vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


woensdag 7 april 2021

Hoe de landbouw door klimaat getroffen wordt

 De landbouw is een van de sectoren die bijdraagt aan de klimaatverandering en juist deze sector heeft veel te lijden van de opwarming. Wereldwijd is de productiviteit met gemiddeld 21% afgenomen. Dat hebben Amerikaanse wetenschappers vastgesteld door de ontwikkelingen van de landbouw vanaf 1961 in een model te onderzoeken. Landbouwinnovaties hebben minder opgeleverd dan ervan verwacht werd. In sommige landen is de productiviteit liefst 34% afgeremd.

Foto: Pixabay

Als er geen klimaatverandering gaande was zouden de innovaties op landbouwgebied gemiddeld 21% hogere productiviteit hebben opgeleverd. Aangezien de wereldbevolking flink groeit is dat een slechte zaak. De boeren zouden juist méér moeten produceren. 

Het zijn voor een deel juist die innovaties die de landbouw op achterstand zetten. Het moet daarom in de landbouw helemaal anders en veel boeren weten dat zelf ook. Sommige slagen erin om, ondanks weerstand van onder andere de banken, die noodzakelijke omslag te maken. Ze gaan circulair  of natuurinclusief werken, ze zorgen dat de bodem weer tot leven komt en hogere opbrengsten mogelijk maakt.

Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de
leveranciers van die middelen.

De 'traditionele landbouwmethode' werkt dankzij de inzet van chemicaliën zoals kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Helaas voor de boeren én de consumenten levert dat alleen winst op voor de leveranciers van die middelen. De boeren blijken volgens dit onderzoek dus het nakijken te hebben. Maar dragen wel de kosten. En ook de consument moet rekening houden met tekorten door lagere productiviteit. Natuurlijk speelt voedselverspilling ook een belangrijke rol. In Westerse landen wordt liefst één derde van het geproduceerde voedsel weggegooid. Nu we weten dat de productie zelf ook al op achterstand staat doet dit extra pijn.

De oplossing?

Boeren hebben het voor een belangrijk deel zelf in de hand. Rem de klimaatverandering af door op meer verantwoorde wijze voedsel te produceren. Minder chemie, meer natuur. Zorg samen met de consumenten (en de supermarkten) dat er minder verspild wordt. Dan kan de landbouwsector straks ook de grote toename van de wereldbevolking blijven voeden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

 

dinsdag 19 januari 2021

Aan klimaatverandering aanpassen gaat te langzaam

 Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties waarschuwt in een nieuw verschenen rapport dat de mens zich niet snel genoeg aanpast aan de klimaatverandering. Dit staat in het Adaptation Gap Report 2020, dat in samenwerking met de Technische Universiteit van Denemarken is opgesteld. De bedreigingen van de klimaatverandering zijn hittegolven, bosbranden, stormen, stortbuien, overstromingen en landverschuivingen. Het rapport toont de kloof die er is tussen wat er nodig is om die bedreigingen het hoofd te bieden en wat er concreet gedaan wordt om slachtoffers en schade te beperken. Vooral ontwikkelingslanden lopen hopeloos achter door gebrek aan middelen.

Foto Pixabay. Paradijselijk groen
Er zijn te weinig projecten die de groeiende risico's indammen.

Vooral ontbossing is een groot gevaar. De groene kronen van bomen zijn bij uitstek geschikt om koolstof vast te leggen, hitte te beperken en neerslag te reguleren. Met hun wortels houden ze de bodem vast en gaan erosie tegen. 

Forse uitdaging
Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken zouden we wereldwijd de uitstoot van CO2 binnen 30 jaar moeten terugbrengen tot 0. Dat gaat beslist niet lukken op de manier waarop we tot nu toe te werk zijn gegaan. Bovendien schuilt er nog een extra gevaar door het massaal vrijkomen van methaan. Ook hebben de onderzoekers zorgen over de mogelijkheid, dat opwarming nog een tijdje na-ijlt, nadat de uitstoot tot 0 is teruggebracht.

