Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2026

Als de dokter je het bos in stuurt

 

In Japan is het al heel lang een gevestigde traditie: bosbaden. De dokter schrijft je een boswandeling voor. Het idee hierachter is, dat een verblijf in een bos je gezondheid bevordert. Dat willen Europese onderzoekers graag toetsen. Is het een kwestie van zelfsuggestie of is het ook fysiek aantoonbaar?

In de Vogesen is een proefproject gestart en de resultaten zijn veel belovend. Bij eerdere onderzoeken in Frankrijk en Scandinavië werd al een cocktail van vluchtige stoffen vastgesteld, die direct invloed hebben op de fysiologie van mensen. Die gassen zorgen voor verlaging van cortisol en een actiever immuunsysteem. In het nieuwe Europese onderzoek worden dezelfde effecten op welzijn en gezondheid bevestigd. Wel wil men nog uitzoeken of er verschillen zijn in boomsoorten, seizoensinvloeden of biodiversiteit. We wachten het af.

Het idee dat de dokter je binnenkort een 'driemaal wekelijkse boswandeling' voorschrijft is dan ook helemaal niet vergezocht. Het is gratis en het effect is aantoonbaar. Kan nog een serieuze concurrent van de apotheek worden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees e-books Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills carrière inspiratie.

Deze roman/thriller is ook te koop via
BOL.com.

maandag 11 september 2023

Koolstofvrij in 2030 dankzij NBS

 In juli 2023 verscheen in Nature een onderzoeksverslag over de toepassing van Nature Based Solutions (NBS) in steden om effectief en op korte termijn koolstof- neutraal te worden. Door het toepassen van groen in steden kan de koolstofuitstoot gemiddeld met 17,4% worden verminderd. In sommige steden kan dat zelfs voor 2030 leiden tot koolstofneutraliteit. NBS heeft veel potentie om het leefklimaat in steden sterk te verbeteren en een substantiële bijdragen te leveren aan het beheersen van de klimaatverandering. Het onderzoek werd gedaan in 54 steden, wereldwijd.

China
Foto: Pixabay. 

Dat betekent niet dat we NBS invoeren en dan achterover kunnen leunen. De koolstofemissies door gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Door NBS toe te passen in steden maak je daar het leven aangenamer en kan de impact op klimaatverandering wereldwijd tot 17,4% verlagen.

Nature Based Solutions is geen "one size fits all" verhaal. Het gaat om maatwerk door een mix van 5 categorieën toe te passen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met stedenbouwkundige, ecologische en sociaaleconomische factoren.

Vier toepassingsgebieden vormen de speerpunten van NBS: Laanbeplanting, groen op of aan gebouwen, stadsparken en stadslandbouw. 

Het gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Stadparken hebben een verkoelend effect dat vaak tot 200 meter in de omtrek reikt. Tijdens warme zomerdagen kan de temperatuur rondom bomen wel 4-7 oC lager zijn. Daarnaast zorgen stadsparken ervoor dat meer mensen recreëren zonder gebruik van extra energie.
Groen op of aan gebouwen zorgt voor afvang van koolstof en fijnstof direct bij de bron (woningen en bedrijven). Het zorgt verder voor energiebesparing, het beheersen van het binnenklimaat en beschermt de gebouwen waardoor deze langer meegaan.
Laanbeplanting zorgt voor meer veiligheid op de wegen, koeler wegdek en afvang van koolstof, stikstof en fijnstof bij de bron. Deze factoren verminderen tevens het hitte-eilandeffect. 
Ook stadslandbouw zorgt voor vastleggen van koolstof en stikstof bij de bron. Het levert bovendien verse voedingsmiddelen op, die niet van elders aangevoerd moeten worden. In veel steden is stadslandbouw al economisch levensvatbaar gebleken.

NBS zorgt daarnaast voor andere positieve effecten in de steden: Het stimuleert de gemeenschapszin. Zorgt voor meer welzijn en sociale veiligheid. Ook de biodiversiteit profiteert van NBS. Kortom, een gezonder leefklimaat, meer welvaart en meer welzijn.

Plant meer (vooral inheemse) bomen in en rondom steden!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 26 september 2021

Met meer planten krijg je meer biodiversiteit in de steden

 In een vierjarig onderzoek heeft een team wetenschappers in Melbourne (Australië) vastgesteld dat meer groen de biodiversiteit in korte tijd kan verhogen. Dit onderzoek komt niet uit de lucht vallen, want wereldwijd zijn steden bezig de bebouwde kom te vergroenen. Binnen de EU wordt dit gestimuleerd door het project Green Cities Europe. Het gaat er dan vooral om, dat je binnen steden meer inheemse planten inzet, zo hebben de Australiërs geconstateerd. Daarmee haal je niet alleen meer (inheemse) dieren binnen, maar ook andere plantensoorten die samen leven met de pionier planten.


Het gevolg van deze vergroening is veelzijdig positief. Het verbetert de luchtkwaliteit binnen de steden, stimuleert de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, helpt wateroverlast en hittestress te verminderen. Waar meer groen is zijn mensen eerder genegen zich buiten op te houden en dat bevordert ook interacties, sociale cohesie. En, zoals nu aangetoond, vergroot stadsvergroening de biodiversiteit.
Dit wisten we toch allemaal al? Dat klopt en deze kennis is voor veel steden ook directe aanleiding om meer bomen te planten. Maar wat het onderzoek in Melbourne aangeeft is, dat dit doel ook bereikt wordt door de inzet van veel kleinschalige groene stukjes. Het onderzoeksproject in Melbourne besloeg slechts 200 vierkante meter, direct langs een doorgaande weg en omringd door hoge gebouwen. In dat gebied werden flink meer inheemse plantensoorten geplant, variërend van diverse grassoorten tot eucalyptusbomen. In de looptijd van 4 jaar telde men 94 nieuwe (inheemse) dieren in het gebied, voornamelijk insecten.

Het voordeel van de keuze voor inheemse plantensoorten is, dat deze zijn aangepast een het lokale klimaat en minder water en voeding nodig hebben dan cultuurgewassen. Bovendien zijn dit de planten die met name de inheemse diersoorten aantrekken. Kunstgrepen en extra verzorging zijn niet nodig. Alleen zorgen voor meer groen van diverse inheemse soorten en dan rustig afwachten. Vooral als er tussen die groene oases verbindingen zijn zoals lanen en bermen zullen de dieren deze plekken snel vinden en bevolken.

Planten vormen de basis en de ruggengraat van ieder project om de biodiversiteit te vergroten. Hoe veelsoortiger het groenaanbod, hoe meer diersoorten zullen volgen. Vooral bij insecten is de verscheidenheid aan bijvoorbeeld waardplanten erg groot. Zo zie je ook dat in het buitengebied de biodiversiteit sterk afneemt op en rond weilanden waar enkel nog (saai) raaigras groeit. Zelfs onder de grond zet de verarming door, waardoor de boerenland dood is. Het kan alleen nog door massief gebruik van mest gewassen voortbrengen, die ook nog een extra kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen. 

Het onderzoek in Melbourne heeft nu aangetoond, dat voor verbetering van de biodiversiteit en levenskwaliteit de inzet van kleinschalige, veelsoortige groene plekjes al voldoende kan zijn. Mogelijk kun je dit inzicht ook doortrekken naar het buitengebied. Dat zou een mooi compromis zijn voor boeren die nu nog weigeren natuur inclusief of circulair te boeren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 22 september 2021

Het bos als zuiveringsinstallatie

 Bossen leveren een belangrijke bijdrage aan het gezonde leefklimaat in het algemeen en voor dorpen en steden in het bijzonder. Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht en het regenwater, verminderen de kans op wateroverlast en verlagen de omgevingstemperatuur. Zelfs individuele bomen leveren merkbare prestaties.

