maandag 21 november 2022

Hoe geven planten ervaringen door aan het nageslacht?

 Planten hebben geen brein en daarom is hun geheugen 100% gebaseerd op hun celstructuur, moleculaire en biochemische netwerken. Wetenschappers noemen dat het somatisch geheugen. Hiermee zijn planten in staat veranderingen in hun omgeving te herkennen, zodat ze zich deze veranderingen sneller herkennen als ze zich opnieuw voordoen. Nu is ontdekt dat deze 'kennis' via epigenetica wordt doorgegeven aan het nageslacht. 

Dieren beschikken over meer middelen om ervaringen door te geven aan volgende generaties. Maar planten zijn daarin beperkt omdat ze geen brein hebben, terwijl hun gebondenheid aan een bepaalde plek juist voor extra omgevingsstress kan zorgen. Zeker in deze tijden van snelle klimaatverandering.
Een plantengeneticus aan de Universiteit van Florence vroeg zich daarom af, hoe dat bij planten werkt. Welk mechanisme daarbij in actie komt.

Ook zonder brein kun je een geheugen hebben

Bekende stressfactoren van planten zijn temperatuur, droogte of juist nattigheid, zout, overbemesting, zware metalen en ziekteverwekkers. Op al die factoren moet een plant reageren om zijn voortbestaan veilig te stellen. Maar nu blijkt dat planten deze ervaringen vastleggen in hun geheugen en ook aan volgende generaties kunnen doorgeven. En wel, zonder dat het erfelijk materiaal (DNA) verandert, zodat dat de plant als soort behouden blijft. Het mechanisme hiervoor is epigenetica. 

De volgende stap in hun onderzoek is, dat de wetenschappers nu proberen het epigenetisch alfabet proberen te ontrafelen. Dat kan meer inzicht geven op het functioneren van epigenetica als leerproces.
Zo zie je maar, dat de natuur op alle fronten heel goed in staat is zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Je hebt er zelfs geen hersenen voor nodig.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 9 november 2022

Welk nut heeft biodiversiteit?

 We kennen biodiversiteit ook als "de natuur". Het omvat alle levende organismen op Aarde. Verder dan onze planeet kunnen we vooralsnog niet kijken. En op deze kleine blauwe stip in het universum hebben wetenschappers inmiddels zo'n 2 miljoen soorten (en ondersoorten) onderzocht en beschreven. Dat is minder dan een kwart van alle leven dat er waarschijnlijk met ons mensen de aardbol deelt, bacteriën niet meegerekend. En al dat leven werkt met elkaar samen om het leven op Aarde mogelijk te maken. 

Verontrustend is dat we al decennia constateren dat de biodiversiteit op Aarde achteruit gaat, hard achteruit gaat. Kijk maar eens naar de onderstaande graphic van het Wereld Natuurfonds.

 Ecosysteemdiensten

Al die ruim 8 miljoen soorten werken samen en dragen bij aan het leefbaar houden van de Aarde. En de natuur regelt zelf wanneer het moet ingrijpen als er een soort gaat domineren en een plaag wordt. Althans, zo zou het moeten zijn. Door toedoen van de mens zijn er soorten verdwenen en zijn andere gaan domineren, inclusief de soort Mens.

Voor de mensen is een gezond ecosysteem erg belangrijk. Op die manier draagt de natuur bij aan een evenwichtige manier van voedselproductie, kustbescherming, klimaatregulatie en zelfs het produceren van medicijnen. Wij zijn als mensen geneigd om overal een prijskaartje aan te hangen. We drukken alles om ons heen graag uit in waarden, bij voorkeur in geld. Welnu, ook ecosysteemdiensten kunnen beprijsd worden. Denk bijvoorbeeld aan koraalriffen: € 350.000 per hectare, per jaar. Een groep wetenschappers heeft recent uitgerekend wat de wereldwijde ecosysteemdiensten waard zijn: liefst 145 biljoen Euro per jaar. Gratis! En dat dus berekend voor de ons bekende soorten, wat minder dan een kwart van het totaal is.

Kunnen we dat geld niet beter benutten om de Aarde leefbaar te houden?

Bomen hebben andere ecosysteemdiensten dan micro-organismen en bodemschimmels. Maar beide zijn wel van elkaar afhankelijk. Het bodemleven zorgt ook voor gezonde bodems voor de productie van voedselgewassen. In een gezonde bodem hoeven boeren minder te investeren door kunstmest en gewasbeschermingschemicaliën toe te voegen. Betere opbrengsten, gezondere gewassen, minder kosten. En dat allemaal gratis geleverd door moeder natuur. Je moet als boer wel die stap willen maken.