Vijf jaar na het Parijs-akkoord blijkt dat van de 193 lidstaten er 139 wel een plan of wet hebben gerealiseerd om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken. Hoe effectief die zijn valt op dit moment moeilijk te zeggen. Bovendien zijn er maar weinig landen die een systeem hebben opgezet om de effectiviteit van hun maatregelen daadwerkelijk te volgen.

Mogelijke aanpassingen zijn onder andere het aanleggen van mangroven bossen, die ook helpen de kust te beschermen tegen hoog water en tsunami's. Andere maatregelen zijn het beschermen en opnieuw activeren van koraalriffen, maar ook herbebossing en vergroenen van steden. Met name in steden zijn de gevolgen van wateroverlast en hittestress groot. Dan is het vooral zaak om oude vitale bomen te beschermen, want hun grote groene kroon is in staat om de gewenste ecosysteemdiensten te leveren. Jonge bomen zijn daartoe pas na tientallen jaren in staat. Maar bij een gebrek aan voldoende oude bomen is het zaak zoveel mogelijk nieuwe bomen aan te planten.

In dit kader is het ook belangrijk dat rivieren de ruimte krijgen. In Europa zijn vrijwel alle rivieren aangepakt om ze binnen een vaste stroom te houden. Meanderen en overstromen zou vaker mogelijk moeten zijn, waar hiervoor ruimte is. Er is nog veel te doen, ook in Nederland.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



vrijdag 16 oktober 2020

Hebben we in 2050 nog voldoende te eten?

 Stel je ben nu veertig, dan ben je in 2050 ongeveer even oud als ik nu. We leven nu wel in een turbulente tijd, maar in principe heb ik een goed leven. Hoef me geen zorgen te maken of morgen de verwarming nog brandt en of de schappen in de supermarkt nog gevuld zijn. Maar of dat ook voor jou geldt als je zeventig bent, is nog zeer de vraag. Als we doorgaan met de huidige schaal van bevolkingsgroei en consumptiepatronen is het vrijwel zeker, dat Moeder Aarde de mensen niet meer kan voeden. En waarschijnlijk heel veel andere diersoorten ook niet meer, die zullen dan al uitgestorven zijn.

Foto: Pixabay - Love the Earth

Dit is een doemscenario waar een groep wetenschappers geen genoegen mee nam en zij onderzochten hoe de de aarde over dertig jaar toch in staat kan zijn de soort mens van voldoende 'resources' te voorzien. En het kan, maar vereist ingrijpende veranderingen in levensstijl, technologie, economie en politiek. 

Als de wereldbevolking in het huidige tempo blijft doorgroeien lopen er in 2050 zo'n 10 miljard mensen over de aardbol. Als we al die mensen duurzaam zouden moeten voeden op de manier zoals dat anno 2020 gebeurt, dan hebben we aan één aarde niet genoeg.
En zal er voldoende energie beschikbaar zijn? Met de momenteel bekende energiebronnen gaat dat dus echt niet lukken. Met de groei van de bevolking en toenemende welvaart groeit die uit tot extreme proporties.

De ecologische grenzen van de planeet aarde liggen vast. 

Waar kan het fout gaan? Bij voorbeeld met de beschikbaarheid van zoet water. Maar ook de beschikbare grond voor voedselproductie. En de biodiversiteit krijgt klappen. De momenteel bekende energiebronnen zullen onvoldoende blijken. Tenminste als we op dezelfde manier voedsel en energie blijven produceren en verkwisten.

Zo kan in heel veel landen het energieverbruik met 95% worden teruggeschroefd om toch een redelijke levensstandaard te handhaven. Dat is misschien minder luxueus dan we nu gewend zijn, maar voldoende om comfortabel te leven.
Verspilling van zoet water, energie en voedsel zorgt voor een te grote ecologische voetafdruk. Neem de Verenigde Staten, daar is het gemiddelde energieverbruik per persoon ongeveer 200 Gigajoules per jaar. Voor een redelijke levensstandaard is 16,1 Gigajoules ruimschoots voldoende. Als je dan ook nog bedenkt dat 40% van de Amerikanen in armoede leeft, dan blijkt dat eerlijke verdeling van de beschikbare resources ook een punt van aandacht is.

