Posts tonen met het label CO2. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CO2. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

Hittestress zorgt dat bomen minder zuurstof produceren

 

Met de hittegolven die we in 2026 ervaren zou je denken dat planten met hun fotosynthese extra hard werken om zuurstof te produceren. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. De ecosysteemdiensten van bomen (en andere planten) neemt door hittestress merkbaar af. Minder koolstofopname, minder glucoseproductie, minder zuurstof en minder stoffiltering. Dat kan er uiteindelijk toe leiden dat de plant afsterft.

Hittestress geldt dus ook voor planten. Zwitserse onderzoekers hebben dit als eerste in tropische bossen vastgesteld. En zulke tropische omstandigheden ervaren we in Europa ook steeds vaker.

Er is sprake van hittedrempels en die verschilen per soort. Planten kunnen wel tegen een stootje, ze zijn niet zo kwetsbaar als het lijkt. Maar de bandbreedte waarbinnen de fotosynthese optimaal werkt is vrij dun. En door extreme hitte wordt die veiligheidsmarge nog kleiner.

Als gevolg van de hitte drogen de cellen met chlorofyl uit en wordt het hele systeem (het blad) geleidelijk buiten gebruik gesteld. Als reactie daarop zal de plant het aangetaste blad afstoten. Daarmee neemt het vermogen om CO2 uit de lucht op te nemen af. De wortels ontvangen minder glucose en hebben dan ook minder 'ruilmiddel' voor de bodemschimmels die vocht en mineralen leveren. Daardoor wordt de plant/de boom kwetsbaarder. Tegelijk neemt ook de afgifte van zuurstof af.

Dit probleem tekent zich vooral af in tropische gebieden. Het oppervlak waar de hittedrempels overschreden worden was in 2020 al groter dan Frankrijk. De onderzoekers verwachten dat dit tot 2050 kan oplopen tot 83 miljoen hectare. Dat zal dan waarschijnlijk niet tot tropische bossen beperkt blijven.

Tropisch bossen... Dat is lekker ver van mijn bed.  Bedenk dan dat luchtcirculaties zich niet aan landsgrenzen houden. De zuurstof die wij in Nederland inademen komt voor een aanmerkelijk deel juist uit die tropische bossen. Het zuurstofgehalte is (momenteel) altijd ongeveer 21%. Ook als het hier donker of winter is en onze planten dus geen fotosynthese bedrijven. Door de wereldwijde circulatie blijft het zuurstofgehalte altijd hetzelfde. Maar nu hittestress ook in de tropische bossen toeslaat kan dat (stabiele) zuurstofgehalte onder druk komen staan.

Kunnen we daar iets tegen doen? Misschien is het daar wel te laat voor, maar met extra bomen (helaas duurt het lang voordat die effectief zijn) en grasland kunnen we in de gematigde gebieden helpen de zuurstofproductie iets te verhogen. Ga er vanuit dat het benauwd gaat worden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor nieuwe donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.  


WVL-BUSINESS SKILLS #ebooks
Loopbaan inspiratie op je e-reader
https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills 
Wat doet groen voor je werkomgeving? Kopen via KOBO: https://ap.lc/ugdJr 
Ook bij KOBO, Kindle en je favoriete boek shop.

woensdag 28 januari 2026

Waarom we juist de grote dikke bomen moeten koesteren

 

foto: Pixabay
Hoe groter de boomkroon, hoe meer fotosynthese. Hoe groter de boom, hoe meer koolstof hij kan opslaan, zowel bovengronds als ondergronds. En dit laatste is natuurlijk een interessant gegeven met betrekking tot klimaatbeheersing. Maar dit schuurt ook een beetje (veel). Niet iedereen is zich hiervan bewust en vooral de houthandel heeft een logische voorkeur voor grote dikke bomen met rechte stammen en weinig noesten. Hiervan kun je de mooiste planken zagen.

Wetenschappers van een universiteit in Peru trokken de Amazone in om dit verschijnsel nader te onderzoeken en de opslagcapaciteit van bomen te kwantificeren. Zij wilden weten hoe de boomsoorten onderling verschillen en vanaf welke dikte de koolstof opslag het grootst is. Waar je dus met je kettingzaag weg moet blijven.

De houthakkers hanteren als regel dat ze bij voorkeur bomen van meer dan 41 centimeter doorsnee kunnen kappen. Maar het onderzoek liet zien dat de meeste bomen pas vanaf 46 centimeter in het volwassen stadium komen en dan ook de meest koolstof  opslaan.

Een extreem voorbeeld is de Cedrelinga catenaeformis, die pas met 61 centimeter volwassen is. Onder die maat slaat deze soort 0,70 ton koolstof per hectare op. Voorbij die maat loopt het op tot 5,21 ton per hectare. De conclusie van dit onderzoek is dat, als je de dikste bomen velt er niets van klimaatambities terecht komt. Herplanten met jonge bomen kan dit verlies niet compenseren, dat gaat vele tientallen jaren duren. In veel gevallen meer dan 100 jaar. 

Biodiversiteit en  ecosysteemdiensten
Niet alleen de koolstof opslag van de oudere bomen is belangrijk. Ook de ecosysteemdiensten die zij aan hun omgeving leveren tellen mee. Hun schaduwwerking koelt de bodem zodat die niet uitdroogt en het bodemleven mogelijk maakt. Oude bomen bieden aan veel dieren voedsel en (veilig) onderdak. Daarnaast is het belangrijk om in een gebied een mix van boomsoorten van alle leeftijden moet hebben voor een gezond ecosysteem. Dit komt zwaar onder druk te staan als je de vitale oudere bomen weghaalt en die vervangt met monoculturen van jonge aanplant.  Dit geldt niet alleen voor het regenwoud van Peru, maar overal op onze planeet, in de bossen en in onze steden. Respecteer de oude bomen, want de jonge bomen hebben nog niet zoveel ervaring.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.




En bij Bol.com









e-boeken voor een glansrijke carrière: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills




zondag 9 november 2025

Hoe planten het CO2 niveau leefbaar houden?

 

Tijdens een ijstijd daalde het CO2 gehalte sterk, waardoor de aarde afkoelde, maar het bleef altijd net boven een ondergrens hangen. Het bleef net warm genoeg om de meeste planten in leven te houden. Dit was voor wetenschappers een groot raadsel. Het vermoeden bestond dat de planten zelf hiermee te maken hadden. Maar hoe dan?

Al eerder hebben we vastgesteld dat planten meer zijn dan simpele decoratie van het landschap. Ze blijken in staat te zijn om met elkaar te communiceren en hun omgeving waar te nemen. En ze blijken in staat hun omgeving zodanig te beïnvloeden dat hun overlevingskansen gewaarborgd worden. Daarin blijken ze succesvoller dan mensen.

Zo deden planten dat
In boomfossielen van 20.000 jaar oud vonden onderzoekers aanwijzingen voor het proces, waarmee bomen hun eigen overleven managede. Dat proces noemde men fotorespiratie.
De planten begonnen zuurstof op te nemen en koolstofdioxide uit te stoten. Het omgekeerde van fotosynthese, waarbij koolstof wordt vastgehouden voor de opbouw van cellen zuurstof wordt uitgestoten.  Volgens metingen van moleculen bleek dat fotosynthese wel nog plaatsvond, maar dat CO2 niet in het hout en de bodem wordt opgeslagen, Het werd direct weer aan de omringende lucht afgegeven.

