Posts tonen met het label Duurzaam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duurzaam. Alle posts tonen

zaterdag 20 juli 2024

Heggenvlechten wordt weer populair

Pixabay:
Heggenlandschap in Frankrijk
 Ik geniet steeds als ik bijvoorbeeld kijk naar landschappen op het Engelse platteland, waar stapelmuurtjes en heggen de perscelen markeren. Ook in Frankrijk zie je ze nog. In Nederland vinden we dat alleen nog in het gebied dat bekend staat als de Maasheggen. Dat heggen (of hagen) bijna overal verdwenen zijn en plaats maakten voor prikkeldraad is bijzonder jammer. Ja, hagen en stapelmuurtjes onderhouden is arbeidsintensiever dan prikkeldraad, maar je mist wel de rijke biodiversiteit die het platteland levendig maakt. Sterker, de biodiversiteit in heggen (hagen) draagt aanzienlijk bij aan de effectiviteit van de landbouw. 

Uit een onderzoek van de het CBS (2023) blijkt dat bio-boeren gemiddeld meer verdienen dan de boeren die het bedrijf op traditionele manier runnen. Hoewel niet alle bio-boeren de prikkeldraad afrastering hebben afgebroken, spreekt dit verschil wel voor het nut van biologische bedrijfsvoering. En laat die (oude) heggen en stapelmuurtjes daar juist een bijdrage aan leveren. Ecosysteemdiensten zijn gratis.

Steeds meer landeigenaren raken overtuigd van de voordelen.

Om een heg te maken worden de takken van boompjes en struiken in elkaar gevlochten. Dat vereist inzicht en spierkracht. Lang geleden was dit een gewaardeerd beroep, ook waren veel boeren zelf in staat effectieve heggen aan te leggen. Zulke heggen, veelal met doornige takken, vormen voor de meeste (ongewenste) dieren een onneembare barrière. En ook het vee blijft mooi in de wei. Heggen leverden bovendien geriefhout, dat werd gebruikt om werktuigen te maken. In en langs de randen van heggen groeiden verder vruchten en kruiden voor eigen gebruik. En in de huidige tijd zouden zulke heggen ook luchtverontreiniging kunnen afvangen. Denk aan te hoge concentraties stikstofoxiden, CO2 en fijnstof. Ook dragen heggen bij aan het beter beheren van water op het platteland. Heggen of hagen vormen ook een toevluchtsoord en leefgebied van diverse diersoorten die helpen plagen in toom te houden. Allemaal bijzonder effectieve en duurzame ecosysteemdiensten.

Prikkeldraad zien we al sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog, maar het heggenvlechten leeft weer op. Steeds meer landeigenaren raken overtuigd van de voordelen. Dit gaat hand in hand met de groeiende belangstelling voor het vak van heggenvlechten. Voorlopig vooral bij enthousiaste vrijwilligers. Ze doen niet alleen goed werk op de weiden en landerijen in hun regio, zij kunnen hun vakkennis ook toetsen door deel te nemen aan de Nederlandse Kampioenschappen Maagheggenvlechten en te strijden om de titel van de Gouden Hiep.
Iedereen kan het leren. Dus als je ook zo gecharmeerd bent van heggen in het landschap, ga er dan voor.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 11 september 2023

Koolstofvrij in 2030 dankzij NBS

 In juli 2023 verscheen in Nature een onderzoeksverslag over de toepassing van Nature Based Solutions (NBS) in steden om effectief en op korte termijn koolstof- neutraal te worden. Door het toepassen van groen in steden kan de koolstofuitstoot gemiddeld met 17,4% worden verminderd. In sommige steden kan dat zelfs voor 2030 leiden tot koolstofneutraliteit. NBS heeft veel potentie om het leefklimaat in steden sterk te verbeteren en een substantiële bijdragen te leveren aan het beheersen van de klimaatverandering. Het onderzoek werd gedaan in 54 steden, wereldwijd.

China
Foto: Pixabay. 

Dat betekent niet dat we NBS invoeren en dan achterover kunnen leunen. De koolstofemissies door gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Door NBS toe te passen in steden maak je daar het leven aangenamer en kan de impact op klimaatverandering wereldwijd tot 17,4% verlagen.

Nature Based Solutions is geen "one size fits all" verhaal. Het gaat om maatwerk door een mix van 5 categorieën toe te passen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met stedenbouwkundige, ecologische en sociaaleconomische factoren.

Vier toepassingsgebieden vormen de speerpunten van NBS: Laanbeplanting, groen op of aan gebouwen, stadsparken en stadslandbouw. 

Het gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Stadparken hebben een verkoelend effect dat vaak tot 200 meter in de omtrek reikt. Tijdens warme zomerdagen kan de temperatuur rondom bomen wel 4-7 oC lager zijn. Daarnaast zorgen stadsparken ervoor dat meer mensen recreëren zonder gebruik van extra energie.
Groen op of aan gebouwen zorgt voor afvang van koolstof en fijnstof direct bij de bron (woningen en bedrijven). Het zorgt verder voor energiebesparing, het beheersen van het binnenklimaat en beschermt de gebouwen waardoor deze langer meegaan.
Laanbeplanting zorgt voor meer veiligheid op de wegen, koeler wegdek en afvang van koolstof, stikstof en fijnstof bij de bron. Deze factoren verminderen tevens het hitte-eilandeffect. 
Ook stadslandbouw zorgt voor vastleggen van koolstof en stikstof bij de bron. Het levert bovendien verse voedingsmiddelen op, die niet van elders aangevoerd moeten worden. In veel steden is stadslandbouw al economisch levensvatbaar gebleken.

NBS zorgt daarnaast voor andere positieve effecten in de steden: Het stimuleert de gemeenschapszin. Zorgt voor meer welzijn en sociale veiligheid. Ook de biodiversiteit profiteert van NBS. Kortom, een gezonder leefklimaat, meer welvaart en meer welzijn.

Plant meer (vooral inheemse) bomen in en rondom steden!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 15 november 2021

De eik maakt indruk

 Al sinds de vroegste geschiedenis van Europese volkeren is de eik een boom die indruk maakt. Niet alleen de oude Germanen zagen in machtige eiken de verpersoonlijking van een opperwezen. Ook bij andere volkeren speelde de eik een belangrijke rol in de lokale gewoonten en rituelen. Eiken stralen kracht en duurzaamheid uit. Dat is mede te danken aan het feit dat eiken heel oud kunnen worden. Vierhonderd jaar is een normale leeftijd voor eiken, sommige worden zelfs ouder dan duizend jaar. Voor mensen, zeker voor de onze voorvaderen lijkt het dan alsof eiken het eeuwige leven hebben. Dat moet iets mystieks, iets goddelijks zijn!

Zomereik. Foto Pixabay

In Europa komen liefst vierentwintig eikensoorten voor en daarbij domineren in midden- en noordwest Europa de zomereiken en wintereiken. Naast beuken en esdoorns zijn eiken de belangrijkste soorten voor loofbossen. Ook als stads- en laanboom is met name de zomereik een populaire soort. Bij ons in Nederland, België en Duitsland domineert vooral de zomereik, herkenbaar aan het blad zonder (of korte) steel en de eikels aan steeltjes. De wintereik (blad heeft een duidelijke steel) groeit bij voorkeur in de koudere streken. De zomereik kan ook beter tegen arme grond en verdraagt perioden van nattigheid en droogte. Over het algemeen groeien eiken het liefst op plekken waar andere soorten moeilijk overleven. Ze ondervinden daar weinig concurrentie. Dat vinden eiken wel fijn, want zij hebben, zeker in hun jeugd veel licht nodig om zich te kunnen ontwikkelen. 

Afhankelijk van de bodemsoort groeien eiken vaak samen met andere soorten. Op zandbodem is de combinatie met beuken favoriet. Op vochtige, voedingsarme grond groeien eiken vaak samen met berken. Op kalkrijke bodem verkiest de eik esdoorns, wilgen en elzen als gezelschap.

Biodiversiteit

De eik is, na de wilg de boomsoort die de meeste andere organismen woonruimte en voedsel verschaft. Meer dan 400 vlindersoorten en ruim 100 andere insecten en spinnen leven speciaal van en op de eik. Maar bomen, dus ook eiken, zijn niet alleen belangrijk voor insecten. Ook vogels, zoogdieren, mossen, schimmels en andere planten vinden bij bomen woonruimte, voedsel en een veilige plek.

