Posts tonen met het label milieu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label milieu. Alle posts tonen

woensdag 11 oktober 2023

Waarom zouden we acuut alle eiken moeten vellen?

 Wetenschappers schrokken van het antwoord op hun eigen onderzoek. Om te voorkomen dat de klimaatverandering nog sneller gaat. Overigens betrof het onderzoek niet alleen eiken maar ook populieren. Wat is er aan de hand?

Eik in bloei.

Als het warmer wordt gaan eiken en populieren meer isopreen uitstoten. Voor deze bomen is dat een soort afweermiddel om te overleven in extreme omstandigheden. Maar voor het milieu staat dat bijna gelijk aan de uitwerking van methaan. Daardoor werkt dit verschijnsel dus eerder tegen de overlevingsdrang van de bomen.

Kort door de bocht

Door testen en meten hebben de wetenschappers vastgesteld op welk punt het effect van CO2 opname door de isopreen uitstoot overtroffen wordt. En dat is bij ongeveer 35oC. 
Isopreen bindt aan stofstofoxides en verslechtert zo de luchtkwaliteit.

Maar de conclusie "dan moeten alle eiken en populieren gekapt worden" is wel erg kort door de bocht. Toch moeten we zorgen dat de luchtkwaliteit verbetert, en snel. Het advies van de onderzoekers is dan ook tweeledig. Plant voorlopig geen nieuwe eiken en populieren en ga het probleem bij de bron aanpakken. Dus zorg dat de CO2 uitstoot drastisch vermindert.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 11 september 2023

Koolstofvrij in 2030 dankzij NBS

 In juli 2023 verscheen in Nature een onderzoeksverslag over de toepassing van Nature Based Solutions (NBS) in steden om effectief en op korte termijn koolstof- neutraal te worden. Door het toepassen van groen in steden kan de koolstofuitstoot gemiddeld met 17,4% worden verminderd. In sommige steden kan dat zelfs voor 2030 leiden tot koolstofneutraliteit. NBS heeft veel potentie om het leefklimaat in steden sterk te verbeteren en een substantiële bijdragen te leveren aan het beheersen van de klimaatverandering. Het onderzoek werd gedaan in 54 steden, wereldwijd.

China
Foto: Pixabay. 

Dat betekent niet dat we NBS invoeren en dan achterover kunnen leunen. De koolstofemissies door gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Door NBS toe te passen in steden maak je daar het leven aangenamer en kan de impact op klimaatverandering wereldwijd tot 17,4% verlagen.

Nature Based Solutions is geen "one size fits all" verhaal. Het gaat om maatwerk door een mix van 5 categorieën toe te passen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met stedenbouwkundige, ecologische en sociaaleconomische factoren.

Vier toepassingsgebieden vormen de speerpunten van NBS: Laanbeplanting, groen op of aan gebouwen, stadsparken en stadslandbouw. 

Het gebruik van fossiele brandstoffen moet evengoed drastisch verminderen.

Stadparken hebben een verkoelend effect dat vaak tot 200 meter in de omtrek reikt. Tijdens warme zomerdagen kan de temperatuur rondom bomen wel 4-7 oC lager zijn. Daarnaast zorgen stadsparken ervoor dat meer mensen recreëren zonder gebruik van extra energie.
Groen op of aan gebouwen zorgt voor afvang van koolstof en fijnstof direct bij de bron (woningen en bedrijven). Het zorgt verder voor energiebesparing, het beheersen van het binnenklimaat en beschermt de gebouwen waardoor deze langer meegaan.
Laanbeplanting zorgt voor meer veiligheid op de wegen, koeler wegdek en afvang van koolstof, stikstof en fijnstof bij de bron. Deze factoren verminderen tevens het hitte-eilandeffect. 
Ook stadslandbouw zorgt voor vastleggen van koolstof en stikstof bij de bron. Het levert bovendien verse voedingsmiddelen op, die niet van elders aangevoerd moeten worden. In veel steden is stadslandbouw al economisch levensvatbaar gebleken.

NBS zorgt daarnaast voor andere positieve effecten in de steden: Het stimuleert de gemeenschapszin. Zorgt voor meer welzijn en sociale veiligheid. Ook de biodiversiteit profiteert van NBS. Kortom, een gezonder leefklimaat, meer welvaart en meer welzijn.

Plant meer (vooral inheemse) bomen in en rondom steden!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 18 juni 2021

Moeten we vaker hout gebruiken?

 Sinds de oprichting in 2017 ben ik bestuurslid van WEERTERLANDHOUT, een stichting die zich inzet voor duurzaam gebruik van lokaal hout. Anders gezegd, de bomen die de gemeente moet laten kappen worden bij ons gebruikt om spullen van te maken waardoor de opgeslagen koolstof nog jaren gebonden blijft. Als WLH bestuurder promoot ik dan ook het duurzaam hergebruik van bomen. Maar ja, ik heb ook een andere pet op, die van natuurbeschermer en bomenspecialist.

Foto: Pixabay - Houtbouw


Dus roep ik ook vol overtuiging: Laat die bomen zo lang mogelijk staan! Zolang ze vitaal genoeg zijn leveren ze ons belangrijke diensten die ons leven aangenamer maken en helpen de klimaatverandering te beheersen. (#TreeTag)

Is het je opgevallen? Ik roep niet: Plant meer bomen! Daar ben ik trouwens niet tegen, verre van... Maar jonge bomen presteren niet in dezelfde mate als grote volwassen bomen. Dat heeft allemaal te maken met de omvang van de met bladeren bedekte kroon. Hoe meer groen, hoe beter de ecosysteemdiensten. En natuurlijk ben me ervan bewust dat ook die geweldige bomen niet het eeuwige leven hebben. Verjonging is nodig. Het is ook helemaal niet erg als we op beperkte schaal bomen kappen om te gebruiken in bijvoorbeeld de woningbouw. Als het maar op verantwoorde manier gebeurt in bossen die daarvoor speciaal zijn aangeplant. Blijf van de oerbossen af! Dat zijn namelijk kwetsbare ecosystemen met unieke biodiversiteit. Dat gaat verloren als je daar hout gaat oogsten.

Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we
recht op een milieuramp af.

Een grote domper op het duurzaam gebruik van hout is de bomensterfte door de letterzetter (kever) in met name Duitsland. Miljoenen voor de houthandel bestemde bomen zijn onbruikbaar geworden en moesten preventief worden gekapt om de uitbreiding van de plaag een halt toe te roepen. Tegelijk is de vraag naar hout alleen maar toegenomen. Niet alleen voor de bouw en houten producten, maar bijvoorbeeld ook voor de chemie, die uit cellulose en lignine (de chemische bouwstenen van hout) ecologisch verantwoorde producten kunnen maken. Bijvoorbeeld om fossiele brandstoffen (deels) te vervangen en als alternatieve bouwstof ter vervanging van beton. Door al die initiatieven stijgt de vraag naar hout. Het is voor de bosbouw al moeilijk genoeg om op ecologisch verantwoorde wijze aan te voldoen. Als dan tegelijk massaal bomen gekapt worden om als biobrandstof te dienen stevenen we recht op een milieuramp af. Het gebruik van bomen voor biobrandstof moet stoppen, te beginnen door de subsidie daarop af te schaffen.


Hout verbranden voor energie is niet meer van deze tijd

Het gebruik van hout als biobrandstof zou nodig zijn om aan de gestelde klimaatdoelen te kunnen voldoen. Maar dat is op z'n minst een beetje dubbel. Als je resthout gebruikt (zonder de smoes dat je bossen moet uitdunnen wat dan resthout oplevert) zou dat in principe mogen. Resthout is zaagsel en stukken hout, die overblijven in de houtindustrie. Dode bomen en takken horen in het bos te blijven, alleen in productiebossen mag je ze opruimen.  Dit is wat over resthout binnen de Verenigde Naties afgesproken is.
Het verbranden van hout voor de opwekking van energie is echter niet meer van deze tijd. Bovendien zorgt het voor aanzienlijke gezondheidsschade door fijnstof en chemische luchtverontreiniging. Als astma patiënt kan ik daarover meepraten. Eigenlijk zou het gebruik van openhaarden en allesbranders verboden moeten worden. Gezellig is het wel, maar het tast de gezondheid van buurtbewoners aan.