Planten kunnen dus een rem zetten op ongewenste veranderingen in het milieu. In dit geval dus afkoeling.

Werkt dit ook voor ongewenste opwarming? Blijkbaar werkt die handrem bij opwarming minder goed, waarschijnlijk omdat de mens nu in dit proces de storende factor is. Maar hierover zullen ongetwijfeld vervolgonderzoeken komen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).

Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills



dinsdag 16 juli 2024

Met meer groen steden klimaatbestendiger maken

Het klimaat verandert snel. Elk jaar noteren we weer record temperaturen in de zomer. In steden is dat een probleem, mede doordat er steeds meer mensen in steden willen wonen en het bebouwde oppervlak gestaag uitbreidt. Dat bevordert het hitte-eilandeffect. Hierdoor kampen stadsbewoners steeds vaker met hittestress en voor kwetsbare personen kan dat fatale gevolgen hebben. Om de hittestress te verminderen wordt op divers fronten aan oplossingen gewerkt. Maar de beste en tevens goedkoopste oplossing biedt moeder natuur: meer groen!

Foto: Pixabay

Meer groen in de steden is het speerpunt van een onderzoeksproject van de Technische Universiteit Delft. Daarmee wil men een gezond ecosysteem creëren dat goed is voor mensen en tegelijk voor biodiversiteit.

Men experimenteert ook met plantensoorten, want als je planten inzet tegen hittestress is het handig als die planten ook zelf bestand zijn tegen de gevolgen van hitte en droogte. In dat kader kijkt men ook wat er onder deze omstandigheden spontaan wil groeien. Als planten zich onder karige omstandigheden weten te ontwikkelen, mag je aannemen dat ze daar ook bestand tegen zijn.

Daarnaast kijken de wetenschappers hoe insecten zich onder die omstandigheden ontwikkelen. Er is tenslotte een nauwe wisselwerking tussen planten en insecten. Hetzelfde geldt voor het bodemleven, waaronder bodemschimmels die samenwerken met planten.

Naast beplanting van gebouwen (zie foto) zullen ook parken en (stads)bossen een plaats krijgen in de strijd tegen hittestress. Bomen, struiken, kruidachtige planten en mossen zullen het plaatje compleet maken. Vergeet ook niet de rol van planten in woon- en werkruimte. Ook daar kunnen planten voor een aangenamer klimaat zorgen. (Meer: https://bookboon.com/nl/de-groene-motor-ebook).

Het groen in steden (en woningen en kantoren) helpt niet alleen de opwarming te beheersen, maar dempt ook geluid en filtert luchtverontreiniging.

Als je het hele verhaal wilt lezen, dan vind je dat hier: 
https://innovationorigins.com/nl/groen-baant-de-weg-voor-klimaatadaptieve-steden/ 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 28 mei 2024

Waarom de oceanen meer aandacht verdienen

 Van het totale aardoppervlak wordt zo'n 71% door de oceanen in beslag genomen. Daarin bevindt zich 97% van alle water op Aarde. Die enorme watermassa heeft dan ook grote invloed op het klimaat en het leven op de droge delen. Slechts de resterende 3% is zoet water in gletsjers, meren en rivieren. En ook dat percentage dreigt minder te worden door klimaatverandering.

Foto: Pixabay
Voor de zuurstofproductie kijken we altijd naar de planten, vooral de bomen op de droge delen. Maar we vergeten dan, dat 50% van de zuurstof (zo'n 1,2 miljoen gigaton, ongeveer 21% van de lucht) uit de oceanen komt. Daar zorgen de (onder)waterplanten, algen en sommige bacteriën voor.

Natuurlijk moeten we zuinig zijn op de bossen, vooral de tropische bossen, want hun 50% bijdrage aan het zuurstofgehalte is zeker significant. Daarnaast zijn ze belangrijk voor de biodiversiteit en vormen een belangrijke bron voor voedsel en geneesmiddelen. We mogen dus ook best zuinig zijn op onze bossen.

We mogen ook best zuinig zijn op de oceanen en deze niet vervuilen met een overmaat en CO2, tonnen plastic afval en nog onbekende hoeveelheden PFAS.

Qua biodiversiteit kunnen we de oceanen ook niet uitvlakken. Hier leeft namelijk 94% van alle dieren op aarde. Om over de hoeveelheid planten nog maar te zwijgen. Toch is tot nu nog maar 5% van de oceaanbodem onderzocht en ik kaart gebracht.

De oceanen vormen voor een groot deel van de wereldbevolking een bron van voeding, met namen van proteïnen. En daarmee voor een groot deel van de bevolking ook een bron van inkomsten.
Omdat we onzorgvuldig met die grote waterwereld omspringen staat dat allemaal onder druk.

 Langzaam maar zeker maakt de mens het leven op Aarde onmogelijk. De Aarde is zo uniek, dat er tot nu toe geen vergelijkbare planeet gevonden is. We moeten daarom verantwoord met onze leefomgeving omgaan. Als de natuur mensen als een plaag gaat ervaren, en daar zijn we al heel dichtbij, zal ons overkomen wat met alle plagen gebeurt: de natuur zal zich van plagen ontdoen door extinctie. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 2 april 2024

Waarom bossen niet altijd goed zijn tegen klimaatverandering

 Ook in deze BLOG is vaak gepleit voor meer bossen tegen klimaatverandering. Bijvoorbeeld door meer koolstof uit de atmosfeer te halen en zo het broeikaseffect te verkleinen. Nu blijkt uit recent onderzoek dat dit toch iets ingewikkelder is. In eerdere onderzoeken is namelijk geen rekening gehouden met reflectie. In sommige gebieden kunnen bossen meer zonlicht absorberen en opwarmen dan reflectie zonder die bomen kan koelen. Denk aan de noordelijke gebieden waar een groot deel van het jaar sneeuw ligt. Wit kaatst zonnestraling terug de ruimte in.

Foto: Pixabay
De klimaatwetenschappers keken eens goed naar het zogenaamde albedo-effect, het resultaat van de mate van reflectie. Veel reflectie betekent sterke afkoeling, terwijl absorberen opwarming tot gevolg heeft. Met ingewikkelde berekeningen konden zij een maatstaf (Carbon dioxide equivalents -CO2e) vaststellen, die helpt een balans te vinden tussen reflectie en absorptie.
Er is ook een verschil in absorptie tussen de verschillende boomsoorten, afhankelijk van de tint van het blad en de dichtheid van de kroon.

Zo konden zij een kaart samenstellen die aangeeft in welke gebieden de aanplant van bomen tot afkoeling leidt en waar dit juist opwarming tot gevolg heeft.

Je ziet het ook in de praktijk als je in een besneeuwd landschap kijkt naar de bomen. Zodra de zon wat sterker wordt ontdooien de bomen en worden ze weer groen. Dat is donkerder dan de sneeuw er omheen. Ook direct rondom de boom zal de sneeuw sneller smelten. Opvallend genoeg stelden de wetenschappers ook in dorre gebieden (bijvoorbeeld woestijnen) hetzelfde effect vast. Kortom, het koelend effect van bomen zie je vooral in de gematigde klimaatzones.