De ecologische grenzen van de planeet aarde liggen vast. Wat we ook bedenken om in de toekomst de wereldbevolking te onderhouden, het moet allemaal uit die beperkte bronnen komen. Als we kijken naar het consumptiepatroon van de jaren '60 zouden we daarin een goed model kunnen vinden voor 2050. Toen was dat geschikt voor 3 miljard mensen. Maar door innovaties op het gebied van landbouw en energie zal dat ook 10 miljard mensen moeten kunnen voeden. Voorwaarde is wel, dat er minder verspild wordt en dat welvaart eerlijker verdeeld wordt, en dat vergt politieke keuzes. We zullen ook drastisch minder vlees moeten consumeren.

Tegelijk  zijn steeds meer wetenschappers ervan overtuigd dat de huidige (traditionele) landbouwmethoden de bodemstructuur vernietigen en dat in die sector het roer radicaal om moet. De bodem moet weer gaan leven, zodat planten zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dat leidt tot gezondere gewassen, met hogere voedingswaarde voor mensen en (boerderij)dieren. De opbrengsten zullen mogelijk iets lager uitvallen, maar de kwaliteit is beter en de boer heeft lagere kosten. Tezamen met minder verspilling kan de voedselzekerheid ook in de toekomst gewaarborgd blijven.

Het allerbeste zou zijn als we uiteindelijk met minder mensen de aardbol bewonen. Ook dat is een realistisch scenario, want moeder aarde weert zich nu al tegen ons onverantwoord gedrag. Bijvoorbeeld door besmettelijke ziekten van dieren (in de knel) op mensen over te laten gaat (zoönose) en die tot pandemie laten uitgroeien. Dat laatste doen we zelf, daar hoeft Moeder Aarde geen moeite voor te doen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 3 september 2020

Meer ozon in de troposfeer is een probleem voor het klimaat

 Om te beginnen, ozon heeft zowel goede als slechte eigenschappen. Het ligt er maar aan waar dit gas zich ophoudt. En we weten al langer dat ozon niet gelijkmatig over de wereld verdeeld is. Op het zuidelijk halfrond is er een tekort, wat we kennen als het 'ozongat'.  Dit tekort zien we in de stratosfeer, waar ozon de aarde beschermt tegen schadelijke UV-straling. Op het noordelijk halfrond kennen we dit tekort niet. Dit komt door de hoge stikstofproductie door de industrie en landbouw. Het deel ozon dat opstijgt naar de stratosfeer vormt een schild tegen schadelijke UV-straling. Dat is goed nieuws.

Ozon laag. foto Pixabay
Het slechte nieuws is dat het ozongehalte in de troposfeer, tot 15 kilometer hoogte, flink is toegenomen. Op die hoogte gedraagt ozon zich als een broeikasgas, wat de opwarming van de aarde bevordert. En daar wringt het.

Luchtvervuiler
In de lagere luchtlagen is ozon ook een vervuilend gas dat we inademen en zich gedraagt als een agressieve vorm van zuurstof. In ons lichaam heeft dat een toename van oxidatieschade tot gevolg. Ozon in de lagere luchtlagen is dus een vervuiler die onze gezondheid bedreigt.

Wat kunnen we doen om dit te verminderen? Dat is niet zo eenvoudig. Ozon in de schil om de aarde houdt zich niet aan grenzen. Wel blijkt dat de concentraties op het noordelijk halfrond toenemen. Om de ozonproductie tegen te gaan zijn dus internationale afspraken nodig, maar ook internationale instellingen voor controle en handhaving. Het komt er vooral op neer dat de productie van stikstoffen verminderd moet worden. Dit is de belangrijkste bron van ozonvorming in de lagere luchtlagen. En op dat gebied bestaat nogal wat meningsverschil, niet alleen tussen landen, maar vooral ook tussen de stikstof producerende sectoren en de rest van de samenleving.