Is het dan wel raadzaam om meer houten huizen te bouwen? 
Als het hout van duurzaam beheerde bosbouw afkomstig is, heeft het bouwen van houten huizen veel voordelen. Om te beginnen worden houten huizen in fabrieken gebouwd, in delen naar de bouwplaats gebracht en daar afgemonteerd. Er wordt veel minder gebruik gemaakt van beton, waardoor het bouwproces minder CO2 oplevert. Ook zijn er minder transporten nodig, omdat hout veel lichter is dan stenen en beton. En in het gebruikte hout blijft de opgeslagen koolstof  lange tijd vastliggen. Na afloop van de levensloop van het huis kan het vrijkomende hout voor een groot deel weer voor andere producten dienen. Hout is stevig materiaal dat zelfs voor hoogbouw geschikt is. Dat is inmiddels in verschillende projecten bewezen. Hout is ook veiliger brand, wat je misschien niet zou verwachten. Maar bij een brand blijft de constructie langer overeind en dat vergroot de kans om te ontsnappen.

Een houten huis biedt de bewoners ook meer wooncomfort dan een stenen huis. De natuurlijke isolatie is beter en het materiaal ademt. Het voelt in de winter warmer aan en in de zomer koeler. Langs deze weg helpt het ook om energie te besparen.

Bij leven zorgen bomen voor een aangename en gezonde leefomgeving. Ook als de boom dood is kan hij ons als bouwmateriaal en grondstof voor gebruiksvoorwerpen nog van dienst zijn. Bomen hebben dus alleen maar voordelen. Koester daarom vitale oude bomen en gooi dode bomen niet in de verbrandingsoven. Ze spelen nog een belangrijke rol in de natuur en als grondstof kan het onze wereld een stuk duurzamer maken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


donderdag 3 september 2020

Meer ozon in de troposfeer is een probleem voor het klimaat

 Om te beginnen, ozon heeft zowel goede als slechte eigenschappen. Het ligt er maar aan waar dit gas zich ophoudt. En we weten al langer dat ozon niet gelijkmatig over de wereld verdeeld is. Op het zuidelijk halfrond is er een tekort, wat we kennen als het 'ozongat'.  Dit tekort zien we in de stratosfeer, waar ozon de aarde beschermt tegen schadelijke UV-straling. Op het noordelijk halfrond kennen we dit tekort niet. Dit komt door de hoge stikstofproductie door de industrie en landbouw. Het deel ozon dat opstijgt naar de stratosfeer vormt een schild tegen schadelijke UV-straling. Dat is goed nieuws.

Ozon laag. foto Pixabay
Het slechte nieuws is dat het ozongehalte in de troposfeer, tot 15 kilometer hoogte, flink is toegenomen. Op die hoogte gedraagt ozon zich als een broeikasgas, wat de opwarming van de aarde bevordert. En daar wringt het.

Luchtvervuiler
In de lagere luchtlagen is ozon ook een vervuilend gas dat we inademen en zich gedraagt als een agressieve vorm van zuurstof. In ons lichaam heeft dat een toename van oxidatieschade tot gevolg. Ozon in de lagere luchtlagen is dus een vervuiler die onze gezondheid bedreigt.

Wat kunnen we doen om dit te verminderen? Dat is niet zo eenvoudig. Ozon in de schil om de aarde houdt zich niet aan grenzen. Wel blijkt dat de concentraties op het noordelijk halfrond toenemen. Om de ozonproductie tegen te gaan zijn dus internationale afspraken nodig, maar ook internationale instellingen voor controle en handhaving. Het komt er vooral op neer dat de productie van stikstoffen verminderd moet worden. Dit is de belangrijkste bron van ozonvorming in de lagere luchtlagen. En op dat gebied bestaat nogal wat meningsverschil, niet alleen tussen landen, maar vooral ook tussen de stikstof producerende sectoren en de rest van de samenleving.

Ook het ozonprobleem onderstreept nog eens hoever de schadelijke invloed van teveel stikstof reikt. De overheden zullen op dit gebied snel met goede reglementen moeten komen. In onderling overleg met andere landen. Bovendien zal handhaving een belangrijk onderdeel moeten zijn. Aan goede afspraken waar de helft zich niet aan houdt levert geen verbetering op. En volksgezondheid en klimaatverandering zijn toch echt issues die alle aandacht verdienen. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 30 augustus 2019

Stikstof blijkt schadelijk gas

De alarmbellen gingen af toen Duitse onderzoekers constateerden dat de biomassa aan vliegende insecten met driekwart was afgenomen en bij nader onderzoek bleek dat dit op meer plaatsen het geval was. Al eerder trokken onderzoekers aan de bel omdat de vaderlandse flora er slecht op staat en met name voor het afsterven van eiken in het buitengebied. Stadse eiken waren nog niet onderzocht. Zou het één met het ander te maken kunnen hebben?
Opnieuw luiden wetenschappers de alarmbel. Dit keer omdat uit internationaal onderzoek blijkt dat 80% van de bodemschimmels uit de natuur verdwenen is. In de  natuur hangt alles met alles samen. Laat nu de flora sterk afhankelijk zijn van een gezonde schimmelcultuur in de bodem, met name de zogenaamde mycorrhiza. En veel insecten zijn weer afhankelijk van een gezonde flora. En veel gewervelde dieren zijn weer afhankelijk van insecten. Het grijpt allemaal in elkaar.
Foto: Pixabay

In Vlaanderen en Zuidelijk Nederland is het stikstofdioxide (NO2)gehalte extreem hoog. Dat is met name te zien op de opname van de TROPOMI satelliet (2018) die hieronder staat afgedrukt.
Schimmels helpen de planten/bomen om stikstof en fosfaten uit de bodem op te nemen. Maar een teveel aan stikstof(dioxine) verzuurt de bodem en is schadelijk voor de schimmels, zo blijkt.

De bodem verzuurt
De overdaad aan stikstofdioxide komt met fijnstof in de bodem terecht. Hierdoor verzuurt de bodem en dat is funest voor de schimmels. Dit heeft schadelijke gevolgen voor veel plantensoorten en de biodiversiteit. Met name grasland en de bossen lijden onder de achteruitgang van bodemschimmels. Stikstofdioxide blijkt dus een schadelijk gas.
Concentraties stikstofdioxide in Europa - TROPOMI 2018

Het is dan ook terecht dat de rechter hier heeft ingegrepen.

Biologen in acht landen hebben tien jaar lang onderzoek gedaan naar het effect van stikstofoxides op schimmels. Ze hebben onder andere DNA monsters uit de bodem genomen om de aanwezigheid van schimmels te kunnen afleiden.  Onderzoekers van de Universiteit Leuven ontdekten zo dat nog slechts 20-30% van de oorspronkelijke schimmels in de bodem aanwezig zijn. Dit was direct te wijten aan de hoge stikstofgehaltes in de lucht en in de bodem. De Vlaamse Milieumaatschappij onderschrijft dit. Zij berekenden dat op de Vlaamse bodem jaarlijks gemiddeld 23,4 kilogram stikstofoxiden (NOx) per hectare neer dwarrelt. In de Zuid Nederlandse provincies zal dat niet erg verschillen. Kijk maar naar die grote donkere vlek op de TROPOMI opname hierboven. Britse onderzoekers hadden al vastgesteld dat slechts 6 kilogram per jaar per hectare schadelijk is voor bodemschimmels. Daar zitten we hier dus ver boven.

Let wel. Het gaat hier om gemiddelden. Uit metingen blijkt dat bij industriegebieden, veehouderijen en langs de doorgaande wegen de concentratie kan oplopen tot 60 kilogram per hectare.