Toch zijn de wetenschappers ervoor om meer bossen aan te planten, wel rekening houdend met de balans tussen reflectie en absorptie (albedo). Bomen bieden namelijk veel meer dan CO2 opname, ze gaan hittestress in hun omgeving tegen, ze helpen water te zuiveren en bodem te behoeden voor landverschuivingen,  bomen produceren voedsel, vormen een leefgebied voor dieren en hebben een rustgevende uitwerking op mensen. Het is dus vooral een kwestie van prioriteiten stellen en de juiste balans vinden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



maandag 27 november 2023

Is een bio-divers bos beter in de strijd tegen klimaatverandering?

Wie door Midden-Europa reist zal de vele vierkante kilometers aan sparrenbossen niet ontgaan. Je kunt je dan meteen de vraag stellen 'wat het probleem met klimaatverandering' is bij zoveel bomen. Maar die eentonige plantages hebben wel degelijk een nadeel. Ze zijn bijvoorbeeld gevoelig voor plagen, zoals de letterzetter ons de laatste jaren heeft gedemonstreerd. Maar die monoculturen hebben nog meer nadelen. 

Eenzame vogelkers in een monotoon sparrenbos
Metingen hebben aangetoond dat deze bomen met name door het onderhoud, oogst en afvoer meer CO2 in de lucht brengen dan ze kunnen opnemen. Daarnaast zijn deze sparren optimaal aangepast aan groeien in een vochtige omgeving op grotere hoogte dan waar ze nu staan, namelijk boven de 1500 meter. Door klimaatverandering is die hoogtegrens veel lager geworden. Droge jaren zijn funest en tasten hun weerstand aan, waardoor de schorskever onverbiddelijk toeslaat. Door zulke rampen is de bosbouw niet rendabel en wordt met veel belastinggeld overeind gehouden.

Nu blijkt uit recent onderzoek dat monoculturen sowieso een groot nadeel hebben. Er staan veel bomen van dezelfde soort dicht bij elkaar. Door de onderlinge concurrentie is de verdeling van belangrijke bronnen in geding. Ook de strijd om het zonlicht in de kronen heeft nadelige gevolgen. Een door bosbouwers gewenste bijwerking is dat de stammen snel en recht omhoog groeien. Dit is niet persé goed voor de vitaliteit van de bomen en mogelijk ook nadelig voor de hout kwaliteit. De hevigste strijd wordt in de bodem geleverd, met name om de verdeling van (gebonden) stikstof.

Beter bio-divers
Bij onderhoud van bossen en (her)bebossing zouden de houtvesters beter hun kaarten moeten zetten op diversiteit. Uit onderzoek kwam naar voren dat in een divers bos minder concurrentie tussen soortgenoten is. De diverse soorten bomen en struiken hebben verschillende behoeften om optimaal te groeien en zitten elkaar minder in de weg. Dat geldt zowel in de kronen als in de bodem. Hoewel zeldzaam, zijn er ook gevallen waarbij verschillende boomsoorten groeifactoren aanmaken ten voordele van andere soorten. Een divers bos zorgt ook voor meer diversiteit aan bodemschimmels en bacteriën waardoor een bos als ecosysteem minder kwetsbaar is. Een bio-divers bos kan tot wel 70% meer CO2 vastleggen.

Na de ramp met de letterzetter komt er nu langzaam een trend op gang om bossen meer divers in te richten. Er is nog weinig aandacht voor de rol van een diverse ondergroei, omdat bosbouwers daarin geen direct voordeel (lees opbrengst) in zien. Toch verdient de ondergroei aandacht wegens zijn rol in de biodiversiteit van het bos-ecosysteem. Het geheel zorgt ook voor een diversiteit aan dieren in het bos wat een bos robuster maakt, met name door een stabiele stikstofkringloop.

Luchtvervuiling
Uit data van TROPOMI (Nederlands instrument aan boord van de Copernicus satelliet) blijkt dat bomen ook minder presteren als wij allen aan het werk en onderweg zijn. De luchtvervuiling die dit met zich brengt hindert de fotosynthese waardoor bomen minder CO2 kunnen opnemen. Maar ze gaan weer helemaal los zodra het weekend aanbreekt, want dan neemt de vervuiling door aerosolen af en krijgen de groene chlorofyl cellen meer zonlicht.

Ook in de bossen passen alle blokjes in elkaar. Als mens moeten we bossen redden door optimale omstandigheden te creëren en er vervolgens van af te blijven. Een robuust bos kan zich prima zelf redden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 11 september 2023

Koolstofvrij in 2030 dankzij NBS

 In juli 2023 verscheen in Nature een onderzoeksverslag over de toepassing van Nature Based Solutions (NBS) in steden om effectief en op korte termijn koolstof- neutraal te worden. Door het toepassen van groen in steden kan de koolstofuitstoot gemiddeld met 17,4% worden verminderd. In sommige steden kan dat zelfs voor 2030 leiden tot koolstofneutraliteit. NBS heeft veel potentie om het leefklimaat in steden sterk te verbeteren en een substantiële bijdragen te leveren aan het beheersen van de klimaatverandering. Het onderzoek werd gedaan in 54 steden, wereldwijd.

China
Foto: Pixabay. 

Dat betekent niet dat we NBS invoeren en dan achterover kunnen leunen. De koolstofemissies door gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Door NBS toe te passen in steden maak je daar het leven aangenamer en kan de impact op klimaatverandering wereldwijd tot 17,4% verlagen.

Nature Based Solutions is geen "one size fits all" verhaal. Het gaat om maatwerk door een mix van 5 categorieën toe te passen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met stedenbouwkundige, ecologische en sociaaleconomische factoren.

Vier toepassingsgebieden vormen de speerpunten van NBS: Laanbeplanting, groen op of aan gebouwen, stadsparken en stadslandbouw. 

Het gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Stadparken hebben een verkoelend effect dat vaak tot 200 meter in de omtrek reikt. Tijdens warme zomerdagen kan de temperatuur rondom bomen wel 4-7 oC lager zijn. Daarnaast zorgen stadsparken ervoor dat meer mensen recreëren zonder gebruik van extra energie.
Groen op of aan gebouwen zorgt voor afvang van koolstof en fijnstof direct bij de bron (woningen en bedrijven). Het zorgt verder voor energiebesparing, het beheersen van het binnenklimaat en beschermt de gebouwen waardoor deze langer meegaan.
Laanbeplanting zorgt voor meer veiligheid op de wegen, koeler wegdek en afvang van koolstof, stikstof en fijnstof bij de bron. Deze factoren verminderen tevens het hitte-eilandeffect. 
Ook stadslandbouw zorgt voor vastleggen van koolstof en stikstof bij de bron. Het levert bovendien verse voedingsmiddelen op, die niet van elders aangevoerd moeten worden. In veel steden is stadslandbouw al economisch levensvatbaar gebleken.

NBS zorgt daarnaast voor andere positieve effecten in de steden: Het stimuleert de gemeenschapszin. Zorgt voor meer welzijn en sociale veiligheid. Ook de biodiversiteit profiteert van NBS. Kortom, een gezonder leefklimaat, meer welvaart en meer welzijn.