Om daar de aandacht op te richten hebben we in samenwerking met de gemeente Weert in de zomer van 2021 bij een aantal bomen een bomenpaspoort geplaatst. Bij andere bomen hangt een kleiner formaat aan de stam. Op dit paspoort tonen we de uitkomst van berekeningen van de zogenaamde ecosysteemdiensten van de bomen. Zoals op de foto hiernaast bij een monumentale beuk in Molenakker.

Veel mensen ervaren bomen als 'halfdode' objecten die langs de weg, in het park of in het bos staan. Meer een soort speling van de natuur om het landschap een beetje op te fleuren. In werkelijkheid vervullen bomen een essentiële functie in de natuur. Het zijn sociale wezens, die op elkaar aangewezen zijn en elkaar helpen te overleven, mits ze niet eenzaam langs de weg staan. Van bomen zijn heel veel andere wezens afhankelijk, zowel boven als onder de grond. Bij eiken zijn dat meer dan 240 soorten. Bomen zorgen ook dat regen van de oceanen verder landinwaarts getransporteerd wordt door vocht uit de bodem via de bladeren weer in de lucht te brengen, die vervolgens als wolken weer een paarhonderd kilometer verder uitregenen. En daar herhaalt zich dit proces weer. Waar bomen ontbreken dreigt droogte en kunnen woestijnen ontstaan.

Ik doe belangrijke dingen voor jou

Het bomenpaspoort vermeldt een aantal feiten over de diensten die bomen leveren om jouw leefomgeving gezond te houden. Ik noem hier de belangrijkste.

Ik produceer zuurstof
Via de bladeren nemen bomen (zoals alle planten) CO2 op uit de lucht. Via een bijzonder proces, fotosynthese, wordt het CO2 molecuul gesplitst in 1 koolstofatoom en 2 zuurstofatomen. Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor de boom. Het wordt gebruikt voor de aanmaak van glucose en dat is nodig om, samen met andere elementen die de wortels aanleveren, cellen op te bouwen en het afweersysteem te onderhouden. Glucose is ook een energiebron voor dit hele proces en wordt via zogenaamde wortelknopen ook gedeeld met andere bomen die verzwakt zijn en met de schimmels die de boom helpen mineralen uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen ook om voedsel met andere bomen te delen en te communiceren over bedreigingen.
Zuurstof is een restproduct, dat via de bladeren wordt uitgescheiden. Nu is het wel zo, dat bomen zelf ook zuurstof gebruiken. Wortels nemen het uit de bodem op, om samen met glucose de stofwisseling aan de gang te houden. Wat over is staat ter beschikking aan dieren die zuurstof gebruiken. Een gemiddelde boom van meer dan 80 jaar levert zo zuurstof voor ongeveer 7-8 mensen.

Ik leg CO2 vast
Zoals hierboven al beschreven is, halen planten CO2 uit de lucht en zetten dat via de fotosynthese om in losse koolstof- en zuurstofatomen. Hoe ouder een boom wordt, hoe groter zijn kroon en hoe meer bladeren daarin aan fotosynthese doen. Dus de hoeveelheid CO2 die een boom in een groeiseizoen kan vastleggen is afhankelijk van zijn omvang, dus ook van zijn leeftijd. In de dikke stam en takken kunnen zo tientallen, tot honderden tonnen aan koolstof worden vastgelegd. 
Als een boom sterft zullen talrijke micro-organismen het hout opruimen. Daarbij komt de koolstof dus weer terug in de atmosfeer. Dat is een proces van vele tientallen jaren. Als we besluiten dat hout 'te oogsten' en na droging te gebruiken voor nuttige voorwerpen, kan die CO2 teruggave nog tientallen jaren worden uitgesteld. Hout verbranden voor bijvoorbeeld energie opwekking (biomassa) is daarom een slecht idee. De verbranding gaat veel sneller dan de natuur opnieuw kan vastleggen. Waar een boom 100 jaar over gedaan heeft, zal in een energiecentrale binnen 40 minuten verbrand zijn. 

Ik onderschep en verbruik regenwater
Eerst eens dat 'onderscheppen' uitleggen. Tijdens een regenbui zullen waterdruppels zich hechten aan de bladeren, takken  en de stam van een boom. In de scheikunde wordt dit adhesie genoemd. Zodra dat zoveel wordt dat de zwaartekracht het wint van de adhesie, zal het water verder naar de bodem zakken. Ondertussen heeft de boom in zijn structuur alle honderden liters vastgehouden. Dat gaat vertraagd naar de bodem, zodat het daar rustig kan bezinken. Ondertussen wordt een deel van het water alweer verdampt. Hieraan is natuurlijk een maximum gesteld. Als er in een seizoen minder regen valt, wordt dat maximum niet gehaald. Maar dan lijdt de boom waarschijnlijk ook aan droogtestress. Voldoende regen is belangrijk en zoals we hierboven al zagen, zorgen bomen (bossen) zelf ervoor dat er (elders) opnieuw regen valt. Dit is trouwens het principe waardoor regenwouden kunnen bestaan, ze creëren hun eigen klimaat om te groeien. Als dit proces onderbroken wordt, dreigt droogte en kunnen woestijnen in de plaats van de regenwouden ontstaan. Dit zien we momenteel op veel plaatsen in bijvoorbeeld de Amazone, Madagaskar en Centraal Afrika gebeuren.

Waar geen bomen staan heeft water vrij spel en ontstaan overstromingen.

Het verbruik van water wordt geregeld door de wortels, die het water uit de bodem halen. Voorwaarde is dat er water beschikbaar is en de wortels er bij kunnen. Bomen die op hun groeiplek gekiemd zijn, 'kennen'  de omstandigheden en ontwikkelen wortels die dat water wel weten te vinden. Bomen van de boomkweker beschikken niet over die kennis en hun wortels zijn gewoonlijk flink teruggesnoeid. Deze bomen weten het grondwater moeilijker te vinden en dreigen zonder extra zorg vaak te verdrogen. Dit is met name het lot van stadsbomen.
Een volwassen boom kan op warme zomerdagen gemakkelijk 300 tot 500 liter water verbruiken. De wortels nemen dat uit de bodem op en transporteren dit naar de bladeren. Lang werd gedacht dat dit oppompen gebeurt door het vacuüm dat door verdamping ontstaat. Maar die gedachte gaat mank als je je realiseert, dat in het voorjaar water naar de knoppen wordt gepompt, die dus nog moeten ontluiken. En zo'n vacuüm werkt ook niet tot 60 of 80 meter hoogte. Er moet dus een ander mechanisme aan het werk zijn, maar wetenschappers zijn er nog steeds niet achter wat dat dan precies is.
Doordat bomen zoveel water onderscheppen en verbruiken dragen zij bij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Waar geen bomen staan heeft water vrij spel, met vaak catastrofale gevolgen.

