vrijdag 30 augustus 2019

Stikstof blijkt schadelijk gas

De alarmbellen gingen af toen Duitse onderzoekers constateerden dat de biomassa aan vliegende insecten met driekwart was afgenomen en bij nader onderzoek bleek dat dit op meer plaatsen het geval was. Al eerder trokken onderzoekers aan de bel omdat de vaderlandse flora er slecht op staat en met name voor het afsterven van eiken in het buitengebied. Stadse eiken waren nog niet onderzocht. Zou het één met het ander te maken kunnen hebben?
Opnieuw luiden wetenschappers de alarmbel. Dit keer omdat uit internationaal onderzoek blijkt dat 80% van de bodemschimmels uit de natuur verdwenen is. In de  natuur hangt alles met alles samen. Laat nu de flora sterk afhankelijk zijn van een gezonde schimmelcultuur in de bodem, met name de zogenaamde mycorrhiza. En veel insecten zijn weer afhankelijk van een gezonde flora. En veel gewervelde dieren zijn weer afhankelijk van insecten. Het grijpt allemaal in elkaar.
Foto: Pixabay

In Vlaanderen en Zuidelijk Nederland is het stikstofdioxide (NO2)gehalte extreem hoog. Dat is met name te zien op de opname van de TROPOMI satelliet (2018) die hieronder staat afgedrukt.
Schimmels helpen de planten/bomen om stikstof en fosfaten uit de bodem op te nemen. Maar een teveel aan stikstof(dioxine) verzuurt de bodem en is schadelijk voor de schimmels, zo blijkt.

De bodem verzuurt
De overdaad aan stikstofdioxide komt met fijnstof in de bodem terecht. Hierdoor verzuurt de bodem en dat is funest voor de schimmels. Dit heeft schadelijke gevolgen voor veel plantensoorten en de biodiversiteit. Met name grasland en de bossen lijden onder de achteruitgang van bodemschimmels. Stikstofdioxide blijkt dus een schadelijk gas.
Concentraties stikstofdioxide in Europa - TROPOMI 2018

Het is dan ook terecht dat de rechter hier heeft ingegrepen.

Biologen in acht landen hebben tien jaar lang onderzoek gedaan naar het effect van stikstofoxides op schimmels. Ze hebben onder andere DNA monsters uit de bodem genomen om de aanwezigheid van schimmels te kunnen afleiden.  Onderzoekers van de Universiteit Leuven ontdekten zo dat nog slechts 20-30% van de oorspronkelijke schimmels in de bodem aanwezig zijn. Dit was direct te wijten aan de hoge stikstofgehaltes in de lucht en in de bodem. De Vlaamse Milieumaatschappij onderschrijft dit. Zij berekenden dat op de Vlaamse bodem jaarlijks gemiddeld 23,4 kilogram stikstofoxiden (NOx) per hectare neer dwarrelt. In de Zuid Nederlandse provincies zal dat niet erg verschillen. Kijk maar naar die grote donkere vlek op de TROPOMI opname hierboven. Britse onderzoekers hadden al vastgesteld dat slechts 6 kilogram per jaar per hectare schadelijk is voor bodemschimmels. Daar zitten we hier dus ver boven.

Let wel. Het gaat hier om gemiddelden. Uit metingen blijkt dat bij industriegebieden, veehouderijen en langs de doorgaande wegen de concentratie kan oplopen tot 60 kilogram per hectare.


Fruitbomen
Conclusie van de wetenschappers is duidelijk: het stikstofgehalte moet omlaag. Liefst naar 5 kilo of minder. Dat zou kunnen door bij natuurgebieden alleen fruitteelt toe te staan. Die sector produceert vrijwel geen stikstofdioxide en kan zo een buffer vormen tegen vervuilende bronnen.

Sommige terreinbeheerders hebben in het verleden al de vergiftigde grond afgegraven om zo nieuwe natuur een kans te geven. Effectief is dit zeker niet. Het duurt 10-20 jaar voordat de natuur zich herstelt en in die tijd is de bodem opnieuw vergiftigd met een veel te hoge concentratie stikstofoxiden.  Andere terreinbeheerders kiezen ervoor om extra calcium in de vorm van steenmeel aan de bodem toe te voegen. Behalve dat moeilijk te verdelen valt en erg kostbaar is (ze gebruiken helikopters), zal ook dit slechts tijdelijk effect hebben. 