Plant meer (vooral inheemse) bomen in en rondom steden!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 3 juli 2023

Klimaatwetenschappers vergeten de CO2 opslag door bodemschimmels

 Vrijwel alle planten (en bomen) leven in symbiose met mycorrhiza, bodemschimmels die de planten helpen voedingsstoffen als stikstof en fosfor uit de bodem te halen. In ruil daarvoor voorzien de planten hun partners van suikers, feitelijk koolstof die ze uit de lucht halen. Daarom besloot men op de Universiteit van Kaapstad om dat ruilproces eens nader te bestuderen de omvang van overdracht uit te rekenen. De uitkomst is dat wereldwijd meer van 13 gigaton aan CO2 aan de mycorrhiza wordt overgedragen.

Foto: Pixabay

Planten (en bomen) gedijen optimaal door samenwerking met bodemschimmels. Voor sommige soorten is die symbiose zelfs voorwaarde om te kunnen groeien. Dat kost de planten wel wat, in ruil voor o.a. stikstof en fosfor krijgen de mycorrhiza een deel van de in bladeren geoogste koolstof. Gemiddeld liefst 36% van die oogst gaat naar de schimmels, die de koolstof in hun eigen structuur en de bodem vasthouden.

Nu is het zo, dat afstervende planten geleidelijk de opgeslagen koolstof teruggeven aan de atmosfeer. Maar door de deal met de bodemschimmels is dat maar twee-derde van de oorspronkelijke opname. De resterende een-derde aan koolstof blijft in de bodem, in elk geval zolang de mycorrhiza in leven blijven. Een goede reden om deze essentiële bodemschimmels te koesteren en te zorgen dat ze zich substantieel vermeerderen. Alleen, die bodemschimmels kunnen niet overleven zonder de innige samenwerking met planten. En bomen zijn nu eenmaal planten die op dit proces de grootste impact hebben.

Plant meer bomen!

Die 13 gigaton CO2 is ongeveer 36% van de mondiale jaarlijkse uitstoot door gebruik van fossiele brandstoffen. Dat scheelt nogal wat. Daarom is een pleidooi voor de aanplant van meer bomen nog urgenter geworden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 19 december 2022

Kunnen bos en bodem CO2 terugdringen?

Europa en de Verenigde Naties doen er alles aan om ons leefklimaat te behoeden voor verdere verslechtering. Zo wil de EU tegen 2030 50% minder uitstoot van CO2. En moet tegen 2030 ook minstens 30% van het EU grondgebied beschermde natuur zijn om de biodiversiteit te beschermen. Tegen 2050 moet dan de uitstoot door menselijke activiteit tot 0 gereduceerd zijn. Om dat laatste een steuntje in de rug te geven heeft de EU nu besloten om CO2 uitstoot te belasten, zodat de burger ervoor betaalt via de gasrekening en de benzinepomp.

Om koolstof rond 2050 uit atmosfeer te verwijderen gokken de VN op de bijdrage, die de bossen en de bodem (van bossen, moerassen en grasland) aan de koolstofreductie kunnen leveren.

De gedachten achter het inzetten op bos en bodem wordt ingegeven door het besef dat er één sector is, die niet aan de verwachtingen kan voldoen: de landbouw. Bos en bodem kunnen (op papier) tot 10 ton CO2 per hectare opslaan. Jawel, in theorie zou dat kunnen. Maar er wordt dan geen rekening gehouden met zaken als:
  • Stormschade
  • Ziekten
  • Ontbossing voor houtproducten of landbouwarealen
  • Droogte
Die capaciteit van 10 ton is dan ook veel te optimistisch. Bovendien hebben de bij de VN aangesloten landen plannen ingediend die de koolstofvermindering niet kwantificeren. Lekker makkelijk! En daar komt nog eens bij dat de gebruikte rekenmodellen onnauwkeurig zijn. Wetenschappers pleiten dan ook voor strengere maatregelen, dwang en betere rekenmodellen.

Moeder Aarde bestrijdt de meest dominante soorten als een plaag.

Het  verlagen van de CO2 uitstoot is voor alle landen op Aarde van levensbelang. Volgens veel wetenschappers zouden we nu al midden in een grote golf van uitsterven (massa extinctie) zitten. Om de menselijke samenleving in stand te houden is het essentieel om ook de biodiversiteit te beschermen. Maar de mens lijkt er vooralsnog alles aan te doen om de biodiversiteit verder onder druk te zetten. Door te weinig te doen tegen klimaatverandering en door teveel beslag te leggen op de natuur. Het besluit om 30% van ons grondgebied (op land en op zee) tot beschermde natuur  te maken is dan ook hard nodig.

In de geschiedenis van de Aarde hebben natuurrampen herhaaldelijk tot verhoogde CO2 in de atmosfeer geleid, waarna er massaal soorten zijn uitgestorven. De dominante soorten waren toen het meest kwetsbaar. Zo ontdoet moeder natuur zich nu eenmaal van plagen. En op dit moment is de mens op Aarde de meest dominante soort.  En veroorzaken zelf een te hoog koolstofgehalte in de atmosfeer. Wij staan nu dus bovenaan de extinctie lijst.
Het lijkt erop dat we al midden in een (de zesde) extinctiegolf zitten. Onderzoekers laten zien dat de ene soort de andere meeneemt in zijn ondergang. 

Links om of rechts om zullen we moeten zorgen voor een vermindering van de koolstofuitstoot door menselijke activiteit. 0% zullen we nooit halen, maar we moeten ernaar streven daar dicht bij in de buurt te komen. Door de natuur de ruimte te geven, door emissies bij de bron aan te pakken en door technologische oplossingen moet dat lukken. Liefst nog ruim voor 2050, zodat ik het nog kan meemaken. Lukt dat niet, dan is de kans groot dat moeder Aarde zelf begint met een opruimactie tegen homo sapiens. En dat wil ik dan liever niet meemaken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 15 februari 2022

Natuurschade door verkeerde boomsoorten te planten

 In de Nederlandse bossen, maar ook langs straten en in parken worden vaak verkeerde boomsoorten geplant. Daardoor verliezen we biodiversiteit en gaat de vitaliteit van de bomen achteruit. Nederlandse ecologen Bert Maes en Joop Schaminée pleiten in Nu.nl voor de inzet van meer 'autochtone' boomsoorten. Zij constateren dat momenteel nog amper 2-3% van de Nederlandse bossen uit inheemse wilde bomen en struiken bestaan.

Graphic: Pixabay
De regering wil tot 2030 10% extra bos aanplanten om de CO2 uitstoot te compenseren. Die bomen worden dus massaal aangekocht bij boomkwekers in binnen- en buitenland. En veel van dat plantgoed is gekloond van moederbomen van soorten die niet van nature in de Nederlandse regio thuishoren. 

Schaminée noemt als voorbeeld de sleedoorn, die massaal langs wegen is aangeplant. Die bloeit al in februari/maart, want dat is een Zuid-Europese soort. De bij ons inheemse sleedoorn bloeit in april. Dat heeft grote gevolgen voor de dieren (insecten) die van die sleedoorn afhankelijk zijn. Zij verschijnen pas als hun voedselplant al is uitgebloeid.

De negatieve gevolgen van niet-autochtone bomen en struiken gelden ook als deze enkel in bestaande oude bossen worden bijgeplant. Hun zaden nemen op termijn het areaal over.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen.

Een ander gevaar van deze werkwijze is de geringe genen variatie. Binnen een gebied zijn dan de meeste bomen klonen van dezelfde moederboom. Als daar een ziekte in komt, gaan ze er allemaal aan. Dat hebben we recent bijvoorbeeld zien gebeuren met de essentaksterfte, en steeds meer ook bij de witte paardenkastanje (kastanjebloedingsziekte).

Verbetering

De wetenschappers zien echter ook een lichtpuntje. Bij terreinbeheerders groeit de interesse in wilde bomen en struiken. En op het Ministerie van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat er sinds kort een Commissie voor inheemse bomen en struiken.

Ook hoogleraar Bas Arts (WUR) vertelt in het NRC dat er op wereldschaal langzaam een kentering te zien is. Volgens Global Forest Watch verloren we wereldwijd in 2019 25 miljoen hectaren aan bos, gerekend naar kroonoppervlak. Het grootste deel gaat verloren aan de expansie van de landbouw.
De Food & Agriculture Organization van de VN komt op een lager getal, maar dat ligt aan de gehanteerde meetmethode. Ook bij de methode die de FAO hanteert omvat de ontbossing een gebied ter grootte van Costa Rica.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer duurzame, kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen. Het zijn niet de politiek-economische beschermingsmaatregelen die succesvol zijn, maar juist de kleine projecten die laten zien dat gezonde bossen welvaart, welzijn en biodiversiteit ten goede komen.
En dan gaat het al snel om zo'n 1 miljard hectaren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 7 februari 2022

Verrassing! Er zijn nog ruim 9000 onbekende boomsoorten

 Op dit moment zijn er op Aarde zo'n 60.000 boomsoorten bekend en beschreven. Helaas zijn daarvan zeker 17.500 soorten met uitsterven bedreigd. Dat zijn sprekende aantallen en je zou denken dat er ondertussen weinig te ontdekken valt. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Onderzoekers hebben vastgesteld dat er naar schatting 9.200 boomsoorten nog niet ontdekt zijn. Dat is een groot aantal en er is haast bij, want net als bij de bekende soorten, zullen er bij deze groep ook veel met uitsterven bedreigd zijn.

9000 nieuwe boomsoorten
Graphic uit onderzoek rapport www.pnas.org/
Bomen zijn voor de aarde heel belangrijk. Niet alleen voor de biodiversiteit, bomen zorgen ook voor een rem op ongewenste veranderingen van het klimaat en extreem weer. Bomen zijn namelijk in staat hun eigen weer te maken (denk aan de regenwouden), maar ook het klimaat te beïnvloeden. Daarvoor moeten ze wel met heel veel zijn.

Zo slaan de bomen ongeveer 50% van de in de lucht aanwezige CO2 op. Ze remmen luchtstromen en voorzien die van vocht (brengen zo wolken verder het binnenland in). Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht, bufferen water en reguleren de omgevingstemperatuur. Bomen doen dat trouwens niet alleen, ze zijn sterk afhankelijk van bodemschimmels en micro-organismen. 

Omdat het ondergrondse leven voor bomen  belangrijk is, zullen we ook de plek waar bomen staan verstandig moeten beheren. Belangrijkste aandachtspunten: voorkomen van bodemverdichting en stikstof concentraties verminderen. Zowel de boomwortels als de ondergrondse organismen hebben niet alleen vocht nodig, maar ook zuurstof. Dat lukt alleen als de grond luchtig is. In een sterk verdichte bodem kunnen bijvoorbeeld wormen geen gangen graven, die voor de doorluchting en waterhuishouding zorgen. Het gevolg is dan ook dat neerslag in in de bodem zakt, maar wegstroomt en zo voor wateroverlast kan zorgen. Dit kan in steden en dorpen nare gevolgen hebben. Ook stikstof is nodig, maar overdaad schaadt met name de bodemschimmels waardoor bomen minder vitaal worden.

Bossen

Door ontbossing komen de ecosysteemdiensten van bomen steeds meer onder druk te staan. Ook kunnen bepaalde boomsoorten onder slechte bodemomstandigheden moeilijk overleven. Hun vitaliteit neemt af en schadelijke organismen, zoals insecten geven de boom de laatste stoot. Als hierdoor in een groot gebied bomen massaal omkomen heeft dat voor het milieu en het klimaat grote gevolgen.

Meer bomen planten is natuurlijk een goed initiatief. Maar beter is het om de oude bomen ook echt oud te laten worden. Hun ecosysteemdiensten nemen met de groei exponentieel toe, totdat de bomen op een leeftijd komen dat ze aftakelen. Maar tot vlak voor hun dood blijven ze effectief met fotosynthese, en dus ook met het vastleggen van CO2, lucht filteren, neerslag bufferen en temperatuur regelen. Laat de bomen dus oud worden!
Natuurlijk doen de bomen in steden en dorpen en langs wegen ook een duit in het zakje. Maar door hun aantal en spreiding zijn ze niet zo effectief als bossen. Ze hebben vooral een weldadig effect voor hun directe omgeving en dus voor de mensen die in steden en dorpen leven.

Onbekende bomen

De nog niet ontdekte bomen zullen waarschijnlijk ook heel zeldzaam zijn, anders waren ze allang ontdekt en beschreven. Dat maakt ze erg kwetsbaar. Ze kunnen ongezien van het toneel verdwijnen door met name ontbossing in de warmere streken. Door hun geringe aantallen zullen ze dan ook minder in staat zijn zich te vermeerderen en sneller uitsterven. Bomen die in grotere getalen voorkomen, ook al is het regionaal, zullen zich gemakkelijker herstellen zodra de omstandigheden weer gunstig zijn.

De meeste van deze onbekende boomsoorten staan waarschijnlijk in de bossen van Zuid-Amerika. De onderzoekers schatten dat dit zo'n 40% zal zijn. Bedreiging bestaat niet alleen in de vorm van ontbossing voor men name de agrarische sector, maar ook door natuurbranden. Wetenschappers hebben daarom haast met het in kaart brengen van deze boomsoorten. Bomen en planten bevatten vaak stoffen die voor mensen en dieren 'n belangrijke werking kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke nieuwe medicijnen. Als we die onbekende boomsoorten niet traceren en in kaart brengen, zullen we nooit weten welke kansen door onze vingers zijn geglipt.
 
Ondertussen zullen lokale overheden en de internationale gemeenschap er alles aan moeten doen om de teloorgang van de bossen tegen te gaan. Er staan in de bossen momenteel zo'n 3 biljoen bomen en het worden er iedere dag miljoenen minder.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 15 november 2021

De eik maakt indruk

 Al sinds de vroegste geschiedenis van Europese volkeren is de eik een boom die indruk maakt. Niet alleen de oude Germanen zagen in machtige eiken de verpersoonlijking van een opperwezen. Ook bij andere volkeren speelde de eik een belangrijke rol in de lokale gewoonten en rituelen. Eiken stralen kracht en duurzaamheid uit. Dat is mede te danken aan het feit dat eiken heel oud kunnen worden. Vierhonderd jaar is een normale leeftijd voor eiken, sommige worden zelfs ouder dan duizend jaar. Voor mensen, zeker voor de onze voorvaderen lijkt het dan alsof eiken het eeuwige leven hebben. Dat moet iets mystieks, iets goddelijks zijn!