Ik filter luchtverontreiniging 
Bomen halen niet alleen CO2 uit de lucht. Ze halen er onder andere ook stikstofoxiden uit, maar ook zwaveloxide en ozon. De bladeren ademen dat in en deze schadelijke gassen worden in het fotosynthese proces geneutraliseerd. Ze worden via een laag onder de schors, het floëem genaamd, naar de wortels gebracht en daar opgeslagen. Bodemschimmels verwerken dat en zo worden die schadelijke gassen uiteindelijk onschadelijk gemaakt.
In de structuur van de boom wordt ook fijnstof afgevangen. We onderscheiden hierin PM10, PM2,5 en tegenwoordig ook PM1,0. PM10 zijn relatief grove deeltjes, maar omdat PM2,5 en PM1,0 heel klein zijn kunnen ze fijner longweefsel bereiken en daar schade aanrichten. Bomen kunnen deze deeltjes dus afvangen. Met de volgende regenbui spoelt het naar de bodem waar micro-organismen het verwerken. 
Niet alle boomsoorten zijn even goed in dat filteren. Hoe kleiner en fijner het blad hoe beter ze presteren. Coniferen doen het dus beter dan loofbomen. Ook presteren ze beter als ze dicht bij de bron staan, maar niet te dicht op elkaar. De wind moet er gemakkelijk doorheen kunnen waaien.

Ik koel mijn omgeving
Voor de fotosynthese heeft de boom behalve licht ook water nodig. Dat water komt via poreuze cellen aan de buitenkant van het kernhout, het xyleem, vanaf de wortels naar de bladeren. Een deel van dat water wordt gebruikt voor transport van glucose naar de wortels terug. Het grootste deel van het water verdampt en dat zorgt voor verkoeling. Koele lucht is zwaarder dan warme lucht en zakt dus omlaag en verspreidt zich in de omgeving. Tot wel 100 meter van de bomen verwijderd. Daarnaast zorgt ook de schaduw van de kroon voor enige verkoeling. Zo kan het gebeuren dat het in de directe omgeving van bomen tot wel 7 graden koeler is dan onder de directe zon. Het maakt voor je welzijn wat uit of het 36 of 29 graden is.
Een voorbeeld zagen we deze zomer in een reportage over extreme warmte in de zuidelijke staten van de VS. Wat bleek? De mensen die het meeste van de hitte te lijden hadden woonden in de stad, waar vrijwel geen bomen stonden. Alleen veel asfalt en beton. Omdat dit in de nacht onvoldoende afkoelt doet de zon er de volgende dag nog een schepje bovenop. De hitte cumuleert. In de buitenwijken waar mensen hun straten en tuinen met bomen beplant hebben werd niet over hitte geklaagd.
Ook op plaatsen waar op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden lijden mensen en hun (huis)dieren onder de extreme hitte. Er groeit niets meer en behalve de hitte krijgen ze ook nog met gebrek aan voedsel en (drink)water te maken. Hongersnood is het gevolg.

Plant meer bomen zou een goede raad zijn. Maar de bomen die we dan planten komen uit kwekerijen. Ze zijn snel opgekweekt met ontoereikende wortels, want die zijn alleen maar lastig bij het planten op de eindbestemming. Die bomen hebben moeite om water te vinden en kunnen vaak ook niet communiceren met soortgenoten. Hun wortels raken elkaar niet en vaak ontbreekt het aan de juiste bodemschimmels waarmee ze een verbond kunnen aangaan. Het beste advies is, laat de bomen staan en laat ze oud worden. En geef geschikte ruimte terug aan de natuur, zodat er via een natuurlijk proces opnieuw bossen ontstaan. Die zijn later ook onder extreme omstandigheden levensvatbaar. En plant straatbomen in wisselende groepjes van soortgenoten, zodat ze onderling een band kunnen aangaan. Maar tegelijk zulke groepjes afwisselen met andere soorten om ziekten en plagen beter tegen te gaan. Zo kunnen ook stadsbomen oud worden en dan leveren ze later hun beste prestaties. Bomen doen belangrijke dingen voor jou! Maar ze doen dat in hun eigen tempo.

Zie ook de film die de beroemde Duitse boswachter Peter Wohlleben maakte: The Hidden Life of Trees. Draait waarschijnlijk nog in een bioscoop bij jou in de buurt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


donderdag 3 september 2020

Meer ozon in de troposfeer is een probleem voor het klimaat

 Om te beginnen, ozon heeft zowel goede als slechte eigenschappen. Het ligt er maar aan waar dit gas zich ophoudt. En we weten al langer dat ozon niet gelijkmatig over de wereld verdeeld is. Op het zuidelijk halfrond is er een tekort, wat we kennen als het 'ozongat'.  Dit tekort zien we in de stratosfeer, waar ozon de aarde beschermt tegen schadelijke UV-straling. Op het noordelijk halfrond kennen we dit tekort niet. Dit komt door de hoge stikstofproductie door de industrie en landbouw. Het deel ozon dat opstijgt naar de stratosfeer vormt een schild tegen schadelijke UV-straling. Dat is goed nieuws.

Ozon laag. foto Pixabay
Het slechte nieuws is dat het ozongehalte in de troposfeer, tot 15 kilometer hoogte, flink is toegenomen. Op die hoogte gedraagt ozon zich als een broeikasgas, wat de opwarming van de aarde bevordert. En daar wringt het.

Luchtvervuiler
In de lagere luchtlagen is ozon ook een vervuilend gas dat we inademen en zich gedraagt als een agressieve vorm van zuurstof. In ons lichaam heeft dat een toename van oxidatieschade tot gevolg. Ozon in de lagere luchtlagen is dus een vervuiler die onze gezondheid bedreigt.

Wat kunnen we doen om dit te verminderen? Dat is niet zo eenvoudig. Ozon in de schil om de aarde houdt zich niet aan grenzen. Wel blijkt dat de concentraties op het noordelijk halfrond toenemen. Om de ozonproductie tegen te gaan zijn dus internationale afspraken nodig, maar ook internationale instellingen voor controle en handhaving. Het komt er vooral op neer dat de productie van stikstoffen verminderd moet worden. Dit is de belangrijkste bron van ozonvorming in de lagere luchtlagen. En op dat gebied bestaat nogal wat meningsverschil, niet alleen tussen landen, maar vooral ook tussen de stikstof producerende sectoren en de rest van de samenleving.

Ook het ozonprobleem onderstreept nog eens hoever de schadelijke invloed van teveel stikstof reikt. De overheden zullen op dit gebied snel met goede reglementen moeten komen. In onderling overleg met andere landen. Bovendien zal handhaving een belangrijk onderdeel moeten zijn. Aan goede afspraken waar de helft zich niet aan houdt levert geen verbetering op. En volksgezondheid en klimaatverandering zijn toch echt issues die alle aandacht verdienen. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 30 augustus 2019

Stikstof blijkt schadelijk gas

De alarmbellen gingen af toen Duitse onderzoekers constateerden dat de biomassa aan vliegende insecten met driekwart was afgenomen en bij nader onderzoek bleek dat dit op meer plaatsen het geval was. Al eerder trokken onderzoekers aan de bel omdat de vaderlandse flora er slecht op staat en met name voor het afsterven van eiken in het buitengebied. Stadse eiken waren nog niet onderzocht. Zou het één met het ander te maken kunnen hebben?
Opnieuw luiden wetenschappers de alarmbel. Dit keer omdat uit internationaal onderzoek blijkt dat 80% van de bodemschimmels uit de natuur verdwenen is. In de  natuur hangt alles met alles samen. Laat nu de flora sterk afhankelijk zijn van een gezonde schimmelcultuur in de bodem, met name de zogenaamde mycorrhiza. En veel insecten zijn weer afhankelijk van een gezonde flora. En veel gewervelde dieren zijn weer afhankelijk van insecten. Het grijpt allemaal in elkaar.
Foto: Pixabay

In Vlaanderen en Zuidelijk Nederland is het stikstofdioxide (NO2)gehalte extreem hoog. Dat is met name te zien op de opname van de TROPOMI satelliet (2018) die hieronder staat afgedrukt.
Schimmels helpen de planten/bomen om stikstof en fosfaten uit de bodem op te nemen. Maar een teveel aan stikstof(dioxine) verzuurt de bodem en is schadelijk voor de schimmels, zo blijkt.