De enige remedie is om de bron aan te pakken. 

Er moet simpelweg minder stikstofdioxide geproduceerd worden. Dat betekent helaas dat er strenge beperkingen opgelegd moeten worden aan de agrarische sector, industrie en transport. Willen we onze leefomgeving gezond houden dan zal het in die sectoren pijn gaan doen. Hoewel, er zijn methoden in ontwikkeling om zaken anders te doen, zonder het milieu te belasten en toch rendabel te ondernemen. Dat vergt 'omdenken' en extra investeringen. ...en misschien toch minder (rund)vee.
Zie ook dit artikel op Nature Today. (vragen/antwoorden over de stikstof problematiek).
Wat doen planten met een overschot aan stikstof? Lees het in dit artikel.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 14 augustus 2019

Hoe herbebossen toch fout kan gaan

Bij de BBC vond ik een filmpje dat duidelijk maakt hoe belangrijk het planten van nieuwe bossen is, maar ook wat er dan mis kan gaan. Onderliggende boodschap is, laat de oude bossen, en dan vooral de oude tropische regenwouden in takt.  Hieronder een globale weergave van dat filmpje.

Het zal je waarschijnlijk niet verbazen om hier te lezen dat bossen wereldwijd afnemen en dat het milieu daar flink onder te lijden heeft. Het is ook een van de drijvende krachten van de klimaatverandering. Wat is er eigenlijk aan de hand?

Wetenschappers zijn verdeeld over de vraag of bossen wereldwijd ook echt aan het afnemen zijn. Ja, er gaat bos verloren, maar er worden ook veel nieuwe bossen aangeplant. Er is wel overeenstemming dat er lokaal grote verschillen zijn, zoals onderstaand plaatje laat zien.
Bron: BBC - Nature 2018
De groene stippen laten zien waar er een toename van bossen is. De rode stippen tonen de afname van bossen in de periode van 1982 tot 2016.

Je ziet vooral grote verliezen in de tropische regio's: de Amazone, Centraal Afrika en Zuid-Oost Azië. Hier wordt gekapt voor de houthandel en om landbouw grond vrij te maken. Ook natuurbranden spelen een grote rol, maar dan vooral in de gematigde zones.
Gebieden met overwegend groene stippen zijn Europa, de VS en China. De toename van bossen is hier vooral mensenwerk, de aanplant van nieuwe bossen. Dat lijkt een goede ontwikkeling, maar herbebossen is niet zo eenvoudig als het lijkt en is daarom ook niet altijd de beste oplossing om de gevolgen van ontbossing te compenseren.

In sommige gevallen doet herbebossen
meer kwaad dan goed.

Dat heeft te maken van de grote verscheidenheid in biodiversiteit in de diverse regio's. Een regenwoud in Indonesië bijvoorbeeld, verschilt nogal van de wouden in Noord-Europa (ook wel Taiga genoemd). Dat zit 'm vooral in de biodiversiteit en de boomdichtheid, alsmede de capaciteit om koolstof vast te leggen. Tropische bossen slaan veel meer koolstof op dan bossen in andere regio's.

Tropische regenwouden bevatten ook de meest uitgebreide biodiversiteit en juist daar vinden we ook de meeste bedreigde planten- en diersoorten. En juist in deze regio's is de ontbossing het hevigst. En het neemt eerder toe, dan af.

De schade door het kappen van natuurlijke bossen kan niet eenvoudig gecompenseerd worden door elders nieuwe bossen aan te planten. Toch juichten we elke vorm van herbebossen toe als een oplossing om klimaatverandering tegen te gaan. Maar tegelijk wordt dit als alibi gebruikt om in de tropen door te gaan met ontbossing.

