zondag 26 september 2021

Met meer planten krijg je meer biodiversiteit in de steden

 In een vierjarig onderzoek heeft een team wetenschappers in Melbourne (Australië) vastgesteld dat meer groen de biodiversiteit in korte tijd kan verhogen. Dit onderzoek komt niet uit de lucht vallen, want wereldwijd zijn steden bezig de bebouwde kom te vergroenen. Binnen de EU wordt dit gestimuleerd door het project Green Cities Europe. Het gaat er dan vooral om, dat je binnen steden meer inheemse planten inzet, zo hebben de Australiërs geconstateerd. Daarmee haal je niet alleen meer (inheemse) dieren binnen, maar ook andere plantensoorten die samen leven met de pionier planten.


Het gevolg van deze vergroening is veelzijdig positief. Het verbetert de luchtkwaliteit binnen de steden, stimuleert de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, helpt wateroverlast en hittestress te verminderen. Waar meer groen is zijn mensen eerder genegen zich buiten op te houden en dat bevordert ook interacties, sociale cohesie. En, zoals nu aangetoond, vergroot stadsvergroening de biodiversiteit.
Dit wisten we toch allemaal al? Dat klopt en deze kennis is voor veel steden ook directe aanleiding om meer bomen te planten. Maar wat het onderzoek in Melbourne aangeeft is, dat dit doel ook bereikt wordt door de inzet van veel kleinschalige groene stukjes. Het onderzoeksproject in Melbourne besloeg slechts 200 vierkante meter, direct langs een doorgaande weg en omringd door hoge gebouwen. In dat gebied werden flink meer inheemse plantensoorten geplant, variërend van diverse grassoorten tot eucalyptusbomen. In de looptijd van 4 jaar telde men 94 nieuwe (inheemse) dieren in het gebied, voornamelijk insecten.

Het voordeel van de keuze voor inheemse plantensoorten is, dat deze zijn aangepast een het lokale klimaat en minder water en voeding nodig hebben dan cultuurgewassen. Bovendien zijn dit de planten die met name de inheemse diersoorten aantrekken. Kunstgrepen en extra verzorging zijn niet nodig. Alleen zorgen voor meer groen van diverse inheemse soorten en dan rustig afwachten. Vooral als er tussen die groene oases verbindingen zijn zoals lanen en bermen zullen de dieren deze plekken snel vinden en bevolken.

Planten vormen de basis en de ruggengraat van ieder project om de biodiversiteit te vergroten. Hoe veelsoortiger het groenaanbod, hoe meer diersoorten zullen volgen. Vooral bij insecten is de verscheidenheid aan bijvoorbeeld waardplanten erg groot. Zo zie je ook dat in het buitengebied de biodiversiteit sterk afneemt op en rond weilanden waar enkel nog (saai) raaigras groeit. Zelfs onder de grond zet de verarming door, waardoor de boerenland dood is. Het kan alleen nog door massief gebruik van mest gewassen voortbrengen, die ook nog een extra kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen. 

Het onderzoek in Melbourne heeft nu aangetoond, dat voor verbetering van de biodiversiteit en levenskwaliteit de inzet van kleinschalige, veelsoortige groene plekjes al voldoende kan zijn. Mogelijk kun je dit inzicht ook doortrekken naar het buitengebied. Dat zou een mooi compromis zijn voor boeren die nu nog weigeren natuur inclusief of circulair te boeren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 22 september 2021

Het bos als zuiveringsinstallatie

 Bossen leveren een belangrijke bijdrage aan het gezonde leefklimaat in het algemeen en voor dorpen en steden in het bijzonder. Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht en het regenwater, verminderen de kans op wateroverlast en verlagen de omgevingstemperatuur. Zelfs individuele bomen leveren merkbare prestaties.

Om daar de aandacht op te richten hebben we in samenwerking met de gemeente Weert in de zomer van 2021 bij een aantal bomen een bomenpaspoort geplaatst. Bij andere bomen hangt een kleiner formaat aan de stam. Op dit paspoort tonen we de uitkomst van berekeningen van de zogenaamde ecosysteemdiensten van de bomen. Zoals op de foto hiernaast bij een monumentale beuk in Molenakker.

