Posts tonen met het label maatschappelijke baten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maatschappelijke baten. Alle posts tonen

dinsdag 25 augustus 2026

Voor bomen is de impact van droogte groter dan gedacht

Foto: Pixabay
 Het gaat te snel! De klimaatverandering gaat sneller dan het aanpassingsvermogen van bomen/bossen. Dat heeft gevolgen voor de overlevingskansen van bomen en de mate waarin ze in staat zijn hun ecosysteemdiensten te vervullen. Denk aan waterbeheer, luchtfiltering en geluidsdemping, koeling, zuurstof, CO2-opname en afgifte van waterdamp (waardoor wolken verder het binnenland in kunnen drijven).

Chinese onderzoekers hebben een mondiaal onderzoek opgezet om erachter te komen wat de impact van droogte is voor bomen en bossen. En dat ziet er niet best uit. Bomen groeien langzaam en bossen hebben soms meer dan 100 jaar nodig om zich te ontwikkelen of aan te passen. De bomen kunnen het tempo van klimaatverandering niet bijbenen. Door droogtestress komt er te weinig of geen water bij de bladeren. Water is nodig voor het proces van fotosynthese. Het water wordt van de wortels naar de bladeren getransporteerd via de houtcellen in het 'spindhout', de laag direct onder het cambium. Als het water de bladeren niet bereikt, kan lucht binnendringen. Daardoor wordt de aanzuiging van water geblokkeerd. Omdat de bladeren dan nutteloos zijn geworden, zal de boom ze afstoten. Als de droogte aanhoudt zullen ook takken afsterven en uiteindelijk sterft de boom als geheel.

Er zijn verschillen
Dit onderzoek is erg belangrijk. Het toont aan wat de overlevingskansen van bomen zijn, en dat wereldwijd. Gezonde bossen zijn ook van levensbelang voor de rest van de ecosystemen, want de ecosysteemdiensten van bomen zijn essentieel en omvangrijk. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat er verschillen zijn met betrekking tot regio, boomsoort en de bodem waarin ze groeien. 
Bosbeheerders hebben hiermee een handvat om het beleid van de komende decennia te bepalen. Aangezien het wel 100 jaar kan duren om een (gezond) bos te ontwikkelen, mogen ze daar niet te lang mee wachten. Maar het zal evengoed een hele uitdaging zijn, om de juiste keuzes te maken.
Dit onderzoek werd recent gepubliceerd in het tijdschrift PNAS.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor nieuwe donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons. 





zaterdag 2 mei 2020

Wat je niet ziet, is er ook niet

Herken je dit? Er overkomt je iets engs en in een reflex houd je de handen voor de ogen. Wat je niet ziet, is er niet. Dat lijkt een vaste formule van ons brein te zijn. En bomen hebben daar last van. Nee, niet dat bomen iets vergelijkbaars doen, ze nemen hun omgeving juist heel goed waar. Bomen hebben er last van dat wij mensen zo in elkaar steken. Want bomen hebben een onzichtbaar deel, dat zeer belangrijk voor ze is, maar voor ons mensen lijkt dat niet te bestaan. We hebben het over wortels.
Afbeelding: Pixabay

Grofweg is de omvang van de wortels ongeveer gelijk aan de omvang van de kroon. En anders dan sommige mensen denken, gaan wortels vaak niet dieper dan ongeveer 1 meter. De bovenrand van de wortels van de meeste boomsoorten liggen zelfs dicht onder het oppervlak. Tja, als er dan een paar centimeter aarde op ligt zijn ze onzichtbaar - dus worden ze vergeten. Dat kan vervelend zijn als groenwerkers het onkruid onder een boom wegschoffelen. Ze raken ongewild de boomwortels en beschadigen die. Zo krijgen kwaadaardige micro-organismen, zoals parasiterende schimmels toegang tot het levende systeem van de boom. Zo krijgen beuken vaak last van de reuzenzwam, die zich in de wortels nestelt en deze laat afsterven.

Wortels zijn voor bomen erg belangrijk. Ze verankeren de boom met dikke structuurwortels en de fijne wortels zorgen voor opname van water en mineralen. Bij die laatste functie worden de wortels vaak geholpen door bodemschimmels, de mycorrhitza. Deze schimmels maken stikstofhoudende voedingsstoffen los uit de bodem en ruilen die met de boom voor suikers. De suikers zijn het product van de fotosynthese, die in de bladeren plaatsvindt. Het water met mineralen wordt via de stam en de takken (middels speciale cellen in het xileem, de buitenste rand van het kernhout) naar de bladeren getransporteerd. Dat gebeurt door de aanzuigende kracht van verdamping in de bladeren. Water met koolhydraten gaat vanaf de bladeren via het floeem (de laag tussen de bast en het cambium) naar de wortels. Bomen kunnen koolstof met elkaar delen middels wortelknopen en via het netwerk van de mycorrhiza. Die wisselwerking is belangrijk, want die heeft direct gevolgen voor de vitaliteit van bomen die in groepen leven, zoals in parken en bossen. En hoe vitaler een boom is, hoe beter hij presteert met ecosysteemdiensten, zoals CO2 opname, zuurstofproductie, koelvermogen en luchtfiltering. Bovendien, een boom met een gezonde wortelstructuur waait niet zomaar om bij een storm.

In de natuur passen alle puzzelstukjes in elkaar.

Het netwerk van de mycorrhiza schimmels helpt ook bij de communicatie tussen bomen. Ze transporteren niet alleen koolstof van gezonde bomen naar zieke bomen, het netwerk geeft ook signalen tussen bomen door. Zo houden bomen elkaar op de hoogte van gevaar, zoals rupsen die aan de bladeren knabbelen. De bomen reageren daarop met de aanmaak van afweerstoffen en feromonen, die voor de communicatie dienen. Feromonen worden ook door roofinsecten begrepen en zo weten ze waar de tafel gedekt is. In de natuur passen alle puzzelstukjes in elkaar.

Boomwortels blijken zich aan te kunnen passen aan hun functie en groeiomstandigheden. Maar hoe bomen zich aanpassen verschilt per soort en dat vraagt om meer onderzoek. Wel is inmiddels duidelijk dat bomen die in voedselarme grond groeien meer haarwortels ontwikkelen of meer samenwerken met mycorrhiza schimmels. Ook verharde bodem en droogte hebben invloed op de ontwikkeling van de wortels. Als zulke aanpassingen ertoe leiden dat de wortels voldoende water en voedingsstoffen vinden blijft de boom vitaal. Als de wortels niet voldoende water en voeding vinden zal er minder in de wortelgroei worden geïnvesteerd en dat zie je uiteindelijk ook in de kroon. In de top beginnen takken uit te drogen.

Er wordt wel beweerd, dat wortels rioolbuizen en fundamenten van woningen beschadigen. Dat is maar ten dele waar. Wortels kiezen altijd voor de minste weerstand en groeien om obstakels heen. Maar als dat obstakel scheuren en barsten vertoont, kan een fijne haarwortel daar toch in doordringen. Wortels maken buizen en funderingen niet kapot, die waren al beschadigd en de wortelpunt raakt erin verdwaald.

