zondag 26 september 2021

Met meer planten krijg je meer biodiversiteit in de steden

 In een vierjarig onderzoek heeft een team wetenschappers in Melbourne (Australië) vastgesteld dat meer groen de biodiversiteit in korte tijd kan verhogen. Dit onderzoek komt niet uit de lucht vallen, want wereldwijd zijn steden bezig de bebouwde kom te vergroenen. Binnen de EU wordt dit gestimuleerd door het project Green Cities Europe. Het gaat er dan vooral om, dat je binnen steden meer inheemse planten inzet, zo hebben de Australiërs geconstateerd. Daarmee haal je niet alleen meer (inheemse) dieren binnen, maar ook andere plantensoorten die samen leven met de pionier planten.


Het gevolg van deze vergroening is veelzijdig positief. Het verbetert de luchtkwaliteit binnen de steden, stimuleert de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, helpt wateroverlast en hittestress te verminderen. Waar meer groen is zijn mensen eerder genegen zich buiten op te houden en dat bevordert ook interacties, sociale cohesie. En, zoals nu aangetoond, vergroot stadsvergroening de biodiversiteit.
Dit wisten we toch allemaal al? Dat klopt en deze kennis is voor veel steden ook directe aanleiding om meer bomen te planten. Maar wat het onderzoek in Melbourne aangeeft is, dat dit doel ook bereikt wordt door de inzet van veel kleinschalige groene stukjes. Het onderzoeksproject in Melbourne besloeg slechts 200 vierkante meter, direct langs een doorgaande weg en omringd door hoge gebouwen. In dat gebied werden flink meer inheemse plantensoorten geplant, variërend van diverse grassoorten tot eucalyptusbomen. In de looptijd van 4 jaar telde men 94 nieuwe (inheemse) dieren in het gebied, voornamelijk insecten.

Het voordeel van de keuze voor inheemse plantensoorten is, dat deze zijn aangepast een het lokale klimaat en minder water en voeding nodig hebben dan cultuurgewassen. Bovendien zijn dit de planten die met name de inheemse diersoorten aantrekken. Kunstgrepen en extra verzorging zijn niet nodig. Alleen zorgen voor meer groen van diverse inheemse soorten en dan rustig afwachten. Vooral als er tussen die groene oases verbindingen zijn zoals lanen en bermen zullen de dieren deze plekken snel vinden en bevolken.

Planten vormen de basis en de ruggengraat van ieder project om de biodiversiteit te vergroten. Hoe veelsoortiger het groenaanbod, hoe meer diersoorten zullen volgen. Vooral bij insecten is de verscheidenheid aan bijvoorbeeld waardplanten erg groot. Zo zie je ook dat in het buitengebied de biodiversiteit sterk afneemt op en rond weilanden waar enkel nog (saai) raaigras groeit. Zelfs onder de grond zet de verarming door, waardoor de boerenland dood is. Het kan alleen nog door massief gebruik van mest gewassen voortbrengen, die ook nog een extra kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen. 

Het onderzoek in Melbourne heeft nu aangetoond, dat voor verbetering van de biodiversiteit en levenskwaliteit de inzet van kleinschalige, veelsoortige groene plekjes al voldoende kan zijn. Mogelijk kun je dit inzicht ook doortrekken naar het buitengebied. Dat zou een mooi compromis zijn voor boeren die nu nog weigeren natuur inclusief of circulair te boeren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten