dinsdag 19 juli 2022

Waarom je ecosysteemdiensten niet alleen in geld uitdrukt

 Wat bepaalt de waarde van de natuur, en meer speciaal de bomen, om ons heen? Beleidsmakers houden traditioneel alleen rekening met economische waarden. Maar er zijn meer factoren die de natuur, de bomen een bepaalde waarde toekennen. Naast economische waarden zijn er ook culturele, historische en natuurlijke waarden. En ook mentale waarden, die mensen een identiteit bieden of rust in hun hoofd. En vergeet niet de waarden met betrekking tot biodiversiteit. OK, die zijn dan voor een deel ook in geld uit te drukken...voor een deel! Ook natuurlijke en esthetische waarden.


Persoonlijk ben ik een aanhanger van ecosysteemdiensten op basis van economische waarden. Vooral omdat ik merkte dat dit bij onderhandelingen met (lokale) beleidsmakers nuttig was. Dat een boom vooral mooi was, kon op het gemeentehuis geen genade vinden als de boom op een kaplijst stond. Maar wat hij aan geld op de gemeentelijke begroting kon uitsparen door zijn ecosysteemdiensten, maakte (soms) wel indruk.
Hierboven een fragment uit het door mijzelf ontwikkelde rekenmodel, op basis van de algoritmen van i-Tree en TEEB-stad (RIVM).

Niet alleen economische waarden zijn van belang

Toch pleiten onderzoekers van het IPBES (Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services) voor een bredere aanpak. Ecosysteemdiensten van de natuur (en bomen) zijn er namelijk niet alleen ten gunste van de mens. En ook voor mensen zijn niet alleen economische waarden belangrijk.

Ook de esthetische rol van de natuur in het landschap speelt een voorname rol. Net als biodiversiteit, want een afname van de biodiversiteit maakt ook de mensen kwetsbaar en voorspelt een wankele toekomst. Als je alleen naar de economische waarden kijkt, kan het zomaar gebeuren dat agrarische en industriële belangen zwaarder wegen. Door daaraan toe te geven, zet je het leven van dieren (en mensen, of een menswaardig bestaan) en planten op het spel. Dat alles ten gunste van een paar aandeelhouders.

De trouwe lezers van deze BLOG snappen wel, dat ik iets met bomen heb. In dit artikel pleit ik echter voor een bredere kijk op de natuur. Want ook bomen gedijen bij een rijke biodiversiteit. Voor bomen is het belangrijk dat er soortgenoten in de buurt leven, dat er voldoende mycorrhiza en bodemdiertjes in de grond leven. Dat de bodem- en luchtkwaliteit in balans is. Dat er voldoende insecten rondvliegen en -kruipen die voor bestuiving zorgen, maar ook plagen te lijf gaan. Dat er voldoende ondergroei is, die de bodem helpt vochtig te houden en de aanwezigheid van al die nuttige insecten en bodemschimmels te bevorderen. Alles hangt met alles samen in de natuur. Dat vergeten mensen (beleidsmakers zijn ook maar mensen) vaak.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 30 april 2022

Planten kunnen afweer inrichten op toekomstige bedreigingen

 Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben ontdekt dat planten hun afweersysteem zo kunnen inrichten dat zij voorbereid zijn op toekomstige aanvallen. Diverse insecten houden ook rekening met elkaar, zodat ze of gebruik maken van zwakte die door een andere soort veroorzaakt wordt, of om concurrentie te vermijden. Planten gokken niet, zij registreren dit en richten hun afweer hierop in, zodat een volgende aanval minder schade aanricht of wordt afgeslagen. Ze verkleinen zo de kans op schade. De onderzoekers noemen planten dan ook goede risicomanagers.

Foto: Pixabay

Planten kunnen voor afweer gebruik maken van verschillende strategieën. Ze kunnen chemische stoffen inzetten om aanvallers te doden, ze ziek te maken of zichzelf onsmakelijk te maken. Verder kunnen ze haartjes of stekels (langer) laten groeien of een dikkere laag cuticula aanleggen. Ze kunnen ook stoffen uitzenden (feromonen) waarmee ze roofinsecten lokken die de lastposten aanvallen. Deze feromonen worden trouwens ook door andere planten als waarschuwingssignaal opgepakt.