Fruitbomen
Conclusie van de wetenschappers is duidelijk: het stikstofgehalte moet omlaag. Liefst naar 5 kilo of minder. Dat zou kunnen door bij natuurgebieden alleen fruitteelt toe te staan. Die sector produceert vrijwel geen stikstofdioxide en kan zo een buffer vormen tegen vervuilende bronnen.

Sommige terreinbeheerders hebben in het verleden al de vergiftigde grond afgegraven om zo nieuwe natuur een kans te geven. Effectief is dit zeker niet. Het duurt 10-20 jaar voordat de natuur zich herstelt en in die tijd is de bodem opnieuw vergiftigd met een veel te hoge concentratie stikstofoxiden.  Andere terreinbeheerders kiezen ervoor om extra calcium in de vorm van steenmeel aan de bodem toe te voegen. Behalve dat moeilijk te verdelen valt en erg kostbaar is (ze gebruiken helikopters), zal ook dit slechts tijdelijk effect hebben. 

De enige remedie is om de bron aan te pakken. 

Er moet simpelweg minder stikstofdioxide geproduceerd worden. Dat betekent helaas dat er strenge beperkingen opgelegd moeten worden aan de agrarische sector, industrie en transport. Willen we onze leefomgeving gezond houden dan zal het in die sectoren pijn gaan doen. Hoewel, er zijn methoden in ontwikkeling om zaken anders te doen, zonder het milieu te belasten en toch rendabel te ondernemen. Dat vergt 'omdenken' en extra investeringen. ...en misschien toch minder (rund)vee.
Zie ook dit artikel op Nature Today. (vragen/antwoorden over de stikstof problematiek).
Wat doen planten met een overschot aan stikstof? Lees het in dit artikel.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 8 december 2018

Hoe gaan we duurzaam met biomassa om?

Al in begin 2019 moet het klimaat- en energieakkoord worden gesloten. Dit kun je trouwens niet los zien van de plannen van de overheid om op circulaire landbouw over te gaan. Voor Natuur & Milieu reden om alle aspecten rondom duurzaam gebruik van biomassa op een rijtje te zetten. Dat heeft geleid tot de brochure "BIOMASSAVISIE 2018" en men wil daarmee een bijdrage leveren aan het debat over de rol van biomassa in de Nederlandse economie met de nadruk op verduurzaming van de landbouw en sluiten van kringlopen. Bovendien is het verlies van biodiversiteit een punt van zorg.
Bron: Biomassavisie 2018 , CBS 2018



























Biomassa is een verzamelnaam voor materiaal dat afkomstig is van levende organismen, doorgaans betreft het planten. Het gebruik van biomassa dient volgens een bepaalde hiërarchie te gebeuren.
Eerst dient biomassa gebruikt te worden voor bodemvruchtbaarheid ten behoeve van de productie van voedsel en (vee)voer. Wat over blijft kan gebruikt worden voor constructie materialen en chemische producten. Wat er daarna nog over blijft kan ingezet worden voor biobrandstof, elektriciteit en warmte.
Het knelpunt is dat juist de laagste toepassingen in dit rijtje economisch de hoogste waardering krijgen. Dat leidt ertoe dat deze sector stevig gesubsidieerd wordt en het grootste deel van de koek neemt. Helaas is de totale energiebehoefte groter dan wat er aan biomassa beschikbaar is. Met gevolg dat dit moet worden aangevuld met landbouwgewassen (concurrentie met voedselproductie en ontbossing) en bomen (ontbossing omdat er zo een CO2 schuld wordt opgebouwd - de bomen groeien langzaam en kunnen 80-200 jaar lang de uitstoot niet compenseren).
Voor bodemvruchtbaarheid en voedselproductie is er geen goed alternatief voor biomassa. Alleen met overheidsmaatregelen is dat belang veilig te stellen.

Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.

Het huidige beleid houdt de nodige risico's in. In 2017 verdween per seconde een heel voetbalveld aan bossen. In 2018 lijkt die trend alleen maat toe te nemen. Ontbossing is een belangrijke aanjager van de klimaatverandering.
Het verlies aan biodiversiteit is enorm. Vooral het tempo waarin dieren en planten uitsterven is in de geschiedenis van de aarde nooit zo groot geweest. Denk alleen maar aan de achteruitgang van 72% van de massa aan vliegende insecten in de laatste 27 jaar.
De bodem- en waterkwaliteit verslechtert doordat stikstof- en fosforkringlopen niet gesloten worden en het overmatig gebruik van zoet water. In dit opzicht wordt slechts 10% van de landbouwgrond in Nederland duurzaam bewerkt. Wat hierbij meespeelt is dat er nog steeds grote hoeveelheden veevoer uit het (verre) buitenland geïmporteerd worden, wat hier tot een mestoverschot leidt.

Natuur & Milieu komt met een set van aanbevelingen die we hier verkort weergeven. Het hele rapport kunt u hier downloaden.

  1. Stel per biomassastroom duurzaamheidscriteria op om te voorkomen dat de toepassing direct of indirect leidt tot ontbossing, verslechtering van bodem- en waterkwaliteit, verlies van biodiversiteit en vermindering van voedsel- en waterbeschikbaarheid of landroof.
    Voorbeelden van landroof zijn: de kap van regenwouden voor productie van palmolie en soja. Of boeren dwingen exportproducten te verbouwen in plaats van voedsel voor de regio.
  2. Pas het huidige subsidiebeleid aan:
    - Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.
    - Biomassaketels en pelletkachels uit de SDE schrappen.
    - Nieuw stimuleringsbeleid om te zorgen dat biomassa als eerste gebruikt wordt voor bodemvruchtbaarheid en dat het gebruik voor energie en warmte op de laatste plaats komt.
    - Stimuleer mogelijke materiaaltoepassingen en controleer of die toepassingen daadwerkelijk tot duurzame verbetering van biomassastromen leiden.
  3. Biobrandstoffen uit landbouwgewassen en productiehout (bossen) uit de RED2-richtlijn (EU richtlijn voor duurzame transportbrandstoffen) schrappen.
  4. Zoek naar alternatieve biobrandstoffen voor luchtvaart en scheepvaart.
  5. Stimuleer ontwikkeling en gebruik van alternatieven voor biomassa in de sectoren:
    - Elektriciteitsproductie. Wind en zon in de SDE houden en tegelijk de ontwikkeling van CO2 vrije alternatieven stimuleren.
    - Gebouwen. Voortzetten stimulering van warmtepompen in de ISDE. De ontwikkeling en toepassing van alternatieve technieken stimuleren.
    - Industrie. Stimuleer de ontwikkeling van alternatieve productietechnieken zoals het gebruik van CO2 uit de lucht te combineren met groen geproduceerde waterstof. Meer elektrificeren en recycling.
    - Mobiliteit. Stimuleer elektrisch rijden, vooral op afstanden tot 400 kilometer. Zet versterkt in op verschuiving naar openbaar vervoer,  fietsen en lopen. Leg minder asfalt aan. Voor trajecten boven de 400 kilometer is waterstof/brandstofcel techniek favoriet, alsmede het spoor.
  6. Neem bij de berekening van emissies van broeikasgassen de gehele keten mee. Dus ook de uitstoot door teelt, winning, verwerking en vervoer van biomassa, alsmede de kosten die gepaard gaan met veranderd landgebruik. Dat is eerlijker in vergelijking met alternatieven.
Biomassa gaat onze economie niet redden. In Nederland rekent men op jaarlijkse aanvulling met biomassa van meer dan 340 Pj terwijl er hooguit 190-205 Pj per jaar beschikbaar is. Om dat tekort aan te vullen zal men bossen kappen en landbouwgrond kapen. Uiteindelijk leidt dit tot voedselonzekerheid, verslechtering van de bodemvruchtbaarheid, verlies aan biodiversiteit en vervuiling van het milieu (lucht en water). Ook het klimaat zal verder opwarmen in plaats van  afkoelen.
Om de bijstook met biomassa te stoppen komt er nu een rechtszaak bij het Europese Hof: https://www.mo.be/nieuws/hout-verbranden-voor-energie-een-inbreuk-op-het-eu-verdrag 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 14 oktober 2018

Waarom een gazon slecht voor het klimaat is

Na driehonderd jaar is het groene tapijt uit de gratie. Gazons blijken slecht voor het klimaat. Dat beweren in elk geval enkele Zweedse landschapsarchitecten in een opinie artikel op de website Science na een uitvoerig onderzoek in meerdere landen. De perfect onderhouden grasmat kan beter plaats maken voor een minder intensief onderhouden en duurzaam alternatief, vinden zij. En ze zien dat het kan, zoals in een park in Berlijn. Lees hier het hele verhaal.
Gazon onderhoud: foto Pixabay.