In sommige gevallen doet herbebossen meer kwaad dan goed. Denk bijvoorbeeld aan het beplanten van gebieden waar eerder nooit bossen zijn geweest, zoals graslanden (toendra's en savanna's of woestijnen). Dit leidt niet alleen tot weinig levensvatbare bossen, maar vormt ook een bedreiging van de lokale ecosystemen.
Ook het planten van verkeerde boomsoorten kan onverwachte gevolgen hebben. Dat hebben ze bijvoorbeeld in China gemerkt. Sinds 1970 is men daar bezig met het planten van miljarden bomen om woestijnvorming in het noorden een halt toe te roepen. In het begin van dit project werden bomen geplant die niet geschikt waren voor de bodem en het klimaat. Dit leidde tot nog meer watertekort en de bomen stierven spoedig door droogtestress.

Volgens de deskundigen biedt herbebossen de grootste kans op succes als men rekening houdt met het lokale milieu, zodat bomen er kunnen gedijen en oud worden. In het algemeen is de aanplant van nieuwe bossen goed voor de planeet, mist rekening wordt gehouden met het feit dat ecosystemen heel complex zijn. En dat je verlies van tropische ecosystemen niet in Siberië kunt compenseren. Je moet je verdiepen in hoe bossen groeien en wat ze daarvoor nodig hebben.

Eenvoudig nieuwe bossen aanplanten om het verlies aan biodiversiteit te compenseren is dus niet de beste manier om de planeet te redden. En wat verloren gaat komt nooit meer terug.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 28 juli 2019

Wat doet bodemkwaliteit voor bossen?

Recent publiceerde Wageningen Universiteit & Research een studie over de rol van de bodem in de bosbouw. Er ontwikkelt zich namelijk een probleem als gevolg van de stikstof depositie in relatie tot het bodemleven. Voornamelijk de rol van bodemschimmels (mycorrhiza) baart zorgen.
Foto: Pixabay. Vliegenzwam, begeleider van berken.

De paddenstoelen vormen kilometers schimmeldraden in de bosbodem en ondersteunen bomen in het opnemen van voedingsstoffen, die de wortels moeilijker uit de bodem kunnen vrijmaken. Dat geldt met name en in hoofdzaak voor stikstof. Daarnaast leveren de schimmels ook fosfaat, calcium en andere stoffen. Bovendien spelen zij een rol in de onderlinge communicatie tussen bomen.  In ruil daarvoor leveren de bomen suikers.

Stikstof depositie
Bossen hebben al vele jaren te lijden onder verhoogde stikstof depositie voor de agrarische sector, van het verkeer en de industrie. Gevolg is dat steeds meer bomen minder moeite moeten doen om stikstof binnen te krijgen. Veel bomen beëindigen dan ook de samenwerking met de mycorrhiza, want bomen betalen met suikers een prijs voor hun diensten terwijl ze die eigenlijk niet meer nodig hebben. Tenminste, zo lijkt het. In werkelijkheid snijden de bomen zich daarmee zelf in de vingers (de wortels...).

Deze paddenstoelen kunnen wel enkele maanden overleven zonder ondersteuning van bomen, maar dan houdt het toch op. Dat heeft voor de bomen echter een vervelend effect. Want de schimmels leveren niet alleen stikstof. Door het stoppen van de samenwerking krijgt de boom ook een tekort aan andere stoffen, zoals fosfaat, calcium en andere stoffen en sporenelementen. Ook de onderlinge communicatie stopt en kunnen bomen elkaar niet meer waarschuwen voor bedreigingen. De vitaliteit van de bomen gaat hierdoor achteruit. Ook het uitdunnen en verjongen van de bossen verstoort het bodemleven. Andere organismen die de stikstof nog enigszins in balans zouden kunnen houden verdwijnen uit de bosbodem of verminderen. De productiviteit van de bossen en hun ecosysteemdiensten gaan daarmee ook achteruit. We zullen ook een verschuiving zien van mycorrhiza naar parasitaire paddenstoelen, die de verzwakking van de bomen gebruiken om toe te slaan. Een serieuze bedreiging van de bosbouw, het milieu en het klimaat.

Willen we ook in de toekomst vitale bossen hebben, die mede een rol spelen bij de beheersing van de klimaatverandering, dan zullen we (de bosbouwers en hun adviseurs) veel aandacht aan deze ontwikkeling moeten schenken. In de natuur staat alles met alles in verbinding, dat zie je ook in onze bossen.

