Posts tonen met het label plantenstoffen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plantenstoffen. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

Planten passen hun groeisnelheid aan die van de buren aan.

 

Planten verspreiden geurstoffen waarmee ze communiceren met hun omgeving. Denk aan soortgenoten, andere plantensoorten, insecten en planteneters. Ja ook mensen zijn er gevoelig voor. We ruiken de geur van hun bloemen en bij kruiden zelfs van de groene delen. Denk ook aan de geur van vers gemaaid gras. Dit zijn vluchtige organische stoffen, ook bekend als VOS. Via deze stoffen en door middel van signalen via bodemschimmels communiceren planten voortdurend met hun omgeving.

Deze signaalstoffen bestaan met namen uit benzonitril, linalool en octanal. De samenstelling van deze geurcocktail geeft informatie over gevaar, aanbod van voedsel (voor bestuivers) en zelfs over de groeisnelheid. 

Planten reageren door bij gevaar het gehalte aan plant-specifieke afweerstoffen te verhogen. En als blijkt dat de groeisnelheid van de buren de eigen groeisnelheid dreigt te overtreffen zetten planten de eigen groei in een hogere versnelling.  Dit hebben Zweedse wetenschappers recent ontdekt bij typische laboratoriumplanten. Deze geurcommunicatie is universeel, want de planten reageerden ook op de groeisnelheid van andere soorten. Met name hierdoor gaan de onderzoekers er vanuit dat dit verschijnsel in het hele plantenrijk voorkomt. Al zal de respons per soort kleine verschillen vertonen. Dit verklaart dan ook waarom bepaalde planten de andere kunnen overwoekeren.

Dit beweegt twee kanten uit. Als de buurman een lagere groeisnelheid heeft wordt de eigen groei verlaagd. Dat bespaart energie, die de plant liever in vruchtzetting investeert. Is de buurman sneller, dan wordt de eigen groeisnelheid ook verhoogd, want je wilt natuurlijk overleven en daarvoor moet je licht kunnen opvangen. De genexpressie die hierbij hoort is universeel en wordt gemeten in alle plantdelen. Zo zal bijvoorbeeld een grove den die solitair staat, relatief laag blijven en de takken breed uit laten groeien. In een plantage, zoals we die in Nederland veel zien, groeien de dennen snel en recht omhoog.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor nieuwe donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).|
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees e-books Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills
carrière inspiratie voor je e-reader.


donderdag 11 september 2025

Hoe planten kennis aan nageslacht doorgeven

 

Graphic: Pixabay
In deze BLOG heb ik vaker een artikel gewijd aan eigenschappen van planten die een zekere intelligentie suggereren. De reden is, dat er steeds ontdekkingen worden gedaan die een antwoord geven op de vraag, hoe planten overleven. Bij gevaar kunnen ze niet vluchten of vechten. Hoe doen ze het dan?

Planten kunnen zich met fysieke eigenschappen, bijvoorbeeld stekels en doornen, en met biochemische wapens tegen vraat weren. Een andere bedreiging is teveel of juist te weinig water. De laatste tijd is vooral droogte voor veel planten een uitdaging. Wie zich niet aanpast zal niet overleven. Sommige planten migreren. Zo zien we nu al dat bijvoorbeeld beuken in zuidelijke regionen onder druk staan en zich minder goed voortplanten, terwijl ze zich in noordelijke richting juist uitbreiden.

Het meest flexibel zijn planten met de inzet van biochemische wapens, de plantenstoffen. Hierover communiceren de planten ook via feromonen en signalen via schimmelnetwerken. Maar dat is in het hier en nu. Planten zijn goed in staat om dit wapen aan te passen aan nieuwe bedreigingen en hierover met soortgenoten te communiceren. Maar moeten nakomelingen dan telkens het wiel opnieuw uitvinden? vroegen wetenschappers van de Universiteit Gent zich af.