Het glad geschoren gazon is een wereldwijd dominant fenomeen in publieke ruimten en particuliere tuinen. In veel landen blijkt meer dan 50% van het openbare groen uit gazon te bestaan. En in het buitengebied tot 1,9% (VS). Daarmee is gazongras het belangrijkste bemeste en geïrrigeerde niet-eetbaar gewas in onze samenleving. Wereldwijd beslaat dat een oppervlak dat overeenkomt met Spanje en Engeland samen. Al dat gras kost veel geld aan onderhoud en belast het milieu.

Tot nu toe is het belang of de last van gazons aan de nieuwsgierigheid van wetenschappers en politici ontsnapt. Maar de milieubelastende eigenschappen van gazongras houden landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen al een tijdje bezig. Het is een beetje dubbel. Gras zou koolstof vastleggen en omzetten in zuurstof, het filtert luchtverontreiniging, vertraagt de waterafvoer, beperkt bodemerosie en vult het grondwater aan.

De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit

Daarnaast heeft een gazon ook esthetische eigenschappen en is belangrijk voor recreatie in het groen. Allemaal positieve eigenschappen, zou je zeggen. Maar omdat we gazons zo intensief onderhouden komt van die ecologische eigenschappen weinig terecht. Dan presteren kruiden (en onkruiden....), struiken en bomen veel beter. En van het belang voor recreatie blijft ook niet veel over, nu blijkt dat recreanten zich even goed vermaken op extensief onderhouden grasvelden.

Wat is er dan zo slecht aan gazons?
Een kort geschoren grasveld vergt onderhoud. Ten eerste worden geen andere planten dan het ingezaaide gazongras getolereerd. Andere planten in gazons worden intensief bestreden met chemicaliën of mechanisch (bijvoorbeeld uitsteken als het een kleiner oppervlak is). Verder wordt heel veel water aan gazons besteedt. Niet voor niets wordt bij aanhoudende droogte het sproeien van gazons afgeraden of zelfs verboden. Grotere gazons worden niet met de hand gemaaid, maar vaak met een gemotoriseerde maaier. Die stoten milieubelastende stoffen uit. Het maaisel wordt meestal opgevangen en afgevoerd, waardoor jaarlijkse bemesting nodig is. De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit, zowel bovengronds als ondergronds. Het regenwater dat uit gazons wegvloeit is vaak vervuild met chemicaliën.

En dan is er nog het verschijnsel kunstgras. Plastic dus. Waar dit spul wordt uitgerold, maakt biodiversiteit geen kans meer. Daarnaast missen we de positieve effecten voor water retentie en verkoeling. Sterker, kunstgras warmt flink op in de middagzon. En het ergste, er komt veel microplastic vanaf, dat met de wind verwaait of met het regenwater wegspoelt, ....naar het oppervlaktewater.

Recent onderzoek toont aan dat graslanden, met een gevarieerde vegetatie, juist goed zijn voor de klimaatbeheersing en dicht in de buurt komen van de prestaties van bossen van vergelijkbare omvang.

Wat kan dan wel?
Laat de natuur zelf bepalen wat ter plaatse goed is als bodembedekking. Dat kan natuurlijk ook gras zijn. Maar ook andere planten die betreding verdragen. Laat de maaimachines staan. Waar de bodem betreden wordt treedt verdichting op, wat er automatisch voor zorgt dat de meeste planten klein blijven.
Moeten we gazons dan helemaal afzweren? Nou, dat hoeft niet, maar het kan veel minder. Geef meer ruimte aan bomen en struiken. Dat werkt veel beter tegen de klimaatverandering en voor het in standhouden van een gezonde leefomgeving. Het vraagt minder onderhoud, wat zowel de arbeidskosten als de energiekosten drukt. Vooral oude bomen doen veel voor het milieu en de leefomgeving en hoe ouder, hoe minder onderhoud ze nodig hebben. Tot ze aftakelen, maar dan is het een kwestie van respect voor een oude boom die soms meer dan honderd jaar zijn steentje aan een gezonde leefomgeving heeft bijgedragen.
Minder gras en meer hoger opgroeiende planten, zoals kruiden, struiken en bomen zorgen voor meer biodiversiteit. Hoewel het ondergrondse leven wel het belangrijkste is, genieten wij mensen toch het meest van de vlinders en kleurrijke kevertjes. Waarom dan zoveel geld en moeite besteden aan een  steriel biljartlaken?

Maak de bijtjes blij
Extensief onderhouden grasvelden bevatten van nature ook (veld)bloemen. Die zijn ideaal voor de bijen. Zeker omdat hier ook het gebruik van pesticiden en herbiciden achterwege blijft. Dus niet alleen aangenaam en gezond voor de mensen, maar ook voor de bijen.
Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat een gazon dat twee weken niet onderhouden wordt, tot 30% meer bijen kan onderhouden. Overigens blijkt ook dat dit voordeel na drie weken weer afneemt. De onderzoekers vermoeden dat het hoger gegroeide gras het voor bijen lastiger maakt om nectar dragende planten op te sporen en/of te bereiken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills

vrijdag 26 januari 2018

De wereld duurzaam voeden

Nog steeds wordt er op veel plaatsen honger geleden terwijl wij verwende Europese consumenten garant staan voor zo'n 30% verspilling van voedsel. Bovendien zorgen de huidige agrarische productie methoden voor slechte kwaliteit voedsel en toenemende druk op het milieu. Het voedsel dat u in de supermarkt koopt ziet er doorgaans perfect uit. Maar niemand realiseert zich dat alles wat niet perfect is, in de keten van boer tot supermarkt is weggegooid. Verder gooien de consumenten nog eens veel voedsel weg omdat het niet wordt opgegeten of in de koelkast ligt te bederven. Bij elkaar zo'n 30% van de totale productie. Ook is vastgesteld dat de voedingskwaliteit van ons voedsel achteruit is gegaan. Er zitten simpelweg te weinig gezonde stoffen in. Dit komt doordat de landbouwgrond dood is en alleen dankzij veel (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen nog productie levert. Er wordt alleen naar de hoeveel per hectare gekeken en niet naar de voedingswaarde.
Voedselproductie moet anders. Het moet meer natuurinclusief en beter verspreid over de wereld.
Foto: Pixabay

Nederland is na de VS de grootste voedselexporteur van de wereld. Economisch dus een belangrijke sector. Maar ook een sector die een enorme druk op onze leefomgeving legt. Door over te schakelen op natuurinclusieve productie kan de export waarde gehandhaafd blijven, kan het milieu gespaard worden en kan de voedingskwaliteit worden hersteld.

Helaas reageert de agrarische sector in het algemeen op lage prijzen of stagnerende afzet met investeringen in nog meer produceren. Daarmee zakt de prijs verder en stijgen de kosten. Dat zijn vooral kosten voor bemesting en gewas- en veebescherming, zodat de industrie de enige is die eraan verdient.