Achteruitgang 

Als één soort verdwijnt zullen er andere volgen. De ene soort is namelijk afhankelijk van ander(e). Zo ontstaat een domino-effect, dat steeds sneller gaat. Dat zien we nu dus gebeuren. Oorzaken zijn de toenemende mensenmassa, de klimaatverandering, introductie van invasieve soorten, ontbossing verontreiniging van zeeën en oceanen en overbevissing. Niet toevallig dat de meeste problemen door de mensen veroorzaakt worden. Wij staan niet boven de natuur, we zijn een onderdeel van de biodiversiteit en net als alle andere soorten is ons voortbestaan afhankelijk van andere soorten. Soorten die in rap tempo verdwijnen. En daarmee is ook het voortbestaan van de mens in gedrang.

Wij mensen zijn gewend om veel voorkomende problemen met technologie op te lossen. De ironie wil, dat onze wetenschappers al druk zijn met het verkennen van het universum waar we naartoe kunnen verhuizen om als soort verder te leven. Dat kost gigantisch veel geld zonder dat we garanties hebben, dat er überhaupt een geschikte planeet binnen bereik bestaat.
Kunnen we dat geld niet beter benutten om onze Aardbol leefbaar te houden?

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 10 oktober 2022

Waarom jonge bomen vaker afsterven

Met een onderzoek in bossen van Canada en de VS willen onderzoekers aantonen dat jonge bomen in gemengde bossen vaak afsterven. Veel vaker (4% tegenover 0,6%) dan in homogene productiebossen. Dit lijkt op een pleidooi voor bosbouw met vooral plantages van dezelfde soort en leeftijd van bomen. Duits bedrijfseconomisch onderzoek heeft trouwens al eerder aangetoond, dat zulke bossen slecht presteren weinig rendabel zijn en dat de ondernemers (onder de streep) alleen overeind blijven dankzij forse subsidies. Wat is er aan de hand?

Foto Pixabay. Jonge esdoorn.
Een divers bos is over het algemeen gezonder dan monotone productiebossen. Zeker als die productiebossen bestaan uit soorten die ter plekke niet goed gedijen, zoals het geval is met de massaplantages van sparren in Midden-Europa.
Ecologen en natuur inclusieve bosbouwers pleiten dan ook al langer voor de aanplant van divers bos. Deze is minder vatbaar voor ziekten en voor de gevolgen van klimaatverandering. Maar Canadese onderzoekers beweren nu dat in een divers bos de sterfte onder zaailingen tot zeven keer hoger is dan in monotone productiebossen.

Eigenlijk is dat niet zo vreemd. Er spelen hier een aantal zaken die deze sterfte in de hand werken.
  • In productiebossen worden na kaalkap (in Canada en de VS normale business) nieuwe bomen geplant. Deze jonge boompjes zijn niet afkomstig van moederbomen uit datzelfde gebied, ze zijn opgekweekt in boomkwekerijen in andere delen van het land.

  • Als jonge boompjes bij de moederboom ontkiemen en opgroeien worden ze door middel van wortelknopen en de samenwerking met bodemschimmels (mycorrhiza) door de moederboom gevoed. Ze zijn namelijk niet in staat met eigen fotosynthese voldoende te groeien omdat ze in de schaduw staan van de omringende grotere bomen. Bovendien kunnen ze nog moeilijk aan water komen. Deze boompjes groeien langzaam, totdat er een gat in de kronen valt en de zaailingen voldoende licht krijgen. Dan groeien ze snel naar het licht toe. Ze worden groot en sterk en kunnen heel oud worden. Dit proces werd al eerder door Canadese onderzoekers in Québec ontdekt en inmiddels meermaals bevestigd, onder andere door Zwitserse wetenschappers.

    Bomen zijn sociale wezens, maar in een productiebos leven ze als eenlingen.

    Dit natuurlijke proces is voor bosbouwers natuurlijk veel te traag.

  • Als nieuw bos wordt aangeplant met zaailingen uit een boomkwekerij worden die bomen expres dicht bij elkaar geplant. Bosbouwers hopen zo bomen met rechte stammen te krijgen. Die zijn bij zagerijen het meest geliefd en leveren dus meer geld op. Dat de bomen in een stevige onderlinge concurrentie opgroeien neemt men dan op de koop toe. Sterfte is al ingecalculeerd.