Lastposten

Het afweersysteem is dan vooral gericht op de eerste en de meest voorkomende lastposten. Maar omdat planten aan de manier waarop ze worden beknabbeld en de chemische componenten in speeksel van insecten herkennen, zullen de planten hun afweerstrategie daar gemakkelijk op aan kunnen passen. Eenmaal gealarmeerd zullen planten snel op alle volgende aanvallen inspelen. 

Tegen het gevoel in

De onderzoekers hebben voor landbouwers en tuinders dan ook een advies, dat zij waarschijnlijk met enige scepsis zullen ontvangen. Laat een eerste aanval op je planten toe. Zij zullen daarna zichzelf afdoende kunnen beschermen tegen de volgende aanvallen. Het kost je niets, want de natuur doet dan gewoon haar werk. Dat gaat tegen het gevoel van de boer in. Hij is namelijk gewend om zijn planten preventief te beschermen. Hij begint al met spuiten voor de eerste plaag begint. Die werkwijze wordt natuurlijk ook gestimuleerd door de handelsketen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), dat is hun verdienmodel. Maar door een beetje op de natuur te vertrouwen kunnen boeren en tuinders veel geld besparen en consumenten veiligere producten leveren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 26 april 2022

Gif in poep van grazers doodt niet alleen parasieten

 Volgens onderzoekers zitten koeienvlaaien en paardenkeutels vol gifstoffen tegen parasieten en dat is een gevaar voor de biodiversiteit. Poep van koeien, paarden en schapen werd onderzocht. De antiparasitaire middelen doden ook insecten en langs die weg ook vogels en (kleine) zoogdieren. Ook kennen dierenartsen het verschijnsel dat honden na het eten van bijvoorbeeld paardenkeutels vergiftigingsverschijnselen vertonen. Dit is een groot probleem waar zowel de vakwereld als de consument weinig of geen aandacht voor heeft. 

Foto: Pixabay
De uitwerpselen van plantenetende zoogdieren bevatten voor veel kleinere dieren, zoals insecten, nog veel nuttige bouwstoffen. Poep is dan ook voor veel dieren een feestmaal. Vaak worden er ook eieren in gelegd, zodat de larven in een voedzame omgeving ter wereld komen. En die larven zijn tevens een delicatesse voor bijvoorbeeld vogels en muizen. Ook talrijke schimmels (paddenstoelen) leven op de uitwerpselen. Uiteindelijk wordt alles netjes opgeruimd. Helaas betekent dit tegenwoordig vaak ook het einde voor dieren, het feestmaal zit vol gif tegen insecten.

Het gevolg is dat in weilanden en de directe omgeving vrijwel geen insecten meer te bekennen zijn. Bij onderzoek in Limburgse landbouwgebieden werden in monsters twee soorten zenuwgif aangetroffen. Op een ander perceel vonden de onderzoekers in een koeienvlaai hoge concentraties van een veel gebruikt ontwormingsmiddel. Dat is funest voor insecten, zoals kevers. Er is maar heel weinig van die middelen nodig om ze te doden. En het stapelt zich op. Zenuwgif in de natuur kan op termijn ook schadelijk zijn voor mensen.

Krachtvoer

Kevers spelen in de natuur een belangrijke rol. Ze ruimen de mest op en zorgen voor een vruchtbare grond. Daarnaast zijn ze ook nog eens een smakelijke hap voor diverse vogels en kleine zoogdieren.

De bestrijdingsmiddelen komen waarschijnlijk niet zo vaak in de dieren doordat de boer ze aan zijn vee geeft. Waarschijnlijker is dat ze via het bijvoeren met krachtvoer in de dieren terecht komen. Vooral in de wintermaanden als vaak geïmporteerd voer zoals soja in het menu van het vee domineert. In de productielanden, met name in Zuid-Amerika, wordt de gifspuit royaal gehanteerd.
Tja, het zijn de regeltjes, hè. Ook biologische boeren mogen voer uit gangbare teelt gebruiken en introduceren langs die weg ongewenste middelen bij hun dieren en op hun land.

Voer van eigen land

Via de mest komen die giftige stoffen niet alleen in de bodem, maar ook in grondwater en in wilde dieren terecht. Vaak blijven deze toestanden onder de radar, want onderzoek is kostbaar. Een poepmonster onderzoeken kost al gauw € 800. En gezondere alternatieven zijn een stuk duurder dan deze 'paardenmiddelen'. Wetenschappers pleiten niet voor niets dat boeren vooral voer moeten gebruiken dat van eigen land komt. Aan geïmporteerd veevoer kleven veel bezwaren. Maar ja, het is lekker goedkoop. Ja ja, waarom is het zo goedkoop...?