Biodiversiteit
Heeft u de afgelopen zomers ook al gemerkt dat er veel minder insecten tegen uw auto plakken dan andere jaren? Ja, er zijn simpelweg veel minder insecten. Daardoor zijn er waarschijnlijk veel minder vogels. Maar dit zijn niet de enige voorbeelden van soortenverlies. Dit is het gevolg van verschraling van het buitengebied en daar is de monocultuur in de landbouw een van de grootste veroorzakers van. Het verlies aan biodiversiteit is zelfs terug te vinden in de bodem van landbouw percelen. Het rijke bodemleven waar planten van afhankelijk zijn om goed te groeien is nagenoeg uitgeroeid. Landbouwgrond is dood. Daarom bevatten landbouwproducten tegenwoordig te weinig vitamines en andere voedingselementen die ons lichaam nodig heeft. We moeten niet alleen gevarieerd eten, maar ook méér om gezond te blijven. Of minder eten en aanvullen met voedingssupplementen uit een potje. Ja, technologie heeft overal een oplossing voor. Vooruitgang? U zegt het maar.....

Eet minder vlees. Minder dieren en minder vee betekent ook minder productie van veevoer en zo komt er meer grond beschikbaar voor de productie van 'mensen-voedsel'.

Een gevaar van de grootschalige voedselproductie in monocultuur is de kwetsbaarheid van de productie. Bovendien is het belangrijke oorzaak van ontbossing. Als er grote massa's van dezelfde organismen (planten of dieren) dicht bij elkaar leven hebben plagen vrij spel. Ziekten kunnen in korte tijd grote percelen gewassen of veestapels vernietigen. Om dat te voorkomen, of de kans te verkleinen, worden grote sommen geld geïnvesteerd. Dat zijn vermijdbare kosten, die een grote druk leggen op de bedrijfsvoering. Kijk maar naar de dreiging van vogelgriep en het fipronil schandaal van de voorbije maanden. We zien het nu ook in Zuid-Europa gebeuren dat veel druiven-  en steeds meer olijfplantages het loodje leggen door ziekten waar nog geen remedie voor bestaat. Wen eraan: olijfolie wordt de komende jaren schaars, dus duurder.

Biodiversiteit is erg belangrijk, want in de natuur hangt alles met alles samen. Het zorgt voor evenwicht. Soortenvermindering kan zo op korte en langere termijn grote gevolgen hebben voor onze voedselproductie (dat zien we nu al gebeuren) en onze gezondheid - een indirect gevolg hiervan. Sinds mensen niet meer als jagers/verzamelaars leven gedragen ze zich alsof ze boven de natuur staan. Het wordt tijd om te leren beseffen, dat wij mensen een onbeduidend onderdeel van de natuur zijn. Moeder natuur geeft niet om de soort mensen. Als het haar niet meer aanstaat hoe wij ons gedragen kan zij ons in een oogwenk laten uitsterven. Niets is voor eeuwig, ook de soort mens niet. Wij hebben de aarde in bruikleen en het is onze verantwoordelijkheid die gezond en wel over te dragen aan de generaties die na ons komen.

Red de aarde
Kunnen we die neerwaartse spiraal omkeren? Het zal niet gemakkelijk zijn, maar zoals het gezegde klinkt: verbeter de wereld, begin bij jezelf.
Ons consumentengedrag heeft grote invloed op de productieketen. Om te beginnen zouden we minder moeten verspillen en kromme komkommers en appels met een bruin stipje moeten accepteren. Dan zullen de boeren en supermarkten die ook niet meer weggooien. Koop niet meer dan je nodig hebt, zodat je zelf minder weggooit. Koop ook minder geïmporteerd voedsel. Koop eerder lokaal geproduceerde producten van het seizoen. En eet minder vlees.

De sector zelf kan ook wat doen. Men kan zich meer richten op het lokaal produceren van gewassen en vlees. Daarmee help je mensen in arme landen ook aan inkomen en een betere toegankelijkheid tot gezonde voeding. Zo help je de honger in de wereld te verminderen. Bovendien wordt er dan minder met voedsel heen- en weer geschoven, wat de luchtkwaliteit en het klimaat ten goede komt. Ook zal de hoeveelheid vee verminderd moeten worden. Maar daarvoor is het nodig dat de vraag van consumenten daalt - dat is dus weer onze verantwoordelijkheid. Unieke producten produceren helpt boeren met minder middelen een beter inkomen te verwerven.

Wist u trouwens dat we door zuivelproducten te eten, bijvoorbeeld kaas, het hele systeem van melk- en vleesproductie stimuleren of in stand houden? Melkvee levert alleen melk als ze jongen hebben gekregen (koeien moeten dus eerst kalven). Het grootste deel van de kalveren zal geen melk produceren en gaat naar de slacht. Dus als je kaas eet moet je eigenlijk ook kalfsvlees eten, want voor je stukje kaas zijn er kalveren geslacht. En na enkele jaren neemt de melkproductie van de koe af en kan Antje 2 ook naar het slachthuis. Weer komt er vlees in omloop, dankzij de melkveehouderij. 

Minder vee betekent ook minder gewassen die als veevoer dienen. Een erg groot deel van landbouwgrond wordt nu nog gebruikt voor de productie van veevoeder gewassen. Die grond is dus niet beschikbaar voor de productie van 'mensen voedsel'.

En ja, ook technologie kan ons helpen. We moeten dan minder afwijzend staan tegenover genetische modificatie. Er zijn snel gewassen nodig, die minder kwetsbaar zijn tegen ziekten en beter tegen droogte, verzilting of juist vernatting kunnen. Het klimaat verandert zo snel dat veel planten het niet meer kunnen bijbenen en uitsterven. Zowel de grootschalige landbouw als het klimaat zorgen nu al voor een verschraling van het aantal voedsel plantensoorten. Technologie kan dat verhinderen en zo belangrijke voedselgewassen van de ondergang redden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 9 januari 2018

Waarom moet Nederland de wereld voeden?

Dat de agrarische sector in Nederland op een heel hoog niveau staat is in de hele wereld bekend. Onze boeren en tuinders produceren topkwaliteit, ook al vinden sommige Duitsers dat onze tomaten "Wasserbomben" zijn, op de schaars beschikbare grond wordt een hoog rendement gecombineerd met uitstekende producten. Je zou zeggen dat het onze boeren dan voor de wind moet gaan. En ja, er is momenteel wel wat verbetering, maar het is nog lang niet wat men zou willen. Hoe komt dat?
Uit de Atlas Leefomgeving (RIVM) 8 januari 2018

En hoe leidt onder andere agrarische activiteit tot zoveel luchtvervuiling?
(zie de kaart hiernaast)

Veel boeren gebruiken hun uitstekende kennis om op grote schaal monoculturen te verbouwen. Dan heb je lage kosten en hoge opbrengsten. Denkt men...! Het gevolg is overproductie en een grotere kwetsbaarheid. Waarom krijgen de boeren voor hun uien zo weinig geld? Simpel, omdat ze allen tegelijk en masse hetzelfde product oogsten en op de markt brengen. Dat drukt de prijs. Een simpele economische wet. Schaarste zorgt voor hogere prijzen. Maar daar durven veel boeren niet aan. Ze kiezen vaak voor harder werken en meer produceren.

Wie die stap wel maakt en producten levert met een eigen uniek karakter, ervaart dat er meer mee verdiend wordt. Boeren die zich richten op de productie van bijvoorbeeld streekproducten verdienen meer met minder producten. Voorbeeld: Door streekeigen kaas te maken in coöperatief verband kun je met minder koeien meer geld verdienen. En de natuur wordt minder belast met stikstoffen, CO2 en fijnstof. Ze bedienen de markt met een uniek en waardevol product voor de lokale bevolking en (eventueel) toeristen. Dit is ook wat consumenten en supermarkten vragen.

Bemesting
Biologisch geschoolde boeren en tuinders weten, dat voor een goede opbrengst het niet nodig is om veel mest op het land te brengen. En zeker geen kunstmest. Waar dat wel gebeurt is de grond dood. Er is geen bodemleven, laat staan een natuurlijk evenwicht. In de producten ontbreken typische en noodzakelijke voedingsstoffen, simpel omdat die ook in de grond ontbreken. De groente  die je nu in de supermarkt koopt bevatten minder voedzame stoffen dan er eigenlijk in horen te zitten.