De plantenstoffen worden alleen ingezet bij acute bedreiging, want de aanmaak en verspreiding hiervan kost een plant veel energie. Bij een acute bedreiging zal de plant de juiste stoffen in de juiste concentratie aanmaken om zich te weren tegen precies die insectenvraat. Communicatie heeft tot doel om soortgenoten te waarschuwen, die zich dan met aanmaak van plantenstoffen klaarmaken voor de strijd, en om de juiste hulptroepen te waarschuwen. Dit zijn dan met name roofinsecten die het op de plaaginsecten gemunt hebben.  Ook bij nog onbekende dreigingen slagen planten erin de juiste mix te vinden, op voorwaarde dat de plant vitaal genoeg is. Bij droogtestress, bijvoorbeeld, kan dat systeem haperen, zoals we gezien hebben bij miljoenen sparren die door de letterzetterkever verloren gingen.

De geslaagde strategie wordt in het geheugen van de plant vastgelegd, klaar voor de volgende aanval. Dit geheugen is feitelijk epi-genetische code die ook in de zaden terecht komt. Op deze manier wordt ook het nageslacht voorbereid. Ook in de plantenwereld leren de jongeren van de ouden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills



dinsdag 3 oktober 2023

Klopt de waterkringloop, zoals we op school hebben geleerd, nog wel?

 We hebben allemaal op school geleerd hoe de waterkringloop eruitziet.  Op zee verdampt het water, de waterdamp wordt door de wind naar het land geblazen waar het hoog in de lucht condenseert en als regen de rivieren voedt, die het water weer terug brengt naar zee. Heel duidelijk. Maar wel wat kort door de bocht. Zo zorgen planten, vooral de bossen, ook voor verdamping die de wolken verder het land in brengt. Maar om het te laten regenen is nog iets extra's nodig.

Graphic: Pixabay

Wolken ontstaan dus boven grote watervlakten zoals de zee en meren. Maar dat alleen levert te weinig rendement. Daarom zorgen ook planten voor extra waterdamp in de atmosfeer.  Wolken bestaan uit heel kleine waterdruppels en dat is een belangrijk wapen tegen opwarming door zonlicht. Zonlicht weerkaatst namelijk op de witte wolken.

Nu vormen zich deze druppels, die bevriezen tot sneeuwvlokken, zich op twee verschillende manieren. In heldere, schone lucht ontstaan grotere waterdruppels en die hebben als eigenschap het zonlicht minder goed te weerkaatsen. Om de heel kleine druppels te krijgen zijn fijne condensatiekernen nodig. De meeste condensatiekernen die nu voor wolken zorgen bestaan uit vervuiling door de mensen. Fijnstof dat door verticale luchtstromen tot grote hoogte opstijgt. Maar die vervuiling willen we juist tegengaan. Zouden de wolken in de toekomst dan minder effectief zijn?

Sesquiterpenen

De vraag of we met minder fijnstofvervuiling minder verkoelende wolken zullen hebben, hield ook wetenschappers van het deeltjesonderzoekinstituut CERN bezig. In een speciale kamer testten zij het effect van diverse stoffen, die in de atmosfeer voorkomen. Daaronder ook verschillende plantenstofjes.

Condensatiekernen

Uit dat onderzoek kwam naar voren dat sesquiterpenen de beste condensatiekernen zijn. Deze plantenstoffen zijn bijzonder effectief. Door de concentratie met 2% te verhogen, verdubbelde de snelheid van condensatie. Sesquiterpenen zijn moleculen die uit 15 koolstofatomen bestaan. Dat ruimt lekker op.

Als we erin slagen de uitstoot van fijnstof significant te verminderen, dan zouden de plantenstofjes, met voorop de sesquiterpenen, die rol moeten overnemen. Er zullen meer van die stofjes in de lucht moeten zitten. De effectiefste producenten van sesquiterpenen zijn de planten met het grootste groenvolume en dat zijn dus bomen.
Om meer condensatiekernen van sesquiterpenen te krijgen zijn er dus meer bomen nodig. En we schreven het al vaker in deze BLOG: Zorg voor meer bomen.
Let wel, door nu meer bomen te planten kunnen we pas over 80 - 100 jaar optimaal van dit effect profiteren. Het is dus vooral belangrijk om oude bomen te handhaven en te zorgen dat ze lang gezond blijven en nog veel ouder kunnen worden. Hoe meer groen in hun kronen, hoe meer condensatiekernen voor verkoelende wolken kunnen zorgen. En dat draagt bij aan het beheersen van de klimaatverandering.
Wees lief voor bomen!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