Overigens is niet alleen de veeteelt debet aan de bedreiging van de biodiversiteit. Ook in de akkerbouw wordt veel gebruik gemaakt van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vaak is dat spul slecht voor de biodiversiteit. Hoewel de middelen tegen schimmels momenteel minder worden ingezet, is het gebruik van insecticiden juist toegenomen, volgens recente gegevens van het CBS.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 22 februari 2022

Waarom waait de ene boom om en de andere niet?

 Nu er net in record tempo drie flinke stormen over ons land geraasd zijn, liggen her en der bomen omvergewaaid. Omvallende bomen kunnen behoorlijke schade veroorzaken en zelfs levens eisen, zoals recent in Amsterdam. Dan komen er natuurlijk vragen op, zoals: "Was het niet te voorzien, dat die boom om zou gaan?" En ook: "Waarom waait de ene boom om en blijft de ander staan?" Globaal kun je stellen dat de meeste bomen wel een windstootje kunnen verdragen, maar een minder vitale boom grotere kans heeft om met een flinke wind tegen de vlakte te gaan. Alleen is het vaststellen c.q. voorspellen van die mogelijkheid nog niet zo eenvoudig. Bomen zijn complexe wezens.

Foto: Pixabay
Laten we beginnen met het verschil tussen bomen in een bos of park en bomen langs de wegen en straten, de stadsbomen. In een bos of park staan bomen in een natuurlijk leefomgeving en vinden daar meestal alles wat ze nodig hebben om gezond en lang te leven. Stadsbomen staan in principe in een voor hun vijandige leefomgeving en hebben om gezond te blijven intensieve verzorging nodig. OK, daar krijgen inwoners van steden wel iets waardevols voor terug: bomen zorgen voor een gezonde leefomgeving met hun ecosysteemdiensten.

Omdat stadsbomen kwetsbaar zijn worden ze regelmatig gecontroleerd door boomspecialisten. Dat gebeurt minimaal ééns in de vijf jaar. De bomen ondergaan dan doorgaans een visuele inspectie (VTA genoemd) en als daar aanleiding voor is, kan men ook een trekproef uitvoeren of met speciale apparatuur binnenin de boom kijken. De bodem en het wortelstelsel zijn wat moeilijker te controleren, maar ook daarvoor bestaan mogelijkheden.

Of het onder de grond goed gaat is vaak al aan de kroon, de ontwikkeling van bladeren, te zien. Het bodemleven is heel belangrijk voor de boom, want de wortels hebben onder andere schimmels nodig om voeding uit de bodem te halen. Deze schimmels helpen de boom ook met de communicatie met andere bomen en, als dat nodig zou zijn, het delen van voedsel met soortgenoten die het even moeilijk hebben. Bomen hebben de dichtbij staande soortgenoten nodig om vitaal te blijven en dat is een dilemma. Teveel van één soort, die vaak ook nog van één en dezelfde moederboom gekloond zijn, maakt de hele rij bomen kwetsbaar voor ziekten en plagen. Maar er is binnen de steden vaak niet genoeg ruimte om én veel soorten dicht bij elkaar te planten én rijen met diverse soorten af te wisselen.

Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. 

Boomverzorgers controleren de bomen dus regelmatig op vitaliteit. Ze letten op de kwaliteit van de kroon, of er zwakke plekken zitten in takken en aanhechtingen, op dor hout in de kroon en op de aanwezigheid van parasitaire schimmels. Denk aan paddenstoelen als de honingzwam, de reuzenzwam of de eikhaas. Als zulke vruchtlichamen aan de stam of de bodem rondom de boom zichtbaar worden moet men zich realiseren, dat die schimmels dan al zo'n 10-15 jaar in de boom zitten. Snel ingrijpen kan de boom soms nog redden, maar vaak is het dan al te laat.
In steden is wateroverlast en droogte een groot probleem voor bomen. In het ene geval kunnen de wortels verdrinken in de verzadigde grond, waardoor ze gemakkelijker omver waaien. In het andere geval sterven de wortels versneld af en vermindert de hechting eveneens. Anders dan veel mensen denken, gaan wortels doorgaans niet dieper dan een meter de grond in. Sommige soorten, zoals beuken wortelen zelfs nog minder diep, echt oppervlakkig.

Holle bomen zijn ook veilig

Holle bomen zijn meestal geen reden om in te grijpen. Wel om de boom in de toekomst extra aandacht te schenken. Bomen mogen rustig hol worden, sterker, het is een natuurlijk proces dat vaak goed is voor de boom en organismen die van en op de boom leven. Het levende deel van de boom bevindt zich direct onder de schors en aan de binnen- en buitenzijde vindt het watertransport plaats. Zolang die wand dik genoeg is, kan de boom normaal doorgroeien en oud worden. Ook stormen hoeven hem niet te deren.

Een probleem met stadsbomen is vaak, dat hun wortels te weinig ruimte krijgen. Dan kan de boom zich ook niet goed hechten. Bomen reageren op de gemiddeld sterkste windlast, door zich sterker te hechten met structuurwortels. Als echter een gebouw of andere bomen in de richting van de sterkste winden wegvallen, zal de boom zich moeten aanpassen. Dat kost tijd, bij bomen gaat alles langzaam. Als hij dan al wordt aangevallen door een storm is de kans groot dat hij omwaait. Zelfs als die boom er verder sterk en vitaal uitziet. 

Soms besluit men om bomen stevig terug te snoeien, zodat de kroon minder windgevoelig is. Maar dat snoeien van bomen, b.v. kandelaberen, is erg jammer en in principe overbodig. Door de snoei zoekt de boom opnieuw balans en zal ook een deel van het wortelstelsel afstoten. Bomen worden daardoor juist minder stabiel en de snoeiwonden vormen een risico op ziekten. OK, stadsbomen moeten tot ongeveer 4,5 meter hoogte een takvrije stam hebben. Maar daarvoor kunnen straatbomen beter op jonge leeftijd voorbereid worden, dan op latere leeftijd te dikke takken wegzagen. Laat bomen in hun natuurlijke vorm waardig oud worden. Dan is het risico van omvallen beduidend minder en ze leveren ons mensen meer gezondheid en welzijn bevorderende diensten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 15 februari 2022

Natuurschade door verkeerde boomsoorten te planten

 In de Nederlandse bossen, maar ook langs straten en in parken worden vaak verkeerde boomsoorten geplant. Daardoor verliezen we biodiversiteit en gaat de vitaliteit van de bomen achteruit. Nederlandse ecologen Bert Maes en Joop Schaminée pleiten in Nu.nl voor de inzet van meer 'autochtone' boomsoorten. Zij constateren dat momenteel nog amper 2-3% van de Nederlandse bossen uit inheemse wilde bomen en struiken bestaan.

Graphic: Pixabay
De regering wil tot 2030 10% extra bos aanplanten om de CO2 uitstoot te compenseren. Die bomen worden dus massaal aangekocht bij boomkwekers in binnen- en buitenland. En veel van dat plantgoed is gekloond van moederbomen van soorten die niet van nature in de Nederlandse regio thuishoren. 

Schaminée noemt als voorbeeld de sleedoorn, die massaal langs wegen is aangeplant. Die bloeit al in februari/maart, want dat is een Zuid-Europese soort. De bij ons inheemse sleedoorn bloeit in april. Dat heeft grote gevolgen voor de dieren (insecten) die van die sleedoorn afhankelijk zijn. Zij verschijnen pas als hun voedselplant al is uitgebloeid.

De negatieve gevolgen van niet-autochtone bomen en struiken gelden ook als deze enkel in bestaande oude bossen worden bijgeplant. Hun zaden nemen op termijn het areaal over.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen.

Een ander gevaar van deze werkwijze is de geringe genen variatie. Binnen een gebied zijn dan de meeste bomen klonen van dezelfde moederboom. Als daar een ziekte in komt, gaan ze er allemaal aan. Dat hebben we recent bijvoorbeeld zien gebeuren met de essentaksterfte, en steeds meer ook bij de witte paardenkastanje (kastanjebloedingsziekte).

Verbetering

De wetenschappers zien echter ook een lichtpuntje. Bij terreinbeheerders groeit de interesse in wilde bomen en struiken. En op het Ministerie van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bestaat er sinds kort een Commissie voor inheemse bomen en struiken.