Ook het ozonprobleem onderstreept nog eens hoever de schadelijke invloed van teveel stikstof reikt. De overheden zullen op dit gebied snel met goede reglementen moeten komen. In onderling overleg met andere landen. Bovendien zal handhaving een belangrijk onderdeel moeten zijn. Aan goede afspraken waar de helft zich niet aan houdt levert geen verbetering op. En volksgezondheid en klimaatverandering zijn toch echt issues die alle aandacht verdienen. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 5 juni 2020

Waarom is rijke biodiversiteit belangrijk?

Bij het woord biodiversiteit denken velen terecht aan de verzameling dieren en planten op onze planeet. Gemakshalve vergeten we dan vaak ook de mensen daarbij te voegen. Dat is een fundamentele denkfout, want de mens staat niet boven de natuur, maar is er een onderdeel van. Wat op het gebied van biodiversiteit gebeurt, treft ook de mensen, direct of indirect. Uiteindelijk is alles met alles verbonden als een toren van blokken. Haal je  er een paar uit of legt ze verkeerd, dan wordt de toren instabiel en zal uiteindelijk omvallen. Zie de mens als één zo'n blokje in de toren. Als de toren instort ligt ook de 'mensen-blokje' eruit. Of zoals bij de dominostenen, de 'mensen-steen' valt ook om.
Blokken van biodiversiteit
Pict: Pixabay

De verscheidenheid van het leven op aarde is niet alleen mooi, maar ook noodzakelijk voor het natuurlijke evenwicht. Of het nu gaat om bacteriën en virussen of om olifanten en mensen, het hangt allemaal met elkaar samen. Elk organisme heeft een rol in het lokale ecosysteem en dat heeft weer een rol in het wereldwijde systeem. 
Om de menselijke cultuur in stand te kunnen houden moeten we dus zuinig zijn op de biodiversiteit.

Zo kunnen we muggen als hinderlijke steekbeesten ervaren, die we liefst meteen willen uitroeien. Maar die muggen zijn een voedselbron voor andere organismen, die een rol spelen in de voedselketen, die het mogelijk maakt dat de schappen in uw supermarkt gevuld zijn. Ja, die muggen zijn lastig en tegelijk onmisbaar in het ecosysteem.

De groene ecosystemen van de Amazone zorgen voor ongeveer 25% van onze mondiale zuurstofbehoefte. En door ontbossing neemt dat percentage snel af. In ongeveer 50% van onze zuurstof behoefte wordt voorzien door fytoplankton in de oceanen. En ook dat ecosysteem wordt bedreigd door invloed van de mens. Dat is een benauwend vooruitzicht.

Om de menselijke cultuur in stand te kunnen houden
moeten we zuinig zijn op de biodiversiteit.

Volgens de meest gangbare schattingen zouden er 10 miljoen soorten op aarde leven, waarvan inmiddels 2 miljoen beschreven zijn. Jaarlijks ontdekken wetenschappers nog ongeveer 20.000 nieuwe soorten. De meeste ontdekkingen betreft ongewervelde dieren (b.v. insecten) en planten. Daarnaast wordt ook de lijst van reptielen en vissen geregeld aangevuld.