Eikels zijn bijzonder voedzame vruchten waar meerdere diersoorten van profiteren. Denk aan eekhoorntjes, gaaien, reeën en herten. Maar vooral ook everzwijnen. Als er een tijdje weinig eikels zijn (een slecht mastjaar) heeft dat vooral voor de deze dieren nare gevolgen. Ze lijden honger. Daarom is het belangrijk om in de bossen geen eikels te rapen om thuis leuke speeltjes in elkaar te fröbelen. Ook andere vruchten zoals kastanjes laten we liever liggen als voedselrijke winterkost voor de dieren in het bos.
Lang geleden lieten de boeren hun varkens eikels eten in het bos. Zo konden ze extra spek aankweken voor de barre winters. De waarde van het bos werd afgemeten aan het aantal varkens dat men er kon houden.

Dat de eik zo goed in ons klimaat en op de Europese bodemsoorten past komt doordat deze soort na de laatste ijstijd relatief snel onze gebieden heroverde. Sneller dan bijvoorbeeld beuken en sparren. Eiken hebben als soort daarom langer de tijd gehad om zich aan ons leefgebied aan te passen.

Eikenbossen leveren ook duurzaam hout voor talrijke toepassingen. Eikenhout is dan ook zeer geliefd bij meubelmakers en timmerlieden. Het hout is decoratief, is hard maar laat zich goed bewerken en kan ook voor buiten worden toegepast. Voor houtproductie is het belangrijk dat we over veel loofbossen met eiken beschikken, want eiken groeien relatief langzaam en worden pas laat volwassen: rond 200 jaar. 

Het oogsten van bomen, zeker van eiken moet met beleid gebeuren. Kaalslag is funest voor de dynamiek in het bos. De bomen worden minder vitaal en zijn gevoeliger voor ziekten en plagen. Ook eiken hebben hun familie en een bijzondere band met bodemschimmels, de mycorrhiza nodig om gezond te groeien. Een vitaal bos is goed voor de bomen zelf, voor de biodiversiteit en voor de kwaliteit van het hout. Een vitaal bos legt ook méér CO2 vast dan wanneer de bomen het moeilijk hebben om te overleven.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


woensdag 7 april 2021

Hoe de landbouw door klimaat getroffen wordt

 De landbouw is een van de sectoren die bijdraagt aan de klimaatverandering en juist deze sector heeft veel te lijden van de opwarming. Wereldwijd is de productiviteit met gemiddeld 21% afgenomen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld door de ontwikkelingen van de landbouw vanaf 1961 in een model te onderzoeken. Landbouwinnovaties hebben minder opgeleverd dan ervan verwacht werd. In sommige landen is de productiviteit liefst 34% afgeremd.

Foto: Pixabay

Als er geen klimaatverandering gaande was zouden de innovaties op landbouwgebied gemiddeld 21% hogere productiviteit hebben opgeleverd. Aangezien de wereldbevolking flink groeit is dat een slechte zaak. De boeren zouden juist méér moeten produceren. 

Het zijn voor een deel juist die innovaties die de landbouw op achterstand zetten. Het moet daarom in de landbouw helemaal anders en veel boeren weten dat zelf ook. Sommige slagen erin om, ondanks weerstand van onder andere de banken, die noodzakelijke omslag te maken. Ze gaan circulair  of natuurinclusief werken, ze zorgen dat de bodem weer tot leven komt en hogere opbrengsten mogelijk maakt.

Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de
leveranciers van die middelen.

De 'traditionele landbouwmethode' werkt dankzij de inzet van chemicaliën zoals kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de leveranciers van die middelen. De boeren blijken volgens dit onderzoek dus het nakijken te hebben. Maar dragen wel de kosten. En ook de consument moet rekening houden met tekorten door lagere productiviteit. Natuurlijk speelt voedselverspilling ook een belangrijke rol. In Westerse landen wordt liefst één derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. Nu we weten dat de productie zelf ook al op achterstand staat doet dit extra pijn.

De oplossing?

Boeren hebben het voor een belangrijk deel zelf in de hand. Rem de klimaatverandering af door op meer verantwoorde wijze voedsel te produceren. Minder chemie, meer natuur. Zorg samen met de consumenten (en de supermarkten) dat er minder verspild wordt. Dan kan de landbouwsector straks ook de grote toename van de wereldbevolking blijven voeden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

 

vrijdag 16 oktober 2020

Hebben we in 2050 nog voldoende te eten?

 Stel je ben nu veertig, dan ben je in 2050 ongeveer even oud als ik nu. We leven nu wel in een turbulente tijd, maar in principe heb ik een goed leven. Hoef me geen zorgen te maken of morgen de verwarming nog brandt en of de schappen in de supermarkt nog gevuld zijn. Maar of dat ook voor jou geldt als je zeventig bent, is nog zeer de vraag. Als we doorgaan met de huidige schaal van bevolkingsgroei en consumptiepatronen is het vrijwel zeker, dat Moeder Aarde de mensen niet meer kan voeden. En waarschijnlijk heel veel andere diersoorten ook niet meer, die zullen dan al uitgestorven zijn.

Foto: Pixabay - Love the Earth

Dit is een doemscenario waar een groep wetenschappers geen genoegen mee nam en zij onderzochten hoe de de aarde over dertig jaar toch in staat kan zijn de soort mens van voldoende 'resources' te voorzien. En het kan, maar vereist ingrijpende veranderingen in levensstijl, technologie, economie en politiek. 

Als de wereldbevolking in het huidige tempo blijft doorgroeien lopen er in 2050 zo'n 10 miljard mensen over de aardbol. Als we al die mensen duurzaam zouden moeten voeden op de manier zoals dat anno 2020 gebeurt, dan hebben we aan één aarde niet genoeg.
En zal er voldoende energie beschikbaar zijn? Met de momenteel bekende energiebronnen gaat dat dus echt niet lukken. Met de groei van de bevolking en toenemende welvaart groeit die uit tot extreme proporties.

De ecologische grenzen van de planeet aarde liggen vast. 

Waar kan het fout gaan? Bij voorbeeld met de beschikbaarheid van zoet water. Maar ook de beschikbare grond voor voedselproductie. En de biodiversiteit krijgt klappen. De momenteel bekende energiebronnen zullen onvoldoende blijken. Tenminste als we op dezelfde manier voedsel en energie blijven produceren en verkwisten.

Zo kan in heel veel landen het energieverbruik met 95% worden teruggeschroefd om toch een redelijke levensstandaard te handhaven. Dat is misschien minder luxueus dan we nu gewend zijn, maar voldoende om comfortabel te leven.
Verspilling van zoet water, energie en voedsel zorgt voor een te grote ecologische voetafdruk. Neem de Verenigde Staten, daar is het gemiddelde energieverbruik per persoon ongeveer 200 Gigajoules per jaar. Voor een redelijke levensstandaard is 16,1 Gigajoules ruimschoots voldoende. Als je dan ook nog bedenkt dat 40% van de Amerikanen in armoede leeft, dan blijkt dat eerlijke verdeling van de beschikbare resources ook een punt van aandacht is.

De ecologische grenzen van de planeet aarde liggen vast. Wat we ook bedenken om in de toekomst de wereldbevolking te onderhouden, het moet allemaal uit die beperkte bronnen komen. Als we kijken naar het consumptiepatroon van de jaren '60 zouden we daarin een goed model kunnen vinden voor 2050. Toen was dat geschikt voor 3 miljard mensen. Maar door innovaties op het gebied van landbouw en energie zal dat ook 10 miljard mensen moeten kunnen voeden. Voorwaarde is wel, dat er minder verspild wordt en dat welvaart eerlijker verdeeld wordt, en dat vergt politieke keuzes. We zullen ook drastisch minder vlees moeten consumeren.