Om de bodem weer in evenwicht te brengen is het belangrijk om de natuur op en rondom het perceel op orde te brengen. Het natuurlijk evenwicht te herstellen. Dan helpt de natuur de boer en tuinder om een goede opbrengst te behalen. En de natuur doet dat gratis.

Veeteelt
Een ander discussiepunt is de intensieve veehouderij in ons land. Ook hier is sprake van monoculturen die de bedrijfsvoering extra kwetsbaar maken. Daarnaast is de mestproductie een groot probleem. Waarheen daarmee? Juist, op het land. En die overvloed aan mest doodt het bodemleven, waardoor er nog meer mest en chemie nodig is om een redelijk opbrengst van het land te halen. De enige die rijk worden van deze manier van veeteelt zijn de dierenartsen en de chemische bedrijven. De boeren zitten in de tang, zijn afhankelijk en moeten betalen terwijl de marges toch al zo krap zijn.
Waarom moet Nederland heel de wereld van varkensvlees en eieren voorzien?  Is het niet verstandiger om voedsel lokaal te produceren en de boeren daar ook een kans te bieden om een redelijke boterham te verdienen?

Schaalverkleining leidt tot betere prijzen, minder mest en
minder vervuiling.

Schaalverkleining in de veeteelt leidt tot betere prijzen. Nederland moet dan niet op grote schaal uit goedkope landen importeren. Dat is het probleem verschuiven en voor de Nederlandse boeren reden om toch op schaalvergroting te blijven inzetten. Schaalverkleining leidt ook tot minder mest en minder lucht- en watervervuiling.

Export
En hoe zit het dan met export? Dat is toch de motor van onze economie en daar dragen ook de boeren een belangrijk steentje aan bij. Schaalverkleining in de landbouw hoeft de export niet te schaden. Gewoon een kwestie van slimme marketing. De volume neemt wel af, maar met unieke en kwalitatief hoogstaande landbouwproducten kan Nederland er nog even veel aan verdienen. Misschien wel méér.

Wetenschappers benadrukken dat de hele Nederlandse landbouw op de schop moet. Hoe het beter kan, dat weten ze al. Op de Wageningen Universiteit zijn ze daar al een tijdje mee bezig. En een handje vol agrarische ondernemers durft de handschoen op te pakken, vooral in het buitenland. Het is alleen nog wachten op de boeren die durven innoveren en via kleinschaligere producten niet alleen goed werk doen voor de natuur, maar vooral ook voor hun eigen portemonnee. Dat kwartje is nog niet overal gevallen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 23 november 2017

Waar zijn de stikstofoxide hotspots?

De satelliet Envisat controleert het aardoppervlak op vormen van luchtvervuiling. De grote steden vallen direct op. Een internationaal team van wetenschappers heeft over een periode van enkele jaren data over stikstofoxiden verwerkt tot onderstaande kaart.

Ik en de meeste lezers van deze BLOG wonen in dat deel rechtsboven en als ik ernaar kijk krijg ik het acuut benauwd. OK, niet overdrijven. Maar gezond zijn die donkere vlekken niet.

Wanneer dringt het tot de politieke beslissers door, dat dit zo niet door kan gaan? Of luistert men liever naar (grote) ondernemingen die hun bedrijfsvoering boven het belang (de gezondheid) van de Europese burger stellen? Overigens zou ik ook niet graag in Noord-Italië willen wonen.....

Lees hier het hele verhaal.

Update 2018:


Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

























donderdag 21 september 2017

Meer extreem weer

In deze BLOG is het thema wateroverlast al eens behandeld, maar de recente ontwikkelingen motiveren me om het nog maar eens aan te kaarten. Zo urgent als op het Amerikaanse continent is de kwestie in ons land gelukkig niet. Dat neemt niet weg dat extreme zomerhitte en pieken in de neerslag ook in onze regio steeds vaker voorkomen. Daarmee worden ook wij getroffen met overlast en schade (gemakshalve voeg ik de hogere zorgkosten en menselijk leed bij hittestress ook onder  'schade').  Er zijn geen middelen om zulke extreemen te vermijden, maar we kunnen er wel de scherpe kantjes van afhalen.
foto: Pixabay

Laten we ons in dit artikel beperken tot wateroverlast door pieken in de neerslag. Dit komt vooral in de zomers voor. Zowel de steden als het buitengebied ondervinden overlast. In die twee gebieden zijn de oorzaken verschillend, maar liggen deels ook in elkaars verlengde. De grote gemene deler in dit verhaal is, dat het hemelwater niet de kans krijgt om lokaal in de bodem te zakken. De gehele infrastructuur is erop gericht om regenwater snel af te voeren. Met de kennis van nu, is dat een foute handelwijze.

Een kuub per 25 m2
De rioleringen zijn berekend op ongeveer 20 mm neerslag. Maar tegenwoordig valt bij pieken al snel 40 mm. Dan is het niet zo vreemd, dat op de lagere delen in de stad de putdeksels omhoog komen en de straten overstromen. Bij zo'n neerslagpiek van 40 mm valt er gemiddeld 1 kubieke meter regenwater op iedere 25 vierkante meter. Dat zijn hoeveelheden die de riolen van onze steden niet aankunnen. Uitbreiden naar hogere afvoercapaciteiten is duur en gaat tientallen jaren duren. Zulke investeringen jagen ons burgers ook nog eens op veel hogere kosten. Daar willen de gemeenten en waterschappen niet aan, zeker niet omdat de natuur het gratis voor ons kan oplossen. Maar dan moeten we wel willen veranderen. Bijvoorbeeld door het verharde oppervlak drastisch te verminderen en meer groen al dat water te laten 'opzuigen'.

Met één klap kunnen we overlast voorkomen en besparen op kosten, terwijl we onze omgeving groener en aangenamer maken.

Laat dat water ter plekke in de bodem infiltreren. Verwijder zoveel mogelijk verharding in de tuinen en de openbare ruimte. Dat betekent dat zowel wij burgers als de lokale overheden maatregelen moeten treffen.

Koppel de afvoerpijp van de dakgoot af. Laat het water de tuinen in stromen, of vang het op in een regenton. Ook ondergronds opslaan in bekkens van speciale kisten of grind is een mogelijkheid. Zorg voor onbedekte grond rondom het huis, waar water direct in de grond kan zakken. Zet er planten, struiken en bomen neer. Dat groen neemt veel water op. Vooral bomen houden veel water vast in de kroon, de takken en de stam (door oppervlaktespanning) en er wordt een groot deel verdampt. Hoe groter (ouder) de bomen zijn, hoe groter hun vermogen om water vast te houden. Eerlijk, de zwaartekracht overwint uiteindelijk, maar het water komt met een flinke vertraging naar de grond.  Vervolgens nemen de wortels het op en verdampt het water via de bladeren. Dat is al een flinke winst, die de scherpe kantjes van wateroverlast af haalt.

Wanneer paden en opritten worden voorzien van klinkers of grind zal ook daar het water gemakkelijker in de grond zakken. Grofweg kun je stellen, dat bij beklinkerde oppervlakken ongeveer 30% infiltreert, de rest vloeit naar het laagste punt.

Wadi's
De gemeenten leggen op strategische plekken in de steden wadi's aan. Ook die kunnen groen ingericht worden. Er zijn boomsoorten die de wisselende waterstanden tolereren, bijvoorbeeld essen en wilgen. Als zo'n wadi droog staat en onderdeel is van een (klein) park, levert dat ook nog eens extra maatschappelijke voordelen op. Over de ecosysteemdiensten van zulk groen lees je elders in deze BLOG meer. Lees ook deze publicatie van WageningenUniversiteit:  https://www.wur.nl/nl/show-longread/Zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm 

Groene daken
Wie een gebouw met plat dak bezit kan ervoor kiezen dit te beplanten. Ook hiermee komt het water met (aanzienlijke) vertraging op de bodem terecht. Bovendien geven gemeenten voor groene daken subsidie. Groene daken isoleren ook prima, zodat het in de zomers binnen aangenaam koel blijft en in de wintermaanden de kou buiten. Zo is er met groene daken dus ook op de energierekening te sparen.
Tijdens periodes van extreme droogte moeten groene daken wel nat gehouden worden, want als de planten verbranden in de zon verliezen ze hun functie. Bovendien hebben groene daken een langere levensduur dan traditionele daken.

Als de lokale overheden en de particulieren zulke eenvoudige maatregelen nemen is er niet alleen veel geld te besparen, maar ook milieuwinst te behalen. We maken onze omgeving groener en daarmee aangenamer. Twee vliegen in één klap. Wie wil dan nou niet?

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 22 augustus 2017

Is het al herfst bij paardenkastanjes?

Niet alleen de boomliefhebbers in Weert, maar ook de burgers elders in Europa storen zich aan het voorkomen van de paardenkastanjes in hun stad. Al eind juli werden de bladeren bruin en begonnen te vallen alsof het herfst was. Oorzaak van dit probleem is de kastanjemineermot (Cameraria
Kastanjemineermot
(foto: www.pksboomverzorging.nl)
orchidella), een kleine nachtvlinder die oorspronkelijk uit Azië komt. Deze vlinder legt eitjes op het blad van de (witte) paardenkastanje, de variant met rode bloemen is minder in trek.  De larven vreten zich een weg in het midden van het blad, waardoor lichtgekleurde gangen (mijnen) ontstaan. Daarbij worden ook vitale delen van het blad beschadigd, waardoor het blad zijn functie verliest en door de boom wordt afgestoten. Resultaat, in juli – augustus al bruine bladeren op de grond rondom de bomen.

Een schrale troost, dit overkomt zowat alle paardenkastanjes in Europa. Het is dus een probleem van gigantische omvang. De mot is daarom moeilijk, zeg gerust onmogelijk te bestrijden.

Voor de bomen is het wel degelijk een probleem van levensbelang. Een vitale boom kan zo’n aantasting wel overleven. Maar als dat een aantal jaren achter elkaar gebeurt zal de vitaliteit van de bomen afnemen. Ze worden daardoor vatbaarder voor ziekten, die door bacteriën en schimmels worden veroorzaakt. Een beruchte aandoening van paardenkastanjes zoals de kastanjebloedingsziekte, krijgt dan bij verzwakte bomen meer kans om toe te slaan, omdat minder vitale bomen aanvallen van bacteriën en schimmels niet goed kunnen afweren en inkapselen. Daarbij moet wel aangemerkt worden dat ook vitale bomen ziek kunnen worden, als de infectiedruk hoog genoeg is. Bij vitale bomen ligt de lat dus hoger.

Blad ruimen

De larven van de kastanjemineermot overwinteren in het blad, dat inmiddels is afgevallen. In het voorjaar ontpoppen ze en zoeken de motten een boom op, een paardenkastanje dus. Niet zelden de boom waar hun leven als eitje begon. En ze komen met duizenden, tienduizenden tegelijk.

Wat kun je hieraan doen? Om te beginnen is het belangrijk om de afgevallen bladeren vóór het einde van de winter op te ruimen en te vernietigen. Verbranden is zeer effectief, maar begraven is milieuvriendelijker. Helaas is dit niet genoeg, want je kunt onmogelijk alle bladeren opruimen. Zodoende zullen er altijd motten overleven, die dan opnieuw voor nageslacht zorgen. Maar blad ruimen vermindert hun aantal significant en daarmee ook de infectiedruk. Dat is goed nieuws voor de vitaliteit van de bomen. Alleen is het probleem dan nog niet goed genoeg verholpen, er worden tegen het einde van de zomer toch weer bomen vroegtijdig bruin.

Spuiten

Effectieve chemische bestrijdingsmiddelen zijn inmiddels niet meer toegelaten. Er zijn nog wel middelen te koop, maar die hebben niet zo’n geweldig effect. Dit is mede een reden geweest om het spuiten van paardenkastanjes te beperken tot enkele bomen in de binnenstad. Bezuiniging heeft hierbij ook meegespeeld.

Een Nederlands bedrijf dat in boomverzorging gespecialiseerd is heeft in 2016 een uitvoerig onderzoek verricht naar alternatieve bestrijdingsmiddelen. De verrassende uitkomst was, dat lavendelolie zeer effectief is. Daarnaast zijn er ook andere methodes beschikbaar, zoals het plaatsen van feromoonvallen en lijmbanden. Daarmee moet men al in april beginnen. Half mei kunnen de lijmbanden verwijderd worden, om te voorkomen dat er teveel ‘bijvangst’ is. De feromoonvallen moeten in juni worden vervangen, om de tweede generatie motten te vangen.


Van oktober tot medio december moet alles opgeruimd en schoongemaakt worden. Ook is het goed om de bladeren op te ruimen. We zullen er nooit meer vanaf komen, maar het kan helpen de vitaliteit van de paardenkastanjes te waarborgen. De bomen moeten natuurlijk wel in goede aarde staan, zodat ze een gezond wortelstelsel kunnen ontwikkelen. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 19 juni 2017

Tegen de natuur ingaan verlies je altijd

Wat gebeurt er als de biodiversiteit onder druk komt, bijvoorbeeld door toedoen van de mens? Dat is niet zo denkbeeldig, er zijn legio voorbeelden, waar het winststreven op de korte termijn grote schade aan de natuur heeft toegebracht. Zelfs het uitsterven van soorten, wat eigenlijk een natuurlijk proces is, wordt door mensen op ongewenste wijze beïnvloed.
Doorkijkje in de Keukenhof

 Natuur en haar biodiversiteit is niet alleen mooi om naar te kijken. Biodiversiteit is ook niet alleen van levensbelang. Als je er goed mee omgaat, kan het zelfs economisch voordeel opleveren. Vaak hebben wij mensen daar het geduld niet voor en dan worden we met de gevolgen geconfronteerd:

  • Ontbossing leidt tot bodemerosie. De vruchtbare grond spoelt weg en dat zorgt voor lagere inkomsten van de boeren.
    Het kan zelfs tot aardverschuivingen leiden, zoals we telkens in vele delen van de aarde zien gebeuren. Dan is niet alleen de vruchtbare grond weg, er komen mensen om het leven, doordat ze bedolven raken onder de modderstromen. De bomen op de hellingen hadden dit kunnen voorkomen.
    Ontbossing gebeurt niet alleen om landbouwgrond vrij te maken, maar ook om de bomen te oogsten voor biobrandstof. Voor het snel verdiende geld worden levens op het spel gezet.
  • Door overbevissing lopen de opbrengsten van vissers terug. Soorten verminderen zodanig, dat er niet meer rendabel op gevist kan worden. Dan zijn beschermingsmaatregelen nodig, waardoor de vissers soms jarenlang aan de wal moeten blijven. Soms verdwijnen soorten helemaal. Dit probleem speelt niet alleen in ontwikkelingslanden. Door de honger naar vis in de ontwikkelde landen zijn inmiddels diverse soorten haaien en tonijn met uitsterven bedreigd. Zo dreigt een domino effect, waardoor bijvoorbeeld ook koraal verloren gaat en er bijvoorbeeld vaker 'kwallen-plagen' voorkomen. De natuurlijke vijanden van zulke plagen belanden op ons bord.