Het hele rapport gaat over houtoogst op zandgronden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 7 mei 2019

Biodiversiteit in acuut gevaar

Op 6 mei 2019 stonden de media bol van berichten over een verontrustend rapport van de VN-adviesorganisatie IPBES (Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten). Van de ongeveer 8 miljoen planten- en diersoorten dreigt op korte termijn minstens 1 miljoen uit te sterven door toedoen van de mens. Op het TV-nieuws onderstreepte één van de meewerkende wetenschappers nog eens, dat dit een serieuze kwestie is. De mens staat niet boven de natuur, we zijn er een onderdeel van. Daarom zijn we afhankelijk van een gezonde, goed functionerende natuur. En die natuur is momenteel ernstig aan het haperen, vooral voor toedoen van de mens. Of zoals een andere wetenschapper het stelt: Biodiversiteit  en natuurlijke hulpbronnen zijn het belangrijkste vangnet voor menselijk leven en dat vangnet hapert momenteel.
Gevlekte orchis. Foto: Wim Vlekken

Aan het rapport (Global Assesment) is drie jaar lang gewerkt door 150 wetenschappers en werd maandag 6 mei in Frankrijk gepresenteerd.

De belangrijkste factoren die het ecosysteem zo ernstig bedreigen zijn ontbossing, de landbouw, jacht en visserij. Van het landoppervlak is driekwart ernstig aangetast. Vooral  over de ontbossing, onder andere ten behoeve van de landbouw en veeteelt maakt men zich grote zorgen. Bossen zijn een belangrijke leverancier van voedsel, van medicijnen, ze leggen CO2 vast en zorgen dat regenwater gebufferd wordt. Bovendien vormen bossen een  belangrijke biotoop voor biodiversiteit. Hellingbossen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van bodemerosie en landverschuivingen.
In de afgelopen 30 jaar is 290 miljoen bos verloren gegaan. Sinds het begin van de industriële revolutie is het wereldwijde bosbestand gehalveerd tot de huidige 3 biljoen bomen.

Waterwereld
Van de rivieren is 50% ernstig vervuild en dat geldt ook voor 40% van de oceanen. De wereldwijde zuurstofproductie gebeurt hoofdzakelijk door algen in de oceanen. Als we niet snel zorgen voor een betere waterkwaliteit zullen de komende generaties het benauwd kunnen krijgen.  Naast vervuiling speelt ook overbevissing een belangrijke rol bij de verstoring van de biodiversiteit in oceanen en zoet water.
Zo'n 40% van de wereldbevolking heeft geen toegang tot schoon drinkwater.

Moeder aarde kan het niet aan

Dit alles wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de explosieve groei van de wereldbevolking. Vooral in de economische ontwikkelingsgebieden is de groei sterk. Daar groeit de consumptie sterk maar blijft voorlopig nog achter bij Noord-Amerika en Europa. Bij ons speelt overconsumptie en voedselverspilling een zorgelijke rol. Het verschil in Bruto Binnenlands Product tussen rijke en arme landen is nog steeds een factor vijftig. Je moet er niet aan denken welke aanslag er op de natuurlijke bronnen wordt gedaan als die arme landen aan een inhaalslag beginnen. Het is ze gegund, maar het slechte nieuws is, dat moeder aarde dat niet aankan.

Waarschijnlijk is de extinctie van 12% van de biodiversiteit niet meer te stoppen. Om erger te voorkomen is het belangrijk ons ervan bewust te worden dat we wereldwijd minder moeten consumeren. En dat zal vooral in de rijkere landen pijn doen. Daarbij is de energietransitie nog maar een peulenschil.

Natuurlijke bronnen
Als we zo doorgaan zullen de natuurlijke bronnen, waaronder zoet water, zo schaars worden dat dit tot felle conflicten zal leiden. Dit probleem is niet met nationale regels op te lossen. Dit moet op mondiale schaal worden aangepakt. En de tijd dringt. Om deze reden is de timing van dit IPBES rapport uitstekend. Kort hierna zullen er namelijk besluiten genomen worden om de ontbossing wereldwijd tegen te gaan. Dat is nog maar een begin, Ook de oceanen en binnenwateren wachten op  maatregelen. Vervuiling terugdringen en zorgen voor toename van vissoorten die nu dreigen te verdwijnen. Daarvoor zijn ook beschermde paaigebieden nodig. En het evenwicht in soorten kan in stand worden gehouden door het beschermen van predatoren, zoals haaien.