Tegelijk  zijn steeds meer wetenschappers ervan overtuigd dat de huidige (traditionele) landbouwmethoden de bodemstructuur vernietigen en dat in die sector het roer radicaal om moet. De bodem moet weer gaan leven, zodat planten zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dat leidt tot gezondere gewassen, met hogere voedingswaarde voor mensen en (boerderij)dieren. De opbrengsten zullen mogelijk iets lager uitvallen, maar de kwaliteit is beter en de boer heeft lagere kosten. Tezamen met minder verspilling kan de voedselzekerheid ook in de toekomst gewaarborgd blijven.

Het allerbeste zou zijn als we uiteindelijk met minder mensen de aardbol bewonen. Ook dat is een realistisch scenario, want moeder aarde weert zich nu al tegen ons onverantwoord gedrag. Bijvoorbeeld door besmettelijke ziekten van dieren (in de knel) op mensen over te laten gaat (zoönose) en die tot pandemie laten uitgroeien. Dat laatste doen we zelf, daar hoeft Moeder Aarde geen moeite voor te doen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

https://www.bol.com/nl/nl/p/600-square-miles/9300000047573684/










dinsdag 28 januari 2020

Krijgen we opnieuw een hete zomer?

De zomer van 2019 hoorde thuis in het rijtje van heetste zomers, ooit gemeten. Niet alleen de toenemende CO2 concentratie is hiervan de oorzaak, ook de windstromen zijn van invloed. Enkele dagen wind uit zuid tot oost zal de temperatuur flink doen stijgen. Zeker als de wereldwijde CO2 concentratie ook in de zuidelijke regionen voor extreem hoge temperaturen zorgt. De hoeveelheid koolstofdioxide moet omlaag om verder gaande opwarming af te remmen en de kans op extreem weer te verminderen. Alleen ziet het er niet naar uit dat dit al in 2020 gaat lukken. De grote bosbranden in Australië en Brazilië hebben ook voor ons nadelige gevolgen.

Onderzoekers verwachten dat we in mei 2020 met grote waarschijnlijkheid boven de 417ppm (deeltjes per miljoen) zullen uitkomen. Dat is erg hoog.
Op de grafiek hiernaast is goed weergegeven hoe de CO2 concentratie jaar op jaar toeneemt. Van een ombuiging is voorlopig nog geen sprake.

Alleen grootschalige vergroening kan voor een langdurige en duurzame ombuiging zorgen. Liefst door op grote schaal bomen aan te planten. En dit gebeurt al. Alleen niet (nog niet) in de gebieden waar door natuurbranden en ontbossing  dit het hardste nodig is. Extra aanplant van bomen vindt vooral plaats in de rijkere landen op het noordelijk halfrond. Hier stuiten we op echter op grenzen: er is niet voldoende ruimte om de benodigde bomen te planten en er is een tekort aan plantmateriaal. Bovendien is door verzuring (stikstofoxiden) op veel plaatsen de bodem ongeschikt: het bodemleven, schimmels en insecten, is op veel plaatsen met meer dan 75% achteruitgegaan.

CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit.

Snel veel bomen planten is absoluut nodig. Zeker in de gebieden waar ze in korte tijd massaal verdwenen zijn. Dit vergt echter tijd. Er zal eerst voor voldoende plantmateriaal gezorgd moeten worden. Dat zal een paar jaar in beslag nemen. Dan werkt ook de droogte op die locaties tegen. Jongen bomen hebben (veel) water nodig om te overleven. En dan duurt het nog vele decennia voordat die bomen hetzelfde presteren als de bomen die nu verloren zijn gegaan. Wat doe je in de tussentijd, misschien wel 60 tot 80 jaar? En kun je over die periode de watervoorziening garanderen?
Dat kan best lastig zijn, want bossen kunnen de watertoevoer naar rivieren verminderen. Daar staat tegenover dat de verdamping door fotosynthese meer waterdamp in de atmosfeer brengt.
De universiteit van Cambridge heeft hier onderzoek naar gedaan.

Om snel, binnen één of enkele jaren, voldoende groen te kweken dat op grote schaal CO2 vastlegt kunt je toevlucht zoeken in snelgroeiende kruiden en grassen. Denk bijvoorbeeld aan gewassen als olifantengras en bamboe. De planten kunnen jaarlijks geoogst worden en leveren interessante biomassa op voor tal van duurzame toepassingen. Verbranden voor energieopwekking is echter de minst geschikte toepassing. Het CO2 komt dan binnen korte tijd weer in de atmosfeer en we willen de concentratie juist snel en effectief terugdringen.
Hier en daar een paar hectaren aanplanten heeft ook geen enkel effect. Dit moet echt op zeer grote schaal gebeuren.

Het zal duidelijk zijn, dat met alleen extra groen de wereld niet gered kan worden. Er zijn beperkingen in de vorm van tijd,  ruimtegebrek en droogte. We zullen het één moeten doen en het ander niet later. In andere woorden, CO2 reductie bij de bron is en blijft hoogste prioriteit. En technologie kan daar een handje bij helpen. En tegelijk op grote schaal de bossen herstellen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 16 september 2019

Is minder vlees en zuivel eten echt beter voor het klimaat?

We horen het al heel lang: om de aarde te redden moeten we minder vlees (vooral rundvlees) en zuivel eten. En ook in de politiek is "minder vee houden" geen taboe meer. Maar klopt dat wel? Daarover zijn de meningen natuurlijk verdeeld. Vooral de agrarische sector ziet dat fundamenteel anders. Natuurlijk!
Minder rood vlees consumeren zou ook beter zijn voor onze gezondheid. Veel welvaartsziekten zijn gelinkt aan het eten van vlees. Toch is dit een heikel punt, want vlees eten wordt ook als een voorrecht gezien en is status gevoelig. Vooral in de opkomende economieën. In veel westerse landen is die statusglas allang aan het slijten en vooral onder vrouwen is het minderen van vlees allang geen taboe meer. Minder vlees en meer groenten en fruit is beter voor je gezondheid. Daar twijfelt inmiddels niemand meer aan.
Foto: Pixabay

Minder vlees betekent ook minder koeien. Wat heeft dat dan voor effect op het klimaat en ons leefmilieu? Wetenschappers zetten het op een rijtje.

Wereldwijd zijn er zo'n 1,7 miljard koeien. Die zijn niet alleen en bron van vlees en zuivelproducten, maar ook van methaan. Methaan is een veel sterker broeikasgas dan koolstofdioxide. Die koeien zijn verantwoordelijk voor twee-derde van de klimaatimpact van de totale veestapel. Daarom is minder (rund)vlees eten, minder koeien goed voor het klimaat. Maar in Zuid-Oost Nederland zouden de mensen graag minder varkens zien. De boeren denken daar anders over. Wie heeft er nu gelijk?

De impact van vleesproductie is beperkt

Pleitbezorgers van intensieve veehouderij vinden dat je de aarde niet gaat redden door minder vlees te eten. In de industrielanden is de impact op het klimaat door landbouw en veehouderij beperkt. Amper meetbaar zelfs, wordt beweerd. Het echte probleem is het gebruik van fossiele brandstoffen. We moeten ons liet laten afleiden door de agrarische sector de zwarte piet te te schuiven. 
Terwijl onafhankelijke onderzoekers zeggen dat de agrarische sector voor zo'n 51% verantwoordelijk  is voor de uitstoot van broeikasgassen houdt de wereldlandbouworganisatie het op 14,5%. Niet overdrijven, dus! Maar regionaal zijn de verschillen groot en dat vertroebelt het beeld.
Bovendien wordt bij deze cijfers geen rekening gehouden met de uitstoot door energieverbruik in stallen en transport en de bereiding van veevoeder. Ook het transport van levend of geslacht vee wordt niet meegeteld. Net zo min als de ontbossing die plaatsvindt voor de verbouwing van gewassen die grotendeels voor veevoeder bestemd zijn. Wetenschappers hebben berekend dat het effect op het klimaat bij rundvlees 3 tot 10 keer hoger ligt dan bij andere vleessoorten. En wel 20 tot 100 keer hoger in vergelijking met plantaardige voeding.
Kortom, minder vlees eten helpt ook tegen ontbossing en tegen de opwarming van het klimaat.