zaterdag 30 april 2022

Planten kunnen afweer inrichten op toekomstige bedreigingen

 Onderzoekers van Wageningen Universiteit hebben ontdekt dat planten hun afweersysteem zo kunnen inrichten dat zij voorbereid zijn op toekomstige aanvallen. Diverse insecten houden ook rekening met elkaar, zodat ze of gebruik maken van zwakte die door een andere soort veroorzaakt wordt, of om concurrentie te vermijden. Planten gokken niet, zij registreren dit en richten hun afweer hierop in, zodat een volgende aanval minder schade aanricht of wordt afgeslagen. Ze verkleinen zo de kans op schade. De onderzoekers noemen planten dan ook goede risicomanagers.

Foto: Pixabay

Planten kunnen voor afweer gebruik maken van verschillende strategieën. Ze kunnen chemische stoffen inzetten om aanvallers te doden, ze ziek te maken of zichzelf onsmakelijk te maken. Verder kunnen ze haartjes of stekels (langer) laten groeien of een dikkere laag cuticula aanleggen. Ze kunnen ook stoffen uitzenden (feromonen) waarmee ze roofinsecten lokken die de lastposten aanvallen. Deze feromonen worden trouwens ook door andere planten als waarschuwingssignaal opgepakt.

Lastposten

Het afweersysteem is dan vooral gericht op de eerste en de meest voorkomende lastposten. Maar omdat planten aan de manier waarop ze worden beknabbeld en de chemische componenten in speeksel van insecten herkennen, zullen de planten hun afweerstrategie daar gemakkelijk op aan kunnen passen. Eenmaal gealarmeerd zullen planten snel op alle volgende aanvallen inspelen. 

Tegen het gevoel in

De onderzoekers hebben voor landbouwers en tuinders dan ook een advies, dat zij waarschijnlijk met enige scepsis zullen ontvangen. Laat een eerste aanval op je planten toe. Zij zullen daarna zichzelf afdoende kunnen beschermen tegen de volgende aanvallen. Het kost je niets, want de natuur doet dan gewoon haar werk. Dat gaat tegen het gevoel van de boer in. Hij is namelijk gewend om zijn planten preventief te beschermen. Hij begint al met spuiten voor de eerste plaag begint. Die werkwijze wordt natuurlijk ook gestimuleerd door de handelsketen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden), dat is hun verdienmodel. Maar door een beetje op de natuur te vertrouwen kunnen boeren en tuinders veel geld besparen en consumenten veiligere producten leveren.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn - Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl).
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 28 december 2021

Hoe wapenen bomen zich tegen bedreigingen?

 In 1979 onderzochten de Amerikaanse ecologen Gordon Orians en David Rhoades hoe bomen zich tegen de vraat door rupsen zouden verdedigen. Ze zetten de rupsen daarvoor uit op wilgen en elzen. Al snel zagen ze dat de rupsen eetlust verloren, verzwakten en zich niet meer konden verweren tegen kou en bacteriën. Uit analyse van de bladeren bleek, dat de bomen in betrekkelijk korte tijd een chemische cocktail aan afweerstoffen hadden verhoogd. Om de rupsen te laten herstellen voor verder onderzoek zetten zij de diertjes op andere bomen, honderden meters van de onderzoekslocatie verwijderd. Maar de rupsen herstelden niet. Het ging van kwaad tot erger. Na analyse van de bladeren bleek, dat ook deze verhoogde gifstoffen bevatten. Hoe kan dat? De wetenschappers vermoedden dat dit alleen mogelijk kon zijn als de bomen elkaar op één of andere manier zouden waarschuwen. En dat waarschuwingssignaal zou door de lucht moeten gaan, want de afstand tussen de locaties was te groot om het via de wortels te doen.
Uit GEOkompakt nr 52, 2017 "Unser Wald" 
Het wood wide web.

Omstreeks diezelfde periode kwamen biologen van het New Hamphire College, Ian Baldwin en Jack Schultz tot vergelijkbare ontdekkingen bij esdoorns en populieren.

