vrijdag 24 maart 2017

Stop gebruik van houtpellets

Houden we ons milieu gezond voor de komende generaties? Niet als we blijven doorgaan met het verstoken van houtpellets. Die blijken tegen de belofte in, het milieu juist te vervuilen. De Nederlandse regering steunt, net als andere Europese landen het gebruik van pellets met flinke subsidies. De Minister van economische zaken is niet van plan die af te schaffen, omdat hij meent dat dit nodig is om het Energie-akkoord te realiseren. Toch was er in de Tweede Kamer (vóór de verkiezingen) een meerderheid om de subsidie af te schaffen. Hier de reden waarom dat een goed plan is en door de nieuwe Tweede Kamer (en kabinet) moet worden doorgezet.

Onlangs publiceerde het Engelse Chatham House, Royal Institute of Foreing Affairs een rapport over houtpellets. Daarin wordt het bijstoken van biomassa als koolstofneutrale oplossing als onwenselijk betiteld. Dat zou het misschien wel zijn als iedereen zich aan de afspraken zou houden, maar dat gebeurt niet. De producenten in landen als de VS, Rusland, Canada en Bulgarije vinden omzet belangrijker. Met € 8,- per ton is dat gemakkelijk verdiend geld als je in een jaar 3,3 miljoen ton (vanuit de VS alleen) aan West-Europese landen kunt leveren. In 2016 was het Nederlandse aandeel 22.000 ton. Ook Staatsbosbeheer levert hout voor biobrandstof, naar eigen zeggen uit reststromen, waar Zembla vraagtekens bij zet.

Vervuiling
Het verbranden van houtpellets levert per opgewekte Kilowatt iets meer CO2 dan bij steenkool of gas. Maar daarmee ben je er nog niet. De opnamecapaciteit van de bomen, die dat nu niet meer kunnen, moet je erbij optellen. Voordat nieuwe aanplant hetzelfde kan, ben je 80 tot meer dan 100 jaar verder. In die tussentijd gebeuren er allerlei enge dingen met ons klimaat, die met voldoende gezonden bossen minder ernstig zouden zijn.

Houtproducenten houden zich niet aan de afspraak dat biobrandstof van reststromen afkomstig is.

De internationale afspraken voor biomassa en de daarmee samenhangende productie van pellets is, dat alleen reststromen worden gebruikt. Maar daar houdt men zich niet aan. Onderzoek bij Amerikaanse bosbouwers toont dat 75% van de pellets gemaakt is van complete bomen. Dat kunnen niet allemaal zieke bomen zijn. Onderzoek in Europese landen kijkt naar de hoeveelheid bos dat gekapt wordt in relatie tot de capaciteit om in dezelfde tijd na te groeien. Dan blijkt dat Bulgarije liefst 130% van het bos areaal kapt (30% meer dan er op redelijke termijn opnieuw kan groeien). Die bossen zullen zich niet meer herstellen en de kale hellingen vormen een gevaar voor toekomstige aardverschuivingen. Overigens overschrijdt Duitsland die capaciteit met 10%. Frankrijk blijft onder de 100%.
Duurzame bosbouw maakt plaats voor winstbejag. Jacht op de lucratieve subsidies, want zonder is houtproductie als biobrandstof niet rendabel. Bovendien blijkt dat in de landen waar de bossen geplunderd worden de boekhouding niet klopt. De administratie van CO2-schuld moet volgens VN-afspraak bij de bosbouwers plaatsvinden en niet, zoals nu vaak gebruikelijk, bij de nutsbedrijven. Zo blijft in de emissie-statistieken de CO2-schuld en de kaalslag onder de radar.

Voor de komende regering is het dan ook zaak om de subsidie op biobrandstof snel af te schaffen. Het bijstoken met houtsnippers en pellets werkt vervuiling juist in de hand en zo kun je het Energie-akkoord dus niet realiseren. We vergroten er alleen onze CO2-schuld mee. Oude bossen blijken, in tegenstelling tot wat steeds werd gedacht, beter in het vastleggen en vasthouden van CO2. Als we het hout vooral gebruiken om spullen van te maken blijft het koolstof langer in het materiaal vastzitten. Dood hout in de bossen laat CO2 heel geleidelijk los en het wordt ondertussen door de lokale vegetatie opgenomen.
We moeten sowieso ophouden met het verbranden van spullen om energie op te wekken. Dit is niet meer van deze tijd.