Wij (dat zijn dus alle mensen op aarde) zullen moeten leren duurzamer met voedsel om te gaan. Minder producten consumeren die onevenredig veel water en land gebruiken. Denk aan vlees, eieren en zuivelproducten. Ook koffie, soja en palmolie zijn oorzaak van ontbossing en extreem waterverbruik. Minder voedsel verspillen. Meer lokaal voedsel gebruiken, dus minder importeren van verre landen, waar water verspild wordt en bossen gekapt om aan onze vraag te voldoen.  Ook in de minder ontwikkelde landen zal men ervoor moeten kiezen de natuurlijke bronnen aan te wenden voor de lokale consumptie. Het is toch krom als water en grond verspild worden voor de productie van voedsel voor Amerikanen en Europeanen, terwijl de eigen bevolking honger lijdt.

Dat dit probleem alleen opgelost kan worden door mondiale maatregelen mag geen excuus zijn voor de inwoners van een klein land als Nederland om er niets aan te hoeven doen. Het is al een goed begin dat Nederlandse supermarkten inmiddels steeds minder vleesproducten promoten ten gunste van groenten en plantaardige vleesvervangers. Elke stap om onze ecologische voetafdruk te verkleinen is welkom.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 24 maart 2019

Kunnen we met korter douchen de wereld redden?

Wij, in het rijke westen, springen te kwistig om met water. We worden daarom aangespoord om korter te douchen en tijdens tanden poetsen de kraan niet te laten lopen. Maar lossen we daarmee het dreigend water tekort op? In een interview in NEMO Kennislink is professor Arjen Hoekstra van Universiteit Twente daar heel duidelijk over: Korter douchen is zeker niet verkeerd, maar wat je daarmee uitspaart is minder dan een druppel op een gloeiende plaat. Dit is vooral zinvol om te besparen op energie voor de verwarming van dat water. Wil je echt iets doen om water te besparen, begin dan bij je boodschappen.
Ook de natuur heeft water nodig. Foto: Pixabay

Volgens Hoekstra en veel andere specialisten in watermanagement droogt de natuur langzaam om. Op wereldschaal wordt meer water verbruikt dan er duurzaam beschikbaar is. Om dat in kaart te brengen heeft hij al in 2002 de tool Watervoetafdruk ontwikkeld. Daarmee bereken je het waterverbruik van een volledig commerciële keten, een productsoort, landen en continenten. En de uitkomsten zijn reden tot zorg.

In het traditionele waterbeheer wordt rekening gehouden met huishoudens, overheden, bedrijven en de landbouw. Men gaat voorbij aan andere factoren die water uit de circulatie halen. Denk aan vervuiling, logistiek en de natuur. De enige hernieuwbare bron van zoet water is regen en daarvan gaat liefst 75% naar de natuur. Dat is nodig als we op termijn niet in de problemen willen komen door waterschaarste. Regen valt op plaatsen en op momenten dat we het niet nodig hebben. Soms is het zelfs zo overtollig, dat het tot problemen en overlast leidt. De natuur is dan de buffer waar we op momenten van acute schaarste uit kunnen putten. Maar de natuur droogt langzaam op en daarmee ook de buffer.

Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk een wel 20 keer (kort) douchen.

Een praktisch voorbeeld: in Iran ligt een groot meer dat water levert voor de lokale pistache productie. Maar die productie is flink opgevoerd terwijl de aanvoer van water naar het meer stagneert. Droogte bedreigt nu de voor deze regio zo belangrijke pistache plantages.