  • In een divers bos heb je van nature snelle en langzame groeiers. De langzame groeiers zullen het van de snelle jongens verliezen. Dat deze bomen dan afsterven is op zich niet erg, want dit proces verrijkt ook de bosbodem en de biodiversiteit in het bos.

  • Bomen die in een boomkwekerij opgroeien worden vaker verplant en kort gehouden om ze beter naar hun standplaats te kunnen vervoeren. Een natuurlijke wortelkluit zou veel te zwaar zijn en zaailingen kunnen vaak in de rustperiode zonder nadelige gevolgen van aarde worden ontdaan. Dat is nog gemakkelijker te vervoeren.
    Maar kwekerijbomen leren niet hoe ze een verbond met de bodemschimmels of soortgenoten moeten sluiten. Ook al staan ze met een kluitje bij elkaar, ze groeien op als eenlingen. Alleen toevallig contact met wortels van soortgenoten kan tot wortelknopen leiden en uiteindelijk zal er een vorm van samenwerking ontstaan. Als de naaste buur echter een ander soort boom is, zal dit ook onder de grond tot concurrentie leiden en niet tot samenwerking. Dat kan alleen nog door de inzet van de mycorrhiza tot stand komen.
Tradities
De Duitse boswachter Peter Wohlleben heeft tijdens een excursie in een Canadees bos al eens gepleit voor selectief kappen. Haal alleen de grotere kaprijpe bomen er uit, was zijn advies. Dan behoud je een natuurlijk bos dat zichzelf verjongd en dat hout van betere kwaliteit oplevert. 
Maar dat advies viel slecht bij de lokale bosbouwers. Zij zijn opgegroeid met totale kaalkap en hun bedrijfssystemen en materieel zijn daarop ingericht. Selectieve kap werd resoluut van de hand gewezen. Maar tegelijk bleven ze klagen over de hoge uitval en slechte kwaliteit van het hout. Een natuurlijke en goedkope manier van bosbouw werd ze door Peter Wohlleben op een presenteerblaadje aangereikt. Maar bedrijfseconomische motieven en tradities weerhield de Canadese bosbouwers van de stappen die tot een gezonder bos, beter hout en hogere bedrijfsresultaten zouden leiden. En dus blijven ze klagen.
Ik snap het wel: ze hebben in dure harvesters geïnvesteerd en voordat er iets verandert, moeten eerst die kostbare machines terugverdiend zijn. En dat kan nog lang duren bij hoge uitval en slechte kwaliteit. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 19 juli 2022

Waarom je ecosysteemdiensten niet alleen in geld uitdrukt

 Wat bepaalt de waarde van de natuur, en meer speciaal de bomen, om ons heen? Beleidsmakers houden traditioneel alleen rekening met economische waarden. Maar er zijn meer factoren die de natuur, de bomen een bepaalde waarde toekennen. Naast economische waarden zijn er ook culturele, historische en natuurlijke waarden. En ook mentale waarden, die mensen een identiteit bieden of rust in hun hoofd. En vergeet niet de waarden met betrekking tot biodiversiteit. OK, die zijn dan voor een deel ook in geld uit te drukken...voor een deel! Ook natuurlijke en esthetische waarden.


Persoonlijk ben ik een aanhanger van ecosysteemdiensten op basis van economische waarden. Vooral omdat ik merkte dat dit bij onderhandelingen met (lokale) beleidsmakers nuttig was. Dat een boom vooral mooi was, kon op het gemeentehuis geen genade vinden als de boom op een kaplijst stond. Maar wat hij aan geld op de gemeentelijke begroting kon uitsparen door zijn ecosysteemdiensten, maakte (soms) wel indruk.
Hierboven een fragment uit het door mijzelf ontwikkelde rekenmodel, op basis van de algoritmen van i-Tree en TEEB-stad (RIVM).

Niet alleen economische waarden zijn van belang

Toch pleiten onderzoekers van het IPBES (Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services) voor een bredere aanpak. Ecosysteemdiensten van de natuur (en bomen) zijn er namelijk niet alleen ten gunste van de mens. En ook voor mensen zijn niet alleen economische waarden belangrijk.