Efficiënter produceren helpt beter

Al geruime tijd is de veestapel aan het afnemen en de melkproductie toegenomen. Onze koeien zijn steeds efficiëntere melkfabrieken geworden. Het is een kwestie van betere koeien en beter voer ontwikkelen. In de VS is landgebruik voor veehouderij de afgelopen 20 jaar met 140 miljoen hectare afgenomen, zoveel als Frankrijk en Duitsland samen.
De sector is ervan overtuigd dat de aarde niet met minder consumeren maar met efficiënter produceren gered kan worden. Volgens de Food & Agricuture Organization van de VN zouden we tot 30% minder uitstoot kunnen realiseren als iedereen diezelfde efficiency slag zou maken. Dat betekent dat zeker in de ontwikkelingslanden nog wel wat te winnen valt. Daar ligt de productie extreem laag, terwijl die koeien wel dezelfde hoeveelheid eten en methaan uitstoten.
Het idyllische landbouwgebruik van koeien in de wei is gek genoeg juist het meest belastend voor het klimaat. Koeien maken van onverteerbaar gras verteerbaar voedsel. Dat is een trucje dat alleen herkauwers beheersen. Dit leidt dan wel tot de uitstoot van methaan.
Andere voeding zou die methaan uitstoot verder omlaag kunnen brengen. Denk aan veevoer op basis van algen. Maar ook het (bij)voeren met soja. Alleen, pure onbewerkte soja is ongeschikt. Daar komt dus een bewerkingsproces en bijkomende logistiek bij kijken waarvoor energie nodig is.
Meer produceren met minder dieren kent echter ook zijn grenzen. Op een gegeven moment gaat het ten kosten van dierenwelzijn. Bovendien zou verhoogde efficiency meer consumptie kunnen stimuleren en daarmee is het effect weg.

Liefhebbers van zuivelproducten moeten zich ook realiseren, dat melk als basis voor een breed scala aan producten alleen mogelijk is door vleesproductie. Koeien gaan pas melk geven als ze een kalf hebben gekregen. En de melk die het dier nodig heeft om te groeien krijgt hij niet. Ongeveer de helft van de kalfjes is ongeschikt voor het verdienmodel van de melkveehouder. Die stiertjes worden snel vetgemest en geslacht. De koetjes worden 'met de fles' groot gebracht, want de melk van mama-koe is alleen voor de boer, niet voor het kalf. En als de koe op leeftijd is en minder melk produceert maken ze ook daar biefstukjes van.

Een ander punt van zorg is het landgebruik en de kwaliteit van de bodem. Als koeien alleen leven van lokaal geproduceerd veevoer en de mest op het land waar hun voedsel vandaan komt wordt gestrooid is er sprake van circulaire landbouw. Liefst zouden we onze eigen poep er ook nog naar toe moeten brengen om de cirkel echt rond te maken. Maar de praktijk is dat veel (aanvullend) veevoer wordt geproduceerd in landen ver van hier. Bijvoorbeeld soja in Brazilië, waar bossen plaats moeten maken voor sojaplantjes. En als de bodem is uitgeput, branden die boeren gewoon weer een nieuw stuk regenwoud plat. En onze boeren zitten met een mestoverschot, dat eigenlijk naar die uitgeputte landerijen in Brazilië terug zou moeten.

Door hier minder vlees en meer plantaardig voedsel te eten, verminderen we de problemen die met de veehouderij samenhangen.

Runderen zijn de oplossing, niet het probleem

Fans van de intensieve veehouderij vinden dat koeien in de wei juist goed zijn voor het klimaat. Goed, ze stoten veel methaan uit, maar daar staat tegenover dat ze plantengroei en bodemleven juist stimuleren. En dat is goed voor de opslag van koolstof.
Maar daaraan zijn grenzen. In de natuur draait alles om evenwicht. En als die in de weidebodem bereikt is stopt de opslag van koolstof. Dat is wat er gebeurt bij intensieve veehouderij, in tegenstelling tot extensieve veehouderij. Maar voor dat laatste is in de industrielanden geen plaats. Ondertussen gaan de koeien gewoon door met methaan boeren en mest schijten.

Runderen maken goed eten van onverteerbare gewassen

Herkauwers, dus ook runderen, kunnen het onverteerbare cellulose in bijvoorbeeld gras afbreken. Daarom kunnen zij planten eten die voor varkens en kippen niet verteerbaar zijn. Naast gras eten herkauwers, dus ook schapen en geiten, ook ander plantaardig materiaal. Vaak gaat het om oogstafval. Koeien krijgen daarnaast ook krachtvoer van sojaproducten en granen, maar dat is naar verhouding heel weinig. Amper 10%. Varkens en kippen zijn de grootste graanconsumenten en zijn daarmee voedselconcurrenten van mensen.
Koeien zijn wel handig als je grond hebt die voor niets anders geschikt is dan grasland. Dan kan van dat land toch iets eetbaars komen in de vorm van melk en vlees. Dit is echter onvoldoende om de mensheid te voeden. De veestapel zou dan inkrimpen en voor iedereen is er dan gemiddeld 21 gram dierlijk eiwit per dag beschikbaar. Vergelijk dat eens met de huidige consumptie van 50-60 gram.
Een derde van het grasland dat nu wereldwijd in gebruik is, is echter ook geschikt om andere gewassen op te telen. Veel 'minderwaardig' grasland wordt intensief bemest en is daardoor soortenarm. Er kan niets anders groeien dan gras of één bepaalde grassoort en is daarom ook niet interessant voor andere dieren dan koeien. De bodem is dood. Daar staan de extensief beheerde weiden tegenover, waar meer biodiversiteit te vinden is. Ook vinden we grasland op plekken die eigenlijk van nature alleen geschikt zijn voor bossen. En om de klimaatverandering af re remmen hebben we meer bossen nodig.

De berekeningen van klimaatimpact zijn niet eerlijk

Doorgaans berekenen wetenschappers de klimaatimpact van voedingsmiddelen per eenheid, dus per kilo, per calorie/Joules. Dat geldt dus ook voor eiwitten.
Niet eerlijk, vinden andere wetenschappers. Eiwitten heb je in soorten en ze bestaan allemaal uit aminozuren. Een paar van die aminozuren kan ons lichaam niet zelf maken, die moeten we dus via voeding binnenkrijgen. En dan zijn dierlijke eiwitten vaak van betere kwaliteit dan plantaardige eiwitten. Een gezonde voeding bevat dus vlees, al hoeft dat niet veel te zijn.
En soja? Dat heeft van alle plantaardige eiwit bronnen de hoogste kwaliteit, maar scoort nog steeds 90% lager dan rundvlees. Bovendien bevat plantaardige voeding minder verzadigd vet en de meeste vitaminen die we dagelijks nodig hebben.
Wie heeft er nu gelijk? Het lijkt erop dat we vooral gevarieerd moeten eten en dat in dat patroon ook een beetje vlees past. Of dat persé rundvlees moet zijn laat ik dan maar in het midden.

Het effect van methaan is tijdelijk

Methaan is een 28 keer sterker broeikasgas dan CO2. En dat koeien zowel aan de voor- als aan de achterkant veel methaan in de atmosfeer blazen zal niemand ontkennen. Maar methaan  breekt vrij snel af, in pakweg 10 jaar en wat over blijft is CO2. Dat gas blijft eeuwenlang in de atmosfeer. Het verdwijnt pas als groene planten het opnemen voor hun fotosynthese. Dan wordt het koolstof atoom in de plant opgeslagen als bouwstof of als grondstof voor suikers. De zuurstof atomen komen terug in de atmosfeer en spelen een rol bij de stofwisseling in dieren en planten.
En als dieren planten eten komt het als CO2 of als methaan weer terug in de atmosfeer. Als we vooral de hoeveelheid methaan willen verminderen zullen er hoe dan ook minder herkauwers moeten zijn, vooral minder runderen.

En dan is er nog een punt dat met intensieve veehouderij te maken heeft. Er leven teveel dieren van dezelfde soort op een te klein oppervlak, het zijn monoculturen. Dat maakt zo'n gemeenschap extra kwetsbaar voor ziekten. De natuur herstelt zichzelf het best bij een grote diversiteit van soorten en een zeker evenwicht. Dat is in de moderne landbouw en veehouderij ver te zoeken. Het is zelfs een hindernis voor de gehanteerde verdienmodel. Het kan echter gemakkelijk fout gaan en de agrarische sector besteedt heel veel geld om dat risico zo klein mogelijk te maken. Werk met de natuur en het kost veel minder.