De bodem verzuurt
De overdaad aan stikstofdioxide komt met fijnstof in de bodem terecht. Hierdoor verzuurt de bodem en dat is funest voor de schimmels. Dit heeft schadelijke gevolgen voor veel plantensoorten en de biodiversiteit. Met name grasland en de bossen lijden onder de achteruitgang van bodemschimmels. Stikstofdioxide blijkt dus een schadelijk gas.
Concentraties stikstofdioxide in Europa - TROPOMI 2018

Het is dan ook terecht dat de rechter hier heeft ingegrepen.

Biologen in acht landen hebben tien jaar lang onderzoek gedaan naar het effect van stikstofoxides op schimmels. Ze hebben onder andere DNA monsters uit de bodem genomen om de aanwezigheid van schimmels te kunnen afleiden.  Onderzoekers van de Universiteit Leuven ontdekten zo dat nog slechts 20-30% van de oorspronkelijke schimmels in de bodem aanwezig zijn. Dit was direct te wijten aan de hoge stikstofgehaltes in de lucht en in de bodem. De Vlaamse Milieumaatschappij onderschrijft dit. Zij berekenden dat op de Vlaamse bodem jaarlijks gemiddeld 23,4 kilogram stikstofoxiden (NOx) per hectare neer dwarrelt. In de Zuid Nederlandse provincies zal dat niet erg verschillen. Kijk maar naar die grote donkere vlek op de TROPOMI opname hierboven. Britse onderzoekers hadden al vastgesteld dat slechts 6 kilogram per jaar per hectare schadelijk is voor bodemschimmels. Daar zitten we hier dus ver boven.

Let wel. Het gaat hier om gemiddelden. Uit metingen blijkt dat bij industriegebieden, veehouderijen en langs de doorgaande wegen de concentratie kan oplopen tot 60 kilogram per hectare.


Fruitbomen
Conclusie van de wetenschappers is duidelijk: het stikstofgehalte moet omlaag. Liefst naar 5 kilo of minder. Dat zou kunnen door bij natuurgebieden alleen fruitteelt toe te staan. Die sector produceert vrijwel geen stikstofdioxide en kan zo een buffer vormen tegen vervuilende bronnen.

Sommige terreinbeheerders hebben in het verleden al de vergiftigde grond afgegraven om zo nieuwe natuur een kans te geven. Effectief is dit zeker niet. Het duurt 10-20 jaar voordat de natuur zich herstelt en in die tijd is de bodem opnieuw vergiftigd met een veel te hoge concentratie stikstofoxiden.  Andere terreinbeheerders kiezen ervoor om extra calcium in de vorm van steenmeel aan de bodem toe te voegen. Behalve dat moeilijk te verdelen valt en erg kostbaar is (ze gebruiken helikopters), zal ook dit slechts tijdelijk effect hebben. 

De enige remedie is om de bron aan te pakken. 

Er moet simpelweg minder stikstofdioxide geproduceerd worden. Dat betekent helaas dat er strenge beperkingen opgelegd moeten worden aan de agrarische sector, industrie en transport. Willen we onze leefomgeving gezond houden dan zal het in die sectoren pijn gaan doen. Hoewel, er zijn methoden in ontwikkeling om zaken anders te doen, zonder het milieu te belasten en toch rendabel te ondernemen. Dat vergt 'omdenken' en extra investeringen. ...en misschien toch minder (rund)vee.
Zie ook dit artikel op Nature Today. (vragen/antwoorden over de stikstof problematiek).
Wat doen planten met een overschot aan stikstof? Lees het in dit artikel.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 14 oktober 2018

Waarom een gazon slecht voor het klimaat is

Na driehonderd jaar is het groene tapijt uit de gratie. Gazons blijken slecht voor het klimaat. Dat beweren in elk geval enkele Zweedse landschapsarchitecten in een opinie artikel op de website Science na een uitvoerig onderzoek in meerdere landen. De perfect onderhouden grasmat kan beter plaats maken voor een minder intensief onderhouden en duurzaam alternatief, vinden zij. En ze zien dat het kan, zoals in een park in Berlijn. Lees hier het hele verhaal.
Gazon onderhoud: foto Pixabay.

Het glad geschoren gazon is een wereldwijd dominant fenomeen in publieke ruimten en particuliere tuinen. In veel landen blijkt meer dan 50% van het openbare groen uit gazon te bestaan. En in het buitengebied tot 1,9% (VS). Daarmee is gazongras het belangrijkste bemeste en geïrrigeerde niet-eetbaar gewas in onze samenleving. Wereldwijd beslaat dat een oppervlak dat overeenkomt met Spanje en Engeland samen. Al dat gras kost veel geld aan onderhoud en belast het milieu.

Tot nu toe is het belang of de last van gazons aan de nieuwsgierigheid van wetenschappers en politici ontsnapt. Maar de milieubelastende eigenschappen van gazongras houden landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen al een tijdje bezig. Het is een beetje dubbel. Gras zou koolstof vastleggen en omzetten in zuurstof, het filtert luchtverontreiniging, vertraagt de waterafvoer, beperkt bodemerosie en vult het grondwater aan.

De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit

Daarnaast heeft een gazon ook esthetische eigenschappen en is belangrijk voor recreatie in het groen. Allemaal positieve eigenschappen, zou je zeggen. Maar omdat we gazons zo intensief onderhouden komt van die ecologische eigenschappen weinig terecht. Dan presteren kruiden (en onkruiden....), struiken en bomen veel beter. En van het belang voor recreatie blijft ook niet veel over, nu blijkt dat recreanten zich even goed vermaken op extensief onderhouden grasvelden.

Wat is er dan zo slecht aan gazons?
Een kort geschoren grasveld vergt onderhoud. Ten eerste worden geen andere planten dan het ingezaaide gazongras getolereerd. Andere planten in gazons worden intensief bestreden met chemicaliën of mechanisch (bijvoorbeeld uitsteken als het een kleiner oppervlak is). Verder wordt heel veel water aan gazons besteedt. Niet voor niets wordt bij aanhoudende droogte het sproeien van gazons afgeraden of zelfs verboden. Grotere gazons worden niet met de hand gemaaid, maar vaak met een gemotoriseerde maaier. Die stoten milieubelastende stoffen uit. Het maaisel wordt meestal opgevangen en afgevoerd, waardoor jaarlijkse bemesting nodig is. De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit, zowel bovengronds als ondergronds. Het regenwater dat uit gazons wegvloeit is vaak vervuild met chemicaliën.

En dan is er nog het verschijnsel kunstgras. Plastic dus. Waar dit spul wordt uitgerold, maakt biodiversiteit geen kans meer. Daarnaast missen we de positieve effecten voor water retentie en verkoeling. Sterker, kunstgras warmt flink op in de middagzon. En het ergste, er komt veel microplastic vanaf, dat met de wind verwaait of met het regenwater wegspoelt, ....naar het oppervlaktewater.

Recent onderzoek toont aan dat graslanden, met een gevarieerde vegetatie, juist goed zijn voor de klimaatbeheersing en dicht in de buurt komen van de prestaties van bossen van vergelijkbare omvang.