Daarbij komt ook dat veel water op een plek verbruikt wordt, terwijl de opbrengst daarvan naar andere delen van de wereld gaat. Denk aan veevoeders uit Zuid-Amerika voor onze varkens, koeien en kippen. Dat leidt hier tot een mestoverschot. Of de sperzieboontjes uit Kenia, die u in onze supermarkt koopt. In het droge Kenia wordt schaars en kostbaar water verbruikt voor producten die tegen bodemprijzen aan het Westen verkocht worden.
Daar komt bij dat voor dit doel vaak bossen worden gekapt, waardoor het plaatselijk klimaat verandert (opwarmt) en bodemerosie toeneemt. Ook de capaciteit om regenwater lokaal te bufferen neemt af, waardoor de kans op droogte groter wordt.

Van de totale neerslag is maar een fractie beschikbaar
Van het totale wereldwijde waterverbruik gaat ruim 40% naar de veehouderij: Zuivel, vlees, eieren. Zo'n 42% naar landbouw, 13% naar de industrie en slechts 1% als drinkwater naar het huishouden. Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk aan wel 20 keer (kort) douchen. Al dat overige water werd gebruikt voor de producten in je koelkast.

Dit waterverbruik is echter maar een fractie van wat er aan regen valt. Een deel van die neerslag verdampt en een ander deel stroomt weg naar rivieren of zakt in de bodem. Van het deel dat in de bodem zakt wordt een deel opgenomen door planten, waarvan een groot deel ook verdampt. Van de totale neerslag blijft uiteindelijk 20-25% beschikbaar voor ons mensen en onze dieren. Daar moeten we het mee doen. En omdat de regen niet op commando valt op momenten dat we het nodig hebben leidt dat periodiek en plaatselijk tot schaarste. Oogsten mislukken en bomen sterven aan droogtestress. Door de klimaatverandering valt steeds vaker extreem veel regen in één keer, waardoor dit tot overlast leidt en heel veel water dat wegstroomt zonder dat de natuur de kans krijgt het te bufferen. Los van de schade die wateroverlast veroorzaakt, leidt dat paradoxaal genoeg uiteindelijk ook tot water schaarste.

Doe je boodschappen met gezond verstand
Hoe kunnen we ons aanpassen om verantwoord met water om te gaan? Op de eerste plaats door minder vlees en zuivelproducten te eten. Maar ook door geen landbouwproducten te kopen die uit droge gebieden komen. Bijvoorbeeld cacaoproducten en amandelen of pistache noten. Voor de meeste andere producten is dat niet zo duidelijk. Dat kan per seizoen verschillen. Dan is het bij boodschappen doen vooral een kwestie van gezond verstand. En probeer voedselverspilling zoveel mogelijk te voorkomen, Om die producten te maken werd namelijk al duizenden liters water gebruikt en het is zonde als dat voor niets is geweest.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


zondag 27 januari 2019

Waarom we blij moeten zijn met wolven

Opnieuw wil ik een lans breken voor wolven. Vooral nu het er steeds meer op lijkt dat er zich meerdere wolven in Nederlandse Belgische natuurgebieden hebben gevestigd. Nu klinken er pleidooien om die wolven vooral af te schieten, zodat ze zich niet blijvend kunnen vestigen. Wie heeft daar baat bij? Niemand, ook niet degenen die zo graag willen schieten.
Foto Pixabay.

 Wel voor hun prooidieren, namelijk hoofdzakelijk herten, reeën en everzwijnen. De wolven zullen zich met name in de gebieden vestigen waar deze dieren veel voorkomen. Dat is goed nieuws voor landbouwers in die streken. Door de wolven verandert het gedrag van die dieren en zal de wildschade aan landbouwpercelen aanzienlijk afnemen. Wolven zijn ook goed nieuws voor bosbouw, de bossen zullen minder lijden onder vraat van groot wild omdat die dieren zich meer in het gebied verspreiden.