In oktober 2019 publiceerde Kennisnet een artikel over dit onderwerp. Er werden meerdere meningen van wetenschappers naast elkaar gezet om een genuanceerder beeld te krijgen.
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/moeten-we-stoppen-met-het-bij-stoken-van-hout/

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 23 maart 2017

Alle planten zijn giftig

Alle planten zijn in principe giftig. Zelfs een grasspriet! Sommige dieren kunnen het eten maar hebben daarvoor een speciale maag en lang darmstelsel nodig. Dat heeft niets met de giftigheid te maken. De giftigheid maakt het juist tot een ideale diervoeding. Grassen worden namelijk nauwelijks door bacteriën en schimmels aangetast.
De giftigheid van planten heeft alles te maken met het natuurlijk afweersysteem van het organisme. Dieren, en met name dieren van de hogere klassen kunnen als afweer tegen bedreiging wegvluchten of terugvechten. Planten missen die vaardigheid. Zij beschikken alleen over hun chemisch/biologisch afweersysteem.
Sinds kort weten onderzoekers hoe dat afweersysteem precies werkt en hoe planten vriend van vijand kunnen onderscheiden. Lees dit artikel in EOS.
Planten weren zich door zichzelf ongenietbaar te maken. Dat doen ze met behulp van bitterstoffen, stoffen die scherpe of prikkelende uitwerking hebben en stoffen die ziek maken of zelfs ‘n dodelijke uitwerking hebben. 

Zo kan de giftigheid van planten zowel een dreiging als nuttig zijn voor mens en dier. Denk bijvoorbeeld ook aan de vele medicijnen, waaraan plantenstoffen ten grondslag liggen. Zelfs zoiets simpels als een aspirientje, dat zijn ontstaan te danken heeft aan wilgenbast.
De film hieronder behandelt een handvol planten en hun giftigheid.

Mocht een plaatje te snel gaan, bedenk dan dat je de film eenvoudig kunt terugdraaien en stopzetten.
Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 14 maart 2017

Terug naar het oerbos?

Deze week las ik in onze regionale krant een artikel van Leo van Marrewijk, dat hij de titel "Gras van de buren is altijd groener" gaf. Tien antwoorden op de vraag hoe goed we het in Nederland hebben. En hoe dat in andere landen zit. Hoe komt het dat Japanners gemiddeld zo oud worden? Waarom zijn de Denen het gelukkigste volk ter wereld? Wat is zo aantrekkelijk aan meer levensruimte, een veel gehoord argument van emigranten. Op punt 3 stond: Terug naar het oerbos. Daar wordt een mens dus ook gelukkig van. Dan moet je trouwens in Costa Rica zijn. Dat snap ik, Leo, van onze bossen wordt ik vaak niet zo blij.

Natuurherstel(?) Grote Peel

Zoals de situatie in bovenstaande foto. We zien hier het gevolg van wat men "natuurherstel" noemt.
Toegegeven, als natuurgids ben ik een getraind waarnemer en zie meer dan de gemiddelde natuurwandelaar. Maar dit plaatje zal niemand ontgaan. De gehele vlakte is ontdaan van berken. Want die horen niet in zo'n moerasachtig veenlandschap.

Nu moet je weten wat het doel van deze kaalslag is. Met de boeren is overeengekomen dat het grondwaterpeil van de Peel mag stijgen naar ongeveer het niveau, dat het oorspronkelijk had. De Peel was een gigantisch groot gebied dat vrijwel geheel uit venen, moerassen en broekbossen bestond. Daar is nu nog enkele honderden hectaren van over en dat is beschermd natuurgebied.