De voor- en nadelen worden in beide kampen enigszins overdreven, maar feit is dat er geen natuurlijk evenwicht is. En daarvoor betalen zowel de boeren als de consumenten en het milieu een hoge prijs.
Door minder dierlijke producten te eten kunnen we het nog leefbaar houden. Die stelling houdt stand.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 7 mei 2019

Biodiversiteit in acuut gevaar

Op 6 mei 2019 stonden de media bol van berichten over een verontrustend rapport van de VN-adviesorganisatie IPBES (Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten). Van de ongeveer 8 miljoen planten- en diersoorten dreigt op korte termijn minstens 1 miljoen uit te sterven door toedoen van de mens. Op het TV-nieuws onderstreepte één van de meewerkende wetenschappers nog eens, dat dit een serieuze kwestie is. De mens staat niet boven de natuur, we zijn er een onderdeel van. Daarom zijn we afhankelijk van een gezonde, goed functionerende natuur. En die natuur is momenteel ernstig aan het haperen, vooral voor toedoen van de mens. Of zoals een andere wetenschapper het stelt: Biodiversiteit  en natuurlijke hulpbronnen zijn het belangrijkste vangnet voor menselijk leven en dat vangnet hapert momenteel.
Gevlekte orchis. Foto: Wim Vlekken

Aan het rapport (Global Assesment) is drie jaar lang gewerkt door 150 wetenschappers en werd maandag 6 mei in Frankrijk gepresenteerd.

De belangrijkste factoren die het ecosysteem zo ernstig bedreigen zijn ontbossing, de landbouw, jacht en visserij. Van het landoppervlak is driekwart ernstig aangetast. Vooral  over de ontbossing, onder andere ten behoeve van de landbouw en veeteelt maakt men zich grote zorgen. Bossen zijn een belangrijke leverancier van voedsel, van medicijnen, ze leggen CO2 vast en zorgen dat regenwater gebufferd wordt. Bovendien vormen bossen een  belangrijke biotoop voor biodiversiteit. Hellingbossen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van bodemerosie en landverschuivingen.
In de afgelopen 30 jaar is 290 miljoen bos verloren gegaan. Sinds het begin van de industriële revolutie is het wereldwijde bosbestand gehalveerd tot de huidige 3 biljoen bomen.

Waterwereld
Van de rivieren is 50% ernstig vervuild en dat geldt ook voor 40% van de oceanen. De wereldwijde zuurstofproductie gebeurt hoofdzakelijk door algen in de oceanen. Als we niet snel zorgen voor een betere waterkwaliteit zullen de komende generaties het benauwd kunnen krijgen.  Naast vervuiling speelt ook overbevissing een belangrijke rol bij de verstoring van de biodiversiteit in oceanen en zoet water.
Zo'n 40% van de wereldbevolking heeft geen toegang tot schoon drinkwater.

Moeder aarde kan het niet aan

Dit alles wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de explosieve groei van de wereldbevolking. Vooral in de economische ontwikkelingsgebieden is de groei sterk. Daar groeit de consumptie sterk maar blijft voorlopig nog achter bij Noord-Amerika en Europa. Bij ons speelt overconsumptie en voedselverspilling een zorgelijke rol. Het verschil in Bruto Binnenlands Product tussen rijke en arme landen is nog steeds een factor vijftig. Je moet er niet aan denken welke aanslag er op de natuurlijke bronnen wordt gedaan als die arme landen aan een inhaalslag beginnen. Het is ze gegund, maar het slechte nieuws is, dat moeder aarde dat niet aankan.

Waarschijnlijk is de extinctie van 12% van de biodiversiteit niet meer te stoppen. Om erger te voorkomen is het belangrijk ons ervan bewust te worden dat we wereldwijd minder moeten consumeren. En dat zal vooral in de rijkere landen pijn doen. Daarbij is de energietransitie nog maar een peulenschil.

Natuurlijke bronnen
Als we zo doorgaan zullen de natuurlijke bronnen, waaronder zoet water, zo schaars worden dat dit tot felle conflicten zal leiden. Dit probleem is niet met nationale regels op te lossen. Dit moet op mondiale schaal worden aangepakt. En de tijd dringt. Om deze reden is de timing van dit IPBES rapport uitstekend. Kort hierna zullen er namelijk besluiten genomen worden om de ontbossing wereldwijd tegen te gaan. Dat is nog maar een begin, Ook de oceanen en binnenwateren wachten op  maatregelen. Vervuiling terugdringen en zorgen voor toename van vissoorten die nu dreigen te verdwijnen. Daarvoor zijn ook beschermde paaigebieden nodig. En het evenwicht in soorten kan in stand worden gehouden door het beschermen van predatoren, zoals haaien.

Wij (dat zijn dus alle mensen op aarde) zullen moeten leren duurzamer met voedsel om te gaan. Minder producten consumeren die onevenredig veel water en land gebruiken. Denk aan vlees, eieren en zuivelproducten. Ook koffie, soja en palmolie zijn oorzaak van ontbossing en extreem waterverbruik. Minder voedsel verspillen. Meer lokaal voedsel gebruiken, dus minder importeren van verre landen, waar water verspild wordt en bossen gekapt om aan onze vraag te voldoen.  Ook in de minder ontwikkelde landen zal men ervoor moeten kiezen de natuurlijke bronnen aan te wenden voor de lokale consumptie. Het is toch krom als water en grond verspild worden voor de productie van voedsel voor Amerikanen en Europeanen, terwijl de eigen bevolking honger lijdt.

Dat dit probleem alleen opgelost kan worden door mondiale maatregelen mag geen excuus zijn voor de inwoners van een klein land als Nederland om er niets aan te hoeven doen. Het is al een goed begin dat Nederlandse supermarkten inmiddels steeds minder vleesproducten promoten ten gunste van groenten en plantaardige vleesvervangers. Elke stap om onze ecologische voetafdruk te verkleinen is welkom.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 24 maart 2019

Kunnen we met korter douchen de wereld redden?

Wij, in het rijke westen, springen te kwistig om met water. We worden daarom aangespoord om korter te douchen en tijdens tanden poetsen de kraan niet te laten lopen. Maar lossen we daarmee het dreigend water tekort op? In een interview in NEMO Kennislink is professor Arjen Hoekstra van Universiteit Twente daar heel duidelijk over: Korter douchen is zeker niet verkeerd, maar wat je daarmee uitspaart is minder dan een druppel op een gloeiende plaat. Dit is vooral zinvol om te besparen op energie voor de verwarming van dat water. Wil je echt iets doen om water te besparen, begin dan bij je boodschappen.
Ook de natuur heeft water nodig. Foto: Pixabay

Volgens Hoekstra en veel andere specialisten in watermanagement droogt de natuur langzaam om. Op wereldschaal wordt meer water verbruikt dan er duurzaam beschikbaar is. Om dat in kaart te brengen heeft hij al in 2002 de tool Watervoetafdruk ontwikkeld. Daarmee bereken je het waterverbruik van een volledig commerciële keten, een productsoort, landen en continenten. En de uitkomsten zijn reden tot zorg.

In het traditionele waterbeheer wordt rekening gehouden met huishoudens, overheden, bedrijven en de landbouw. Men gaat voorbij aan andere factoren die water uit de circulatie halen. Denk aan vervuiling, logistiek en de natuur. De enige hernieuwbare bron van zoet water is regen en daarvan gaat liefst 75% naar de natuur. Dat is nodig als we op termijn niet in de problemen willen komen door waterschaarste. Regen valt op plaatsen en op momenten dat we het niet nodig hebben. Soms is het zelfs zo overtollig, dat het tot problemen en overlast leidt. De natuur is dan de buffer waar we op momenten van acute schaarste uit kunnen putten. Maar de natuur droogt langzaam op en daarmee ook de buffer.

Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk een wel 20 keer (kort) douchen.

Een praktisch voorbeeld: in Iran ligt een groot meer dat water levert voor de lokale pistache productie. Maar die productie is flink opgevoerd terwijl de aanvoer van water naar het meer stagneert. Droogte bedreigt nu de voor deze regio zo belangrijke pistache plantages.