In het bos is de wortelgroei grenzeloos. Maar in de stad kunnen bomen ook wel buiten hun grenzen groeien. Dat kan tot wortelopdruk leiden en dit levert soms gevaarlijke situaties op.  Als een boom de wortels opdrukt en het wegdek of trottoir beschadigt is duidelijk dat bij het planten van de boom verkeerde keuzes zijn gemaakt. Als je een boom plant weet je, of behoor je te weten dat de wortels ruimte nodig hebben. Ruimte om voor stevigheid te zorgen en om water en voedsel te vinden. Er zijn bedrijven die methodes hebben ontwikkeld om boomwortels binnen de grenzen te houden en hun groei naar beneden af te buigen. Op die manier kunnen bomen zich goed ontwikkelen, jarenlang vitaal blijven en zo voor een gezonde groene omgeving zorgen.
Dat is beter dan overlastgevende wortels af te zagen of kapot te frezen. Dat leidt alleen maar tot een vroegtijdige dood van de boom.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



dinsdag 3 december 2019

Waarom mini-bosjes ook belangrijk zijn

Bij natuur- en klimaatbeleid gaat de aandacht vaak uit naar de grote bossen. Wereldwijd spelen de regenwouden in de tropische zones natuurlijk een cruciale rol, maar vlak de mini-bosjes in de gematigde regio's niet uit. Om het belang van zulke kleine bossen in kaart te brengen is op Europees niveau, in 16 regio's onderzoek gedaan. De conclusie uit deze studie is, dat de mini-bosjes, gerekend naar oppervlakte-eenheid het beter doen dan de grote bossen.
Foto: IVN. Een tiny forrest door kinderen aangelegd
en onderhouden.

In Europa zijn de bossen vaak versnipperd door woningbouw, industrie, infrastructuur en landbouw. Grote bossen worden steeds zeldzamer en dat voedt de zorg over de rol van bossen in het klimaatbeleid. Wat we wel steeds meer zien, zijn versnipperde mini-bosjes, zowel in stedelijk gebied als in op het 'platte land'. In Nederland en België worden deze kleine bosjes nog enigszins beschermd, maar in veel andere Europese landen is dat niet het geval. Daarmee rees de vraag of dit schadelijke gevolgen heeft voor het natuur- en klimaatbeleid.
We spreken van mini-bosjes als ze 1/2 Ha of minder tot pakweg 3 Ha grond in beslag nemen.

In Nederland worden de mini-bosjes juist sterk gestimuleerd door onder andere het IVN en de gemeenten, bijvoorbeeld door het aanleggen van tiny forests. In Weert stimuleert de gemeente ook particulieren met een grote tuin om een 'tuiny forest' aan te leggen.
Mini-bosjes vind je ook in parken, tussen wegen en langs het spoor. Maar ook tussen landbouwpercelen.

Deze kleine bosjes blijken per oppervlakte-eenheid meer koolstof in de bodem vast te leggen dan grote bosgebieden. Er zijn meer verschillende voedselbronnen voor wilde dieren. Ook niet onbelangrijk, in die kleine bosjes houden zich minder teken op, zodat recreanten in die bosjes minder risico lopen op een Lyme-infectie.

Ecosysteemdiensten
In verhouding tot de grote bossen herbergen de mini-bosjes minder planten- en diersoorten. Dus voor biodiversiteit is een klein bosje niet persé een voordeel. Het scheelt wel als zulke bosjes in de regio onderling verbonden zijn. Maar geïsoleerde bosjes vertonen een beperkte biodiversiteit.

Deze mini-bosjes blijken per oppervlakte-eenheid meer koolstof in de bodem
vast te leggen dan grote bosgebieden.

Dat is heel anders wanneer we kijken naar de ecosysteemdiensten, de diensten die de bosjes aan de samenleving bieden, zoals regulering van temperatuur en vochtigheid, opvangen en bufferen van overvloedige neerslag (vermindert de kans op overstroming en aardverschuivingen), filtering van (grond)water en de lucht, leefgebied voor nuttige insecten (voor bestuiving en tegen plaaginsecten), recreatie en nog veel meer. Dan presteren die mini-bosjes per oppervlakte-eenheid beter dan de grote bossen.

De reden dat mini-bosjes het zo goed doen komt waarschijnlijk doordat de boomkronen minder dekkend zijn en er meer licht op de bodem kan doordringen. Vergelijkbaar met de randen van grote bossen. In mini-bosjes zien we dan ook meer ondergroei dan in de grote bossen. Grote bossen zijn vaak ook als bosbouw ontstaan en bestaan vaak uit grote oppervlakten met dezelfde boomsoort. Dat maakt die bossen kwetsbaar. Dit geldt ook voor mini-bosjes. Het is daarom belangrijk dat bij het aanleggen en beheren van zulke bosjes meerdere boomsoorten door elkaar worden geplant. Plagen worden dan sneller gestopt.
In bepaalde biotopen kunnen graslanden nuttig zijn, de aarde is vooralsnog meer gebaat bij de aanleg van zoveel mogelijk bossen, hoe klein ook.

Landbouw
Hoewel de boeren nog aan het idee moeten wennen zijn mini-bosjes ook voor de landbouw goed nieuws. Zeker als er meer wordt overgeschakeld op agroforestry, natuurinclusieve of circulaire landbouw. De bosjes tussen de akkers en weilanden hebben ook daar een positief effect. De akkers zijn beter beschermd tegen weer-extremen, de bosjes huisvesten meer insecten die helpen bij bestuiving en de aanpak van plaaginsecten. En het vee in weilanden met kleine bosjes kan beter beschutting zoeken bij slecht weer. De bosjes stimuleren natuurlijk gedrag van de dieren.

Dit onderzoek pleit voor betere bescherming van mini-bosjes in zowel stedelijk gebied als in de buitengebieden. Mogelijk is er Europese regelgeving nodig om dit af te dwingen. In de Benelux zijn we echter al op de goede weg. Wij maken ruim baan voor mini-bosjes.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 7 juli 2018

Groene infrastructuur in steden

Het effect van groen op het leefklimaat in onze steden was al vaker onderwerp van deze BLOG. Aangezien een steeds groter aantal mensen in steden woont en werkt is dit ook een onderwerp waar serieus rekening mee wordt gehouden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een project dat een team van de Universiteit van Kopenhagen, met geld van de EU, in 2017 heeft uitgevoerd. De resultaten van dit project zijn met name voor lokale beleidsmakers interessant en kunnen gedownload worden vanaf de projectwebsite: http://greensurge.eu.


Voor dit project werd samengewerkt met wetenschappers uit vijf verschillende Europese steden en werden in totaal 3000 mensen geïnterviewd. Dit resulteerde in een handboek dat als een online learning project bestudeerd kan worden, of als pdf gedownload.
Ook Wageningen Universiteit publiceerde een longread over dit onderwerp:
https://www.wur.nl/nl/show-longread/Zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm

Voor een optimaal resultaat dient het totale stedelijke landschap in de strategie betrokken te worden. Groen moet niet uit geïsoleerde plekken binnen de stadsgrenzen bestaan. Ze moeten met elkaar verbonden zijn, zodat zowel mensen als de stedelijke fauna optimaal profiteert en zich steeds in of in nabijheid van groen door de stad kan verplaatsen.
Waarom is dit belangrijk?

Het groen levert een hele serie ecosysteemdiensten die het leven in steden veraangenamen en  helpen kosten voor welzijn en gezondheid te drukken. Daarnaast ondersteunt het groen biodiversiteit: het complex van biologische bouwstenen, waar mensen slechts één deel van zijn en waartussen een onderlinge afhankelijkheid bestaat.

 In een groene omgeving gedragen mensen zich socialer en
dat verbetert tevens de veiligheid.