    Met mengteelt minder kosten en stabielere en grotere opbrengsten
  • In de landbouw (en veeteelt) heeft de traditionele mengteelt plaats gemaakt voor monoculturen. Daarmee is de sector kwetsbaarder geworden voor ziekten, plagen en natuurrampen. De industrie levert daar oplossingen voor, die op de lange termijn geen oplossing zijn. Maar op de korte termijn strijken die leveranciers flinke winsten op, ten koste van de boeren en consumenten.
Mengteelt landbouw
Met diversiteit spreid je het risico. Iedere belegger weet dit. Iedere ondernemer weet dit. Toch vreemd dat de main stream landbouw zo hardnekkig op monoculturen zet. Bij Wageningen Universiteit kijken ze er anders tegenaan. Daar wordt veel onderzoek gedaan naar mengteelt. En het meest geïnteresseerd in die ontwikkelingen...... China. De kleinschalige landbouw in China bleek niet in staat de groeiende bevolking te voeden. Daarom zijn Chinese bedrijven gaan 'boeren' in Afrika, Australië en Rusland. Dat gebeurt in massale bedrijven met immense akkers,....monocultuur. Maar China wil ook een voorlopersrol als het om duurzaamheid gaat. En die overzeese monoculturen zijn verre van duurzaam.  De oplossingen die Wageningen biedt zorgen ervoor dat de kleinschalige landbouw wel in staat is met minder kosten, stabielere en grotere opbrengsten te genereren. Met mengteelt zal China in staat zijn aan het grootste deel van de binnenlandse vraag te voldoen. De natuur zorgt voor stabiliteit, gratis.

In Europa ondervinden we de gevolgen van de remmende voorsprong. De gehele bedrijfstak is op monoculturen ingericht. De machines die de boeren en loonwerkbedrijven hebben aangeschaft zijn daarvoor geschikt en moeten afgeschreven zijn alvorens een overstap op kleinschaliger mengteelt in beeld komt. Tot dan betalen de boeren grof geld voor gewasbescherming en voedingstoffen. Voor de mengteelt boeren is dit gratis, all inclusive. Dat krijg je als je mét de natuur werkt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 5 juni 2017

Waarom is biodiversiteit belangrijk voor ons welzijn?

Biodiversiteit is een begrip dat steeds meer in de belangstelling staat. Is het een hype? Is het een stokpaardje van groenliefhebbers? Of steekt er meer achter? Wageningen Universiteit doet er veel onderzoek naar, want meer kennis over biodiversiteit is zeker belangrijk voor ons welzijn, voor de economie en voor het klimaat. Met meer aandacht voor biodiversiteit kan ook de landbouw efficiënter werken: lagere kosten en hogere opbrengsten. Met de alsmaar groeiende wereldbevolking is dat geen overbodige luxe.
foto: Pixabay

Vanaf dit artikel zullen we met een aantal posts proberen een antwoord te geven op de vraag waarom biodiversiteit zo belangrijk is. Wageningen Universiteit is daarbij onze gids.

Wat verstaan we onder biodiversiteit?
Simpel gezegd is dat de verscheidenheid van leven binnen een bepaald gebied. Dat kan een waterdruppel zijn of een theelepel aarde, tot wel de gehele planeet. Het gaat dan om de soorten planten, dieren, schimmels en micro-organismen zoals virussen en bacteriën. Maar verder ook de genetische variaties binnen die soorten. In een gezond milieu houden die elkaar in evenwicht. Er is dus sprake van onderlinge afhankelijkheid en interactie. Wetenschappers willen daar het fijne van weten.

Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt.

Kijk eens naar de mug. Hoe verwensen de meeste mensen dat dier? We doen er alles aan om er vanaf te komen. Maar is dat wel verstandig? Je zou denken, wat maakt dat nu uit? Toch is de mug een wezenlijk onderdeel van de biodiversiteit. Hun eieren en larven vormen een voorname voedselbron voor veel andere dieren, bijvoorbeeld vissen. En voor bepaalde vleermuissoorten zijn muggen eveneens hoofdvoedsel. Die op hun beurt.... Doordat muggen voor bepaalde diersoorten een stabiele voedselbron zijn, kunnen die dieren overleven en tegelijk ook op andere plaaginsecten jagen, die bijvoorbeeld voedselgewassen bedreigen.

Ook mensen leven dankzij biodiversiteit
Zo goed als alles wat mensen eten en gebruiken is terug te voeren op biodiversiteit. Dat betreft zowel wilde als 'tamme' dieren en planten. Ook de meeste bouwmaterialen, industriële grondstoffen en medicijnen danken we aan biologische hulpbronnen. En veel toeristen bezoeken bepaalde gebieden juist vanwege de natuur. Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt. Het is de basis van duurzame oplossingen, van maatschappelijke en economische baten.
Volgens berekeningen van de Verenigde Naties zijn 40% van de wereldeconomie en 80% van de behoeften van arme bevolkingsgroepen van de natuur afhankelijk. Daarbij komt ook nog, dat hoe rijker de biodiversiteit is, hoe groter de kans op nieuwe medicijnen en oplossingen voor de klimaatverandering.
De mens is ook maar een (zoog)dier en is als zodanig gewoon een onderdeel van die grote biologische machine. Door defecten aan die machine kan hij zomaar stilvallen.

Het positieve effect van de natuur op ons mensen blijkt al uit het feit, dat we door contact met groene natuur minder snel ziek worden en sneller genezen. Op het werk zijn we tot wel 15% productiever. De natuur is ook een belangrijk deel van onze identiteit en onze culturele achtergrond. Je kunt hier niet zomaar overheen stappen. Moeder natuur is sterker dan de mensen met hun slimme uitvindingen en technologieën.  We moeten daarom met de natuur werken, niet ertegen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 11 april 2017

Duurzaam koopgedrag is een illusie

Jij en ik bepalen of de winkelketens producten aanbieden, die geproduceerd zijn met respect voor mens en natuur. En uit een recent onderzoek blijkt dat we als consument daarin tekort schieten. Aan 1537 mensen werden vragen gesteld over de 100 bekendste retailers in Nederland. Met name over de kracht van het (winkel)imago. 

Elk merk is op 40 factoren onderzocht: merkkracht (= bekendheid, waardering en binding), merkpersoonlijkheid (16 factoren), merkprestatie (18 factoren), aankoopintentie, aankoop en groeiverwachting.
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd op MarketingOnline.

Planet Earth first
Opvallen in dit onderzoek is dat Maatschappelijke Verantwoord Ondernemen (MVO), met andere woorden met respect voor mens en natuur, op de laatste plaats (18) staat. Duurzaam koopgedrag is dus een illusie. 

Ondernemers verkopen ons met plezier wat wij als consument vragen. De grote ketens moeten de massa bedienen en die massa heeft lak aan duurzaamheid en milieu, zo blijkt. De massa vindt andere zaken belangrijk: 
  • goede prijs/kwaliteit verhouding
  • vriendelijk personeel
  • aantrekkelijke aanbiedingen
  • goede bereikbaarheid
  • vriendelijke sfeer.
Dit zijn de vijf belangrijkste drijfveren om voor een bepaalde winkel te kiezen. Desondanks nemen enkele vooraanstaande ondernemingen hun verantwoordelijkheid.

Maatschappelijk ondernemen
Slechts een paar ondernemingen durven het aan om ook maatschappelijke kwesties en duurzaamheid op het winkelconcept toe te passen. Twee bekende voorbeelden zijn Holland & Barrett en IKEA. Natuurlijk zijn er meer, maar die opereren veelal in de niche. Maatschappelijk ondernemen is niet sexy en veel mensen denken dat zulke bedrijven te duur zijn. Onterecht als je bedenkt dat bijvoorbeeld IKEA en LIDL duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan. Dit zijn toch geen bedrijven die een duur of exclusief imago hebben? Hier is toch sprake van een goede prijs/kwaliteit verhouding? Die twee uitersten in deze ranglijst kunnen toch goed samengaan? En bij deze twee is "goede bereikbaarheid" ook niet aan de orde, tenminste, de winkels liggen niet bij ieder om de hoek. Steeds meer ondernemingen ondervinden dat duurzaamheid op termijn belangrijke voordelen heeft op het gebied van kostenbeheersing en het voortbestaan.

Maar ja, de consument (de massa) vraagt niet om MVO. Boeit niet. En daarom zijn veel succesvolle ketens er ook niet mee bezig. We hebben nog een lange weg te gaan.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.