Daarbij komt ook dat veel water op een plek verbruikt wordt, terwijl de opbrengst daarvan naar andere delen van de wereld gaat. Denk aan veevoeders uit Zuid-Amerika voor onze varkens, koeien en kippen. Dat leidt hier tot een mestoverschot. Of de sperzieboontjes uit Kenia, die u in onze supermarkt koopt. In het droge Kenia wordt schaars en kostbaar water verbruikt voor producten die tegen bodemprijzen aan het Westen verkocht worden.
Daar komt bij dat voor dit doel vaak bossen worden gekapt, waardoor het plaatselijk klimaat verandert (opwarmt) en bodemerosie toeneemt. Ook de capaciteit om regenwater lokaal te bufferen neemt af, waardoor de kans op droogte groter wordt.

Van de totale neerslag is maar een fractie beschikbaar
Van het totale wereldwijde waterverbruik gaat ruim 40% naar de veehouderij: Zuivel, vlees, eieren. Zo'n 42% naar landbouw, 13% naar de industrie en slechts 1% als drinkwater naar het huishouden. Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk aan wel 20 keer (kort) douchen. Al dat overige water werd gebruikt voor de producten in je koelkast.

Dit waterverbruik is echter maar een fractie van wat er aan regen valt. Een deel van die neerslag verdampt en een ander deel stroomt weg naar rivieren of zakt in de bodem. Van het deel dat in de bodem zakt wordt een deel opgenomen door planten, waarvan een groot deel ook verdampt. Van de totale neerslag blijft uiteindelijk 20-25% beschikbaar voor ons mensen en onze dieren. Daar moeten we het mee doen. En omdat de regen niet op commando valt op momenten dat we het nodig hebben leidt dat periodiek en plaatselijk tot schaarste. Oogsten mislukken en bomen sterven aan droogtestress. Door de klimaatverandering valt steeds vaker extreem veel regen in één keer, waardoor dit tot overlast leidt en heel veel water dat wegstroomt zonder dat de natuur de kans krijgt het te bufferen. Los van de schade die wateroverlast veroorzaakt, leidt dat paradoxaal genoeg uiteindelijk ook tot water schaarste.

Doe je boodschappen met gezond verstand
Hoe kunnen we ons aanpassen om verantwoord met water om te gaan? Op de eerste plaats door minder vlees en zuivelproducten te eten. Maar ook door geen landbouwproducten te kopen die uit droge gebieden komen. Bijvoorbeeld cacaoproducten en amandelen of pistache noten. Voor de meeste andere producten is dat niet zo duidelijk. Dat kan per seizoen verschillen. Dan is het bij boodschappen doen vooral een kwestie van gezond verstand. En probeer voedselverspilling zoveel mogelijk te voorkomen, Om die producten te maken werd namelijk al duizenden liters water gebruikt en het is zonde als dat voor niets is geweest.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


donderdag 17 januari 2019

Kunnen bossen het klimaat redden?

Als we het debat over verduurzaming en het klimaat volgen, merken we op dat het vooral over technologische inzichten en oplossingen gaat. Kern van al dat gepraat is echter, dat we met z'n allen het CO2 gehalte in de atmosfeer en de oceanen omlaag moeten brengen. De natuur kan dat heel goed. Vooral planten die verhouten zijn daar meesters in, bomen dus. Een enkele boom tegen klimaatverandering inzetten is natuurlijk zinloos. Individuele bomen kunnen het klimaat in hun directe omgeving beïnvloeden. Op wereldschaal hebben we daar bossen voor nodig, grote bossen. Stop ontbossing en plant meer bossen aan. Ze nemen koolstof gratis uit de atmosfeer en je oogst vruchten en hout en bevordert biodiversiteit. Maar dan is het maar de vraag of je zomaar bossen kunt aanplanten. Want investeren in bossen levert qua CO2 absorptie pas over een periode van 80-100 jaar optimaal resultaat. En in die tussentijd kan er nog van alles gebeuren.
Foto Pixabay. Bossen maken zelf wolken die ergens anders voor
een frisse bui zorgen.

Op de eerste plaats speelt de kwestie van 'landroof'. Laat er geen twijfel over bestaan, bossen zijn heel belangrijk. Maar voedsel voor de groeiende wereldbevolking ook. Nu hoeft het één het ander niet uit te sluiten. Recente wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat duurzame landbouw in combinatie met bomen tot betere opbrengsten leidt. Toch zal er ook grond beschikbaar moeten zijn voor wonen, werken, voedselproductie en natuur en recreatie. En in al deze sectoren kunnen bomen met hun ecosysteemdiensten meerwaarde opleveren. Ook dat is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderbouwd.

Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen.

De levenscyclus van bomen beslaat doorgaans twee tot vier mensen-generaties, en meer. Als je nu bomen plant zullen de kleinkinderen en achterkleinkinderen daar het meest profijt van hebben. Dan zijn de bomen (jong) volwassen. Bedenk dat sommige boomsoorten pas met 200 tot 250 jaar echt volwassen zijn. Eiken, bijvoorbeeld. Sommige bomen beginnen rond 150 jaar af te takelen, anderen worden met gemak ouder dan 2000 jaar. In een geëxploiteerd bos moeten we de maximale leeftijd van de bomen houden op 100 tot 150 jaar. Sommige boomsoorten zijn al na 80 jaar kaprijp.  Het gaat dus altijd om afgewogen keuzes en over meerdere generaties. In die tijd kan er veel gebeuren.

Geen gemakkelijk keuze
Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen. Denk aan stormen en langdurige droogte. Beide kunnen grote arealen bos vernietigen. Ook overlast door hoog water, vooral als overstromingen langer duren.  De vraag is dan of bosbouwers bij nieuwe aanplant rekeningen moeten houden met hogere gemiddelde temperaturen en droogteperiodes. Of moeten de bossen uit soorten bestaan die langdurig in het water kunnen staan? Dat zal per locatie verschillen, wat de keuze er niet gemakkelijker op maakt. Bovendien moet de aanplant gespreid worden, zodat de bomen niet allemaal tegelijk kaprijp zijn, maar over een langere periode werk en grondstoffen leveren. En de bossen als zodanig overeind houdt.

Een andere vraag is of je de bossen intensief moet beheren, of juist extensief. Uit onderzoek is gebleken dat de naaldhoutbossen in Midden Europa door intensief beheer meer CO2 hebben geproduceerd dan wat de bomen aan koolstof hebben opgenomen. Dan zijn er boomsoorten die meer ozon produceren dan ze opnemen. Onder andere Platanen zijn daar een voorbeeld van.
Bossen buigen de windstromen af en zullen daardoor een onbeduidende rol spelen bij het filteren van fijnstof en andere ongewenste componenten.
Dan zijn er nog boomsoorten die droogte resistent zijn, maar dat betekent ook dat ze gewoon minder water gebruiken voor hun fotosynthese. Dus minder koeling geven en minder wolken maken.

Extreem weer
Aangezien de aarde hoe dan ook de komende 50 jaar verder zal opwarmen, zullen ook soorten migreren. Zijn de bomen die we nu in Nederland planten over 50 jaar nog wel opgewassen tegen de gemiddelde temperatuur? Of moeten we nu al kiezen voor soorten die dat aankunnen? Hoe presteren die bomen dan in de eerste 50 jaar?

Dat het klimaat warmer wordt en het weer extremere vormen aanneemt is de enige zekerheid die we nu hebben. Hoe dat over de komende decennia verdeeld wordt en hoe dat per locatie uitpakt is echter ongewis. Het valt niet mee om onder deze omstandigheden de juiste beslissing te nemen. En ja, ontbossing moeten we blijven bestrijden en de bos arealen moeten uitgebreid worden. Want de bomen absorberen kooldioxide gratis. Bovendien dragen grotere bossen optimaal bij aan het behoud van biodiversiteit.