Na publicaties in 1983 was er veel ongeloof. Planten hadden toch geen brein en centraal zenuwstelsel. Hoe kunnen ze dan communiceren? De onderzoekers werden niet serieus genomen en zelfs beticht van onzorgvuldig onderzoek.

Baldwin en Schultz gingen echter verder en ontdekten dat bodemschimmels, die zich rond wortels ophielden ook een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de communicatie tussen planten. Het zou nog jaren duren voordat nieuw onderzoek, onder andere in Zwitserland bij sparren, nieuw bewijs opleverde voor de communicatie tussen planten. Ook de rol van feromonen en de bodemschimmels, de zogenaamde mycorrhiza, werd duidelijk en wetenschappers spraken over het Wood Wide Web.

Dat bomen sociale wezens zijn en informatie en zelfs voedsel met elkaar delen wordt
 nu algemeen erkend.

Verdedigingslinies van planten

 Er bleek dus wel degelijk communicatie te bestaan tussen planten, met name tussen  bomen. Zo werd in de Afrikaanse savanne ook geobserveerd, dat giraffen maximaal een uurtje van een acacia boom snoepten en vervolgens een andere boom op ruime afstand tegen de wind in opzochten. De bomen met de wind mee hadden waarschuwende feromonen van de aangevreten acacia's ontvangen en hun tannine in de bladeren verhoogd. De rol van feromonen was algemeen bekend. Maar waarom die grote afstand? De bomen dichterbij waren ook al gealarmeerd. Nader onderzoek wees uit dat hier bodemschimmels een rol zouden spelen. En mogelijk ook elektromagnetische straling. Want, zo werd geredeneerd, bomen hebben een stofwisseling en die chemische activiteit zorgt ook voor elektromagnetische energie. Langs die weg zou het als een radiosignaal kunnen fungeren, waardoor andere bomen gewaarschuwd zijn. Dit fenomeen werd al eerder onderzocht door de Amerikaans/Canadese fysicus dr. Wagner, hij noemde het W-golven. (W van Wood, waarin hij dit verschijnsel ontdekte.) 

Samen delen

Dat bomen sociale wezens zijn en informatie en zelfs voedsel met elkaar delen wordt nu algemeen erkend. Al langer is bekend dat een deel van de communicatie plaatsvindt via feromonen die via de bladmondjes worden uitgescheiden. 

Er zijn twee soorten. Eén gebaseerd op ethyleen. Dat is er altijd wel, maar een verhoogde concentratie zet aan tot versnelde rijping van vruchten. Dit effect is niet soort specifiek. Een andere groep feromonen is gebaseerd op methyl en bevat informatie over de aard van de bedreiging. Deze groep signaalstoffen wordt ook door bepaalde insecten begrepen, zodat zij weten waar hun tafeltje gedekt is en de bedreigde planten te hulp schieten. Methyl feromonen zijn wel soort specifiek.

Mycorrhiza

Verder vindt er onder de grond actieve communicatie plaats. De belangrijkste rol is weggelegd voor de mycorrhiza schimmels. Deze bevinden zich rondom en in de wortelpunten. Hun belangrijkste rol is het helpen opnemen van mineralen uit de bodem. Hun netwerken bevatten veel water en koolstof, waardoor deze ook belangrijke buffers vormen. Die koolstof, in de vorm van suikers, krijgen de schimmels in ruil voor de mineralen. Bomen hebben die mineralen nodig voor hun stofwisseling, voor de groei en voor hun afweersysteem.

De schimmels hebben voor hun overleven belang bij de vitaliteit van de bomen. Hun diensten gaan dan ook verder dan enkel mineralen aanbieden. Zij spelen ook een belangrijke rol bij de communicatie tussen de bomen. Dit is deels gebaseerd op chemische signaalstoffen en deels op elektrische signalen, die zich via de wijd vertakte schimmeldraden verplaatsen. Tegelijk helpen de schimmels bomen die het even moeilijk hebben aan voedingsstoffen, zodat de schimmels de vitaliteit van hun gastheren en daarmee hun eigen voortbestaan kunnen waarborgen.