Veel mensen ervaren bomen als 'halfdode' objecten die langs de weg, in het park of in het bos staan. Meer een soort speling van de natuur om het landschap een beetje op te fleuren. In werkelijkheid vervullen bomen een essentiële functie in de natuur. Het zijn sociale wezens, die op elkaar aangewezen zijn en elkaar helpen te overleven, mits ze niet eenzaam langs de weg staan. Van bomen zijn heel veel andere wezens afhankelijk, zowel boven als onder de grond. Bij eiken zijn dat meer dan 240 soorten. Bomen zorgen ook dat regen van de oceanen verder landinwaarts getransporteerd wordt door vocht uit de bodem via de bladeren weer in de lucht te brengen, die vervolgens als wolken weer een paarhonderd kilometer verder uitregenen. En daar herhaalt zich dit proces weer. Waar bomen ontbreken dreigt droogte en kunnen woestijnen ontstaan.

Ik doe belangrijke dingen voor jou

Het bomenpaspoort vermeldt een aantal feiten over de diensten die bomen leveren om jouw leefomgeving gezond te houden. Ik noem hier de belangrijkste.

Ik produceer zuurstof
Via de bladeren nemen bomen (zoals alle planten) CO2 op uit de lucht. Via een bijzonder proces, fotosynthese, wordt het CO2 molecuul gesplitst in 1 koolstofatoom en 2 zuurstofatomen. Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor de boom. Het wordt gebruikt voor de aanmaak van glucose en dat is nodig om, samen met andere elementen die de wortels aanleveren, cellen op te bouwen en het afweersysteem te onderhouden. Glucose is ook een energiebron voor dit hele proces en wordt via zogenaamde wortelknopen ook gedeeld met andere bomen die verzwakt zijn en met de schimmels die de boom helpen mineralen uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen ook om voedsel met andere bomen te delen en te communiceren over bedreigingen.
Zuurstof is een restproduct, dat via de bladeren wordt uitgescheiden. Nu is het wel zo, dat bomen zelf ook zuurstof gebruiken. Wortels nemen het uit de bodem op, om samen met glucose de stofwisseling aan de gang te houden. Wat over is staat ter beschikking aan dieren die zuurstof gebruiken. Een gemiddelde boom van meer dan 80 jaar levert zo zuurstof voor ongeveer 7-8 mensen.

Ik leg CO2 vast
Zoals hierboven al beschreven is, halen planten CO2 uit de lucht en zetten dat via de fotosynthese om in losse koolstof- en zuurstofatomen. Hoe ouder een boom wordt, hoe groter zijn kroon en hoe meer bladeren daarin aan fotosynthese doen. Dus de hoeveelheid CO2 die een boom in een groeiseizoen kan vastleggen is afhankelijk van zijn omvang, dus ook van zijn leeftijd. In de dikke stam en takken kunnen zo tientallen, tot honderden tonnen aan koolstof worden vastgelegd. 
Als een boom sterft zullen talrijke micro-organismen het hout opruimen. Daarbij komt de koolstof dus weer terug in de atmosfeer. Dat is een proces van vele tientallen jaren. Als we besluiten dat hout 'te oogsten' en na droging te gebruiken voor nuttige voorwerpen, kan die CO2 teruggave nog tientallen jaren worden uitgesteld. Hout verbranden voor bijvoorbeeld energie opwekking (biomassa) is daarom een slecht idee. De verbranding gaat veel sneller dan de natuur opnieuw kan vastleggen. Waar een boom 100 jaar over gedaan heeft, zal in een energiecentrale binnen 40 minuten verbrand zijn. 