Voor stadsplanners zijn een paar ecosysteemdiensten extra belangrijk. Het groen, vooral bomen, vermindert hittestress in warme zomers en daarmee onnodige ziekenhuisopnames en strefgevallen. Volwassen bomen onderscheppen tot wel 30.000 liter regenwater per jaar. Ze laten het opgevangen water deels verdampen en deels geven ze het vertraagd aan de omgeving af, waardoor wateroverlast  vermeden wordt. Bomen filteren de lucht en moduleren de luchtstromen binnen de stad. Mensen voelen zich bij groen in het algemeen en bij bomen in het bijzonder gelukkiger en relaxter. Dat zorgt voor lagere zorg- en welzijnskosten. In een groene omgeving gedragen mensen zich socialer en dat verbetert tevens de veiligheid. Groene omgeving zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en een groene omgeving is aantrekkelijk voor met name horeca ondernemingen. Voor de gemeente is het interessant dat mensen bereid zijn méér te betalen voor vastgoed in een omgeving met groen en water in de nabijheid. Daarmee stijgt ook de OZB.

De stad New York heeft recent becijfert dat van iedere Dollar die ze in bomen investeren 5 Dollar wordt terugverdiend. Ze zijn de stad dan ook flink aan het vergroenen.

Een groene infrastructuur bestaat niet alleen uit lanen en parken, maar ook uit groene voor- en achtertuinen van de inwoners, en groen op de daken, langs gevels en op balkons. Ook stadstuinen passen in dit concept. Net als een IVN initiatief voor de aanleg van 'tiny forest' als leerproject voor kinderen.
Het is daarom niet alleen de gemeente die in de groene infrastructuur moet investeren, maar ook bedrijven en particulieren. Uit het onderzoek is naar voren gekomen, dat een goede samenwerking tussen politiek, gemeentelijke diensten en inwoners tot mooie resultaten kan leiden.

De Deense wetenschappers zetten ook een pluim op de hoed van de stad Utrecht, omdat hier nauw met de inwoners wordt samengewerkt op het vlak van groene infrastructuur. Een voorbeeld van vergroening is ook het 'verticale bos' dat nabij het Centraal Station verrijst.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



zondag 18 februari 2018

Wat zijn ecosysteemdiensten van Openbaar Groen?


Het openbaar groen in de stad is niet enkel om de straat een beetje aan te kleden. Het groen, en zeker de bomen, biedt economische en maatschappelijke meerwaarde. Het RIVM geeft met www.teebstad.nl de mogelijkheid om die waarde te berekenen. Hetzelfde beoogt i-Tree.com, een initiatief uit de VS, dat momenteel in steeds meer landen gebruikt wordt, met behulp van lokale parameters. Ook enkele Nederlandse plaatsen zijn ingevoerd.

Daarnaast zijn er modellen om de (vervangings-)waarde van bomen te berekenen. Die waren oorspronkelijk bedoeld om schade te kunnen verhalen.
Hoe ouder een boom, hoe meer waarde hij levert in termen van ecosysteemdiensten, inkomsten en vermeden uitgaven. Met name door de klimaatverandering en het extremer worden van het weer worden die ecosysteemdiensten steeds belangrijker.

Ecosysteemdiensten van bomen
  •         Hout productie.
  •     Voedsel (voor insecten, vogels, zoogdieren, mensen, planten, schimmels, bacteriën).
  •        Grondstoffen voor medicijnen (natuurgeneesmiddelen).
  •         Wateroverlast vermijden (watermanagement).
  •        Bescherming van het drinkwater.
  •         Reguleren van omgevingstemperatuur en vocht. Vermijden van hittestress
  •        Vastleggen van CO2.
  •        Productie van zuurstof.
  •        Filteren van luchtverontreiniging.
  •        Kanaliseren van wind (energiebesparing).
  •        Beperken van geluidsoverlast.
  •         Veiliger maken van wegverkeer.
  •        Bevorderen van biodiversiteit.
  •         Recreatie en sport / beweging.
  •         Mentale ontwikkeling en identiteit – betere leer-resultaten, minder pesten, meer samenwerking, minder eenzaamheid, etc.
  •         Economische activiteit (horeca en recreatie).
  •         Arbeidsproductiviteit (+15%).
  •         Lagere zorgkosten (ziekenhuizen en WMO).
  •         Hogere WOZ waarde (meer OZB)
Natuur is geen kwestie van korte termijn politiek.

Vervangingswaarde
Om bij schade de waarde van bomen te bepalen wordt in Nederland het NVTB model toegepast. Dit is voorbehouden aan bevoegde boomtaxateurs. In België wordt het VVOG model gebruikt. Dit is eenvoudiger van opzet en openbaar en levert ongeveer dezelfde waarden als NVTB. Bovendien is wettelijk geregeld dat het VVOG model in de rechtspraak leidend is.
Stichting Groen Weert hanteert het VVOG model bij het vaststellen van waarde van bomen. Vooral ook omdat wij niet bevoegd zijn om NVTB te gebruiken. De VVOG uitkomsten zijn echter nagenoeg gelijk aan het NVTB model.

Ecosysteemdiensten
Het i-Tree model berekend de ecosysteemdiensten van bomen en houdt daarbij rekening met klimaat en luchtvervuiling in de omgeving van de bomen. Meetgegevens van het KNMI en RIVM van de regio Weert over 2014 zijn bij i-Tree ingevoerd. Wageningen Universiteit zorgt de komende tijd voor aanvulling van boomsoorten, die wel in Europa maar niet in de VS en Canada bekend zijn.
Het RIVM stelt TEEB-stad ter beschikking, waarmee voor projecten de maatschappelijke waarden  van groen (in termen van opbrengsten en vermeden kosten) over 30 jaar berekend wordt. Openbaar en gratis te gebruiken.
Lees ook dit: https://sites.google.com/view/groenenwelzijnstadsbomen/03-ecosysteemdiensten en ook deze is interessant.


Hoe ouder bomen zijn hoe meer groen volume ze hebben en daardoor beter in staat zijn om bij te dragen aan de maatschappelijke meerwaarde. Koester de oude bomen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 15 augustus 2017

Wat is die boom waard?

De waarde van een boom kun je vanuit verschillende inzichten bepalen. Zo is in Nederland heel lang de methode Raad in gebruik geweest - eigenlijk is die methode in aangepaste vorm nog steeds in gebruik bij Nederlandse boomverzorgers en gemeenten. Deze methode benadert de boomwaarde op een boekhoudkundige wijze, waardoor een boom die volwassen begint te worden (vanaf ongeveer 80 jaar) op papier geen waarde meer heeft - hij is afgeschreven zonder restwaarde. In België hanteert men de VVOG methode (W=B*S*ST*C*P). Deze methode is bij wet geregeld en is voor de rechtspraak het uitgangspunt voor waardebepaling van bomen.
Je kunt ook kijken naar de ecosysteemdiensten van bomen ( vorig Artikel). Dan komen er heel andere cijfers uit de bus. En dan is er nog een andere benadering, maar daarover straks meer.
Rode beuk bij Walburg Weert
De Limburger

Nemen we als voorbeeld de rode beuk op de foto hiernaast. Hij staat op de parkeerplaats van de Walburg, eigendom van Mertens Bouwbedrijf in Weert. Deze beuk is monumentaal (ouder dan 80 jaar en geldt tevens als gedenkboom). Wat is die nu waard?
Deze beuk heeft een stamomtrek van ongeveer 310 cm, een hoogte van ongeveer 18 meter en een kroonprojectie diameter van zo'n 16 meter. De waardebepaling met Raad laat is hier achterwege, want dan is de boom boekhoudkundig afgeschreven. We bereken de vervangingswaarde met de VVOG methode: € 83.093,- Een fors bedrag. Mocht iemand deze boom onherstelbaar beschadigen, dan draagt hij een zware last met betrekking tot aansprakelijkheid.