Wat kan dan wel?
Laat de natuur zelf bepalen wat ter plaatse goed is als bodembedekking. Dat kan natuurlijk ook gras zijn. Maar ook andere planten die betreding verdragen. Laat de maaimachines staan. Waar de bodem betreden wordt treedt verdichting op, wat er automatisch voor zorgt dat de meeste planten klein blijven.
Moeten we gazons dan helemaal afzweren? Nou, dat hoeft niet, maar het kan veel minder. Geef meer ruimte aan bomen en struiken. Dat werkt veel beter tegen de klimaatverandering en voor het in standhouden van een gezonde leefomgeving. Het vraagt minder onderhoud, wat zowel de arbeidskosten als de energiekosten drukt. Vooral oude bomen doen veel voor het milieu en de leefomgeving en hoe ouder, hoe minder onderhoud ze nodig hebben. Tot ze aftakelen, maar dan is het een kwestie van respect voor een oude boom die soms meer dan honderd jaar zijn steentje aan een gezonde leefomgeving heeft bijgedragen.
Minder gras en meer hoger opgroeiende planten, zoals kruiden, struiken en bomen zorgen voor meer biodiversiteit. Hoewel het ondergrondse leven wel het belangrijkste is, genieten wij mensen toch het meest van de vlinders en kleurrijke kevertjes. Waarom dan zoveel geld en moeite besteden aan een  steriel biljartlaken?

Maak de bijtjes blij
Extensief onderhouden grasvelden bevatten van nature ook (veld)bloemen. Die zijn ideaal voor de bijen. Zeker omdat hier ook het gebruik van pesticiden en herbiciden achterwege blijft. Dus niet alleen aangenaam en gezond voor de mensen, maar ook voor de bijen.
Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat een gazon dat twee weken niet onderhouden wordt, tot 30% meer bijen kan onderhouden. Overigens blijkt ook dat dit voordeel na drie weken weer afneemt. De onderzoekers vermoeden dat het hoger gegroeide gras het voor bijen lastiger maakt om nectar dragende planten op te sporen en/of te bereiken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills

zaterdag 7 juli 2018

Groene infrastructuur in steden

Het effect van groen op het leefklimaat in onze steden was al vaker onderwerp van deze BLOG. Aangezien een steeds groter aantal mensen in steden woont en werkt is dit ook een onderwerp waar serieus rekening mee wordt gehouden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een project dat een team van de Universiteit van Kopenhagen, met geld van de EU, in 2017 heeft uitgevoerd. De resultaten van dit project zijn met name voor lokale beleidsmakers interessant en kunnen gedownload worden vanaf de projectwebsite: http://greensurge.eu.


Voor dit project werd samengewerkt met wetenschappers uit vijf verschillende Europese steden en werden in totaal 3000 mensen geïnterviewd. Dit resulteerde in een handboek dat als een online learning project bestudeerd kan worden, of als pdf gedownload.
Ook Wageningen Universiteit publiceerde een longread over dit onderwerp:
https://www.wur.nl/nl/show-longread/Zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm

Voor een optimaal resultaat dient het totale stedelijke landschap in de strategie betrokken te worden. Groen moet niet uit geïsoleerde plekken binnen de stadsgrenzen bestaan. Ze moeten met elkaar verbonden zijn, zodat zowel mensen als de stedelijke fauna optimaal profiteert en zich steeds in of in nabijheid van groen door de stad kan verplaatsen.
Waarom is dit belangrijk?

Het groen levert een hele serie ecosysteemdiensten die het leven in steden veraangenamen en  helpen kosten voor welzijn en gezondheid te drukken. Daarnaast ondersteunt het groen biodiversiteit: het complex van biologische bouwstenen, waar mensen slechts één deel van zijn en waartussen een onderlinge afhankelijkheid bestaat.

 In een groene omgeving gedragen mensen zich socialer en
dat verbetert tevens de veiligheid.

Voor stadsplanners zijn een paar ecosysteemdiensten extra belangrijk. Het groen, vooral bomen, vermindert hittestress in warme zomers en daarmee onnodige ziekenhuisopnames en strefgevallen. Volwassen bomen onderscheppen tot wel 30.000 liter regenwater per jaar. Ze laten het opgevangen water deels verdampen en deels geven ze het vertraagd aan de omgeving af, waardoor wateroverlast  vermeden wordt. Bomen filteren de lucht en moduleren de luchtstromen binnen de stad. Mensen voelen zich bij groen in het algemeen en bij bomen in het bijzonder gelukkiger en relaxter. Dat zorgt voor lagere zorg- en welzijnskosten. In een groene omgeving gedragen mensen zich socialer en dat verbetert tevens de veiligheid. Groene omgeving zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en een groene omgeving is aantrekkelijk voor met name horeca ondernemingen. Voor de gemeente is het interessant dat mensen bereid zijn méér te betalen voor vastgoed in een omgeving met groen en water in de nabijheid. Daarmee stijgt ook de OZB.

De stad New York heeft recent becijfert dat van iedere Dollar die ze in bomen investeren 5 Dollar wordt terugverdiend. Ze zijn de stad dan ook flink aan het vergroenen.

Een groene infrastructuur bestaat niet alleen uit lanen en parken, maar ook uit groene voor- en achtertuinen van de inwoners, en groen op de daken, langs gevels en op balkons. Ook stadstuinen passen in dit concept. Net als een IVN initiatief voor de aanleg van 'tiny forest' als leerproject voor kinderen.
Het is daarom niet alleen de gemeente die in de groene infrastructuur moet investeren, maar ook bedrijven en particulieren. Uit het onderzoek is naar voren gekomen, dat een goede samenwerking tussen politiek, gemeentelijke diensten en inwoners tot mooie resultaten kan leiden.

De Deense wetenschappers zetten ook een pluim op de hoed van de stad Utrecht, omdat hier nauw met de inwoners wordt samengewerkt op het vlak van groene infrastructuur. Een voorbeeld van vergroening is ook het 'verticale bos' dat nabij het Centraal Station verrijst.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



dinsdag 26 juni 2018

Kunnen plantaardige eiwitten het klimaatprobleem aanpakken?

In de meer ontwikkelde landen is het algemeen bekend dat plantaardige eiwitten kunnen helpen de honger in de wereld en het klimaatprobleem aan te pakken. Helaas wordt in de nog ontwikkelende landen vlees consumptie als luxe, en daarom als teken van welvaart gezien. De overweldigende en steeds toenemende vraag naar vlees is een probleem voor moeder aarde. Ze krijgt het er warm en benauwd van. In dit kader is de agrarische sector zowel slachtoffer als oorzaak van de klimaatverandering.
Foto: Pixabay: Bonen

Wereldwijd blijkt de agrarische sector de op één na grootste milieuvervuiler te zijn, met een aandeel van 10-13% van de ongewenste emissies. Dat komt in hoofdzaak door de veeteelt, waar met name de uitstoot dan methaan het grootste probleem is. Methaan in de atmosfeer is een veel groter probleem dan kooldioxide. Daarnaast spelen ook ontbossing, fijnstof, ammoniak en grondwatervervuiling een rol.

Met steun van een Europees onderzoeksfonds zoeken wetenschappers naar mogelijkheden en onderbouwing voor het vervangen van dierlijk eiwit door plantaardig eiwit.

