.

Ik leg CO2 vast
Zoals hierboven al beschreven is, halen planten CO2 uit de lucht en zetten dat via de fotosynthese om in losse koolstof- en zuurstofatomen. Hoe ouder een boom wordt, hoe groter zijn kroon en hoe meer bladeren daarin aan fotosynthese doen. Dus de hoeveelheid CO2 die een boom in een groeiseizoen kan vastleggen is afhankelijk van zijn omvang, dus ook van zijn leeftijd. In de dikke stam en takken kunnen zo tientallen, tot honderden tonnen aan koolstof worden vastgelegd. 
Als een boom sterft zullen talrijke micro-organismen het hout opruimen. Daarbij komt de koolstof dus weer terug in de atmosfeer. Dat is een proces van vele tientallen jaren. Als we besluiten dat hout 'te oogsten' en na droging te gebruiken voor nuttige voorwerpen, kan die CO2 teruggave nog tientallen jaren worden uitgesteld. Hout verbranden voor bijvoorbeeld energie opwekking (biomassa) is daarom een slecht idee. De verbranding gaat veel sneller dan de natuur opnieuw kan vastleggen. Waar een boom 100 jaar over gedaan heeft, zal in een energiecentrale binnen 40 minuten verbrand zijn. 

Ik onderschep en verbruik regenwater
Eerst eens dat 'onderscheppen' uitleggen. Tijdens een regenbui zullen waterdruppels zich hechten aan de bladeren, takken  en de stam van een boom. In de scheikunde wordt dit adhesie genoemd. Zodra dat zoveel wordt dat de zwaartekracht het wint van de adhesie, zal het water verder naar de bodem zakken. Ondertussen heeft de boom in zijn structuur alle honderden liters vastgehouden. Dat gaat vertraagd naar de bodem, zodat het daar rustig kan bezinken. Ondertussen wordt een deel van het water alweer verdampt. Hieraan is natuurlijk een maximum gesteld. Als er in een seizoen minder regen valt, wordt dat maximum niet gehaald. Maar dan lijdt de boom waarschijnlijk ook aan droogtestress. Voldoende regen is belangrijk en zoals we hierboven al zagen, zorgen bomen (bossen) zelf ervoor dat er (elders) opnieuw regen valt. Dit is trouwens het principe waardoor regenwouden kunnen bestaan, ze creëren hun eigen klimaat om te groeien. Als dit proces onderbroken wordt, dreigt droogte en kunnen woestijnen in de plaats van de regenwouden ontstaan. Dit zien we momenteel op veel plaatsen in bijvoorbeeld de Amazone, Madagaskar en Centraal Afrika gebeuren.

Waar geen bomen staan heeft water vrij spel en ontstaan overstromingen.

Het verbruik van water wordt geregeld door de wortels, die het water uit de bodem halen. Voorwaarde is dat er water beschikbaar is en de wortels er bij kunnen. Bomen die op hun groeiplek gekiemd zijn, 'kennen'  de omstandigheden en ontwikkelen wortels die dat water wel weten te vinden. Bomen van de boomkweker beschikken niet over die kennis en hun wortels zijn gewoonlijk flink teruggesnoeid. Deze bomen weten het grondwater moeilijker te vinden en dreigen zonder extra zorg vaak te verdrogen. Dit is met name het lot van stadsbomen.
Een volwassen boom kan op warme zomerdagen gemakkelijk 300 tot 500 liter water verbruiken. De wortels nemen dat uit de bodem op en transporteren dit naar de bladeren. Lang werd gedacht dat dit oppompen gebeurt door het vacuüm dat door verdamping ontstaat. Maar die gedachte gaat mank als je je realiseert, dat in het voorjaar water naar de knoppen wordt gepompt, die dus nog moeten ontluiken. En zo'n vacuüm werkt ook niet tot 60 of 80 meter hoogte. Er moet dus een ander mechanisme aan het werk zijn, maar wetenschappers zijn er nog steeds niet achter wat dat dan precies is.
Doordat bomen zoveel water onderscheppen en verbruiken dragen zij bij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Waar geen bomen staan heeft water vrij spel, met vaak catastrofale gevolgen.