Ecosysteemdiensten
Al die planten, dieren en micro-organismen leveren ecosysteemdiensten waarvan onze leefomgeving, tot en met het mondiale  ecosysteem afhankelijk zijn. Bladgroen bevattende organismen produceren zuurstof. Vliegende insecten bevruchten gewassen, waaronder ook veel voor mensen belangrijke voedingsgewassen. Schimmels maken de groei van planten mogelijk. Planten vormen de bron voor voedsel voor mensen, dieren en micro-organismen. Maar planten, vooral bomen, maken de planeet ook leefbaar doordat ze luchtvochtigheid en temperatuur regelen. 
Bomen verminderen het risico op aardverschuivingen en wateroverlast. Bomen, de mangrove bossen, beschermen kusten tegen tsunami's. Dode planten en dieren vormen voedsel voor dieren en micro-organismen, die op hun beurt vaak weer voedsel zijn voor planten (als bodemverrijking) en voor (roof)dieren. Bomen leveren bouwmateriaal voor gebouwen en gebruiksvoorwerpen. Bomen filteren ongewenste gassen uit de lucht. Bossen en parken zijn een belangrijk onderdeel van onze recreatie. Zo'n 30% van de vakantiegangers kiest voor een vakantie in een natuurlijke omgeving. 
Gezonde landbouwgrond bestaat bij gratie van bodemschimmels en (ongewervelde) dieren in de bodem, die zorgen voor luchtige bodemstructuur en de noodzakelijke bouwstoffen. 
Planten en incidenteel ook dieren leveren de grondstoffen voor medicijnen. Planten geven ons gemoedsrust en werken zo stress reducerend. Alleen door hun aanwezigheid helpen ze gezondheid te bevorderen.

Keerzijde
Er is ook een keerzijde aan deze ecosysteemdiensten. Die duikt op als we het natuurlijk evenwicht verstoren. Dan kan een ecosysteemdienst voor het ene organisme een bedreiging voor het andere vormen. Landbouwgrond wordt minder vruchtbaar door verkeerd gebruik van chemische middelen, waardoor het bodemleven verdwijnt. Gewassen leveren minder voedsel doordat er minder vliegende insecten zijn. Virussen springen van dieren over op mensen doordat mensen de wilde natuur verstoren en ongecontroleerd exploiteren, soms met een pandemie als gevolg. Dat kan de wereldeconomie ernstig schaden.

Economie
De natuur heeft ook economische waarde, mits we gezonde ecosystemen in stand weten te houden. Zo kunnen we vruchten plukken van vitale land- en tuinbouwgrond. Als de bodem gezond is heeft de boer minder chemische hulpmiddelen nodig en verdient netto meer aan zijn bedrijf. Natuur trekt toeristen, een van de grootste industrietakken op aarde. Gezonde oceanen leveren vissen en blijven dat tot in lengte van dagen doen, zodat een hele industrie kan voortbestaan en duurzaam 'seefood' kan leveren. Bomen in en om steden houden de lucht zuiver en koel, zodat er minder mensen ziek worden. Dat bevordert arbeidsproductiviteit en vermindert zorgkosten. Met voldoende bomen op de juiste plekken voorkom je rampen als aardverschuivingen en overstromingen, waardoor het geld aan voeding, groei en ontwikkeling besteed kan worden.

Dat alles werkt alleen als mensen zich weten te matigen en het natuurlijk evenwicht niet verstoren. Een duurzame samenleving vraagt om een evenwichtige biodiversiteit. Elke poging om voor snelle winst meer uit de natuur te halen dan deze op de lange termijn kan leveren verstoort dat evenwicht. Dan zal moeder aarde zelf ingrijpen en het evenwicht herstellen, en de natuur kent daarbij geen compassie of emotie. Voor moeder natuur speelt de mens een ondergeschikte rol.

Slecht nieuws: geen van de wereldwijde biodiversiteitsdoelstellingen in gehaald.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 14 mei 2020

Stikstof, daar groeien bomen toch van?