Ik onderschep en verbruik regenwater
Eerst eens dat 'onderscheppen' uitleggen. Tijdens een regenbui zullen waterdruppels zich hechten aan de bladeren, takken  en de stam van een boom. In de scheikunde wordt dit adhesie genoemd. Zodra dat zoveel wordt dat de zwaartekracht het wint van de adhesie, zal het water verder naar de bodem zakken. Ondertussen heeft de boom in zijn structuur alle honderden liters vastgehouden. Dat gaat vertraagd naar de bodem, zodat het daar rustig kan bezinken. Ondertussen wordt een deel van het water alweer verdampt. Hieraan is natuurlijk een maximum gesteld. Als er in een seizoen minder regen valt, wordt dat maximum niet gehaald. Maar dan lijdt de boom waarschijnlijk ook aan droogtestress. Voldoende regen is belangrijk en zoals we hierboven al zagen, zorgen bomen (bossen) zelf ervoor dat er (elders) opnieuw regen valt. Dit is trouwens het principe waardoor regenwouden kunnen bestaan, ze creëren hun eigen klimaat om te groeien. Als dit proces onderbroken wordt, dreigt droogte en kunnen woestijnen in de plaats van de regenwouden ontstaan. Dit zien we momenteel op veel plaatsen in bijvoorbeeld de Amazone, Madagaskar en Centraal Afrika gebeuren.

Waar geen bomen staan heeft water vrij spel en ontstaan overstromingen.

Het verbruik van water wordt geregeld door de wortels, die het water uit de bodem halen. Voorwaarde is dat er water beschikbaar is en de wortels er bij kunnen. Bomen die op hun groeiplek gekiemd zijn, 'kennen'  de omstandigheden en ontwikkelen wortels die dat water wel weten te vinden. Bomen van de boomkweker beschikken niet over die kennis en hun wortels zijn gewoonlijk flink teruggesnoeid. Deze bomen weten het grondwater moeilijker te vinden en dreigen zonder extra zorg vaak te verdrogen. Dit is met name het lot van stadsbomen.
Een volwassen boom kan op warme zomerdagen gemakkelijk 300 tot 500 liter water verbruiken. De wortels nemen dat uit de bodem op en transporteren dit naar de bladeren. Lang werd gedacht dat dit oppompen gebeurt door het vacuüm dat door verdamping ontstaat. Maar die gedachte gaat mank als je je realiseert, dat in het voorjaar water naar de knoppen wordt gepompt, die dus nog moeten ontluiken. En zo'n vacuüm werkt ook niet tot 60 of 80 meter hoogte. Er moet dus een ander mechanisme aan het werk zijn, maar wetenschappers zijn er nog steeds niet achter wat dat dan precies is.
Doordat bomen zoveel water onderscheppen en verbruiken dragen zij bij aan het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Waar geen bomen staan heeft water vrij spel, met vaak catastrofale gevolgen.

Ik filter luchtverontreiniging 
Bomen halen niet alleen CO2 uit de lucht. Ze halen er onder andere ook stikstofoxiden uit, maar ook zwaveloxide en ozon. De bladeren ademen dat in en deze schadelijke gassen worden in het fotosynthese proces geneutraliseerd. Ze worden via een laag onder de schors, het floëem genaamd, naar de wortels gebracht en daar opgeslagen. Bodemschimmels verwerken dat en zo worden die schadelijke gassen uiteindelijk onschadelijk gemaakt.
In de structuur van de boom wordt ook fijnstof afgevangen. We onderscheiden hierin PM10, PM2,5 en tegenwoordig ook PM1,0. PM10 zijn relatief grove deeltjes, maar omdat PM2,5 en PM1,0 heel klein zijn kunnen ze fijner longweefsel bereiken en daar schade aanrichten. Bomen kunnen deze deeltjes dus afvangen. Met de volgende regenbui spoelt het naar de bodem waar micro-organismen het verwerken. 
Niet alle boomsoorten zijn even goed in dat filteren. Hoe kleiner en fijner het blad hoe beter ze presteren. Coniferen doen het dus beter dan loofbomen. Ook presteren ze beter als ze dicht bij de bron staan, maar niet te dicht op elkaar. De wind moet er gemakkelijk doorheen kunnen waaien.