3 miljoen
Binnen 50 meter van deze boom werken ongeveer 25 mensen. Bekend is, dat de aanwezigheid van (dominant) groen leidt tot 15% hogere arbeidsproductiviteit. Ook tot lager verzuim. Verder wonen er binnen 50 meter ongeveer 30 mensen. Dit samen zorgt voor ecosysteemdiensten over een periode van 30 jaar van € 3,2 miljoen. Dit zijn vooral gerealiseerde besparingen op het gebied van gezondheidszorg, verzuim, waterberging, energie en WMO. Dit zijn dus maatschappelijke baten met verschillende baathouders.

Drie generaties
En dan nu het beloofde alternatief. Deze boom zal ongeveer 600.000 bladeren hebben. Dat is zo'n 1.200 m2 bladoppervlak. Als deze boom 2500 kilo weegt heeft hij in zijn leven liefst 12 miljoen m3 lucht van CO2 gefilterd. Per uur, op een zonnige dag, maakt deze boom van ruim 2 kilo koolzuur en bijna een liter water zo'n anderhalve kilo suiker (glucose). Als afvalproduct scheidt hij dan ruim anderhalve kilo zuurstof uit. Daarbij verbruikt hij zo'n 5000 calorieën aan zonlicht. Bovendien daalt de temperatuur in zijn directe omgeving, door schaduw en verdamping, met ongeveer 6 graden.

Hoe ouder een boom, hoe hoger zijn waarde.

Als deze boom gekapt zou worden, geldt sowieso een herplantplicht. Maar wat herplant je dan?
Om zijn ecosysteemdiensten te compenseren moet je kijken naar de omvang/inhoud van de kroon. Voor deze boom zou dan gelden dat je 2500 jonge bomen met een kroon van 1 kubieke meter moet herplanten. Aangenomen dat het planten van zo'n boompje all-in € 200 kost, dan kost een herplant in volle omvang € 500.000. Onbetaalbaar. Onuitvoerbaar. Wie betaalt dat? Waar moet je binnen de gemeente zoveel bomen planten? Dat is een heel bos of een laan van ruim 20 kilometer.

Hoe ouder een boom, hoe hoger zijn waarde. Dat is dus alle reden om zo'n oude boom tot elke prijs te behouden. Het duurt namelijk 3 (mensen)generaties voordat één boom dezelfde prestaties levert.
Overigens is deze redenering gebaseerd op het boek Het Groene Goud (blz. 60). Dit boek kan ik iedereen aanbevelen.
En mocht een boom onverhoopt aan het einde van zijn leven komen en geveld worden, dan is het goed om het hout als 'lokaal hout' nuttig te gebruiken voor gebruiks- of kunstvoorwerpen. In diverse steden zijn daarvoor stichtingen en bedrijven actief. In Weert is dat WEERTERLANDHOUT.

#TreeTag
Medio 2020 werd in meerdere steden in Europa begonnen met het aanbrengen van TreeTags. Dit is een waterdicht verpakt document met cijfers en pictogrammen om de waarde van bomen aan te tonen. Bijvoorbeeld hoeveel zuurstof deze boom produceert, hoeveel water hij verbruikt, hoeveel CO2 hij opslaat en hoeveel koeling hij verschaft. 
Deze tags worden aangebracht op monumentale bomen die op plaatsen staan waar veel mensen komen. Zo wordt de boodschap wijd verspreid.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 30 juni 2017

Hoe beoordeel je eco-systeemdiensten?

Dankzij de biodiversiteit kan de natuur ons alles leveren wat nodig is om als soort te overleven. Voorwaarde is is, dat de natuur in evenwicht is. Dan levert dat samenspel van biodiversiteit gratis wat we nodig hebben. Verstoren we dat evenwicht dan rijzen de kosten om te overleven de pan uit. Daar profiteert alleen de industrie van en als burger/consument trek je aan het kortste eind.
Biodiversiteit is meer dan een verscheidenheid van soorten binnen een bepaald ecosysteem. Het gaat om de samenhang van die soorten. Als dat in evenwicht is levert dat ecosysteem ons diensten: de ecosysteemdiensten. Je kunt het ook de maatschappelijke baten noemen.
Schema ecosysteemdiensten: www.biodiversiteit.nl

Ecosystemen leveren diensten die onmisbaar zijn voor een gezond en evenwichtig bestaan van alle levende wezens, dus ook van mensen. Het verlies van soorten brengt het ecosysteem uit haar evenwicht. Een onstabiel ecosysteem bedreigt het voortbestaan van soorten, die deel uitmaken van het ecosysteem, of die ervan afhankelijk zijn. En de mens is ook een van die soorten die deel uitmaken van het ecosysteem.

Wat biedt ons het ecosysteem?
De ecosysteemdiensten bestaan uit een breed scala van onderwerpen.
Denk aan:

  • Drinkwatervoorziening
    Het grootste deel van het water op Aarde is zout. Via de waterkringloop verkrijgen we zoet water dat we voor allerlei doeleinden gebruiken. De natuur zorgt voor verdeling en helpt bij de filtering van het water. Helaas is zoet water niet over de gehele Aarde gelijk verdeeld en dat kan wel eens tot lokale conflicten leiden.
  • Waterberging of buffer
    Regenwater komt soms op momenten dat we het niet allemaal nodig hebben. Bodem structuren, rivieren, meren en vegetatie  bufferen het water, zodat het niet meteen naar de zouten oceanen terugvloeit.
  • Koelte in de stad
    Planten en vooral bomen zorgen door schaduw en verdamping voor koelte in stedelijke gebieden en verlagen zo de kans op hittestress in de steeds vaker voorkomende periodes van extreme warmte.
  • Stoffilter
    Planten en vooral bomen kunnen met hun structuren (bladeren en takken) fijnstof filteren. Mits de juiste soorten op de juiste plekken worden ingezet.
  • CO2 opslag
    Via fotosynthese kunnen groene planten koolstof vastleggen.
  • Zuurstof
    Een bijproduct van fotosynthese is zuurstof. Zonder zuurstof is het leven zoals wij dat kennen niet mogelijk.

               De biodiversiteit is ons natuurlijk kapitaal.
  • Grondstoffen
    Planten en dieren leveren grondstoffen die wij mensen gebruiken om producten te maken die het leven aangenaam maken. Zelfs medicijnen worden vaak zo gemaakt.
  • Voedsel
    Planten en dieren vormen tevens een bron van voedsel. Dat kan niet tot stand komen zonder medewerking van organismen, zoals insecten, bacteriën en schimmels. Die zorgen voor bestuiving, voor voeding uit de bodem, voor fermentatie, etc.
  • Genetisch materiaal
    Een rijke biodiversiteit is een bron voor genen om die diversiteit in stand te houden. 
  • Cultuur
    Groen in de omgeving en de grondstoffen die de natuur levert, dienen vaak als ankerpunt voor onze identiteit en worden gebruikt om daar uiting aan te geven.
  • Beheersing van plagen en ziekten
    De natuur is heel goed in staat om plagen te beheersen, mits de biodiversiteit in evenwicht is. Er zijn dan geen, of nauwelijks, chemische middelen nodig.
  • Energie
    Duurzaam geoogst groen en zogenaamde reststromen leveren 'biobrandstoffen'. Van zonlicht, wind en bewegend water kunnen we duurzaam hernieuwbare elektriciteit maken. 
Duurzaamheid
Het bijzondere van ecosystemen is dat zij meerdere diensten tegelijk leveren. Denk aan een bos, dat windstromen afremt, koolstof opneemt, de lucht filtert, zuurstof produceert en hout als bouwstof levert. Dit nog los van planten in het bos die als voedsel of medicijn gebruikt kunnen worden.  Dit blijft duurzaam beschikbaar, mits we geen verstorende ingrepen plegen. En dat gratis, of tegen zeer lage kosten.
Groene ecosystemen kunnen ook helpen het water in steden te beheersen, zodat bij pieken van neerslag niet direct de zaak overstroomt. Mits goed uitgevoerd zijn deze structuren over langere termijnen en tegen zeer lage kosten inzetbaar. De komende jaren wordt deze ecosysteemdienst steeds belangrijker

Soms verandert er iets in een ecosysteem en bereikt die verandering een kantelpunt. Dan ontstaat een ketenreactie van gevolgen, die niet meer terug te draaien zijn. Bijvoorbeeld in een koraalrif sterven massaal zee-egels als gevolg van een ziekte. Daardoor raakt het koraal overgroeid met algen en ook het koraal sterf af. Zo verdwijnt een belangrijk leefgebied voor talrijke vissoorten, ook soorten die voor de visserij belangrijk zijn. En het gebied is minder aantrekkelijk voor toeristen. Zo'n ineenstorting van een ecosysteem heeft dus niet alleen grote gevolgen voor de natuur, maar ook voor de economie. De biodiversiteit is ons natuurlijk kapitaal.

#TreeTag
Medio 2020 werd in meerdere steden in Europa begonnen met het aanbrengen van TreeTags. Dit is een waterdicht verpakt document met cijfers en pictogrammen om de waarde van bomen aan te tonen. Bijvoorbeeld hoeveel zuurstof deze boom produceert, hoeveel water hij verbruikt, hoeveel CO2 hij opslaat en hoeveel koeling hij verschaft. 
Deze tags worden aangebracht op monumentale bomen die op plaatsen staan waar veel mensen komen. Zo wordt de boodschap wijd verspreid.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


maandag 5 juni 2017

Waarom is biodiversiteit belangrijk voor ons welzijn?

Biodiversiteit is een begrip dat steeds meer in de belangstelling staat. Is het een hype? Is het een stokpaardje van groenliefhebbers? Of steekt er meer achter? Wageningen Universiteit doet er veel onderzoek naar, want meer kennis over biodiversiteit is zeker belangrijk voor ons welzijn, voor de economie en voor het klimaat. Met meer aandacht voor biodiversiteit kan ook de landbouw efficiënter werken: lagere kosten en hogere opbrengsten. Met de alsmaar groeiende wereldbevolking is dat geen overbodige luxe.
foto: Pixabay

Vanaf dit artikel zullen we met een aantal posts proberen een antwoord te geven op de vraag waarom biodiversiteit zo belangrijk is. Wageningen Universiteit is daarbij onze gids.

Wat verstaan we onder biodiversiteit?
Simpel gezegd is dat de verscheidenheid van leven binnen een bepaald gebied. Dat kan een waterdruppel zijn of een theelepel aarde, tot wel de gehele planeet. Het gaat dan om de soorten planten, dieren, schimmels en micro-organismen zoals virussen en bacteriën. Maar verder ook de genetische variaties binnen die soorten. In een gezond milieu houden die elkaar in evenwicht. Er is dus sprake van onderlinge afhankelijkheid en interactie. Wetenschappers willen daar het fijne van weten.

Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt.

Kijk eens naar de mug. Hoe verwensen de meeste mensen dat dier? We doen er alles aan om er vanaf te komen. Maar is dat wel verstandig? Je zou denken, wat maakt dat nu uit? Toch is de mug een wezenlijk onderdeel van de biodiversiteit. Hun eieren en larven vormen een voorname voedselbron voor veel andere dieren, bijvoorbeeld vissen. En voor bepaalde vleermuissoorten zijn muggen eveneens hoofdvoedsel. Die op hun beurt.... Doordat muggen voor bepaalde diersoorten een stabiele voedselbron zijn, kunnen die dieren overleven en tegelijk ook op andere plaaginsecten jagen, die bijvoorbeeld voedselgewassen bedreigen.

Ook mensen leven dankzij biodiversiteit
Zo goed als alles wat mensen eten en gebruiken is terug te voeren op biodiversiteit. Dat betreft zowel wilde als 'tamme' dieren en planten. Ook de meeste bouwmaterialen, industriële grondstoffen en medicijnen danken we aan biologische hulpbronnen. En veel toeristen bezoeken bepaalde gebieden juist vanwege de natuur. Je kunt dus stellen dat biodiversiteit een gigantische economische waarde vertegenwoordigt. Het is de basis van duurzame oplossingen, van maatschappelijke en economische baten.
Volgens berekeningen van de Verenigde Naties zijn 40% van de wereldeconomie en 80% van de behoeften van arme bevolkingsgroepen van de natuur afhankelijk. Daarbij komt ook nog, dat hoe rijker de biodiversiteit is, hoe groter de kans op nieuwe medicijnen en oplossingen voor de klimaatverandering.
De mens is ook maar een (zoog)dier en is als zodanig gewoon een onderdeel van die grote biologische machine. Door defecten aan die machine kan hij zomaar stilvallen.

Het positieve effect van de natuur op ons mensen blijkt al uit het feit, dat we door contact met groene natuur minder snel ziek worden en sneller genezen. Op het werk zijn we tot wel 15% productiever. De natuur is ook een belangrijk deel van onze identiteit en onze culturele achtergrond. Je kunt hier niet zomaar overheen stappen. Moeder natuur is sterker dan de mensen met hun slimme uitvindingen en technologieën.  We moeten daarom met de natuur werken, niet ertegen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 16 november 2016

Bomen inzetten voor schonere lucht

Om te beginnen een paar cijfers. In Nederland sterven jaarlijks rond 3000 mensen als gevolg van blootstelling aan verhoogde concentraties fijnstof. Het aantal mensen dat ziek wordt door fijnstof, is een veelvoud hiervan en dat werkt verhoging van de zorgkosten in de hand.
Een volwassen boom van 80 jaar en ouder vangt evenveel fijnstof af als een personenauto over 20.000 kilometer produceert. Bomen met smalle of harige bladeren zijn het effectiefst. En een wand van 15-17 vierkantenmeter die begroeid is met klimop heeft dezelfde capaciteit. En dan mos: 14 gram per vierkantenmeter. Een aanrader voor groene daken!

Luchtverontreiniging is slecht voor de gezondheid. In het verleden stierven zelfs de bossen door ongewenste gassen in de lucht. Gelukkig is dat inmiddels aanmerkelijk verbeterd, maar voor mensen en dieren zijn er nog steeds knelpunten, die de gezondheid schaden. Het RIVM monitort voortdurend de luchtkwaliteit en dat kun je van uur tot uur volgen op
Foto Pixabay: Luchtvervuiling
http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken
 , kies "Luchtkwaliteit". En zoom vervolgens in op je eigen omgeving.
In de steden en langs snelwegen is de luchtkwaliteit vaak slecht. Zeker als er weinig wind staat. De verontreinigingen worden dan slecht verspreid en blijven in het gebied hangen. Door inwerking van zonlicht kan zo gemakkelijk smog ontstaan.

De boosdoeners

De lucht wordt verontreinigd door de aanwezigheid van bepaalde stoffen, die er niet in horen te zitten: de boosdoeners. Natuurlijk is het altijd beter iets aan de bron te doen, dan de gevolgen op te ruimen. Dat is symptoombestrijding. Maar zolang die missie onvoldoende slaagt is het goed om het lijden te verzachten door de inzet van groen. Bomen zijn in dit opzicht het meest effectief. Maar onderschat klimop en mos niet, zoals ik hierboven al beschreef. Maar wat zijn dan de boosdoeners?

Een rijk bodemleven is dus ook belangrijk in de strijd tegen fijnstof.

Fijnstof is met stip het grootste probleem. Dan bedoelen we het stof dat met 10PM wordt aangeduid. Dit is extreem fijn stof, dat tot diep in de longen en ander weefsel kan doordringen. Daar veroorzaakt dit fijne stof lichamelijke klachten die uitmonden in astma, COPD, hart- en vaatziekten en mogelijk ook kanker.
Met groen kunnen we te hoge concentraties fijnstof bestrijden. Naaldbomen dragen doorgaans het hele jaar door bladeren en door hun smalle bladstructuur zijn ze zeer effectief. Struiken en hagen dragen ook een steentje bij, vooral omdat ze windstromen afremmen en omhoog naar de boomkroon duwen. Ook plakkerige oppervlakten als gevolg van hars en honingdauw vangen fijnstof in. Het meeste stof wordt bij een regenbui naar de bodem gespoeld en een deel wordt dan via het riool afgevoerd. Een ander deel kan door bodemleven, vooral schimmels en bacteriën, geneutraliseerd worden. Een rijk bodemleven is dus ook belangrijk in de strijd tegen fijnstof.

CO2 is een gevolg van de verbranding van organische stoffen. Dit gas is een belangrijke bouwstof voor planten. In het fotosynthese proces wordt koolstof van zuurstof gescheiden. De koolstof gebruikt de plant als bouwstof en om suikers te maken. Het afvangen van CO2 is dus wel een belangrijke eigenschap van planten. De zuurstof is een afvalproduct, dat via de bladeren de plant weer verlaat. Nu is het niet zo dat bomen belangrijk zijn omdat ze zuurstof produceren, want ze gebruiken ook zuurstof in hun stofwisselingsprocessen. Het netto resultaat is bijna 0. Om ons zuurstofgehalte te waarborgen moeten we vooral de oceanen gezond houden. Daar wordt niet alleen het grootste deel van CO2 vastgelegd, maar ook de meeste zuurstof aan de atmosfeer afgegeven.

Om ons zuurstofgehalte te waarborgen moeten we vooral de oceanen gezond houden. 

Stikstofoxiden zijn eveneens een gevolg van verbrandingsprocessen, vooral door het verkeer. Door inwerking van zonlicht kan ook ozon ontstaan. Hier moeten ook vluchtige organische verbindingen genoemd worden. Te hoge concentraties zijn schadelijk voor planten en dieren. 
Tot bepaalde concentraties worden stikstofoxiden en ozon via de openingen in bladeren door planten opgenomen en gebruikt in de eigen stofwisseling. Dit is nodig voor groei en voor de aanmaakt van afweer- en signaalstoffen. Planten en bomen met een groot glad blad (dikke cuticula) zijn zeer effectief in het opnemen van stikstofoxiden en ozon. Denk bijvoorbeeld aan esdoorns.
Er zijn echter ook bomen, die zelf verhoogde concentraties vluchtige organische verbindingen uitstoten. Dat zijn onder andere de amberboom, platanen, populieren en eiken. Hier zal men bij de planning van openbaar groen aan moeten denken; door de verkeerde bomen te planten kan 's zomers smog eerder bevorderd dan verminderd worden.

Baten

Wat levert dat op? Hier een paar voorbeelden met betrekking tot fijnstof. Een nog niet volwassen boom in de stad van ongeveer 25 jaar levert een jaarlijkse baat van € 40,-. In een gemeente met 30.000 stadsbomen en 20.000 particuliere bomen is dat een flink bedrag: Liefst € 2 miljoen per jaar, waarschijnlijk méér, want volwassen bomen van 80 jaar en ouder zijn nog effectiever.
Klimop komt op € 2,40 per m2, per jaar. In plaats van klimop wordt vaak ook gekozen voor wilde wingerd, die levert slechts € 1,60 per m2/jaar op. 
En dan het dak op. Mos brengt het op € 5,60 per m2 per jaar. Een dak begroeid met sedum komt slechts op 4 cent per m2/jaar, maar daar staat tegenover dat sedum veel stikstofoxiden en vluchtige organische verbindingen neutraliseert.
Bovendien zorgt een groen dak ervoor dat:
  • de dakconstructie langer meegaat.
  • het dak beter geïsoleerd is.
  • de temperatuur 's zomers tot maximaal 35-38 graden stijgt, waardoor zonnepanelen het goed blijven doen. Bij 75 graden op een 'kaal' dak vermindert de effectiviteit met liefst 20%.
Onder de streep gaat het dus om aanzienlijke bedragen. Meer groen levert dus méér baten op. En als vanzelf: minder groen verlaagt de baten. Vooral in de steden is hier veel te winnen. En natuurlijk te verliezen als het groen verminderd wordt ten behoeve van meer beton. 
Is het je opgevallen? Nergens in dit verhaal is gras genoemd (tot nu dus). Gras biedt ten aanzien van baten door gezonde lucht geen of marginale voordelen. Wel is gras belangrijk om sociale cohesie en beweging in de buitenlucht te stimuleren. En in die zin heeft het dus zeker een functie, maar dat is een ander hoofdstuk.

Lees meer over maatschappelijke en economische baten van groen: Groen loont.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



donderdag 20 oktober 2016

Recreatie biedt kansen

Rondom de steden is er een tekort van 20% aan ruimte om buiten de recreëren. Mensen hebben die ruimte nodig om te wandelen of te fietsen. Dit cijfer is een gemiddelde, want rondom de grote steden in de Randstad gaat het om een tekort van 40-70%.  Volgens een onderzoek van de ANWB heeft de Nederlandse bevolking behoefte aan meer bossen voor intensieve recreatie. Er zou tot 2030 zo'n 30.000 ha extra aangelegd moeten worden. Dat is met name voor de kinderen belangrijk, want sinds midden jaren '90 is het aantal kinderen dat nog buiten speelt gehalveerd.
Foto Pixabay. Ontspannen in de bossen.

We trekken de hele wereld rond op zoek naar natuur en cultuur, liefst de plekken waar beide met elkaar verweven zijn. Dat schenkt ons een moment van geluk. Een hele bedrijfstak verdient hier een dikke boterham aan. Uiteindelijk ontdekken we dat we dit allemaal gewoon om de hoek kunnen vinden. Ons eigen land biedt net zulke mooie en niet minder indrukwekkende natuur. Je kunt er vaak op de fiets naartoe.

Toegegeven, zoals uit de introductie blijkt, is er ook een tekort aan groene landschappen. Maar dat biedt kansen. Als bestuurders eenmaal accepteren dat de mensen, vooral de stedelingen, grote behoefte hebben aan een groene omgeving om te ontspannen, dan komen er middelen vrij om hierin te investeren. Je investeert namelijk in een gezondere bevolking van de almaar groeiende steden. Bovendien biedt uitbreiding van groene ruimte kansen voor ondernemers.  Kijk naar enkele bezoekersaantallen: Amsterdamse Bos: 6,5 miljoen, Haagse Bos: 2 miljoen, Haringvliet: 2,9 miljoen. Maatschappelijke en economische baten gaan hier hand in hand.

Vijfde plek

Onderzoek van Natuurmonumenten naar het belang van natuurbescherming wees uit dat 96% van de Nederlandse bevolking natuur en milieu erg belangrijk vindt. Het komt hiermee op de vijfde plek van maatschappelijke onderwerpen. Hoger zelfs dan sociale uitkeringen. Naar aanleiding van Prinsjesdag 2016 werd kinderen van basisscholen hoe zij het geld zouden verdelen. Op één kwam defensie en op twee de natuur. De komende generatie geeft duidelijk aan, dat ze natuur een belangrijke plek geeft.

Kinderen zetten natuur op de tweede plaats in de rijksbegroting.

Openbaar groen biedt ook commerciële kansen. Een voorbeeld: het stadspark Sonsbeek in Arnhem realiseerde in 2006 een omzet van 4,8 miljoen Euro. Binnen de steden is het belangrijk om kleine, zogenaamde postzegelsparkjes aan te leggen. Bij voorkeur op maximaal 600 meter afstand van elkaar. Daarnaast is er in steden ruimte voor één of meer stadsparken, die ruimte geven aan wandel- en fietspaden, sport- en spelvelden ligweiden en waterpartijen om te vissen en te roeien. Om zulke activiteiten te faciliteren zijn bijvoorbeeld attributen nodig. Dat biedt kansen voor winkels. Daarnaast hebben mensen behoefte aan consumpties, wat kansen biedt voor horeca. Grote parken beschikken vaak over ruimte voor evenementen, zodat de beheerder/eigenaar van het park ruimte kan verhuren. Denk ook aan verblijfsrecreatie, bijvoorbeeld hotels en campings. Dat alles stelt één belangrijke voorwaarde, de aanwezigheid van een groen landschap.

Ook agrarische activiteiten rond de steden vervullen een belangrijke functie op dit terrein. Het groene landschap is een attractieve omgeving voor recreatie. Daarnaast worden vooral de kinderen geconfronteerd met de herkomst van hun eten. En menige boer verkoopt zijn (streek)producten ook aan huis. En, ik mag het eigenlijk niet stimuleren, stiekem een appeltje uit een boomgaard pikken heeft wel iets speciaals.

Wat kunnen gemeenten hieraan verdienen? De panden die recreatie faciliteren leveren Onroerend Zaak belasting op. Er worden vergunningen verleend en over verblijfsrecreatie wordt toeristenbelasting geheven.
Al dat groen fungeert ook nog eens als een waterbuffer tegen extreme neerslag en het biedt verkoeling op warme zomerdagen. 

Lees meer over maatschappelijke en economische baten van groen: Groen loont.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 2 oktober 2016

Groen geeft de jeugd een toekomst

We leven in een tijd de komende generatie minder gezond is en een kortere levensverwachting heeft dan de ouders. Hoe kan het dat verantwoorde ouders dit zomaar laten gebeuren? Hoe komt het überhaupt dat dit onze kinderen te wachten staat? De belangrijkste oorzaak is overgewicht. Zeker 15% van de kinderen tot 21 jaar kampt met overgewicht. Overigens ligt dit percentage bij volwassenen nog hoger: 47%. Toch zijn de gevolgen voor de nu opgroeiende jeugd ernstiger. Overgewicht op jongere leeftijd vergroot de sterftekans op latere leeftijd.
Foto: Pixabay - Spelen in het groen.

De maatschappelijke kosten van overgewicht worden geschat op 3%-5% van de totale zorgkosten. Dat is ongeveer 1 miljard Euro per jaar. Daarnaast zijn er kosten die verband houden met lagere arbeidsproductiviteit, ziekteverzuim, verloren werkdagen en sociale uitkeringen voor het volwassen deel van de bevolking. Bij kinderen gaat het om lagere schoolprestaties, vooral bij jongens. Dus ook minder kansen in de toekomst.

De afstand tot de speelplek is belangrijk.

Wat kan groen in de wijken doen aan het probleem van overgewicht? De cijfers laten zien dat bij kinderen die opgroeien in een "groene wijk" 15% minder overgewicht voor komt. Onderzoeken laten steeds zien, dat in een groene omgeving met voldoende speelruimte méér kinderen graag buiten spelen. Bij een project in Amsterdam speelden de kinderen al op hun toekomstige speelplek terwijl de aannemer nog bezig was. Buiten spelen is belangrijk voor de mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen, vooral bij jongens.

Ontwikkeling van kinderen

In stedelijke achterstandswijken, waar gewoonlijk weinig groen voorhanden is,  lijdt onder de jeugd 1 op 3 aan overgewicht. Het landelijk gemiddelde is 1 op 7. In wijken waar openbaar groen voldoet aan de eisen (75m2 per woning binnen 500 meter), wordt opvallend vaak buiten gespeeld en daar komt overgewicht veel minder voor. De afstand tot het openbaar groen is erg belangrijk. Hoe groter de afstand, hoe minder aantrekkelijk de speelplek is.

Groene speelplekken in de wijken zijn niet alleen belangrijk in de strijd tegen overgewicht:

  • Het is ook belangrijk voor de mentale en fysieke ontwikkeling van de kinderen. Het is ook van invloed op de cognitieve en emotionele ontwikkeling, vooral bij jongens.
  • Het groen zorgt voor minder stress, waardoor er in groene wijken minder depressies voorkomen. Dit leidt tot een kostenbesparing op medicatie en psychosociale hulp. Dit geldt trouwens ook voor senioren. Gelet op de situatie van 2014/2015 bespaar je daarmee tot wel 90 miljoen Euro per jaar. Eenzelfde beeld zien we ten aanzien van ADHD.
  • Meer groen in de wijken reduceert de kans op hittestress in warme zomers.
  • De (sociale) veiligheid neemt toe. Mensen voelen zich meer bij hun wijk betrokken.
  • De kans op wateroverlast wordt kleiner, vooral 's zomers als de bomen en struiken groen zijn en door verdamping veel water uit het milieu verwijderen. Die verdamping leidt tevens tot verkoeling.
Aangezien de bevolking in de steden verder zal groeien is het belangrijk om meer aandacht te schenken aan de leefbaarheid in de wijken. Groen in de vorm van lanen en parken met bomen, struiken, perken en gazons dragen daar substantieel aan bij. De maatschappelijke baten zijn hoog. Vooral de bereikbaarheid (volgens de norm) van groene speelplekken in de steden is van belang om onze jeugd een toekomst te geven.



Lees meer over maatschappelijke en economische baten van groen: Groen loont.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 25 september 2016

Waarden en normen in groene wijken

Bij het bouwen van nieuwe woonwijken hanteren gemeenten en woningbouwcorporaties bepaalde wettelijke normen en waarden. Die bepalen dan het woonvolume van de woningen, de breedte van de stoep en de hoeveelheid parkeerruimte. En qua duurzaamheid ligt de focus op energieverbruik. Vaak is, of was, er geen aandacht voor het groen in de wijken. Dat is een maatschappelijke waarde en die stelt dat er 75m2 per woning aan groen beschikbaar moet zijn, en wel in de directe omgeving van die woningen. Voor een flatgebouw met honderd woningen is dat dus een redelijk park.

In de jaren '60 en '70 werden vaak 'tuindorpen' aangelegd. Woningen in een parkachtige omgeving om de mentale en fysieke gezondheid van de arbeidersklasse te bevorderen. Vandaag voldoen die oude woningen niet meer aan de eisen en wordt er gerenoveerd. Net als bij de aanleg van nieuwe wijken wordt het groen drastisch verminderd. Want voor de openbare ruimte, dus ook voor het openbaar groen, kun je geen huur vragen. Dat zijn 'nutteloze' vierkante meters en dat moet je in het huidige economische model zoveel mogelijk beperken.

Te veel stenen, te weinig groen, te weinig speelruimte voor kinderen. Jongeren zoeken zelf een oplossing, vaak met overlast tot gevolg.

Het gevolg is dat deze wijken snel tot achterstandswijken evolueren: verpaupering, overlast, criminaliteit en sociale onveiligheid. In zulke wijken beleven bewoners weinig woonplezier. Dit is niet duurzaam.

Geef kinderen de ruimte om hun fantasie en energie in kwijt te kunnen.