Ook hoogleraar Bas Arts (WUR) vertelt in het NRC dat er op wereldschaal langzaam een kentering te zien is. Volgens Global Forest Watch verloren we wereldwijd in 2019 25 miljoen hectaren aan bos, gerekend naar kroonoppervlak. Het grootste deel gaat verloren aan de expansie van de landbouw.
De Food & Agriculture Organization van de VN komt op een lager getal, maar dat ligt aan de gehanteerde meetmethode. Ook bij de methode die de FAO hanteert omvat de ontbossing een gebied ter grootte van Costa Rica.

Het goede nieuws is dat er wereldwijd steeds meer duurzame, kleinschalige, lokale initiatieven van de grond komen voor herbebossing en bescherming van bestaande bossen. Het zijn niet de politiek-economische beschermingsmaatregelen die succesvol zijn, maar juist de kleine projecten die laten zien dat gezonde bossen welvaart, welzijn en biodiversiteit ten goede komen.
En dan gaat het al snel om zo'n 1 miljard hectaren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 7 februari 2022

Verrassing! Er zijn nog ruim 9000 onbekende boomsoorten

 Op dit moment zijn er op Aarde zo'n 60.000 boomsoorten bekend en beschreven. Helaas zijn daarvan zeker 17.500 soorten met uitsterven bedreigd. Dat zijn sprekende aantallen en je zou denken dat er ondertussen weinig te ontdekken valt. Maar dat lijkt niet zo te zijn. Onderzoekers hebben vastgesteld dat er naar schatting 9.200 boomsoorten nog niet ontdekt zijn. Dat is een groot aantal en er is haast bij, want net als bij de bekende soorten, zullen er bij deze groep ook veel met uitsterven bedreigd zijn.

9000 nieuwe boomsoorten
Graphic uit onderzoek rapport www.pnas.org/
Bomen zijn voor de aarde heel belangrijk. Niet alleen voor de biodiversiteit, bomen zorgen ook voor een rem op ongewenste veranderingen van het klimaat en extreem weer. Bomen zijn namelijk in staat hun eigen weer te maken (denk aan de regenwouden), maar ook het klimaat te beïnvloeden. Daarvoor moeten ze wel met heel veel zijn.

Zo slaan de bomen ongeveer 50% van de in de lucht aanwezige CO2 op. Ze remmen luchtstromen en voorzien die van vocht (brengen zo wolken verder het binnenland in). Bomen filteren ongewenste stoffen uit de lucht, bufferen water en reguleren de omgevingstemperatuur. Bomen doen dat trouwens niet alleen, ze zijn sterk afhankelijk van bodemschimmels en micro-organismen. 

Omdat het ondergrondse leven voor bomen  belangrijk is, zullen we ook de plek waar bomen staan verstandig moeten beheren. Belangrijkste aandachtspunten: voorkomen van bodemverdichting en stikstof concentraties verminderen. Zowel de boomwortels als de ondergrondse organismen hebben niet alleen vocht nodig, maar ook zuurstof. Dat lukt alleen als de grond luchtig is. In een sterk verdichte bodem kunnen bijvoorbeeld wormen geen gangen graven, die voor de doorluchting en waterhuishouding zorgen. Het gevolg is dan ook dat neerslag in in de bodem zakt, maar wegstroomt en zo voor wateroverlast kan zorgen. Dit kan in steden en dorpen nare gevolgen hebben. Ook stikstof is nodig, maar overdaad schaadt met name de bodemschimmels waardoor bomen minder vitaal worden.

Bossen

Door ontbossing komen de ecosysteemdiensten van bomen steeds meer onder druk te staan. Ook kunnen bepaalde boomsoorten onder slechte bodemomstandigheden moeilijk overleven. Hun vitaliteit neemt af en schadelijke organismen, zoals insecten geven de boom de laatste stoot. Als hierdoor in een groot gebied bomen massaal omkomen heeft dat voor het milieu en het klimaat grote gevolgen.

Meer bomen planten is natuurlijk een goed initiatief. Maar beter is het om de oude bomen ook echt oud te laten worden. Hun ecosysteemdiensten nemen met de groei exponentieel toe, totdat de bomen op een leeftijd komen dat ze aftakelen. Maar tot vlak voor hun dood blijven ze effectief met fotosynthese, en dus ook met het vastleggen van CO2, lucht filteren, neerslag bufferen en temperatuur regelen. Laat de bomen dus oud worden!
Natuurlijk doen de bomen in steden en dorpen en langs wegen ook een duit in het zakje. Maar door hun aantal en spreiding zijn ze niet zo effectief als bossen. Ze hebben vooral een weldadig effect voor hun directe omgeving en dus voor de mensen die in steden en dorpen leven.