Om te groeien hebben planten (dus ook bomen) een paar zaken nodig: water, CO2, licht, stikstoffen en zuurstof. Maar dan wel in de juiste hoeveelheden. Teveel water - de wortels rotten weg. Teveel CO2 - na extra groei wordt overschot genegeerd. Teveel licht - kan leiden tot droogte/uitdroging. Teveel stikstoffen - de plant gebruikt wat nodig is en slaat de rest als afval op. Dit laatste is slecht voor de plant, slecht voor de dieren die ervan eten, slecht voor de bodemschimmels. Kortom, door een overschot aan stikstoffen vergiftigt de boom niet alleen zichzelf, maar ook het hele ecosysteem dat hiervan afhankelijk is. Dit heeft onder andere geleid tot de massale sterfte van zomereiken in de bossen. Wat is hier aan de hand?
Foto: Pixabay

Door een overschot aan stikstofoxides in de natuur gaan grassen harder groeien. Dit heeft ook gevolgen voor de dieren, met name vogels, die hun voedsel op de bodem zoeken. Maar het verandert ook de fysiologie van bomen. Aangezien je het niet kunt zien krijgt het ook te weinig aandacht.

Eiwitten
Bomen gebruiken stikstof voor het opbouwen van eiwitten. Dit proces heet stikstofassimilatie. Deze eiwitten zijn vooral enzymen. Die zijn nodig voor vrijwel alle leef- of groeiprocessen van de bomen. Onder andere voor de fotosynthese en het afweersysteem. Een toename van stikstoffen zal in eerste instantie leiden tot hogere eiwitproductie en betere groei. Maar hieraan is een grens, de stikstoflimitatie genoemd. Als die grens gepasseerd wordt ontstaat er een probleem met de hulpstoffen die voor de productie van aminozuren (waaruit eiwitten worden samengesteld) . Het probleem wordt nog erger als door verzuring die hulpstoffen worden weggespoeld tot buiten het bereik van de wortels. Of als die hulpstoffen in een slecht verterende strooisel laag blijft zitten. Een van de belangrijkste hulpstoffen is mangaan. Als hieraan een gebrek is verlopen de stikstofassimilatie processen niet meer volgens plan. In de boom hopen zich allerlei tussenproducten op. Een deel daarvan zijn vrije aminozuren die extra stikstof bevatten en door de boom gebruikt worden om stikstoffen tijdelijk op te slaan of te transporteren. Door het gebrek aan mangaan wordt de stikstofassimilatie niet tijdig geremd. De productie van vrije aminozuren neemt toe en dat vertraagt de groei. De boom moet nu toch ergens heen met dat overschot aan stikstofhoudende aminozuren. Het zal dan bijvoorbeeld in de celwand van de boom worden ingebouwd. Dit maakt de boom echter minder weerbaar tegen schadelijke schimmels en insectenvraat.

De mens is er een meester in om dat evenwicht te verstoren.

De meeste dieren, zoals insecten, die van de boom eten hebben echter een probleem met het verteren van dit materiaal. Ze zullen daarom verhongeren.  Een stikstofoverschot leidt dus indirect ook tot afname van het insectenbestand. Er zijn wel uitzonderingen, zoals de bladluis. Die is gewend om met dit soort plantensappen (met extra stikstofhoudende aminozuren) om te gaan. Of beter, hun darmbacteriën zijn daar goed in.

Andere insecten kiezen bewust voor dit met extra stikstof verrijkte groen. Zij hebben dat tenslotte  nodig voor hun groei. Maar de onbalans aan aminozuren is voor deze dieren onverteerbaar. Zij kunnen er niet de voor hun groei noodzakelijk eiwitten van maken. En als zij hiervan teveel eten zullen ze sterven door gebrek aan essentiële voedingsstoffen.

Voedselketen
Insecten die van dit ongebalanceerde plantmateriaal eten hebben een lagere voedingswaarde voor dieren die hiervan leven, bijvoorbeeld vogels. En dat werkt door naar de hogere lagen van de voedselketen, zoals roofvogels. Hun vitaliteit neemt af door gebrek aan essentiële voedingsstoffen.

Als limiterende stoffen zoals mangaan geen rem op de stikstofassimilatie zetten (of te laat) zullen de bomen overtollig stikstof als een mix van vrije aminozuren opslaan in hun celwand en daarmee vergiftigen zij het ecosysteem dat van die boom leeft. In de natuur hangt alles met elkaar samen en de mens is er een meester in om dat evenwicht te verstoren.

zie ook een oproep van het WNF.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.