Niets te vrezen

Veehouders zouden hun dieren op een effectieve manier moeten beschermen. Met en stevig hek, naar binnen halen of grote getrainde honden bij de kudde laten. En bedenk tevens, dat het vooral jonge, nog zwervende wolven zijn, die zich aan schapen in de wei vergrijpen. En.... los lopende honden vormen een groter probleem. Dat is een gevolg van hun jacht instinct: zodra prooidieren in paniek gaan rondrennen zetten ze de achtervolging is. Daarom worden de doodgebeten schapen niet opgegeten. Dit probleem komt vaker met loslopende honden voor, die maken jaarlijks duizenden slachtoffers. Gevestigde wolven doden om te eten, hun voorkeur gaat uit naar het wild in het bos. OK, af en toe zal er misschien toch een schaap sneuvelen, maar dat kan met gerichte bescherming worden voorkomen. Bovendien wordt die schade uit het Faunafonds vergoed. Als honden aan het werk waren, wordt de schade niet vergoed en daar klaagt niemand over.

Recent moest een Duitse jager een wolf doodschieten, omdat die tijdens een drijfjacht op herten zijn honden aanviel. Kun je het de wolf kwalijk nemen dat hij die honden als concurrent zag? Over jagers gesproken, ook zij hoeven de komst van de wolf niet te vrezen. Wolven verschalken niet zoveel herten, reeën en everzwijnen dat er niets meer overblijft voor de jacht. Ja, het zal wat moeilijk worden om dat wild te vinden, want door de wolf verandert hun gedrag. Ze worden voorzichtiger en leven meer teruggetrokken in de bescherming van de bossen. Jagers zullen er wat meer moeite voor moeten doen, wat hun 'sport' alleen maar uitdagender en interessanter maakt.

De natuur vaart er wel bij

Ook de natuur en de biodiversiteit als geheel varen er wel bij, als wolven zich vestigen. Hun prooidieren richten namelijk in de natuur nogal wat schade aan. Dat verandert als er grote roofdieren zoals wolven in de buurt zijn. De vegetatie kan zich dan herstellen en zo wordt het weer een aantrekkelijke biotoop voor planten en kleinere dieren, zoals insecten en vogels.
Wandelaars in de natuur hoeven de wolf evenmin te vrezen. Het dier is erg schuw en opereert vooral 's nachts. Je mag echt van geluk spreken als je tijdens een wandeling op de Veluwe een wolf te zien krijgt. En als dat dan toch gebeurt willen de specialisten graag dat je het even meldt.
En ook belangrijk: in de natuur HONDEN AAN DE LIJN!

Zie ook: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/leuvenumse-bossen/nieuws/minister-komst-wolf-aanwinst-voor-natuur

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 17 januari 2019

Kunnen bossen het klimaat redden?

Als we het debat over verduurzaming en het klimaat volgen, merken we op dat het vooral over technologische inzichten en oplossingen gaat. Kern van al dat gepraat is echter, dat we met z'n allen het CO2 gehalte in de atmosfeer en de oceanen omlaag moeten brengen. De natuur kan dat heel goed. Vooral planten die verhouten zijn daar meesters in, bomen dus. Een enkele boom tegen klimaatverandering inzetten is natuurlijk zinloos. Individuele bomen kunnen het klimaat in hun directe omgeving beïnvloeden. Op wereldschaal hebben we daar bossen voor nodig, grote bossen. Stop ontbossing en plant meer bossen aan. Ze nemen koolstof gratis uit de atmosfeer en je oogst vruchten en hout en bevordert biodiversiteit. Maar dan is het maar de vraag of je zomaar bossen kunt aanplanten. Want investeren in bossen levert qua CO2 absorptie pas over een periode van 80-100 jaar optimaal resultaat. En in die tussentijd kan er nog van alles gebeuren.
Foto Pixabay. Bossen maken zelf wolken die ergens anders voor
een frisse bui zorgen.

Op de eerste plaats speelt de kwestie van 'landroof'. Laat er geen twijfel over bestaan, bossen zijn heel belangrijk. Maar voedsel voor de groeiende wereldbevolking ook. Nu hoeft het één het ander niet uit te sluiten. Recente wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat duurzame landbouw in combinatie met bomen tot betere opbrengsten leidt. Toch zal er ook grond beschikbaar moeten zijn voor wonen, werken, voedselproductie en natuur en recreatie. En in al deze sectoren kunnen bomen met hun ecosysteemdiensten meerwaarde opleveren. Ook dat is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderbouwd.

Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen.