Bonen
De bekendste en meest veelzijdige leverancier van plantaardig eiwit is de boon. Bonen bevatten een grotere dichtheid aan nuttige voedingsstoffen dan vlees. Dat scheelt een factor vijf. Daarmee kunnen mensen hun ecologische voetafdruk aanmerkelijk verkleinen. Bonen zijn dus een duurzame vervanger voor een groot deel van onze vleesconsumptie.

Klein probleempje: het idee dat vlees consumptie een teken van welvaart is, is nogal hardnekkig. En veel mensen weten niet wat bonen te bieden hebben. Bovendien was het eten van bonen juist iets voor de arme mensen, die zich geen bieflapje konden veroorloven. De boom moet 'back to the future'.

De boon moet uit het verdomhoekje.

Maar hoe pak je dat aan? Persoonlijk denk ik dat meer variatie en aansprekende recepten kunnen helpen. Bovendien hebben ook de media een flinke vinger is de pap. Televisiekoks zouden vaker met smakelijke voorbeelden kunnen komen. De boon moet uit het verdomhoekje. Met alleen reclame en de inzet van een populaire TV-kok redt je die ommezwaai niet.

Moeten we vlees dan helemaal afzweren? Er zijn stromingen die dat al doen, maar die mensen moeten heel goed weten waar ze mee bezig zijn om aan een volwaardige voeding te komen. Plantaardige eiwitten missen bepaalde essentiële aminozuren. Dat noodzaakt ons tot het eten van dierlijke producten. Maar dat hoeft niet veel te zijn en hoeft zeker niet iedere dag.

Is zuivel dan een goed idee? Bedenk dat koeien alleen melk geven als ze een kalf gekregen hebben. En vaak is er voor een kalf op de boerderij geen bestaansrecht en wordt het al snel daarna geslacht. Wie dit zielig vindt, moet bedenken dat je dit door het drinken van melk zelf op je geweten hebt. Dat gaat zo met alle boerderijdieren. Ook met legkippen. Daalt de ei-productie dan zal de boer de kip echt niet blijven voeren tot hij vanzelf 'n keer dood gaat. Zulke kippen worden geslacht en het vlees wordt gebruikt voor consumptiegoederen of als veevoer. En bij moderne kippenfarms gaat het om tienduizenden kippen tegelijk. Dat is nu eenmaal het (boeren) leven.

Toen de mens nog met speren achter wild aanrende en vruchten verzamelde in het bos was al duidelijk: mensen hebben dierlijke eiwitten nodig om te overleven en zich te ontwikkelen. De moderne mens weet dat we niet altijd vlees moeten eten. Het kan dus deels ook met bonen. Dan kan het aantal boerderijdieren drastisch omlaag en dat scheelt heel wat scheten methaangas. Hoewel.......?

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 23 november 2017

Waar zijn de stikstofoxide hotspots?

De satelliet Envisat controleert het aardoppervlak op vormen van luchtvervuiling. De grote steden vallen direct op. Een internationaal team van wetenschappers heeft over een periode van enkele jaren data over stikstofoxiden verwerkt tot onderstaande kaart.

Ik en de meeste lezers van deze BLOG wonen in dat deel rechtsboven en als ik ernaar kijk krijg ik het acuut benauwd. OK, niet overdrijven. Maar gezond zijn die donkere vlekken niet.

Wanneer dringt het tot de politieke beslissers door, dat dit zo niet door kan gaan? Of luistert men liever naar (grote) ondernemingen die hun bedrijfsvoering boven het belang (de gezondheid) van de Europese burger stellen? Overigens zou ik ook niet graag in Noord-Italië willen wonen.....

Lees hier het hele verhaal.

Update 2018:


Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

























zondag 22 oktober 2017

Apotheek "In het bos"

De nieuwsgierigheid en het onophoudelijk onderzoeken van de natuur zorgt doorlopend voor nieuwe inzichten en kennis. We zien dat terug in begrippen als "voortschrijdend inzicht"  en "de kennis van nu". Zo komen we ook steeds meer te weten over de heilzame werking van de natuur en een wandeling door het bos. Ook het inzicht, al vanuit de jaren '80, dat mensen na een zware operatie sneller beter worden en minder medicatie nodig hebben, als ze zicht hebben op groen, past in dit beeld. Hierop voortbordurend loopt in Nederland tot 2019 een onderzoek naar "Groene gezonde ziekenhuizen".  Steeds meer ontdekken we dat veel van onze moderne uitdagingen wel met technologie te lijf gegaan worden, maar dat de natuur dat in veel gevallen beter en in alle gevallen goedkoper kan.

Het bos
We kunnen het bos beschouwen als hoofdleverancier van ecosysteemdiensten. In zakentaal zou je het de "preferred supplier" kunnen noemen. Bossen zorgen voor een rem op extreme weersystemen, ze zorgen voor een betere verdeling van temperaturen, luchtvochtigheid en wolken. Bossen zorgen ook voor een vertraagde afvoer van regenwater en verkleinen zo de kans op wateroverlast. Hellingbossen houden de bodem vast en voorkomen zo erosie en de kans op aardverschuivingen. Bossen vormen het grootste ecosysteem voor biodiversiteit. Waar bossen verdwijnen ontstaan al snel woestijnen. Zandwoestijnen of betonwoestijnen.
Het groen haalt CO2 uit de lucht en transformeert dat in suikers en zuurstof. Hoewel planten zelf ook zuurstof nodig hebben voor hun stofwisseling, zorgt het massale groen van bossen voor een overschot dat bijdraagt aan het zuurstofgehalte op aarde. Overigens zijn (kiezel)algen in de oceanen de hoofdleveranciers van zuurstof wereldwijd. Vooral de bomen in de bossen kunnen met hun verticale structuur veel ongewenste gassen en fijnstof uit de lucht filteren. Voor dit laatste zijn open structuren beter dan groene muren van gesloten bladerdekken die windstromen afbuigen. Naaldbomen zijn daarin beter dan loofbomen.

Waarom gezond?
Hierboven staan veel indrukwekkende prestaties van bossen. Maar waarom is een wandeling door een bos dan zo heilzaam? Dat heeft een aantal oorzaken, die wetenschappers steeds beter begrijpen.
Bekend effect van groen, en dus ook van bossen, is dat het stress reducerend werkt. De soort mens kent zijn oorsprong in de bossen en evolueerde tot de moderne mens nadat we ons over de bodem gingen voortbewegen. Min of meer gedwongen door klimaatveranderingen. Toch bleven de bomen voor de mens nog lang een veilige plek om zich aan gevaren te onttrekken. Bomen in onze nabijheid geven ons nog steeds een basaal gevoel van gemoedsrust. Met gevolg dat na een boswandeling ons hart rustiger en gelijkmatiger slaat.
Omdat we in bossen meer met de omgeving bezig zijn, dan met onszelf en onze sores komt er ook rust in onze hersenen. Zo'n beetje als na mediteren of mindfulness.

Tegelijk verrijken de diverse plantensoorten de lucht in een bos met een cocktail aan geurstoffen. Of beter, feromonen. Veel van die geurstoffen kunnen wij niet waarnemen. Maar ze hebben wel effect op ons stofwisselingssysteem. We kennen de effecten van geuren maar al te goed. Geuren hebben een directe toegang tot onze hersenen. Zo worden we rustig en slapen beter door de geur van lavendel, om maar een bekend voorbeeld te noemen. Maar wetenschappers hebben ook ontdekt dat veel feromonen ook een direct effect hebben op ons afweersysteem. Dat is met name in naaldbossen het geval, waar de bomen terpentenen verspreiden.


Je bent na een boswandeling aantoonbaar gezonder
dan vóór de wandeling.