Ik filter luchtverontreiniging 
Bomen halen niet alleen CO2 uit de lucht. Ze halen er onder andere ook stikstofoxiden uit, maar ook zwaveloxide en ozon. De bladeren ademen dat in en deze schadelijke gassen worden in het fotosynthese proces geneutraliseerd. Ze worden via een laag onder de schors, het floëem genaamd, naar de wortels gebracht en daar opgeslagen. Bodemschimmels verwerken dat en zo worden die schadelijke gassen uiteindelijk onschadelijk gemaakt.
In de structuur van de boom wordt ook fijnstof afgevangen. We onderscheiden hierin PM10, PM2,5 en tegenwoordig ook PM1,0. PM10 zijn relatief grove deeltjes, maar omdat PM2,5 en PM1,0 heel klein zijn kunnen ze fijner longweefsel bereiken en daar schade aanrichten. Bomen kunnen deze deeltjes dus afvangen. Met de volgende regenbui spoelt het naar de bodem waar micro-organismen het verwerken. 
Niet alle boomsoorten zijn even goed in dat filteren. Hoe kleiner en fijner het blad hoe beter ze presteren. Coniferen doen het dus beter dan loofbomen. Ook presteren ze beter als ze dicht bij de bron staan, maar niet te dicht op elkaar. De wind moet er gemakkelijk doorheen kunnen waaien.

Ik koel mijn omgeving
Voor de fotosynthese heeft de boom behalve licht ook water nodig. Dat water komt via poreuze cellen aan de buitenkant van het kernhout, het xyleem, vanaf de wortels naar de bladeren. Een deel van dat water wordt gebruikt voor transport van glucose naar de wortels terug. Het grootste deel van het water verdampt en dat zorgt voor verkoeling. Koele lucht is zwaarder dan warme lucht en zakt dus omlaag en verspreidt zich in de omgeving. Tot wel 100 meter van de bomen verwijderd. Daarnaast zorgt ook de schaduw van de kroon voor enige verkoeling. Zo kan het gebeuren dat het in de directe omgeving van bomen tot wel 7 graden koeler is dan onder de directe zon. Het maakt voor je welzijn wat uit of het 36 of 29 graden is.
Een voorbeeld zagen we deze zomer in een reportage over extreme warmte in de zuidelijke staten van de VS. Wat bleek? De mensen die het meeste van de hitte te lijden hadden woonden in de stad, waar vrijwel geen bomen stonden. Alleen veel asfalt en beton. Omdat dit in de nacht onvoldoende afkoelt doet de zon er de volgende dag nog een schepje bovenop. De hitte cumuleert. In de buitenwijken waar mensen hun straten en tuinen met bomen beplant hebben werd niet over hitte geklaagd.
Ook op plaatsen waar op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden lijden mensen en hun (huis)dieren onder de extreme hitte. Er groeit niets meer en behalve de hitte krijgen ze ook nog met gebrek aan voedsel en (drink)water te maken. Hongersnood is het gevolg.

Plant meer bomen zou een goede raad zijn. Maar de bomen die we dan planten komen uit kwekerijen. Ze zijn snel opgekweekt met ontoereikende wortels, want die zijn alleen maar lastig bij het planten op de eindbestemming. Die bomen hebben moeite om water te vinden en kunnen vaak ook niet communiceren met soortgenoten. Hun wortels raken elkaar niet en vaak ontbreekt het aan de juiste bodemschimmels waarmee ze een verbond kunnen aangaan. Het beste advies is, laat de bomen staan en laat ze oud worden. En geef geschikte ruimte terug aan de natuur, zodat er via een natuurlijk proces opnieuw bossen ontstaan. Die zijn later ook onder extreme omstandigheden levensvatbaar. En plant straatbomen in wisselende groepjes van soortgenoten, zodat ze onderling een band kunnen aangaan. Maar tegelijk zulke groepjes afwisselen met andere soorten om ziekten en plagen beter tegen te gaan. Zo kunnen ook stadsbomen oud worden en dan leveren ze later hun beste prestaties. Bomen doen belangrijke dingen voor jou! Maar ze doen dat in hun eigen tempo.

Zie ook de film die de beroemde Duitse boswachter Peter Wohlleben maakte: The Hidden Life of Trees. Draait waarschijnlijk nog in een bioscoop bij jou in de buurt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 7 april 2021

Hoe de landbouw door klimaat getroffen wordt

 De landbouw is een van de sectoren die bijdraagt aan de klimaatverandering en juist deze sector heeft veel te lijden van de opwarming. Wereldwijd is de productiviteit met gemiddeld 21% afgenomen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld door de ontwikkelingen van de landbouw vanaf 1961 in een model te onderzoeken. Landbouwinnovaties hebben minder opgeleverd dan ervan verwacht werd. In sommige landen is de productiviteit liefst 34% afgeremd.