Als het water in de Peel hoger komt te liggen, zullen veel wandelpaden onbegaanbaar worden. Daarom wordt er ook met zware machines gewerkt om de paden op te hogen. Overigens gaat dat niet erg zachtzinnig. Ook daar heb ik foto's van, maar die kan ik je beter niet laten zien. Het is trouwens nogal betrekkelijk, want de schade die wilde zwijnen veroorzaken is op enkele plaatsen groter dan het breekwerk van de bulldozers. Maar ja, de zwijnen, dat is natuur. Toch?

Al dat werk wordt gedaan om de oude situatie in de Peel terug te brengen. Vennen, moerassen, broekbossen, natte heide en veen. Wel ja, en dat in die paar honderd hectaren die nog over zijn. Een mini-Peel. Een relict van die ondoordringbare woestenij (van Weert tot Venray) waar schuinsmarcheerders als de Bokkenrijders zich schuil hielden.

Bij dat knutselwerk aan de natuur in de Grote Peel hoort dan ook het opruimen van berken. Hier moet heide komen. Heide? Dit was toch moeras, veen en broekbos? En als het te nat wordt voor de berken, verdwijnen die vanzelf. De natuur regelt dat perfect zelf.
Juist. Dat bedoel ik. Ik word er niet vrolijk van. Oerbossen hebben we al ruim 100 jaar niet meer in Nederland. Ook de Groote Peel werd toen al ontgonnen. Wij zijn een volk van tuinkabouters. Natuur is alleen goed als het netjes aangeharkt is en er uitziet, zoals het op de tekenplank bedacht is. De Peel zoals die ooit was, krijgen we nooit meer terug.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 11 maart 2017

Blijft onze groente wel eetbaar?

Iedere tuinder weet het, door extra CO2 toe te voegen groeien de planten sneller en worden ook wat groter. Door luchtverontreiniging neemt ook in de natuur het CO2 gehalte snel toe. De vraag is, zit er een grens aan dat proces? En zo ja, waar ligt die grens? Wetenschappers van de universiteit van Southampton (UK) zochten dat eens uit en publiceerden hun bevindingen.
Foto: Pixabay

Al vele jaren stijgt het CO2 gehalte in de lucht en in 2013 werd voor het eerst de grens van 400 ppm overschreden. Het korte termijn effect hiervan is dat de fotosynthese gestimuleerd wordt en planten sneller groeien. Dat geldt dus ook voor voedselplanten. Een hogere productie is met de snel groeiende wereldbevolking alleen maar gunstig.

Op de lange termijn ziet het echter heel anders uit.  Door het hogere CO2 gehalte veranderen de planten langzaam, generatie na generatie de DNA structuur. Dat betekent dat ook de chemische samenstelling van planten verandert en de stoffen die ze produceren.

Onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte.

Om dit te onderzoeken gingen de wetenschappers op zoek naar een gebied waar al meer dan 100 jaar een stijging van het CO2 gehalte is waargenomen. Hier hebben dus meerdere generaties met verhoogde CO2 te maken en het was interessant en tegelijk verontrustend om te zien dat de planten zich genetisch hebben aangepast. Als model werd de smalbladige weegbree (plantago lanceolata) uit het Italiaanse  Bossoleto genomen. Als ze keken naar hoe de plant rond 2100 zou presteren bleek de plant inderdaad groter te groeien en vertoonde een betere fotosynthese dan de planten van vandaag. Ze verdampten bovendien meer water. Daarnaast ontdekten ze twee belangrijke veranderingen:

  • De planten hadden een groter aantal ademmondjes aan de onderkant van het blad.
  • De planten gingen over tot het aanmaken van nieuwe afweerstoffen, als gevolg van het koolstof overschot.
De onderzoekers weten niet wat dit op de langere termijn voor gevolgen zal hebben. Het zal met name afhangen van de mate waarin CO2 in de lucht zal toenemen. Ook is het niet te voorspellen wat al die diverse plantensoorten aan nieuwe afweerstoffen gaan produceren. Wordt ons voedsel geleidelijk steeds giftiger, of juist voedzamer? Deze onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte in de atmosfeer.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 14 februari 2017