Ik koel mijn omgeving
Voor de fotosynthese heeft de boom behalve licht ook water nodig. Dat water komt via poreuze cellen aan de buitenkant van het kernhout, het xyleem, vanaf de wortels naar de bladeren. Een deel van dat water wordt gebruikt voor transport van glucose naar de wortels terug. Het grootste deel van het water verdampt en dat zorgt voor verkoeling. Koele lucht is zwaarder dan warme lucht en zakt dus omlaag en verspreidt zich in de omgeving. Tot wel 100 meter van de bomen verwijderd. Daarnaast zorgt ook de schaduw van de kroon voor enige verkoeling. Zo kan het gebeuren dat het in de directe omgeving van bomen tot wel 7 graden koeler is dan onder de directe zon. Het maakt voor je welzijn wat uit of het 36 of 29 graden is.
Een voorbeeld zagen we deze zomer in een reportage over extreme warmte in de zuidelijke staten van de VS. Wat bleek? De mensen die het meeste van de hitte te lijden hadden woonden in de stad, waar vrijwel geen bomen stonden. Alleen veel asfalt en beton. Omdat dit in de nacht onvoldoende afkoelt doet de zon er de volgende dag nog een schepje bovenop. De hitte cumuleert. In de buitenwijken waar mensen hun straten en tuinen met bomen beplant hebben werd niet over hitte geklaagd.
Ook op plaatsen waar op grote schaal ontbossing heeft plaatsgevonden lijden mensen en hun (huis)dieren onder de extreme hitte. Er groeit niets meer en behalve de hitte krijgen ze ook nog met gebrek aan voedsel en (drink)water te maken. Hongersnood is het gevolg.

Plant meer bomen zou een goede raad zijn. Maar de bomen die we dan planten komen uit kwekerijen. Ze zijn snel opgekweekt met ontoereikende wortels, want die zijn alleen maar lastig bij het planten op de eindbestemming. Die bomen hebben moeite om water te vinden en kunnen vaak ook niet communiceren met soortgenoten. Hun wortels raken elkaar niet en vaak ontbreekt het aan de juiste bodemschimmels waarmee ze een verbond kunnen aangaan. Het beste advies is, laat de bomen staan en laat ze oud worden. En geef geschikte ruimte terug aan de natuur, zodat er via een natuurlijk proces opnieuw bossen ontstaan. Die zijn later ook onder extreme omstandigheden levensvatbaar. En plant straatbomen in wisselende groepjes van soortgenoten, zodat ze onderling een band kunnen aangaan. Maar tegelijk zulke groepjes afwisselen met andere soorten om ziekten en plagen beter tegen te gaan. Zo kunnen ook stadsbomen oud worden en dan leveren ze later hun beste prestaties. Bomen doen belangrijke dingen voor jou! Maar ze doen dat in hun eigen tempo.

Zie ook de film die de beroemde Duitse boswachter Peter Wohlleben maakte: The Hidden Life of Trees. Draait waarschijnlijk nog in een bioscoop bij jou in de buurt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


woensdag 7 april 2021

Hoe de landbouw door klimaat getroffen wordt

 De landbouw is een van de sectoren die bijdraagt aan de klimaatverandering en juist deze sector heeft veel te lijden van de opwarming. Wereldwijd is de productiviteit met gemiddeld 21% afgenomen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld door de ontwikkelingen van de landbouw vanaf 1961 in een model te onderzoeken. Landbouwinnovaties hebben minder opgeleverd dan ervan verwacht werd. In sommige landen is de productiviteit liefst 34% afgeremd.

Foto: Pixabay

Als er geen klimaatverandering gaande was zouden de innovaties op landbouwgebied gemiddeld 21% hogere productiviteit hebben opgeleverd. Aangezien de wereldbevolking flink groeit is dat een slechte zaak. De boeren zouden juist méér moeten produceren. 

Het zijn voor een deel juist die innovaties die de landbouw op achterstand zetten. Het moet daarom in de landbouw helemaal anders en veel boeren weten dat zelf ook. Sommige slagen erin om, ondanks weerstand van onder andere de banken, die noodzakelijke omslag te maken. Ze gaan circulair  of natuurinclusief werken, ze zorgen dat de bodem weer tot leven komt en hogere opbrengsten mogelijk maakt.

Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de
leveranciers van die middelen.

De 'traditionele landbouwmethode' werkt dankzij de inzet van chemicaliën zoals kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de leveranciers van die middelen. De boeren blijken volgens dit onderzoek dus het nakijken te hebben. Maar dragen wel de kosten. En ook de consument moet rekening houden met tekorten door lagere productiviteit. Natuurlijk speelt voedselverspilling ook een belangrijke rol. In Westerse landen wordt liefst één derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. Nu we weten dat de productie zelf ook al op achterstand staat doet dit extra pijn.

De oplossing?

Boeren hebben het voor een belangrijk deel zelf in de hand. Rem de klimaatverandering af door op meer verantwoorde wijze voedsel te produceren. Minder chemie, meer natuur. Zorg samen met de consumenten (en de supermarkten) dat er minder verspild wordt. Dan kan de landbouwsector straks ook de grote toename van de wereldbevolking blijven voeden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

 

dinsdag 19 januari 2021

Aan klimaatverandering aanpassen gaat te langzaam

 Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties waarschuwt in een nieuw verschenen rapport dat de mens zich niet snel genoeg aanpast aan de klimaatverandering. Dit staat in het Adaptation Gap Report 2020, dat in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken is opgesteld. De bedreigingen van de klimaatverandering zijn hittegolven, bosbranden, stormen, stortbuien, overstromingen en landverschuivingen. Het rapport toont de kloof die er is tussen wat er nodig is om die bedreigingen het hoofd te bieden en wat er concreet gedaan wordt om slachtoffers en schade te beperken. Vooral ontwikkelingslanden lopen hopeloos achter door gebrek aan middelen.

Foto Pixabay. Paradijselijk groen
Er zijn te weinig projecten die de groeiende risico's indammen.

Vooral ontbossing is een groot gevaar. De groene kronen van bomen zijn bij uitstek geschikt om koolstof vast te leggen, hitte te beperken en neerslag te reguleren. Met hun wortels houden ze de bodem vast en gaan erosie tegen. 

Forse uitdaging
Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken zouden we wereldwijd de uitstoot van CO2 binnen 30 jaar moeten terugbrengen tot 0. Dat gaat beslist niet lukken op de manier waarop we tot nu toe te werk zijn gegaan. Bovendien schuilt er nog een extra gevaar door het massaal vrijkomen van methaan. Ook hebben de onderzoekers zorgen over de mogelijkheid, dat opwarming nog een tijdje na-ijlt, nadat de uitstoot tot 0 is teruggebracht.

Vijf jaar na het Parijs-akkoord blijkt dat van de 193 lidstaten er 139 wel een plan of wet hebben gerealiseerd om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken. Hoe effectief die zijn valt op dit moment moeilijk te zeggen. Bovendien zijn er maar weinig landen die een systeem hebben opgezet om de effectiviteit van hun maatregelen daadwerkelijk te volgen.

Mogelijke aanpassingen zijn onder andere het aanleggen van mangroven bossen, die ook helpen de kust te beschermen tegen hoog water en tsunami's. Andere maatregelen zijn het beschermen en opnieuw activeren van koraalriffen, maar ook herbebossing en vergroenen van steden. Met name in steden zijn de gevolgen van wateroverlast en hittestress groot. Dan is het vooral zaak om oude vitale bomen te beschermen, want hun grote groene kroon is in staat om de gewenste ecosysteemdiensten te leveren. Jonge bomen zijn daartoe pas na tientallen jaren in staat. Maar bij een gebrek aan voldoende oude bomen is het zaak zoveel mogelijk nieuwe bomen aan te planten.

In dit kader is het ook belangrijk dat rivieren de ruimte krijgen. In Europa zijn vrijwel alle rivieren aangepakt om ze binnen een vaste stroom te houden. Meanderen en overstromen zou vaker mogelijk moeten zijn, waar hiervoor ruimte is. Er is nog veel te doen, ook in Nederland.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.