Ook de esthetische rol van de natuur in het landschap speelt een voorname rol. Net als biodiversiteit, want een afname van de biodiversiteit maakt ook de mensen kwetsbaar en voorspelt een wankele toekomst. Als je alleen naar de economische waarden kijkt, kan het zomaar gebeuren dat agrarische en industriële belangen zwaarder wegen. Door daaraan toe te geven, zet je het leven van dieren (en mensen, of een menswaardig bestaan) en planten op het spel. Dat alles ten gunste van een paar aandeelhouders.

De trouwe lezers van deze BLOG snappen wel, dat ik iets met bomen heb. In dit artikel pleit ik echter voor een bredere kijk op de natuur. Want ook bomen gedijen bij een rijke biodiversiteit. Voor bomen is het belangrijk dat er soortgenoten in de buurt leven, dat er voldoende mycorrhiza en bodemdiertjes in de grond leven. Dat de bodem- en luchtkwaliteit in balans is. Dat er voldoende insecten rondvliegen en -kruipen die voor bestuiving zorgen, maar ook plagen te lijf gaan. Dat er voldoende ondergroei is, die de bodem helpt vochtig te houden en de aanwezigheid van al die nuttige insecten en bodemschimmels te bevorderen. Alles hangt met alles samen in de natuur. Dat vergeten mensen (beleidsmakers zijn ook maar mensen) vaak.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 30 april 2022

Planten kunnen afweer inrichten op toekomstige bedreigingen

 Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben ontdekt dat planten hun afweersysteem zo kunnen inrichten dat zij voorbereid zijn op toekomstige aanvallen. Diverse insecten houden ook rekening met elkaar, zodat ze of gebruik maken van zwakte die door een andere soort veroorzaakt wordt, of om concurrentie te vermijden. Planten gokken niet, zij registreren dit en richten hun afweer hierop in, zodat een volgende aanval minder schade aanricht of wordt afgeslagen. Ze verkleinen zo de kans op schade. De onderzoekers noemen planten dan ook goede risicomanagers.

Foto: Pixabay

Planten kunnen voor afweer gebruik maken van verschillende strategieën. Ze kunnen chemische stoffen inzetten om aanvallers te doden, ze ziek te maken of zichzelf onsmakelijk te maken. Verder kunnen ze haartjes of stekels (langer) laten groeien of een dikkere laag cuticula aanleggen. Ze kunnen ook stoffen uitzenden (feromonen) waarmee ze roofinsecten lokken die de lastposten aanvallen. Deze feromonen worden trouwens ook door andere planten als waarschuwingssignaal opgepakt.

Lastposten

Het afweersysteem is dan vooral gericht op de eerste en de meest voorkomende lastposten. Maar omdat planten aan de manier waarop ze worden beknabbeld en de chemische componenten in speeksel van insecten herkennen, zullen de planten hun afweerstrategie daar gemakkelijk op aan kunnen passen. Eenmaal gealarmeerd zullen planten snel op alle volgende aanvallen inspelen. 

Tegen het gevoel in

De onderzoekers hebben voor landbouwers en tuinders dan ook een advies, dat zij waarschijnlijk met enige scepsis zullen ontvangen. Laat een eerste aanval op je planten toe. Zij zullen daarna zichzelf afdoende kunnen beschermen tegen de volgende aanvallen. Het kost je niets, want de natuur doet dan gewoon haar werk. Dat gaat tegen het gevoel van de boer in. Hij is namelijk gewend om zijn planten preventief te beschermen. Hij begint al met spuiten voor de eerste plaag begint. Die werkwijze wordt natuurlijk ook gestimuleerd door de handelsketen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), dat is hun verdienmodel. Maar door een beetje op de natuur te vertrouwen kunnen boeren en tuinders veel geld besparen en consumenten veiligere producten leveren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 26 april 2022

Gif in poep van grazers doodt niet alleen parasieten

 Volgens onderzoekers zitten koeienvlaaien en paardenkeutels vol gifstoffen tegen parasieten en dat is een gevaar voor de biodiversiteit. Poep van koeien, paarden en schapen werd onderzocht. De antiparasitaire middelen doden ook insecten en langs die weg ook vogels en (kleine) zoogdieren. Ook kennen dierenartsen het verschijnsel dat honden na het eten van bijvoorbeeld paardenkeutels vergiftigingsverschijnselen vertonen. Dit is een groot probleem waar zowel de vakwereld als de consument weinig of geen aandacht voor heeft. 

Foto: Pixabay
De uitwerpselen van plantenetende zoogdieren bevatten voor veel kleinere dieren, zoals insecten, nog veel nuttige bouwstoffen. Poep is dan ook voor veel dieren een feestmaal. Vaak worden er ook eieren in gelegd, zodat de larven in een voedzame omgeving ter wereld komen. En die larven zijn tevens een delicatesse voor bijvoorbeeld vogels en muizen. Ook talrijke schimmels (paddenstoelen) leven op de uitwerpselen. Uiteindelijk wordt alles netjes opgeruimd. Helaas betekent dit tegenwoordig vaak ook het einde voor dieren, het feestmaal zit vol gif tegen insecten.

Het gevolg is dat in weilanden en de directe omgeving vrijwel geen insecten meer te bekennen zijn. Bij onderzoek in Limburgse landbouwgebieden werden in monsters twee soorten zenuwgif aangetroffen. Op een ander perceel vonden de onderzoekers in een koeienvlaai hoge concentraties van een veel gebruikt ontwormingsmiddel. Dat is funest voor insecten, zoals kevers. Er is maar heel weinig van die middelen nodig om ze te doden. En het stapelt zich op. Zenuwgif in de natuur kan op termijn ook schadelijk zijn voor mensen.

Krachtvoer

Kevers spelen in de natuur een belangrijke rol. Ze ruimen de mest op en zorgen voor een vruchtbare grond. Daarnaast zijn ze ook nog eens een smakelijke hap voor diverse vogels en kleine zoogdieren.

De bestrijdingsmiddelen komen waarschijnlijk niet zo vaak in de dieren doordat de boer ze aan zijn vee geeft. Waarschijnlijker is dat ze via het bijvoeren met krachtvoer in de dieren terecht komen. Vooral in de wintermaanden als vaak geïmporteerd voer zoals soja in het menu van het vee domineert. In de productielanden, met name in Zuid-Amerika, wordt de gifspuit royaal gehanteerd.
Tja, het zijn de regeltjes, hè. Ook biologische boeren mogen voer uit gangbare teelt gebruiken en introduceren langs die weg ongewenste middelen bij hun dieren en op hun land.

Voer van eigen land

Via de mest komen die giftige stoffen niet alleen in de bodem, maar ook in grondwater en in wilde dieren terecht. Vaak blijven deze toestanden onder de radar, want onderzoek is kostbaar. Een poepmonster onderzoeken kost al gauw € 800. En gezondere alternatieven zijn een stuk duurder dan deze 'paardenmiddelen'. Wetenschappers pleiten niet voor niets dat boeren vooral voer moeten gebruiken dat van eigen land komt. Aan geïmporteerd veevoer kleven veel bezwaren. Maar ja, het is lekker goedkoop. Ja ja, waarom is het zo goedkoop...?

Overigens is niet alleen de veeteelt debet aan de bedreiging van de biodiversiteit. Ook in de akkerbouw wordt veel gebruik gemaakt van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vaak is dat spul slecht voor de biodiversiteit. Hoewel de middelen tegen schimmels momenteel minder worden ingezet, is het gebruik van insecticiden juist toegenomen, volgens recente gegevens van het CBS.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 22 februari 2022

Waarom waait de ene boom om en de andere niet?

 Nu er net in record tempo drie flinke stormen over ons land geraasd zijn, liggen her en der bomen omvergewaaid. Omvallende bomen kunnen behoorlijke schade veroorzaken en zelfs levens eisen, zoals recent in Amsterdam. Dan komen er natuurlijk vragen op, zoals: "Was het niet te voorzien, dat die boom om zou gaan?" En ook: "Waarom waait de ene boom om en blijft de ander staan?" Globaal kun je stellen dat de meeste bomen wel een windstootje kunnen verdragen, maar een minder vitale boom grotere kans heeft om met een flinke wind tegen de vlakte te gaan. Alleen is het vaststellen c.q. voorspellen van die mogelijkheid nog niet zo eenvoudig. Bomen zijn complexe wezens.

Foto: Pixabay
Laten we beginnen met het verschil tussen bomen in een bos of park en bomen langs de wegen en straten, de stadsbomen. In een bos of park staan bomen in een natuurlijk leefomgeving en vinden daar meestal alles wat ze nodig hebben om gezond en lang te leven. Stadsbomen staan in principe in een voor hun vijandige leefomgeving en hebben om gezond te blijven intensieve verzorging nodig. OK, daar krijgen inwoners van steden wel iets waardevols voor terug: bomen zorgen voor een gezonde leefomgeving met hun ecosysteemdiensten.