Technologie
Hebben de technologen dan ongelijk? Dat is een beetje dubbel. Laten we eerlijk zijn, fotosynthese heeft een bedroevend laag rendement. In calorische termen is dat gemiddeld ongeveer 0,15% van de zon-energie. Zonnepanelen naderen de 30%. En ook aan dat rendement van fotosynthese valt te sleutelen. Zo zijn wetenschappers erin geslaagd om dat flink op te krikken, tenminste in het laboratorium bij tabaksplanten. Dat kan op termijn een goede oplossing zijn voor de voedingsgewassen en daarmee de korte CO2 cyclus (binnen één groeiseizoen).
Groen kan helpen de toename van CO2 in de atmosfeer te remmen, maar als we echt meters willen maken, dan krijgt verlaging van CO2 productie bij de bron de hoogste prioriteit. En daar kan alleen technologie bij helpen.
Kortom, we moeten het ene doen en het ander niet laten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 8 december 2018

Hoe gaan we duurzaam met biomassa om?

Al in begin 2019 moet het klimaat- en energieakkoord worden gesloten. Dit kun je trouwens niet los zien van de plannen van de overheid om op circulaire landbouw over te gaan. Voor Natuur & Milieu reden om alle aspecten rondom duurzaam gebruik van biomassa op een rijtje te zetten. Dat heeft geleid tot de brochure "BIOMASSAVISIE 2018" en men wil daarmee een bijdrage leveren aan het debat over de rol van biomassa in de Nederlandse economie met de nadruk op verduurzaming van de landbouw en sluiten van kringlopen. Bovendien is het verlies van biodiversiteit een punt van zorg.
Bron: Biomassavisie 2018 , CBS 2018



























Biomassa is een verzamelnaam voor materiaal dat afkomstig is van levende organismen, doorgaans betreft het planten. Het gebruik van biomassa dient volgens een bepaalde hiërarchie te gebeuren.
Eerst dient biomassa gebruikt te worden voor bodemvruchtbaarheid ten behoeve van de productie van voedsel en (vee)voer. Wat over blijft kan gebruikt worden voor constructie materialen en chemische producten. Wat er daarna nog over blijft kan ingezet worden voor biobrandstof, elektriciteit en warmte.
Het knelpunt is dat juist de laagste toepassingen in dit rijtje economisch de hoogste waardering krijgen. Dat leidt ertoe dat deze sector stevig gesubsidieerd wordt en het grootste deel van de koek neemt. Helaas is de totale energiebehoefte groter dan wat er aan biomassa beschikbaar is. Met gevolg dat dit moet worden aangevuld met landbouwgewassen (concurrentie met voedselproductie en ontbossing) en bomen (ontbossing omdat er zo een CO2 schuld wordt opgebouwd - de bomen groeien langzaam en kunnen 80-200 jaar lang de uitstoot niet compenseren).
Voor bodemvruchtbaarheid en voedselproductie is er geen goed alternatief voor biomassa. Alleen met overheidsmaatregelen is dat belang veilig te stellen.

Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.

Het huidige beleid houdt de nodige risico's in. In 2017 verdween per seconde een heel voetbalveld aan bossen. In 2018 lijkt die trend alleen maat toe te nemen. Ontbossing is een belangrijke aanjager van de klimaatverandering.
Het verlies aan biodiversiteit is enorm. Vooral het tempo waarin dieren en planten uitsterven is in de geschiedenis van de aarde nooit zo groot geweest. Denk alleen maar aan de achteruitgang van 72% van de massa aan vliegende insecten in de laatste 27 jaar.
De bodem- en waterkwaliteit verslechtert doordat stikstof- en fosforkringlopen niet gesloten worden en het overmatig gebruik van zoet water. In dit opzicht wordt slechts 10% van de landbouwgrond in Nederland duurzaam bewerkt. Wat hierbij meespeelt is dat er nog steeds grote hoeveelheden veevoer uit het (verre) buitenland geïmporteerd worden, wat hier tot een mestoverschot leidt.

Natuur & Milieu komt met een set van aanbevelingen die we hier verkort weergeven. Het hele rapport kunt u hier downloaden.

  1. Stel per biomassastroom duurzaamheidscriteria op om te voorkomen dat de toepassing direct of indirect leidt tot ontbossing, verslechtering van bodem- en waterkwaliteit, verlies van biodiversiteit en vermindering van voedsel- en waterbeschikbaarheid of landroof.
    Voorbeelden van landroof zijn: de kap van regenwouden voor productie van palmolie en soja. Of boeren dwingen exportproducten te verbouwen in plaats van voedsel voor de regio.
  2. Pas het huidige subsidiebeleid aan:
    - Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.
    - Biomassaketels en pelletkachels uit de SDE schrappen.
    - Nieuw stimuleringsbeleid om te zorgen dat biomassa als eerste gebruikt wordt voor bodemvruchtbaarheid en dat het gebruik voor energie en warmte op de laatste plaats komt.
    - Stimuleer mogelijke materiaaltoepassingen en controleer of die toepassingen daadwerkelijk tot duurzame verbetering van biomassastromen leiden.
  3. Biobrandstoffen uit landbouwgewassen en productiehout (bossen) uit de RED2-richtlijn (EU richtlijn voor duurzame transportbrandstoffen) schrappen.
  4. Zoek naar alternatieve biobrandstoffen voor luchtvaart en scheepvaart.
  5. Stimuleer ontwikkeling en gebruik van alternatieven voor biomassa in de sectoren:
    - Elektriciteitsproductie. Wind en zon in de SDE houden en tegelijk de ontwikkeling van CO2 vrije alternatieven stimuleren.
    - Gebouwen. Voortzetten stimulering van warmtepompen in de ISDE. De ontwikkeling en toepassing van alternatieve technieken stimuleren.
    - Industrie. Stimuleer de ontwikkeling van alternatieve productietechnieken zoals het gebruik van CO2 uit de lucht te combineren met groen geproduceerde waterstof. Meer elektrificeren en recycling.
    - Mobiliteit. Stimuleer elektrisch rijden, vooral op afstanden tot 400 kilometer. Zet versterkt in op verschuiving naar openbaar vervoer,  fietsen en lopen. Leg minder asfalt aan. Voor trajecten boven de 400 kilometer is waterstof/brandstofcel techniek favoriet, alsmede het spoor.
  6. Neem bij de berekening van emissies van broeikasgassen de gehele keten mee. Dus ook de uitstoot door teelt, winning, verwerking en vervoer van biomassa, alsmede de kosten die gepaard gaan met veranderd landgebruik. Dat is eerlijker in vergelijking met alternatieven.
Biomassa gaat onze economie niet redden. In Nederland rekent men op jaarlijkse aanvulling met biomassa van meer dan 340 Pj terwijl er hooguit 190-205 Pj per jaar beschikbaar is. Om dat tekort aan te vullen zal men bossen kappen en landbouwgrond kapen. Uiteindelijk leidt dit tot voedselonzekerheid, verslechtering van de bodemvruchtbaarheid, verlies aan biodiversiteit en vervuiling van het milieu (lucht en water). Ook het klimaat zal verder opwarmen in plaats van  afkoelen.
Om de bijstook met biomassa te stoppen komt er nu een rechtszaak bij het Europese Hof: https://www.mo.be/nieuws/hout-verbranden-voor-energie-een-inbreuk-op-het-eu-verdrag 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 14 oktober 2018

Waarom een gazon slecht voor het klimaat is

Na driehonderd jaar is het groene tapijt uit de gratie. Gazons blijken slecht voor het klimaat. Dat beweren in elk geval enkele Zweedse landschapsarchitecten in een opinie artikel op de website Science na een uitvoerig onderzoek in meerdere landen. De perfect onderhouden grasmat kan beter plaats maken voor een minder intensief onderhouden en duurzaam alternatief, vinden zij. En ze zien dat het kan, zoals in een park in Berlijn. Lees hier het hele verhaal.
Gazon onderhoud: foto Pixabay.

Het glad geschoren gazon is een wereldwijd dominant fenomeen in publieke ruimten en particuliere tuinen. In veel landen blijkt meer dan 50% van het openbare groen uit gazon te bestaan. En in het buitengebied tot 1,9% (VS). Daarmee is gazongras het belangrijkste bemeste en geïrrigeerde niet-eetbaar gewas in onze samenleving. Wereldwijd beslaat dat een oppervlak dat overeenkomt met Spanje en Engeland samen. Al dat gras kost veel geld aan onderhoud en belast het milieu.