Biodiversiteit onder druk in steden

Dit artikel gaat over biodiversiteit in de steden. En deze blog gaat over groen en welzijn van mensen, met name de stadsbewoner. Waar zijn de raakpunten? Een zo groot mogelijke biodiversiteit is een voorwaarde voor een gezond, groen ecosysteem. En aan dat laatste ontlenen we ons welzijn. Nu staat de biodiversiteit voortdurend onder druk. Dat komt omdat verschillende factoren van invloed zijn op de biodiversiteit.
Waarom leven er geen dinosaurussen meer? Omdat er een moment kwam dat het ecosysteem waarin zij leefden, niet meer in staat was dino's te onderhouden. Veranderingen in het ecosysteem, zoals klimaat er één van is, veroorzaken migraties en extincties. Zo past de natuur zich aan.

Foto: Pixabay. Kolibrievlinder steeds minder zeldzaam.
Tegenwoordig zien we planten en dieren die enkele decennia geleden nog vooral zuidelijk van Parijs leefden. En in Zuid-Frankrijk verdwijnen langzaam aan soorten, die toentertijd juist daar 'inheems' waren. Zo zullen over enige tijd ook beuken steeds meer noordelijk migreren en in het zuiden langzaam verdwijnen. Wijndruiven doen het goed tot in Drenthe. Alles is langzaam noordwaarts aan het verschuiven.

Ook op kleinere schaal zien we afwijkingen. In onze steden kunnen parkieten en papegaaien overleven. En sommige insectensoorten verlaten onze steden omdat het voor hun juist te warm wordt. Daar tegenover staan dan weer soorten die net als de parkieten het goed doen in de steden en op het platteland minder. Zo zou ook de gevaarlijke tijgermug op termijn in steden kunnen overleven. Dit is het gevolg van het hitte-eiland effect in stedelijk gebied. In de steden is het als gevolg van verharding en bebouwing gemiddeld een paar graden warmer dan buiten de bebouwde kom. Dit is ook de oorzaak van hitte-stress in warme zomers, die mensen ziek en improductief maakt.

Belangrijk is ook, dat er verbindingen tussen de groene oases van de steden bestaan.

Is dit erg? Wie graag ziet dat alles bij het oude blijft vindt dit erg. Een hang naar nostalgie. En toch...., als we naar mijn voorbeeld van de dinosaurussen kijken, dan zie je dat veranderingen in biodiversiteit helemaal niet zo erg hoeven te zijn. Enig nadeel: het aantal soorten blijft gestaag afnemen. De biodiversiteit verarmt wereldwijd.

Wat kun je doen om te zorgen dat planten en dieren niet zo snel de stad verlaten?
Daar komt het groen ons te hulp. Met meer groen in de steden kun je de gevolgen van hitte-stress enigszins beperken. Dat is goed voor het welzijn en de gezondheid van (kwetsbare) mensen, maar zorgt ook dat meer planten en dieren het uithouden. Belangrijk is ook, dat er verbindingen tussen de groene oases van de steden bestaan. Zo zijn dieren en planten niet op hun kleine plekje opgesloten. Ze kunnen zich beter verspreiden wat de kans op inteelt verkleint. Dat is vooral voor de fauna belangrijk.  Sommige dieren hebben zo'n corridor ook nodig om zich veilig te kunnen verplaatsen en voedsel te vinden. Denk bijvoorbeeld aan vogels en vleermuizen.
Hier ligt een taak voor de gemeenten, die met het openbaar groen voor zulke verbindingen kunnen zorgen. Maar ook wij burgers kunnen de planten en dieren in onze steden helpen, door bloeiende en vrucht dragen planten in onze tuinen en op de balkons te zetten. Een gazonnetje is dus echt onvoldoende. Er zijn bomen, struiken en kruidachtige planten nodig. Liefst een diversiteit aan planten die over drie seizoenen bloeien, zodat met name bijen grotere overlevingskansen hebben. Nu gebied de eerlijkheid om hier te vermelden, dat bijen het juist in steden beter doen dan op het platteland. Dat komt doordat daar vooral monoculturen  ontstaan, die de landbouw rendabel moeten maken. En als bijen in hun omgeving te weinig voedsel vinden, gaan ze niet verder zoeken, maar schakelen over op noodrantsoen. Midden in de zomer gaan ze leven zoals in de winter. Je hoeft niet gestudeerd te hebben, om te begrijpen dat dit slecht is voor de conditie van zo'n bijenvolk.

De conclusie van dit artikel is dan ook een beetje dubbel. Enerzijds moeten we niet bang zijn voor veranderingen in de biodiversiteit. Anderzijds kunnen we ongewenste en te snelle veranderingen in stedelijk gebied beter tegenwerken door meer groen in onze leefomgeving te introduceren. Meer groen is goed voor het welzijn van mensen, maar ook van alle planten en dieren die in onze omgeving leven. En dat hele plaatje zorgt er voor dat wij meer kunnen genieten van een soortenrijkdom in onze steden. Ook mensen die hier geen oog voor hebben (of zeggen dat het ze niet 'boeit') profiteren onbewust van een rijke biodiversiteit. Zeg nauw zelf, het is toch bijzonder als je zo'n kolibrievlinder in je achtertuin ontdekt.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 1 februari 2017

Bomen op landbouwgrond

Uit onderzoek van Wageningen Universiteit & Research blijkt dat bomen op landbouwgrond een grote invloed hebben op het klimaat. Vastlegging van CO2 blijkt groter dan tot dusverre werd aangenomen. Bosbouw binnen agrarische landschappen verdient daarom meer aandacht. Ook houtwallen, waarin houtvorming plaatsvindt, is in dat opzicht belangrijk. Er is meer. We kijken in dit artikel ook naar het economisch belang van bossen en houtwallen voor de boer, voor de biodiversiteit en voor culturele aspecten, zoals recreatie en toerisme.
Foto: Staatsbosbeheer

Een internationale groep onderzoekers, waaronder de WUR hoogleraar Meine van Noordwijk, analyseerde data over bomen op landbouwgrond. Uit onder andere satellietbeelden blijkt dat in 2010 ongeveer de helft van het landbouwareaal voor minstens 10% met bomen bedekt is. Een toename van 2% ten opzichte van 2000. Waarom is deze kennis belangrijk?
Wereldwijd is landbouw verantwoordelijk voor meer dan een kwart van de uitstoot van broeikasgassen. Een belangrijke oorzaak is dat er veel bos gekapt werd om plaats te maken voor weidegronden. De  CO2 opnamecapaciteit van gras en landbouwgewassen kan echter niet op tegen de capaciteit van bomen en struiken. Door de 2% toename van bomen in landbouwpercelen is aanmerkelijk meer CO2 vastgelegd: dat steeg van 5 naar 21 ton koolstof per hectare. Dat is bijna 0,75 gigaton per jaar. Door de omzetting van regenwoud naar landbouwgrond, zoals bijvoorbeeld in Brazilië en Indonesië op grote schaal gebeurt komt jaarlijks liefst 0,85 gigaton CO2 vrij. Daar staat tegenover dat juist in die landen momenteel de aanwas van bomen het grootst is, evenals in China en India. Onder andere in Argentinië gaat er netto bos verloren en neemt de CO2 belasting toe.
Volgens de onderzoekers is de aanwas van bomen vooral te danken een het feit, dat de boeren in die landen slimmer zijn geworden en het nut van de bomen hebben (her)ontdekt.

Als je natuur de ruimte geeft komt hij je te hulp, gratis.

De bomen zorgen namelijk voor een milder microklimaat, minder windbelasting, ze houden vocht langer vast en dragen bij aan de vruchtbaarheid van de bodem. Daar kunnen we aan toevoegen dat bomen ook voor meer biodiversiteit zorgen. Dit laatste is belangrijk. Volgens insectendeskundigen is het moderne boerenland niet meer geschikt voor bijen. Toch hebben de boeren bijen juist nodig voor rendabele productie. Daarnaast herbergen bomen en houtwallen talrijke insecten en vogels die plaaginsecten aanvallen. Bovendien houden bomen en houtwallen erosie tegen. Als je natuur de ruimte geeft komt hij je te hulp, gratis. En langdurig, zonder extra investeringen, wel met een beetje extra aandacht.
De afwisseling tussen akkers en weilanden enerzijds en lanen, houtwallen en bossen anderzijds maakt het landschap ook aantrekkelijk voor recreatie. En waar mensen ontspanning zoeken zijn er ook kansen voor ondernemers.
Door bomen en houtwallen in landbouwgebieden hebben boeren gemiddeld genomen minder verlies van gewassen en lagere productiekosten. Als dan ook nog meer aandacht wordt gegeven aan een gezond bodemleven is daarnaast minder bemesting nodig en hebben gewassen uit zichzelf meer weerstand tegen ziekten en plagen. De natuur is je bondgenoot.