Al die geurstoffen hebben voor de planten een belangrijke functie in de onderlinge communicatie over gevaren en bedreigingen. Planten 'weten' precies welke plaaggeesten aan hun blaadjes knabbelen en geven dat met een op methyl gebaseerd feromoon door. Ook via de wortels en schimmeldraden gaat de boodschap rond in het bos. Gewaarschuwde planten maken binnen enkele uren voldoende afweerstoffen aan om plaaggeesten te weren. Doordat roofinsecten die geurtaal ook verstaan, weten ze waar hun tafel gedekt is en schieten de bomen te hulp.

Bacteriën 
In een natuurlijk ecosysteem als een bos spelen talrijke bacteriën een belangrijke rol. Dat zijn natuurlijk ook veel 'goede' bacteriën, die het leven van planten en dieren ondersteunen. Daarnaast zijn er veel schadelijke bacteriën, die door de 'goede' bacteriën en fagen in bedwang worden gehouden. Zolang dat evenwicht bestaat, is het bos gezond. Tegelijk dringen al die microben tijdens een boswandeling ook in ons lichaam door en versterken daarmee ons afweersysteem.
Kortom, je bent na een boswandeling aantoonbaar gezonder dan vóór de wandeling. Dat is niet zozeer de helende werking, maar eerder het negatieve effect van een leven zonder bos.

Wie iets voor zijn geestelijke en fysieke gezondheid wil doen, kan met enige regelmaat een boswandeling maken. Het is niet alleen gezond, maar ook avontuurlijk. Je ontdekt telkens iets nieuws. Een boswandeling verveelt dus nooit.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 5 juni 2017

Waarom is biodiversiteit belangrijk voor ons welzijn?

Biodiversiteit is een begrip dat steeds meer in de belangstelling staat. Is het een hype? Is het een stokpaardje van groenliefhebbers? Of steekt er meer achter? Wageningen Universiteit doet er veel onderzoek naar, want meer kennis over biodiversiteit is zeker belangrijk voor ons welzijn, voor de economie en voor het klimaat. Met meer aandacht voor biodiversiteit kan ook de landbouw efficiënter werken: lagere kosten en hogere opbrengsten. Met de alsmaar groeiende wereldbevolking is dat geen overbodige luxe.
foto: Pixabay

Vanaf dit artikel zullen we met een aantal posts proberen een antwoord te geven op de vraag waarom biodiversiteit zo belangrijk is. Wageningen Universiteit is daarbij onze gids.

Wat verstaan we onder biodiversiteit?
Simpel gezegd is dat de verscheidenheid van leven binnen een bepaald gebied. Dat kan een waterdruppel zijn of een theelepel aarde, tot wel de gehele planeet. Het gaat dan om de soorten planten, dieren, schimmels en micro-organismen zoals virussen en bacteriën. Maar verder ook de genetische variaties binnen die soorten. In een gezond milieu houden die elkaar in evenwicht. Er is dus sprake van onderlinge afhankelijkheid en interactie. Wetenschappers willen daar het fijne van weten.

Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt.

Kijk eens naar de mug. Hoe verwensen de meeste mensen dat dier? We doen er alles aan om er vanaf te komen. Maar is dat wel verstandig? Je zou denken, wat maakt dat nu uit? Toch is de mug een wezenlijk onderdeel van de biodiversiteit. Hun eieren en larven vormen een voorname voedselbron voor veel andere dieren, bijvoorbeeld vissen. En voor bepaalde vleermuissoorten zijn muggen eveneens hoofdvoedsel. Die op hun beurt.... Doordat muggen voor bepaalde diersoorten een stabiele voedselbron zijn, kunnen die dieren overleven en tegelijk ook op andere plaaginsecten jagen, die bijvoorbeeld voedselgewassen bedreigen.

Ook mensen leven dankzij biodiversiteit
Zo goed als alles wat mensen eten en gebruiken is terug te voeren op biodiversiteit. Dat betreft zowel wilde als 'tamme' dieren en planten. Ook de meeste bouwmaterialen, industriële grondstoffen en medicijnen danken we aan biologische hulpbronnen. En veel toeristen bezoeken bepaalde gebieden juist vanwege de natuur. Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt. Het is de basis van duurzame oplossingen, van maatschappelijke en economische baten.
Volgens berekeningen van de Verenigde Naties zijn 40% van de wereldeconomie en 80% van de behoeften van arme bevolkingsgroepen van de natuur afhankelijk. Daarbij komt ook nog, dat hoe rijker de biodiversiteit is, hoe groter de kans op nieuwe medicijnen en oplossingen voor de klimaatverandering.
De mens is ook maar een (zoog)dier en is als zodanig gewoon een onderdeel van die grote biologische machine. Door defecten aan die machine kan hij zomaar stilvallen.

Het positieve effect van de natuur op ons mensen blijkt al uit het feit, dat we door contact met groene natuur minder snel ziek worden en sneller genezen. Op het werk zijn we tot wel 15% productiever. De natuur is ook een belangrijk deel van onze identiteit en onze culturele achtergrond. Je kunt hier niet zomaar overheen stappen. Moeder natuur is sterker dan de mensen met hun slimme uitvindingen en technologieën.  We moeten daarom met de natuur werken, niet ertegen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 11 maart 2017

Blijft onze groente wel eetbaar?

Iedere tuinder weet het, door extra CO2 toe te voegen groeien de planten sneller en worden ook wat groter. Door luchtverontreiniging neemt ook in de natuur het CO2 gehalte snel toe. De vraag is, zit er een grens aan dat proces? En zo ja, waar ligt die grens? Wetenschappers van de universiteit van Southampton (UK) zochten dat eens uit en publiceerden hun bevindingen.
Foto: Pixabay

Al vele jaren stijgt het CO2 gehalte in de lucht en in 2013 werd voor het eerst de grens van 400 ppm overschreden. Het korte termijn effect hiervan is dat de fotosynthese gestimuleerd wordt en planten sneller groeien. Dat geldt dus ook voor voedselplanten. Een hogere productie is met de snel groeiende wereldbevolking alleen maar gunstig.

Op de lange termijn ziet het echter heel anders uit.  Door het hogere CO2 gehalte veranderen de planten langzaam, generatie na generatie de DNA structuur. Dat betekent dat ook de chemische samenstelling van planten verandert en de stoffen die ze produceren.

Onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte.

Om dit te onderzoeken gingen de wetenschappers op zoek naar een gebied waar al meer dan 100 jaar een stijging van het CO2 gehalte is waargenomen. Hier hebben dus meerdere generaties met verhoogde CO2 te maken en het was interessant en tegelijk verontrustend om te zien dat de planten zich genetisch hebben aangepast. Als model werd de smalbladige weegbree (plantago lanceolata) uit het Italiaanse  Bossoleto genomen. Als ze keken naar hoe de plant rond 2100 zou presteren bleek de plant inderdaad groter te groeien en vertoonde een betere fotosynthese dan de planten van vandaag. Ze verdampten bovendien meer water. Daarnaast ontdekten ze twee belangrijke veranderingen:

  • De planten hadden een groter aantal ademmondjes aan de onderkant van het blad.
  • De planten gingen over tot het aanmaken van nieuwe afweerstoffen, als gevolg van het koolstof overschot.
De onderzoekers weten niet wat dit op de langere termijn voor gevolgen zal hebben. Het zal met name afhangen van de mate waarin CO2 in de lucht zal toenemen. Ook is het niet te voorspellen wat al die diverse plantensoorten aan nieuwe afweerstoffen gaan produceren. Wordt ons voedsel geleidelijk steeds giftiger, of juist voedzamer? Deze onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte in de atmosfeer.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 16 november 2016

Bomen inzetten voor schonere lucht

Om te beginnen een paar cijfers. In Nederland sterven jaarlijks rond 3000 mensen als gevolg van blootstelling aan verhoogde concentraties fijnstof. Het aantal mensen dat ziek wordt door fijnstof, is een veelvoud hiervan en dat werkt verhoging van de zorgkosten in de hand.
Een volwassen boom van 80 jaar en ouder vangt evenveel fijnstof af als een personenauto over 20.000 kilometer produceert. Bomen met smalle of harige bladeren zijn het effectiefst. En een wand van 15-17 vierkantenmeter die begroeid is met klimop heeft dezelfde capaciteit. En dan mos: 14 gram per vierkantenmeter. Een aanrader voor groene daken!