De levenscyclus van bomen beslaat doorgaans twee tot vier mensen-generaties, en meer. Als je nu bomen plant zullen de kleinkinderen en achterkleinkinderen daar het meest profijt van hebben. Dan zijn de bomen (jong) volwassen. Bedenk dat sommige boomsoorten pas met 200 tot 250 jaar echt volwassen zijn. Eiken, bijvoorbeeld. Sommige bomen beginnen rond 150 jaar af te takelen, anderen worden met gemak ouder dan 2000 jaar. In een geëxploiteerd bos moeten we de maximale leeftijd van de bomen houden op 100 tot 150 jaar. Sommige boomsoorten zijn al na 80 jaar kaprijp.  Het gaat dus altijd om afgewogen keuzes en over meerdere generaties. In die tijd kan er veel gebeuren.

Geen gemakkelijk keuze
Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen. Denk aan stormen en langdurige droogte. Beide kunnen grote arealen bos vernietigen. Ook overlast door hoog water, vooral als overstromingen langer duren.  De vraag is dan of bosbouwers bij nieuwe aanplant rekeningen moeten houden met hogere gemiddelde temperaturen en droogteperiodes. Of moeten de bossen uit soorten bestaan die langdurig in het water kunnen staan? Dat zal per locatie verschillen, wat de keuze er niet gemakkelijker op maakt. Bovendien moet de aanplant gespreid worden, zodat de bomen niet allemaal tegelijk kaprijp zijn, maar over een langere periode werk en grondstoffen leveren. En de bossen als zodanig overeind houdt.

Een andere vraag is of je de bossen intensief moet beheren, of juist extensief. Uit onderzoek is gebleken dat de naaldhoutbossen in Midden Europa door intensief beheer meer CO2 hebben geproduceerd dan wat de bomen aan koolstof hebben opgenomen. Dan zijn er boomsoorten die meer ozon produceren dan ze opnemen. Onder andere Platanen zijn daar een voorbeeld van.
Bossen buigen de windstromen af en zullen daardoor een onbeduidende rol spelen bij het filteren van fijnstof en andere ongewenste componenten.
Dan zijn er nog boomsoorten die droogte resistent zijn, maar dat betekent ook dat ze gewoon minder water gebruiken voor hun fotosynthese. Dus minder koeling geven en minder wolken maken.

Extreem weer
Aangezien de aarde hoe dan ook de komende 50 jaar verder zal opwarmen, zullen ook soorten migreren. Zijn de bomen die we nu in Nederland planten over 50 jaar nog wel opgewassen tegen de gemiddelde temperatuur? Of moeten we nu al kiezen voor soorten die dat aankunnen? Hoe presteren die bomen dan in de eerste 50 jaar?

Dat het klimaat warmer wordt en het weer extremere vormen aanneemt is de enige zekerheid die we nu hebben. Hoe dat over de komende decennia verdeeld wordt en hoe dat per locatie uitpakt is echter ongewis. Het valt niet mee om onder deze omstandigheden de juiste beslissing te nemen. En ja, ontbossing moeten we blijven bestrijden en de bos arealen moeten uitgebreid worden. Want de bomen absorberen kooldioxide gratis. Bovendien dragen grotere bossen optimaal bij aan het behoud van biodiversiteit.

Technologie
Hebben de technologen dan ongelijk? Dat is een beetje dubbel. Laten we eerlijk zijn, fotosynthese heeft een bedroevend laag rendement. In calorische termen is dat gemiddeld ongeveer 0,15% van de zon-energie. Zonnepanelen naderen de 30%. En ook aan dat rendement van fotosynthese valt te sleutelen. Zo zijn wetenschappers erin geslaagd om dat flink op te krikken, tenminste in het laboratorium bij tabaksplanten. Dat kan op termijn een goede oplossing zijn voor de voedingsgewassen en daarmee de korte CO2 cyclus (binnen één groeiseizoen).
Groen kan helpen de toename van CO2 in de atmosfeer te remmen, maar als we echt meters willen maken, dan krijgt verlaging van CO2 productie bij de bron de hoogste prioriteit. En daar kan alleen technologie bij helpen.
Kortom, we moeten het ene doen en het ander niet laten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.