Zomereik. Foto Pixabay

In Europa komen liefst vierentwintig eikensoorten voor en daarbij domineren in midden- en noordwest Europa de zomereiken en wintereiken. Naast beuken en esdoorns zijn eiken de belangrijkste soorten voor loofbossen. Ook als stads- en laanboom is met name de zomereik een populaire soort. Bij ons in Nederland, België en Duitsland domineert vooral de zomereik, herkenbaar aan het blad zonder (of korte) steel en de eikels aan steeltjes. De wintereik (blad heeft een duidelijke steel) groeit bij voorkeur in de koudere streken. De zomereik kan ook beter tegen arme grond en verdraagt perioden van nattigheid en droogte. Over het algemeen groeien eiken het liefst op plekken waar andere soorten moeilijk overleven. Ze ondervinden daar weinig concurrentie. Dat vinden eiken wel fijn, want zij hebben, zeker in hun jeugd veel licht nodig om zich te kunnen ontwikkelen. 

Afhankelijk van de bodemsoort groeien eiken vaak samen met andere soorten. Op zandbodem is de combinatie met beuken favoriet. Op vochtige, voedingsarme grond groeien eiken vaak samen met berken. Op kalkrijke bodem verkiest de eik esdoorns, wilgen en elzen als gezelschap.

Biodiversiteit

De eik is, na de wilg de boomsoort die de meeste andere organismen woonruimte en voedsel verschaft. Meer dan 400 vlindersoorten en ruim 100 andere insecten en spinnen leven speciaal van en op de eik. Maar bomen, dus ook eiken, zijn niet alleen belangrijk voor insecten. Ook vogels, zoogdieren, mossen, schimmels en andere planten vinden bij bomen woonruimte, voedsel en een veilige plek.

Eikels zijn bijzonder voedzame vruchten waar meerdere diersoorten van profiteren. Denk aan eekhoorntjes, gaaien, reeën en herten. Maar vooral ook everzwijnen. Als er een tijdje weinig eikels zijn (een slecht mastjaar) heeft dat vooral voor de deze dieren nare gevolgen. Ze lijden honger. Daarom is het belangrijk om in de bossen geen eikels te rapen om thuis leuke speeltjes in elkaar te fröbelen. Ook andere vruchten zoals kastanjes laten we liever liggen als voedselrijke winterkost voor de dieren in het bos.
Lang geleden lieten de boeren hun varkens eikels eten in het bos. Zo konden ze extra spek aankweken voor de barre winters. De waarde van het bos werd afgemeten aan het aantal varkens dat men er kon houden.

Dat de eik zo goed in ons klimaat en op de Europese bodemsoorten past komt doordat deze soort na de laatste ijstijd relatief snel onze gebieden heroverde. Sneller dan bijvoorbeeld beuken en sparren. Eiken hebben als soort daarom langer de tijd gehad om zich aan ons leefgebied aan te passen.

Eikenbossen leveren ook duurzaam hout voor talrijke toepassingen. Eikenhout is dan ook zeer geliefd bij meubelmakers en timmerlieden. Het hout is decoratief, is hard maar laat zich goed bewerken en kan ook voor buiten worden toegepast. Voor houtproductie is het belangrijk dat we over veel loofbossen met eiken beschikken, want eiken groeien relatief langzaam en worden pas laat volwassen: rond 200 jaar. 

Het oogsten van bomen, zeker van eiken moet met beleid gebeuren. Kaalslag is funest voor de dynamiek in het bos. De bomen worden minder vitaal en zijn gevoeliger voor ziekten en plagen. Ook eiken hebben hun familie en een bijzondere band met bodemschimmels, de mycorrhiza nodig om gezond te groeien. Een vitaal bos is goed voor de bomen zelf, voor de biodiversiteit en voor de kwaliteit van het hout. Een vitaal bos legt ook méér CO2 vast dan wanneer de bomen het moeilijk hebben om te overleven.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


woensdag 22 september 2021

Het bos als zuiveringsinstallatie

 Bossen leveren een belangrijke bijdrage aan het gezonde leefklimaat in het algemeen en voor dorpen en steden in het bijzonder. Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht en het regenwater, verminderen de kans op wateroverlast en verlagen de omgevingstemperatuur. Zelfs individuele bomen leveren merkbare prestaties.

Om daar de aandacht op te richten hebben we in samenwerking met de gemeente Weert in de zomer van 2021 bij een aantal bomen een bomenpaspoort geplaatst. Bij andere bomen hangt een kleiner formaat aan de stam. Op dit paspoort tonen we de uitkomst van berekeningen van de zogenaamde ecosysteemdiensten van de bomen. Zoals op de foto hiernaast bij een monumentale beuk in Molenakker.

Veel mensen ervaren bomen als 'halfdode' objecten die langs de weg, in het park of in het bos staan. Meer een soort speling van de natuur om het landschap een beetje op te fleuren. In werkelijkheid vervullen bomen een essentiële functie in de natuur. Het zijn sociale wezens, die op elkaar aangewezen zijn en elkaar helpen te overleven, mits ze niet eenzaam langs de weg staan. Van bomen zijn heel veel andere wezens afhankelijk, zowel boven als onder de grond. Bij eiken zijn dat meer dan 240 soorten. Bomen zorgen ook dat regen van de oceanen verder landinwaarts getransporteerd wordt door vocht uit de bodem via de bladeren weer in de lucht te brengen, die vervolgens als wolken weer een paarhonderd kilometer verder uitregenen. En daar herhaalt zich dit proces weer. Waar bomen ontbreken dreigt droogte en kunnen woestijnen ontstaan.

Ik doe belangrijke dingen voor jou

Het bomenpaspoort vermeldt een aantal feiten over de diensten die bomen leveren om jouw leefomgeving gezond te houden. Ik noem hier de belangrijkste.

Ik produceer zuurstof
Via de bladeren nemen bomen (zoals alle planten) CO2 op uit de lucht. Via een bijzonder proces, fotosynthese, wordt het CO2 molecuul gesplitst in 1 koolstofatoom en 2 zuurstofatomen. Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor de boom. Het wordt gebruikt voor de aanmaak van glucose en dat is nodig om, samen met andere elementen die de wortels aanleveren, cellen op te bouwen en het afweersysteem te onderhouden. Glucose is ook een energiebron voor dit hele proces en wordt via zogenaamde wortelknopen ook gedeeld met andere bomen die verzwakt zijn en met de schimmels die de boom helpen mineralen uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen ook om voedsel met andere bomen te delen en te communiceren over bedreigingen.
Zuurstof is een restproduct, dat via de bladeren wordt uitgescheiden. Nu is het wel zo, dat bomen zelf ook zuurstof gebruiken. Wortels nemen het uit de bodem op, om samen met glucose de stofwisseling aan de gang te houden. Wat over is staat ter beschikking aan dieren die zuurstof gebruiken. Een gemiddelde boom van meer dan 80 jaar levert zo zuurstof voor ongeveer 7-8 mensen.

Ik leg CO2 vast
Zoals hierboven al beschreven is, halen planten CO2 uit de lucht en zetten dat via de fotosynthese om in losse koolstof- en zuurstofatomen. Hoe ouder een boom wordt, hoe groter zijn kroon en hoe meer bladeren daarin aan fotosynthese doen. Dus de hoeveelheid CO2 die een boom in een groeiseizoen kan vastleggen is afhankelijk van zijn omvang, dus ook van zijn leeftijd. In de dikke stam en takken kunnen zo tientallen, tot honderden tonnen aan koolstof worden vastgelegd. 
Als een boom sterft zullen talrijke micro-organismen het hout opruimen. Daarbij komt de koolstof dus weer terug in de atmosfeer. Dat is een proces van vele tientallen jaren. Als we besluiten dat hout 'te oogsten' en na droging te gebruiken voor nuttige voorwerpen, kan die CO2 teruggave nog tientallen jaren worden uitgesteld. Hout verbranden voor bijvoorbeeld energie opwekking (biomassa) is daarom een slecht idee. De verbranding gaat veel sneller dan de natuur opnieuw kan vastleggen. Waar een boom 100 jaar over gedaan heeft, zal in een energiecentrale binnen 40 minuten verbrand zijn. 

Ik onderschep en verbruik regenwater
Eerst eens dat 'onderscheppen' uitleggen. Tijdens een regenbui zullen waterdruppels zich hechten aan de bladeren, takken  en de stam van een boom. In de scheikunde wordt dit adhesie genoemd. Zodra dat zoveel wordt dat de zwaartekracht het wint van de adhesie, zal het water verder naar de bodem zakken. Ondertussen heeft de boom in zijn structuur alle honderden liters vastgehouden. Dat gaat vertraagd naar de bodem, zodat het daar rustig kan bezinken. Ondertussen wordt een deel van het water alweer verdampt. Hieraan is natuurlijk een maximum gesteld. Als er in een seizoen minder regen valt, wordt dat maximum niet gehaald. Maar dan lijdt de boom waarschijnlijk ook aan droogtestress. Voldoende regen is belangrijk en zoals we hierboven al zagen, zorgen bomen (bossen) zelf ervoor dat er (elders) opnieuw regen valt. Dit is trouwens het principe waardoor regenwouden kunnen bestaan, ze creëren hun eigen klimaat om te groeien. Als dit proces onderbroken wordt, dreigt droogte en kunnen woestijnen in de plaats van de regenwouden ontstaan. Dit zien we momenteel op veel plaatsen in bijvoorbeeld de Amazone, Madagaskar en Centraal Afrika gebeuren.

Waar geen bomen staan heeft water vrij spel en ontstaan overstromingen.

Het verbruik van water wordt geregeld door de wortels, die het water uit de bodem halen. Voorwaarde is dat er water beschikbaar is en de wortels er bij kunnen. Bomen die op hun groeiplek gekiemd zijn, 'kennen'  de omstandigheden en ontwikkelen wortels die dat water wel weten te vinden. Bomen van de boomkweker beschikken niet over die kennis en hun wortels zijn gewoonlijk flink teruggesnoeid. Deze bomen weten het grondwater moeilijker te vinden en dreigen zonder extra zorg vaak te verdrogen. Dit is met name het lot van stadsbomen.
Een volwassen boom kan op warme zomerdagen gemakkelijk 300 tot 500 liter water verbruiken. De wortels nemen dat uit de bodem op en transporteren dit naar de bladeren. Lang werd gedacht dat dit oppompen gebeurt door het vacuüm dat door verdamping ontstaat. Maar die gedachte gaat mank als je je realiseert, dat in het voorjaar water naar de knoppen wordt gepompt, die dus nog moeten ontluiken. En zo'n vacuüm werkt ook niet tot 60 of 80 meter hoogte. Er moet dus een ander mechanisme aan het werk zijn, maar wetenschappers zijn er nog steeds niet achter wat dat dan precies is.
Doordat bomen zoveel water onderscheppen en verbruiken dragen zij bij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Waar geen bomen staan heeft water vrij spel, met vaak catastrofale gevolgen.

Ik filter luchtverontreiniging 
Bomen halen niet alleen CO2 uit de lucht. Ze halen er onder andere ook stikstofoxiden uit, maar ook zwaveloxide en ozon. De bladeren ademen dat in en deze schadelijke gassen worden in het fotosynthese proces geneutraliseerd. Ze worden via een laag onder de schors, het floëem genaamd, naar de wortels gebracht en daar opgeslagen. Bodemschimmels verwerken dat en zo worden die schadelijke gassen uiteindelijk onschadelijk gemaakt.
In de structuur van de boom wordt ook fijnstof afgevangen. We onderscheiden hierin PM10, PM2,5 en tegenwoordig ook PM1,0. PM10 zijn relatief grove deeltjes, maar omdat PM2,5 en PM1,0 heel klein zijn kunnen ze fijner longweefsel bereiken en daar schade aanrichten. Bomen kunnen deze deeltjes dus afvangen. Met de volgende regenbui spoelt het naar de bodem waar micro-organismen het verwerken. 
Niet alle boomsoorten zijn even goed in dat filteren. Hoe kleiner en fijner het blad hoe beter ze presteren. Coniferen doen het dus beter dan loofbomen. Ook presteren ze beter als ze dicht bij de bron staan, maar niet te dicht op elkaar. De wind moet er gemakkelijk doorheen kunnen waaien.

Ik koel mijn omgeving
Voor de fotosynthese heeft de boom behalve licht ook water nodig. Dat water komt via poreuze cellen aan de buitenkant van het kernhout, het xyleem, vanaf de wortels naar de bladeren. Een deel van dat water wordt gebruikt voor transport van glucose naar de wortels terug. Het grootste deel van het water verdampt en dat zorgt voor verkoeling. Koele lucht is zwaarder dan warme lucht en zakt dus omlaag en verspreidt zich in de omgeving. Tot wel 100 meter van de bomen verwijderd. Daarnaast zorgt ook de schaduw van de kroon voor enige verkoeling. Zo kan het gebeuren dat het in de directe omgeving van bomen tot wel 7 graden koeler is dan onder de directe zon. Het maakt voor je welzijn wat uit of het 36 of 29 graden is.
Een voorbeeld zagen we deze zomer in een reportage over extreme warmte in de zuidelijke staten van de VS. Wat bleek? De mensen die het meeste van de hitte te lijden hadden woonden in de stad, waar vrijwel geen bomen stonden. Alleen veel asfalt en beton. Omdat dit in de nacht onvoldoende afkoelt doet de zon er de volgende dag nog een schepje bovenop. De hitte cumuleert. In de buitenwijken waar mensen hun straten en tuinen met bomen beplant hebben werd niet over hitte geklaagd.
Ook op plaatsen waar op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden lijden mensen en hun (huis)dieren onder de extreme hitte. Er groeit niets meer en behalve de hitte krijgen ze ook nog met gebrek aan voedsel en (drink)water te maken. Hongersnood is het gevolg.

Plant meer bomen zou een goede raad zijn. Maar de bomen die we dan planten komen uit kwekerijen. Ze zijn snel opgekweekt met ontoereikende wortels, want die zijn alleen maar lastig bij het planten op de eindbestemming. Die bomen hebben moeite om water te vinden en kunnen vaak ook niet communiceren met soortgenoten. Hun wortels raken elkaar niet en vaak ontbreekt het aan de juiste bodemschimmels waarmee ze een verbond kunnen aangaan. Het beste advies is, laat de bomen staan en laat ze oud worden. En geef geschikte ruimte terug aan de natuur, zodat er via een natuurlijk proces opnieuw bossen ontstaan. Die zijn later ook onder extreme omstandigheden levensvatbaar. En plant straatbomen in wisselende groepjes van soortgenoten, zodat ze onderling een band kunnen aangaan. Maar tegelijk zulke groepjes afwisselen met andere soorten om ziekten en plagen beter tegen te gaan. Zo kunnen ook stadsbomen oud worden en dan leveren ze later hun beste prestaties. Bomen doen belangrijke dingen voor jou! Maar ze doen dat in hun eigen tempo.