Luchtverontreiniging is slecht voor de gezondheid. In het verleden stierven zelfs de bossen door ongewenste gassen in de lucht. Gelukkig is dat inmiddels aanmerkelijk verbeterd, maar voor mensen en dieren zijn er nog steeds knelpunten, die de gezondheid schaden. Het RIVM monitort voortdurend de luchtkwaliteit en dat kun je van uur tot uur volgen op
Foto Pixabay: Luchtvervuiling
http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken
 , kies "Luchtkwaliteit". En zoom vervolgens in op je eigen omgeving.
In de steden en langs snelwegen is de luchtkwaliteit vaak slecht. Zeker als er weinig wind staat. De verontreinigingen worden dan slecht verspreid en blijven in het gebied hangen. Door inwerking van zonlicht kan zo gemakkelijk smog ontstaan.

De boosdoeners

De lucht wordt verontreinigd door de aanwezigheid van bepaalde stoffen, die er niet in horen te zitten: de boosdoeners. Natuurlijk is het altijd beter iets aan de bron te doen, dan de gevolgen op te ruimen. Dat is symptoombestrijding. Maar zolang die missie onvoldoende slaagt is het goed om het lijden te verzachten door de inzet van groen. Bomen zijn in dit opzicht het meest effectief. Maar onderschat klimop en mos niet, zoals ik hierboven al beschreef. Maar wat zijn dan de boosdoeners?

Een rijk bodemleven is dus ook belangrijk in de strijd tegen fijnstof.

Fijnstof is met stip het grootste probleem. Dan bedoelen we het stof dat met 10PM wordt aangeduid. Dit is extreem fijn stof, dat tot diep in de longen en ander weefsel kan doordringen. Daar veroorzaakt dit fijne stof lichamelijke klachten die uitmonden in astma, COPD, hart- en vaatziekten en mogelijk ook kanker.
Met groen kunnen we te hoge concentraties fijnstof bestrijden. Naaldbomen dragen doorgaans het hele jaar door bladeren en door hun smalle bladstructuur zijn ze zeer effectief. Struiken en hagen dragen ook een steentje bij, vooral omdat ze windstromen afremmen en omhoog naar de boomkroon duwen. Ook plakkerige oppervlakten als gevolg van hars en honingdauw vangen fijnstof in. Het meeste stof wordt bij een regenbui naar de bodem gespoeld en een deel wordt dan via het riool afgevoerd. Een ander deel kan door bodemleven, vooral schimmels en bacteriën, geneutraliseerd worden. Een rijk bodemleven is dus ook belangrijk in de strijd tegen fijnstof.

CO2 is een gevolg van de verbranding van organische stoffen. Dit gas is een belangrijke bouwstof voor planten. In het fotosynthese proces wordt koolstof van zuurstof gescheiden. De koolstof gebruikt de plant als bouwstof en om suikers te maken. Het afvangen van CO2 is dus wel een belangrijke eigenschap van planten. De zuurstof is een afvalproduct, dat via de bladeren de plant weer verlaat. Nu is het niet zo dat bomen belangrijk zijn omdat ze zuurstof produceren, want ze gebruiken ook zuurstof in hun stofwisselingsprocessen. Het netto resultaat is bijna 0. Om ons zuurstofgehalte te waarborgen moeten we vooral de oceanen gezond houden. Daar wordt niet alleen het grootste deel van CO2 vastgelegd, maar ook de meeste zuurstof aan de atmosfeer afgegeven.

Om ons zuurstofgehalte te waarborgen moeten we vooral de oceanen gezond houden. 

Stikstofoxiden zijn eveneens een gevolg van verbrandingsprocessen, vooral door het verkeer. Door inwerking van zonlicht kan ook ozon ontstaan. Hier moeten ook vluchtige organische verbindingen genoemd worden. Te hoge concentraties zijn schadelijk voor planten en dieren. 
Tot bepaalde concentraties worden stikstofoxiden en ozon via de openingen in bladeren door planten opgenomen en gebruikt in de eigen stofwisseling. Dit is nodig voor groei en voor de aanmaakt van afweer- en signaalstoffen. Planten en bomen met een groot glad blad (dikke cuticula) zijn zeer effectief in het opnemen van stikstofoxiden en ozon. Denk bijvoorbeeld aan esdoorns.
Er zijn echter ook bomen, die zelf verhoogde concentraties vluchtige organische verbindingen uitstoten. Dat zijn onder andere de amberboom, platanen, populieren en eiken. Hier zal men bij de planning van openbaar groen aan moeten denken; door de verkeerde bomen te planten kan 's zomers smog eerder bevorderd dan verminderd worden.

Baten

Wat levert dat op? Hier een paar voorbeelden met betrekking tot fijnstof. Een nog niet volwassen boom in de stad van ongeveer 25 jaar levert een jaarlijkse baat van € 40,-. In een gemeente met 30.000 stadsbomen en 20.000 particuliere bomen is dat een flink bedrag: Liefst € 2 miljoen per jaar, waarschijnlijk méér, want volwassen bomen van 80 jaar en ouder zijn nog effectiever.
Klimop komt op € 2,40 per m2, per jaar. In plaats van klimop wordt vaak ook gekozen voor wilde wingerd, die levert slechts € 1,60 per m2/jaar op. 
En dan het dak op. Mos brengt het op € 5,60 per m2 per jaar. Een dak begroeid met sedum komt slechts op 4 cent per m2/jaar, maar daar staat tegenover dat sedum veel stikstofoxiden en vluchtige organische verbindingen neutraliseert.
Bovendien zorgt een groen dak ervoor dat:
  • de dakconstructie langer meegaat.
  • het dak beter geïsoleerd is.
  • de temperatuur 's zomers tot maximaal 35-38 graden stijgt, waardoor zonnepanelen het goed blijven doen. Bij 75 graden op een 'kaal' dak vermindert de effectiviteit met liefst 20%.
Onder de streep gaat het dus om aanzienlijke bedragen. Meer groen levert dus méér baten op. En als vanzelf: minder groen verlaagt de baten. Vooral in de steden is hier veel te winnen. En natuurlijk te verliezen als het groen verminderd wordt ten behoeve van meer beton. 
Is het je opgevallen? Nergens in dit verhaal is gras genoemd (tot nu dus). Gras biedt ten aanzien van baten door gezonde lucht geen of marginale voordelen. Wel is gras belangrijk om sociale cohesie en beweging in de buitenlucht te stimuleren. En in die zin heeft het dus zeker een functie, maar dat is een ander hoofdstuk.

Lees meer over maatschappelijke en economische baten van groen: Groen loont.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.