Tot nu toe is het belang of de last van gazons aan de nieuwsgierigheid van wetenschappers en politici ontsnapt. Maar de milieubelastende eigenschappen van gazongras houden landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen al een tijdje bezig. Het is een beetje dubbel. Gras zou koolstof vastleggen en omzetten in zuurstof, het filtert luchtverontreiniging, vertraagt de waterafvoer, beperkt bodemerosie en vult het grondwater aan.

De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit

Daarnaast heeft een gazon ook esthetische eigenschappen en is belangrijk voor recreatie in het groen. Allemaal positieve eigenschappen, zou je zeggen. Maar omdat we gazons zo intensief onderhouden komt van die ecologische eigenschappen weinig terecht. Dan presteren kruiden (en onkruiden....), struiken en bomen veel beter. En van het belang voor recreatie blijft ook niet veel over, nu blijkt dat recreanten zich even goed vermaken op extensief onderhouden grasvelden.

Wat is er dan zo slecht aan gazons?
Een kort geschoren grasveld vergt onderhoud. Ten eerste worden geen andere planten dan het ingezaaide gazongras getolereerd. Andere planten in gazons worden intensief bestreden met chemicaliën of mechanisch (bijvoorbeeld uitsteken als het een kleiner oppervlak is). Verder wordt heel veel water aan gazons besteedt. Niet voor niets wordt bij aanhoudende droogte het sproeien van gazons afgeraden of zelfs verboden. Grotere gazons worden niet met de hand gemaaid, maar vaak met een gemotoriseerde maaier. Die stoten milieubelastende stoffen uit. Het maaisel wordt meestal opgevangen en afgevoerd, waardoor jaarlijkse bemesting nodig is. De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit, zowel bovengronds als ondergronds. Het regenwater dat uit gazons wegvloeit is vaak vervuild met chemicaliën.

En dan is er nog het verschijnsel kunstgras. Plastic dus. Waar dit spul wordt uitgerold, maakt biodiversiteit geen kans meer. Daarnaast missen we de positieve effecten voor water retentie en verkoeling. Sterker, kunstgras warmt flink op in de middagzon. En het ergste, er komt veel microplastic vanaf, dat met de wind verwaait of met het regenwater wegspoelt, ....naar het oppervlaktewater.

Recent onderzoek toont aan dat graslanden, met een gevarieerde vegetatie, juist goed zijn voor de klimaatbeheersing en dicht in de buurt komen van de prestaties van bossen van vergelijkbare omvang.

Wat kan dan wel?
Laat de natuur zelf bepalen wat ter plaatse goed is als bodembedekking. Dat kan natuurlijk ook gras zijn. Maar ook andere planten die betreding verdragen. Laat de maaimachines staan. Waar de bodem betreden wordt treedt verdichting op, wat er automatisch voor zorgt dat de meeste planten klein blijven.
Moeten we gazons dan helemaal afzweren? Nou, dat hoeft niet, maar het kan veel minder. Geef meer ruimte aan bomen en struiken. Dat werkt veel beter tegen de klimaatverandering en voor het in standhouden van een gezonde leefomgeving. Het vraagt minder onderhoud, wat zowel de arbeidskosten als de energiekosten drukt. Vooral oude bomen doen veel voor het milieu en de leefomgeving en hoe ouder, hoe minder onderhoud ze nodig hebben. Tot ze aftakelen, maar dan is het een kwestie van respect voor een oude boom die soms meer dan honderd jaar zijn steentje aan een gezonde leefomgeving heeft bijgedragen.
Minder gras en meer hoger opgroeiende planten, zoals kruiden, struiken en bomen zorgen voor meer biodiversiteit. Hoewel het ondergrondse leven wel het belangrijkste is, genieten wij mensen toch het meest van de vlinders en kleurrijke kevertjes. Waarom dan zoveel geld en moeite besteden aan een  steriel biljartlaken?

Maak de bijtjes blij
Extensief onderhouden grasvelden bevatten van nature ook (veld)bloemen. Die zijn ideaal voor de bijen. Zeker omdat hier ook het gebruik van pesticiden en herbiciden achterwege blijft. Dus niet alleen aangenaam en gezond voor de mensen, maar ook voor de bijen.
Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat een gazon dat twee weken niet onderhouden wordt, tot 30% meer bijen kan onderhouden. Overigens blijkt ook dat dit voordeel na drie weken weer afneemt. De onderzoekers vermoeden dat het hoger gegroeide gras het voor bijen lastiger maakt om nectar dragende planten op te sporen en/of te bereiken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills

dinsdag 28 augustus 2018

Hoe duurzaam is biomassa?

Domme vraag, toch? Biomassa is heel duurzaam, zou je denken. Daar gaan wetenschappers en productontwikkelaars tenminste van uit. Zo is een wetenschapper van de Vrije Universiteit er recent in geslaagd om op een efficiënte en duurzame manier bioplastics te maken op basis van lignine die uit biomassa wordt gewonnen. Dat proces is al enkele decennia oud, maar werd zodanig verbeterd, dat het nu economisch kan worden toegepast.


De wetenschapper stelt dat biomassa de enige manier is om ook in de toekomst aan de groeiende vraag naar kunststof producten te voldoen. Maar dan wel zonder de voedsel productie concurrentie aan te doen. We hebben immers voldoende reststromen van houtsnippers, stengels en gras..... Dat zou zo moeten zijn, maar we hebben toch een probleem met die houtsnippers. Zie ook dit artikel.

Er blijft een risico dat de vraag naar biomassa tot ontbossing leidt.

Er bestaat een wereldwijde afspraak (VN) dat voor houtsnippers als biomassa gebruik wordt gemaakt van reststromen. Dode bomen, snoeihout, afval uit de houtindustrie e.d.
We zien hier twee pijnpunten:

  1. In de natuur vervult dood hout een belangrijke functie en het is daarom belangrijk om dat in bossen te laten liggen. Dood hout is een bron van leven.
  2. De vraag is groter dan het aanbod, wat boseigenaren tot 'creatieve oplossingen' brengt. Ze vellen gewoon het hele bos en planten dan (natuurlijk) nieuwe bomen.
Oplossing 2 is dan ook eerder een bedreiging voor het klimaat dan een oplossing. De bomen die vele tientallen jaren nodig hadden om de biomassa vast te leggen door CO2 uit de lucht te halen vallen binnen enkele minuten weg. En hun koolstof is enkele weken later alweer in de atmosfeer gebracht. Dti wordt ook wel de korte koolstofcyclus genoemd. De redenering dat de jonge aanplant die rol van CO2 vastleggen overneemt klopt maar voor een deel. Natuurlijk groeien die jonge bomen (schijnbaar) sneller dan de oude bomen. Dat komt omdat er meer energie in verticale groei gaat zitten. Later als de bomen in een volwassen stadium komen maakt verticale groei plaats voor diktegroei. In volume biomassa per jaar is dat veel meer van de verticale groei van jonge bomen. Na het kappen van de oude bomen duurt het dus nog 60 tot 80 jaar voordat zo'n boom dezelfde prestaties levert. Dat zijn twee mensengeneraties.

Biomassa inzetten voor het vervaardigen van kunststoffen is op zich een mooi en duurzaam alternatief voor de huidige fossiele grondstoffen. Het verbruik van kolen, olie en gas moet verminderen. Maar het risico blijft bestaan dat dit tot ontbossing leidt, zoals dat nu al het geval is voor de productie van biobrandstoffen (houtsnippers en pellets). De behoefte aan industriële grondstoffen heeft prioriteit, wat over blijft (áls er wat over blijft) zou de verbrandingsoven in kunnen. Dit standpunt dwingt de energieproducenten om naar innovatieve alternatieven te zoeken, want verbranden is iets uit de vorige eeuw.

Om de rol van groen (zoals bomen) voor een gezonde leefomgeving niet onder druk te zetten zal de industrie zeer omzichtig moeten omgaan met de bronnen voor biomassa.

Zorg in elk geval dat er al vroeg grotere arealen bos worden aangeplant, zodat de oogst niet tot ontbossing en de daarmee gepaard gaande problemen leidt. Want ook de chemische industrie kan veel meer verwerken dan er nu zonder ontbossing geleverd kan worden. Plant meer bomen.

Ontbossing is vaak de oorzaak van droogte, maar ook van wateroverlast, bodemerosie en aardverschuivingen. Bossen houden het ecosysteem gezond. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.