De Global Forest Watch organisatie monitort wereldwijd de afname en toename van bomen en je kunt dat volgen via hun interactieve website.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 22 januari 2017

Bomen maken eigen klimaat

Bossen blijken veel invloed te hebben op het lokale klimaat. Boven bossen vormen zich 10% meer wolken dan in het overige landschap. Dat betekent dat bomen niet alleen door het vastleggen van CO2 kunnen helpende klimaatverandering af te remmen, maar ook voor vocht in de atmosfeer te brengen en via de wolken voor (meer) schaduw te zorgen.

foto Pixabay. Bossen vormen wolken
Onderzoekers van Wageningen Universiteit & Research en het KNMI hebben samen met collega's in andere landen. satellietgegevens over een periode van 10 jaar van Europa en Afrika bestudeerd. Zo ontdekten zij dat zich boven bossen tot 10% méér wolken vormen dan in de omringende omgeving, zonder dicht bomenbestand. Die wolken zorgen voor verkoeling en regen in het gebied met de wind mee.
Dit rapport werd begin januari 2017 in Nature Communicatons gepubliceerd.

Het is al langer bekend dat bomen in dichte formatie (zoals in bossen en parken) de vochtigheid en warmte in hun omgeving in balans houden en helpen wateroverlast te verminderen. Dat is vooral op lokale schaal effectief. Dat bossen voor meer wolken zorgen en zo ook in een groter gebied vocht en temperatuur reguleren, was tot nu toe niet geheel duidelijk.
Dit is echter precies het mechanisme waarop regenwouden zich in stand houden. Hieraan is bijvoorbeeld ook de Nijl te danken, die vanuit het Victoriameer wordt gevoed door regenwolken die in de wouden vanaf Kongo opstijgen en in oostelijke richting drijven.

De wetenschappers uit Nederland, België, Engeland en Frankrijk hebben hun onderzoek geconcentreerd op twee bosgebieden in Frankrijk. Dit betreft vlak land, belangrijk, want in heuvelachtig gebied kan omhoog gestuwde wind eveneens voor wolken en neerslag zorgen en de betrouwbaarheid van de meetgegevens verminderen. Bij vlak land is die invloed uitgesloten. De wolken zorgen benedenwinds voor meer bewolking en schaduw, extra neerslag is niet direct gemeten. Ook is het effect van wolkenvorming in de ochtend en avond het sterkste, omdat er dan minder wind is en de wolken langer boven de bossen blijven hangen en zich daar verzamelen.

Van belang voor de planning en het onderhoud van bossen en parken.

Een ongelukkig toeval kwam de onderzoekers te hulp, zodat hun bevindingen meer gewicht kregen.
In 2009 richtte de storm Klaus in de regio Bordeaux grote schade in de bossen aan. Heel veel bomen sneuvelden toen. In de jaren erna constateerden de onderzoekers in die regio aanmerkelijk minder wolkenvorming dan in de jaren vóór 2009. Een oorzakelijk verband tussen de aanwezigheid van bomen en wolkenvorming is daarmee aangetoond.

Mooi dat we dit nu met zoveel zekerheid weten. Maar welk mechanisme erachter zit is nog onduidelijk. Toch is dit onderzoek belangrijk voor de planning en onderhoud van bossen en (grotere) parken. Bomen blijken niet alleen hun eigen (micro)klimaat te maken, maar ook significant bij te dragen aan de beheersing van de klimaatverandering. En zoals in het vorige artikel werd onderstreept, moeten dus vooral de oudere bossen respecteren en behouden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.