Groen brengt rust en structuur in de wijk. Dat geeft meer woonplezier, meer sociale cohesie en meer animo om de eigen wijk netjes te houden. Dit is wat de bewoners willen: meer ruimte voor sport en spel, meer groen en mooie bomen.

Om te voldoen aan de maatschappelijke waarden van het groen en bij te dragen aan minder (over)last door klimaatverandering is een goede verdeling van het groen belangrijk. Binnen de stad zijn kleinschalige parken nodig van ongeveer 1 ha. die op 300-400 meter afstand van elkaar liggen, onderling verbonden door straatbomen. Die parkjes dienen een mix te zijn van bomen en struiken, perkplanten en gazon. Bomen en struiken fungeren als koelelementen en luchtfilters. perkplanten brengen kleur in het geheel en de gazons nodigen uit tot sport en spel.
Hierdoor worden ook de gevolgen van hittestress en wateroverlast door klimaatverandering beperkt. Zo is openbaar groen ook optimaal beschikbaar, volgens de normen. Zowel kinderen als volwassenen vinden hier ontspanning en sociale contacten. Dat bevordert de mentale en fysieke gezondheid van de bewoners. Komt dat bekend voor? Oh ja, die gedachte lag in de jaren '60 en '70 aan de basis bij de ontwikkeling van de tuindorpen. Niets nieuws onder de zon.

Het tij keert

Goed nieuws. Er zit verandering in de lucht. Steeds meer gemeenten en woningcorporaties gaan investeren in meer groen in de wijken. Mensen vragen erom. Stadsbewoners willen niet alleen méér openbaar groen binnen de bebouwde kom, maar ook méér toegankelijke natuur (bossen) aan de rand van de steden. 

Naar aanleiding van Prinsjesdag werd kinderen gevraagd hoe zij de begroting zouden opstellen, wat zij belangrijk vinden. De uitslag is opmerkelijk: 1. Defensie, 2. Natuur.
Nu investeren in veiligheid en natuur geeft deze generatie waar zij behoefte aan heeft tegen de tijd dat zij zelf volwassen is. Niet wachten. Nu handelen. 

Ook binnen de wijken en wijkraden heerst steeds meer de instelling van: "Kom niet aan ons groen!" De bewoners voelen perfect aan wat de maatschappelijke waarden van het groen zijn. Zij verzetten zich tegen plannen die verarming van dat groen inhouden. Uitkijken op gras en beton maakt een mens niet gelukkig. Kijk naar wat de kinderen willen, meer geld voor:
  1. Veiligheid.
  2. Natuur.
Investeren in (meer) groen maakt wonen in de wijken duurzamer. Het betaalt zichzelf terug door verlaging van de kosten voor zorg en watermanagement. Maar er zijn ook economische baten. Daarover later.
Groen loont.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 19 september 2016

De baten van groen

In 2011 en 2012 voerden de Bomenstichting, De Groene Stad en andere belangenorganisaties campagne onder de titel Groen Loont. Met deze campagne wilden deze organisaties bestuurders en gewone burgers duidelijk maken dat het vergroenen van steden en dorpen op maatschappelijk en economisch vlak baten oplevert. Baten in de vorm van besparingen en inkomsten. De provincie Limburg heeft dit begrepen en stelt een fonds voor dit doel ter beschikking aan de gemeenten.
Ter ondersteuning van deze campagne werd een poster uitgegeven, waarvan je hieronder een stuk ziet afgedrukt en een boekje.

Fragment uit de poster Groen Loont
De komende artikelen behandelen onderwerpen uit dat boekje Groen Loont. Voor de liefhebbers is het boekje ook te downloaden via de website van de Bomenstichting. In deze blog beschrijf ik niet alle onderwerpen. Kijk voor meer informatie en inspiratie op de website van De Groene Stad.
Vandaag een inleiding op de artikelen die je de komende weken hier zult aantreffen.

Wat levert het op?

In deze blog heb ik al eerder een lans gebroken voor de maatschappelijke baten die het groen in steden te bieden heeft. Ook heb ik daarbij gewezen op de tool van het Ministerie van Economische Zaken om die baten te bereken: www.teebstad.nl
Vrijwel iedereen beseft welke maatschappelijke waarde bomen, struiken en perkplanten hebben. Merk op dat in dit lijstje gras niet wordt vermeld. Deels is dat niet terecht, want goed onderhouden gazons stimuleren tot sport en spel en andere sociale activiteiten. Daar staat tegenover dat gras op het vlak van ecologie, biodiversiteit en watermanagement weinig waarde toevoegt. Niettemin kan gras in een evenwichtig opgebouwd park niet ontbreken.

Telkens blijkt dat velen niet beseffen wat de economische waarde van het groen in de steden, de dorpen en de bedrijfsterreinen is. Over dit laatste onderwerp verschijnt binnenkort een boek bij de internationale uitgeverij van zakelijke boeken, www.bookboon.com

We behandelen hier alleen de baten van het openbaar groen Hierbij is tevens sprake van economische waarden in de vorm van besparingen en kansen voor ondernemers, opbrengsten dus. In het boek Groen Loont worden al deze waarden beschreven en met cijfers ondersteund.

Denk aan de inzet van bomen, struiken en planten als oplossing voor een betere luchtkwaliteit, tegengaan van verloedering van wijken en bevorderen van sociale veiligheid en van gezond bewegen. Maar ook in de strijd tegen overmatig medicijngebruik, hittestress en wateroverlast, waar we met de opwarming van het klimaat steeds vaker mee te maken krijgen.

Het openbaar groen is vooral een zaak van de gemeenten. Daar hebben volksvertegenwoordigers en bestuurders vaak te weinig aandacht voor de economische kansen die groen biedt. Daar hanteert men dus een budget voor de openbare ruimte, waarvan een deel gebruikt wordt voor het openbaar groen. Zo is het een kostenpost, terwijl iedere ondernemer weet, dat zaken die geld opleveren beter als investering gezien worden. De baten van het openbaar groen raken aan verschillende vlakken en dat is binnen gemeenten moeilijk te verdelen. Investeringen in groen leveren baten op het gebied van waterbeheer, sport, recreatie en welzijn, volksgezondheid, verkeer, klimaat en energie, bouwen en wonen, financiën en belastingen. Daarnaast levert openbaar groen kansen en baten voor groen-aannemers en hoveniers, bouwbedrijven, zorgverleners, horeca-ondernemers, boomkwekers, en adviseurs als klimatologen, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten.

Alleen al voor de gezondheidszorg levert het verantwoord inzetten van openbaar groen een kostenbesparing op van enkele miljarden Euro's. Zeker als dit ook in ziekenhuizen en zorgcentra wordt doorgevoerd. Het zou voor ziektekostenverzekeraars een goede investering zijn als zij de aanleg van parken in stedelijk gebied en planten in ziekenhuizen zouden sponsoren. Uit onderzoek blijkt dat er nog behoefte is aan vele hectaren extra parken in de steden en toegankelijke bossen rondom de steden.

Nu is het zo dat investeringen in natuurlijke componenten, zoals openbaar groen, zelden binnen 1 of 2 jaar rendement opleveren.(*) Daar gaan meerdere jaren overheen. Het is dan ook een investering in de gezondheid, welzijn en veiligheid van de komende generaties.
In een periode dat voor het eerst in de geschiedenis de komende generatie een lagere levensverwachting heeft dan de ouders, is investeren in meer openbaar groen eigenlijk een morele plicht. 

(*) Een uitzondering is de vergroening van de werkplek. Dat levert binnen enkele weken al een hogere arbeidsproductiviteit op en op de iets langere termijn draagt het bij aan verlaging van het ziekteverzuim.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.