Omdat stadsbomen kwetsbaar zijn worden ze regelmatig gecontroleerd door boomspecialisten. Dat gebeurt minimaal ééns in de vijf jaar. De bomen ondergaan dan doorgaans een visuele inspectie (VTA genoemd) en als daar aanleiding voor is, kan men ook een trekproef uitvoeren of met speciale apparatuur binnenin de boom kijken. De bodem en het wortelstelsel zijn wat moeilijker te controleren, maar ook daarvoor bestaan mogelijkheden.

Of het onder de grond goed gaat is vaak al aan de kroon, de ontwikkeling van bladeren, te zien. Het bodemleven is heel belangrijk voor de boom, want de wortels hebben onder andere schimmels nodig om voeding uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen de boom ook met de communicatie met andere bomen en, als dat nodig zou zijn, het delen van voedsel met soortgenoten die het even moeilijk hebben. Bomen hebben de dichtbij staande soortgenoten nodig om vitaal te blijven en dat is een dilemma. Teveel van één soort, die vaak ook nog van één en dezelfde moederboom gekloond zijn, maakt de hele rij bomen kwetsbaar voor ziekten en plagen. Maar er is binnen de steden vaak niet genoeg ruimte om én veel soorten dicht bij elkaar te planten én rijen met diverse soorten af te wisselen.

Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. 

Boomverzorgers controleren de bomen dus regelmatig op vitaliteit. Ze letten op de kwaliteit van de kroon, of er zwakke plekken zitten in takken en aanhechtingen, op dor hout in de kroon en op de aanwezigheid van parasitaire schimmels. Denk aan paddenstoelen als de honingzwam, de reuzenzwam of de eikhaas. Als zulke vruchtlichamen aan de stam of de bodem rondom de boom zichtbaar worden moet men zich realiseren, dat die schimmels dan al zo'n 10-15 jaar in de boom zitten. Snel ingrijpen kan de boom soms nog redden, maar vaak is het dan al te laat.
In steden is wateroverlast en droogte een groot probleem voor bomen. In het ene geval kunnen de wortels verdrinken in de verzadigde grond, waardoor ze gemakkelijker omver waaien. In het andere geval sterven de wortels versneld af en vermindert de hechting eveneens. Anders dan veel mensen denken, gaan wortels doorgaans niet dieper dan een meter de grond in. Sommige soorten, zoals beuken wortelen zelfs nog minder diep, echt oppervlakkig.

Holle bomen zijn ook veilig

Holle bomen zijn meestal geen reden om in te grijpen. Wel om de boom in de toekomst extra aandacht te schenken. Bomen mogen rustig hol worden, sterker, het is een natuurlijk proces dat vaak goed is voor de boom en organismen die van en op de boom leven. Het levende deel van de boom bevindt zich direct onder de schors en aan de binnen- en buitenzijde vindt het watertransport plaats. Zolang die wand dik genoeg is, kan de boom normaal doorgroeien en oud worden. Ook stormen hoeven hem niet te deren.

Een probleem met stadsbomen is vaak, dat hun wortels te weinig ruimte krijgen. Dan kan de boom zich ook niet goed hechten. Bomen reageren op de gemiddeld sterkste windlast, door zich sterker te hechten met structuurwortels. Als echter een gebouw of andere bomen in de richting van de sterkste winden wegvallen, zal de boom zich moeten aanpassen. Dat kost tijd, bij bomen gaat alles langzaam. Als hij dan al wordt aangevallen door een storm is de kans groot dat hij omwaait. Zelfs als die boom er verder sterk en vitaal uitziet. 

Soms besluit men om bomen stevig terug te snoeien, zodat de kroon minder windgevoelig is. Maar dat snoeien van bomen, b.v. kandelaberen, is erg jammer en in principe overbodig. Door de snoei zoekt de boom opnieuw balans en zal ook een deel van het wortelstelsel afstoten. Bomen worden daardoor juist minder stabiel en de snoeiwonden vormen een risico op ziekten. OK, stadsbomen moeten tot ongeveer 4,5 meter hoogte een takvrije stam hebben. Maar daarvoor kunnen straatbomen beter op jonge leeftijd voorbereid worden, dan op latere leeftijd te dikke takken wegzagen. Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. Dan is het risico van omvallen beduidend minder en ze leveren ons mensen meer gezondheid en welzijn bevorderende diensten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.