Foto: Pixabay

Als er geen klimaatverandering gaande was zouden de innovaties op landbouwgebied gemiddeld 21% hogere productiviteit hebben opgeleverd. Aangezien de wereldbevolking flink groeit is dat een slechte zaak. De boeren zouden juist méér moeten produceren. 

Het zijn voor een deel juist die innovaties die de landbouw op achterstand zetten. Het moet daarom in de landbouw helemaal anders en veel boeren weten dat zelf ook. Sommige slagen erin om, ondanks weerstand van onder andere de banken, die noodzakelijke omslag te maken. Ze gaan circulair  of natuurinclusief werken, ze zorgen dat de bodem weer tot leven komt en hogere opbrengsten mogelijk maakt.

Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de
leveranciers van die middelen.

De 'traditionele landbouwmethode' werkt dankzij de inzet van chemicaliën zoals kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de leveranciers van die middelen. De boeren blijken volgens dit onderzoek dus het nakijken te hebben. Maar dragen wel de kosten. En ook de consument moet rekening houden met tekorten door lagere productiviteit. Natuurlijk speelt voedselverspilling ook een belangrijke rol. In Westerse landen wordt liefst één derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. Nu we weten dat de productie zelf ook al op achterstand staat doet dit extra pijn.

De oplossing?

Boeren hebben het voor een belangrijk deel zelf in de hand. Rem de klimaatverandering af door op meer verantwoorde wijze voedsel te produceren. Minder chemie, meer natuur. Zorg samen met de consumenten (en de supermarkten) dat er minder verspild wordt. Dan kan de landbouwsector straks ook de grote toename van de wereldbevolking blijven voeden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

 

donderdag 3 september 2020

Meer ozon in de troposfeer is een probleem voor het klimaat

 Om te beginnen, ozon heeft zowel goede als slechte eigenschappen. Het ligt er maar aan waar dit gas zich ophoudt. En we weten al langer dat ozon niet gelijkmatig over de wereld verdeeld is. Op het zuidelijk halfrond is er een tekort, wat we kennen als het 'ozongat'.  Dit tekort zien we in de stratosfeer, waar ozon de aarde beschermt tegen schadelijke UV-straling. Op het noordelijk halfrond kennen we dit tekort niet. Dit komt door de hoge stikstofproductie door de industrie en landbouw. Het deel ozon dat opstijgt naar de stratosfeer vormt een schild tegen schadelijke UV-straling. Dat is goed nieuws.

Ozon laag. foto Pixabay
Het slechte nieuws is dat het ozongehalte in de troposfeer, tot 15 kilometer hoogte, flink is toegenomen. Op die hoogte gedraagt ozon zich als een broeikasgas, wat de opwarming van de aarde bevordert. En daar wringt het.

Luchtvervuiler
In de lagere luchtlagen is ozon ook een vervuilend gas dat we inademen en zich gedraagt als een agressieve vorm van zuurstof. In ons lichaam heeft dat een toename van oxidatieschade tot gevolg. Ozon in de lagere luchtlagen is dus een vervuiler die onze gezondheid bedreigt.

Wat kunnen we doen om dit te verminderen? Dat is niet zo eenvoudig. Ozon in de schil om de aarde houdt zich niet aan grenzen. Wel blijkt dat de concentraties op het noordelijk halfrond toenemen. Om de ozonproductie tegen te gaan zijn dus internationale afspraken nodig, maar ook internationale instellingen voor controle en handhaving. Het komt er vooral op neer dat de productie van stikstoffen verminderd moet worden. Dit is de belangrijkste bron van ozonvorming in de lagere luchtlagen. En op dat gebied bestaat nogal wat meningsverschil, niet alleen tussen landen, maar vooral ook tussen de stikstof producerende sectoren en de rest van de samenleving.

Ook het ozonprobleem onderstreept nog eens hoever de schadelijke invloed van teveel stikstof reikt. De overheden zullen op dit gebied snel met goede reglementen moeten komen. In onderling overleg met andere landen. Bovendien zal handhaving een belangrijk onderdeel moeten zijn. Aan goede afspraken waar de helft zich niet aan houdt levert geen verbetering op. En volksgezondheid en klimaatverandering zijn toch echt issues die alle aandacht verdienen. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.