Onbekende bomen

De nog niet ontdekte bomen zullen waarschijnlijk ook heel zeldzaam zijn, anders waren ze allang ontdekt en beschreven. Dat maakt ze erg kwetsbaar. Ze kunnen ongezien van het toneel verdwijnen door met name ontbossing in de warmere streken. Door hun geringe aantallen zullen ze dan ook minder in staat zijn zich te vermeerderen en sneller uitsterven. Bomen die in grotere getalen voorkomen, ook al is het regionaal, zullen zich gemakkelijker herstellen zodra de omstandigheden weer gunstig zijn.

De meeste van deze onbekende boomsoorten staan waarschijnlijk in de bossen van Zuid-Amerika. De onderzoekers schatten dat dit zo'n 40% zal zijn. Bedreiging bestaat niet alleen in de vorm van ontbossing voor men name de agrarische sector, maar ook door natuurbranden. Wetenschappers hebben daarom haast met het in kaart brengen van deze boomsoorten. Bomen en planten bevatten vaak stoffen die voor mensen en dieren 'n belangrijke werking kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan mogelijke nieuwe medicijnen. Als we die onbekende boomsoorten niet traceren en in kaart brengen, zullen we nooit weten welke kansen door onze vingers zijn geglipt.
 
Ondertussen zullen lokale overheden en de internationale gemeenschap er alles aan moeten doen om de teloorgang van de bossen tegen te gaan. Er staan in de bossen momenteel zo'n 3 biljoen bomen en het worden er iedere dag miljoenen minder.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 28 december 2021

Hoe wapenen bomen zich tegen bedreigingen?

 In 1979 onderzochten de Amerikaanse ecologen Gordon Orians en David Rhoades hoe bomen zich tegen de vraat door rupsen zouden verdedigen. Ze zetten de rupsen daarvoor uit op wilgen en elzen. Al snel zagen ze dat de rupsen eetlust verloren, verzwakten en zich niet meer konden verweren tegen kou en bacteriën. Uit analyse van de bladeren bleek, dat de bomen in betrekkelijk korte tijd een chemische cocktail aan afweerstoffen hadden verhoogd. Om de rupsen te laten herstellen voor verder onderzoek zetten zij de diertjes op andere bomen, honderden meters van de onderzoekslocatie verwijderd. Maar de rupsen herstelden niet. Het ging van kwaad tot erger. Na analyse van de bladeren bleek, dat ook deze verhoogde gifstoffen bevatten. Hoe kan dat? De wetenschappers vermoedden dat dit alleen mogelijk kon zijn als de bomen elkaar op één of andere manier zouden waarschuwen. En dat waarschuwingssignaal zou door de lucht moeten gaan, want de afstand tussen de locaties was te groot om het via de wortels te doen.
Uit GEOkompakt nr 52, 2017 "Unser Wald" 
Het wood wide web.

Omstreeks diezelfde periode kwamen biologen van het New Hamphire College, Ian Baldwin en Jack Schultz tot vergelijkbare ontdekkingen bij esdoorns en populieren.

Na publicaties in 1983 was er veel ongeloof. Planten hadden toch geen brein en centraal zenuwstelsel. Hoe kunnen ze dan communiceren? De onderzoekers werden niet serieus genomen en zelfs beticht van onzorgvuldig onderzoek.

Baldwin en Schultz gingen echter verder en ontdekten dat bodemschimmels, die zich rond wortels ophielden ook een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de communicatie tussen planten. Het zou nog jaren duren voordat nieuw onderzoek, onder andere in Zwitserland bij sparren, nieuw bewijs opleverde voor de communicatie tussen planten. Ook de rol van feromonen en de bodemschimmels, de zogenaamde mycorrhiza, werd duidelijk en wetenschappers spraken over het Wood Wide Web.

Dat bomen sociale wezens zijn en informatie en zelfs voedsel met elkaar delen wordt
 nu algemeen erkend.