Zie ook de film die de beroemde Duitse boswachter Peter Wohlleben maakte: The Hidden Life of Trees. Draait waarschijnlijk nog in een bioscoop bij jou in de buurt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


dinsdag 19 januari 2021

Aan klimaatverandering aanpassen gaat te langzaam

 Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties waarschuwt in een nieuw verschenen rapport dat de mens zich niet snel genoeg aanpast aan de klimaatverandering. Dit staat in het Adaptation Gap Report 2020, dat in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken is opgesteld. De bedreigingen van de klimaatverandering zijn hittegolven, bosbranden, stormen, stortbuien, overstromingen en landverschuivingen. Het rapport toont de kloof die er is tussen wat er nodig is om die bedreigingen het hoofd te bieden en wat er concreet gedaan wordt om slachtoffers en schade te beperken. Vooral ontwikkelingslanden lopen hopeloos achter door gebrek aan middelen.

Foto Pixabay. Paradijselijk groen
Er zijn te weinig projecten die de groeiende risico's indammen.

Vooral ontbossing is een groot gevaar. De groene kronen van bomen zijn bij uitstek geschikt om koolstof vast te leggen, hitte te beperken en neerslag te reguleren. Met hun wortels houden ze de bodem vast en gaan erosie tegen. 

Forse uitdaging
Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken zouden we wereldwijd de uitstoot van CO2 binnen 30 jaar moeten terugbrengen tot 0. Dat gaat beslist niet lukken op de manier waarop we tot nu toe te werk zijn gegaan. Bovendien schuilt er nog een extra gevaar door het massaal vrijkomen van methaan. Ook hebben de onderzoekers zorgen over de mogelijkheid, dat opwarming nog een tijdje na-ijlt, nadat de uitstoot tot 0 is teruggebracht.

Vijf jaar na het Parijs-akkoord blijkt dat van de 193 lidstaten er 139 wel een plan of wet hebben gerealiseerd om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken. Hoe effectief die zijn valt op dit moment moeilijk te zeggen. Bovendien zijn er maar weinig landen die een systeem hebben opgezet om de effectiviteit van hun maatregelen daadwerkelijk te volgen.

Mogelijke aanpassingen zijn onder andere het aanleggen van mangroven bossen, die ook helpen de kust te beschermen tegen hoog water en tsunami's. Andere maatregelen zijn het beschermen en opnieuw activeren van koraalriffen, maar ook herbebossing en vergroenen van steden. Met name in steden zijn de gevolgen van wateroverlast en hittestress groot. Dan is het vooral zaak om oude vitale bomen te beschermen, want hun grote groene kroon is in staat om de gewenste ecosysteemdiensten te leveren. Jonge bomen zijn daartoe pas na tientallen jaren in staat. Maar bij een gebrek aan voldoende oude bomen is het zaak zoveel mogelijk nieuwe bomen aan te planten.

In dit kader is het ook belangrijk dat rivieren de ruimte krijgen. In Europa zijn vrijwel alle rivieren aangepakt om ze binnen een vaste stroom te houden. Meanderen en overstromen zou vaker mogelijk moeten zijn, waar hiervoor ruimte is. Er is nog veel te doen, ook in Nederland.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



dinsdag 28 januari 2020

Krijgen we opnieuw een hete zomer?

De zomer van 2019 hoorde thuis in het rijtje van heetste zomers, ooit gemeten. Niet alleen de toenemende CO2 concentratie is hiervan de oorzaak, ook de windstromen zijn van invloed. Enkele dagen wind uit zuid tot oost zal de temperatuur flink doen stijgen. Zeker als de wereldwijde CO2 concentratie ook in de zuidelijke regionen voor extreem hoge temperaturen zorgt. De hoeveelheid koolstofdioxide moet omlaag om verder gaande opwarming af te remmen en de kans op extreem weer te verminderen. Alleen ziet het er niet naar uit dat dit al in 2020 gaat lukken. De grote bosbranden in Australië en Brazilië hebben ook voor ons nadelige gevolgen.

Onderzoekers verwachten dat we in mei 2020 met grote waarschijnlijkheid boven de 417ppm (deeltjes per miljoen) zullen uitkomen. Dat is erg hoog.
Op de grafiek hiernaast is goed weergegeven hoe de CO2 concentratie jaar op jaar toeneemt. Van een ombuiging is voorlopig nog geen sprake.

Alleen grootschalige vergroening kan voor een langdurige en duurzame ombuiging zorgen. Liefst door op grote schaal bomen aan te planten. En dit gebeurt al. Alleen niet (nog niet) in de gebieden waar door natuurbranden en ontbossing  dit het hardste nodig is. Extra aanplant van bomen vindt vooral plaats in de rijkere landen op het noordelijk halfrond. Hier stuiten we op echter op grenzen: er is niet voldoende ruimte om de benodigde bomen te planten en er is een tekort aan plantmateriaal. Bovendien is door verzuring (stikstofoxiden) op veel plaatsen de bodem ongeschikt: het bodemleven, schimmels en insecten, is op veel plaatsen met meer dan 75% achteruitgegaan.

CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit.

Snel veel bomen planten is absoluut nodig. Zeker in de gebieden waar ze in korte tijd massaal verdwenen zijn. Dit vergt echter tijd. Er zal eerst voor voldoende plantmateriaal gezorgd moeten worden. Dat zal een paar jaar in beslag nemen. Dan werkt ook de droogte op die locaties tegen. Jongen bomen hebben (veel) water nodig om te overleven. En dan duurt het nog vele decennia voordat die bomen hetzelfde presteren als de bomen die nu verloren zijn gegaan. Wat doe je in de tussentijd, misschien wel 60 tot 80 jaar? En kun je over die periode de watervoorziening garanderen?
Dat kan best lastig zijn, want bossen kunnen de watertoevoer naar rivieren verminderen. Daar staat tegenover dat de verdamping door fotosynthese meer waterdamp in de atmosfeer brengt.
De universiteit van Cambridge heeft hier onderzoek naar gedaan.

Om snel, binnen één of enkele jaren, voldoende groen te kweken dat op grote schaal CO2 vastlegt kunt je toevlucht zoeken in snelgroeiende kruiden en grassen. Denk bijvoorbeeld aan gewassen als olifantengras en bamboe. De planten kunnen jaarlijks geoogst worden en leveren interessante biomassa op voor tal van duurzame toepassingen. Verbranden voor energieopwekking is echter de minst geschikte toepassing. Het CO2 komt dan binnen korte tijd weer in de atmosfeer en we willen de concentratie juist snel en effectief terugdringen.
Hier en daar een paar hectaren aanplanten heeft ook geen enkel effect. Dit moet echt op zeer grote schaal gebeuren.

Het zal duidelijk zijn, dat met alleen extra groen de wereld niet gered kan worden. Er zijn beperkingen in de vorm van tijd,  ruimtegebrek en droogte. We zullen het één moeten doen en het ander niet later. In andere woorden, CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit. En technologie kan daar een handje bij helpen. En tegelijk op grote schaal de bossen herstellen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.