Verdedigingslinies van planten

 Er bleek dus wel degelijk communicatie te bestaan tussen planten, met name tussen  bomen. Zo werd in de Afrikaanse savanne ook geobserveerd, dat giraffen maximaal een uurtje van een acacia boom snoepten en vervolgens een andere boom op ruime afstand tegen de wind in opzochten. De bomen met de wind mee hadden waarschuwende feromonen van de aangevreten acacia's ontvangen en hun tannine in de bladeren verhoogd. De rol van feromonen was algemeen bekend. Maar waarom die grote afstand? De bomen dichterbij waren ook al gealarmeerd. Nader onderzoek wees uit dat hier bodemschimmels een rol zouden spelen. En mogelijk ook elektromagnetische straling. Want, zo werd geredeneerd, bomen hebben een stofwisseling en die chemische activiteit zorgt ook voor elektromagnetische energie. Langs die weg zou het als een radiosignaal kunnen fungeren, waardoor andere bomen gewaarschuwd zijn. Dit fenomeen werd al eerder onderzocht door de Amerikaans/Canadese fysicus dr. Wagner, hij noemde het W-golven. (W van Wood, waarin hij dit verschijnsel ontdekte.) 

Samen delen

Dat bomen sociale wezens zijn en informatie en zelfs voedsel met elkaar delen wordt nu algemeen erkend. Al langer is bekend dat een deel van de communicatie plaatsvindt via feromonen die via de bladmondjes worden uitgescheiden. 

Er zijn twee soorten. Eén gebaseerd op ethyleen. Dat is er altijd wel, maar een verhoogde concentratie zet aan tot versnelde rijping van vruchten. Dit effect is niet soort specifiek. Een andere groep feromonen is gebaseerd op methyl en bevat informatie over de aard van de bedreiging. Deze groep signaalstoffen wordt ook door bepaalde insecten begrepen, zodat zij weten waar hun tafeltje gedekt is en de bedreigde planten te hulp schieten. Methyl feromonen zijn wel soort specifiek.

Mycorrhiza

Verder vindt er onder de grond actieve communicatie plaats. De belangrijkste rol is weggelegd voor de mycorrhiza schimmels. Deze bevinden zich rondom en in de wortelpunten. Hun belangrijkste rol is het helpen opnemen van mineralen uit de bodem. Hun netwerken bevatten veel water en koolstof, waardoor deze ook belangrijke buffers vormen. Die koolstof, in de vorm van suikers, krijgen de schimmels in ruil voor de mineralen. Bomen hebben die mineralen nodig voor hun stofwisseling, voor de groei en voor hun afweersysteem.

De schimmels hebben voor hun overleven belang bij de vitaliteit van de bomen. Hun diensten gaan dan ook verder dan enkel mineralen aanbieden. Zij spelen ook een belangrijke rol bij de communicatie tussen de bomen. Dit is deels gebaseerd op chemische signaalstoffen en deels op elektrische signalen, die zich via de wijd vertakte schimmeldraden verplaatsen. Tegelijk helpen de schimmels bomen die het even moeilijk hebben aan voedingsstoffen, zodat de schimmels de vitaliteit van hun gastheren en daarmee hun eigen voortbestaan kunnen waarborgen.

Het bestaan van W-golven is niet verder bevestigd, dus we weten niet of er ook echt bovengrondse elektromagnetische communicatie tussen bomen plaatsvindt, zoals dr. Wagner suggereerde. Elektrische activiteit via de mycorrhiza is wel aangetoond. Daarnaast vormen wortels van dezelfde plantensoort, die elkaar raken, wortelknopen. Ook hiermee worden netwerken gevormd, zij het kleiner, die een rol in de communicatie en delen van voedsel spelen.  Via deze knopen worden plantenstoffen (met water) en elektrische signalen uitgewisseld.

Het Wood Wide Web functioneert dus alleen in bossen, waar veel bomen van dezelfde soort bij elkaar staan en waar schimmels enorm uitgebreide netwerken kunnen vormen. Bij stadsbomen werkt dit niet, mede omdat ze uit boomkwekerijen komen en meer dan eens verplant worden. Stadsbomen zijn dan aangewezen op de communicatie via feromonen en dat maakt ze in de strijd om te overleven toch iets kwetsbaarder dan hun soortgenoten in bossen. Daarom hebben stadsbomen ook de zorg van mensen nodig. De bomen tonen zich dan ook dankbaar en leveren mensen in de stad belangrijke ecosysteemdiensten, zoals waterbeheer, luchtfiltering en verkoeling.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.