Het bestaan van W-golven is niet verder bevestigd, dus we weten niet of er ook echt bovengrondse elektromagnetische communicatie tussen bomen plaatsvindt, zoals dr. Wagner suggereerde. Elektrische activiteit via de mycorrhiza is wel aangetoond. Daarnaast vormen wortels van dezelfde plantensoort, die elkaar raken, wortelknopen. Ook hiermee worden netwerken gevormd, zij het kleiner, die een rol in de communicatie en delen van voedsel spelen.  Via deze knopen worden plantenstoffen (met water) en elektrische signalen uitgewisseld.

Het Wood Wide Web functioneert dus alleen in bossen, waar veel bomen van dezelfde soort bij elkaar staan en waar schimmels enorm uitgebreide netwerken kunnen vormen. Bij stadsbomen werkt dit niet, mede omdat ze uit boomkwekerijen komen en meer dan eens verplant worden. Stadsbomen zijn dan aangewezen op de communicatie via feromonen en dat maakt ze in de strijd om te overleven toch iets kwetsbaarder dan hun soortgenoten in bossen. Daarom hebben stadsbomen ook de zorg van mensen nodig. De bomen tonen zich dan ook dankbaar en leveren mensen in de stad belangrijke ecosysteemdiensten, zoals waterbeheer, luchtfiltering en verkoeling.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn  Gratis voor donateurs van Stichting Groen Weert. (www.groenweert.nl)
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

https://www.bol.com/nl/nl/p/600-square-miles/9300000047573684/
 







donderdag 14 mei 2020

Stikstof, daar groeien bomen toch van?

Om te groeien hebben planten (dus ook bomen) een paar zaken nodig: water, CO2, licht, stikstoffen en zuurstof. Maar dan wel in de juiste hoeveelheden. Teveel water - de wortels rotten weg. Teveel CO2 - na extra groei wordt overschot genegeerd. Teveel licht - kan leiden tot droogte/uitdroging. Teveel stikstoffen - de plant gebruikt wat nodig is en slaat de rest als afval op. Dit laatste is slecht voor de plant, slecht voor de dieren die ervan eten, slecht voor de bodemschimmels. Kortom, door een overschot aan stikstoffen vergiftigt de boom niet alleen zichzelf, maar ook het hele ecosysteem dat hiervan afhankelijk is. Dit heeft onder andere geleid tot de massale sterfte van zomereiken in de bossen. Wat is hier aan de hand?
Foto: Pixabay

Door een overschot aan stikstofoxides in de natuur gaan grassen harder groeien. Dit heeft ook gevolgen voor de dieren, met name vogels, die hun voedsel op de bodem zoeken. Maar het verandert ook de fysiologie van bomen. Aangezien je het niet kunt zien krijgt het ook te weinig aandacht.

Eiwitten
Bomen gebruiken stikstof voor het opbouwen van eiwitten. Dit proces heet stikstofassimilatie. Deze eiwitten zijn vooral enzymen. Die zijn nodig voor vrijwel alle leef- of groeiprocessen van de bomen. Onder andere voor de fotosynthese en het afweersysteem. Een toename van stikstoffen zal in eerste instantie leiden tot hogere eiwitproductie en betere groei. Maar hieraan is een grens, de stikstoflimitatie genoemd. Als die grens gepasseerd wordt ontstaat er een probleem met de hulpstoffen die voor de productie van aminozuren (waaruit eiwitten worden samengesteld) . Het probleem wordt nog erger als door verzuring die hulpstoffen worden weggespoeld tot buiten het bereik van de wortels. Of als die hulpstoffen in een slecht verterende strooisel laag blijft zitten. Een van de belangrijkste hulpstoffen is mangaan. Als hieraan een gebrek is verlopen de stikstofassimilatie processen niet meer volgens plan. In de boom hopen zich allerlei tussenproducten op. Een deel daarvan zijn vrije aminozuren die extra stikstof bevatten en door de boom gebruikt worden om stikstoffen tijdelijk op te slaan of te transporteren. Door het gebrek aan mangaan wordt de stikstofassimilatie niet tijdig geremd. De productie van vrije aminozuren neemt toe en dat vertraagt de groei. De boom moet nu toch ergens heen met dat overschot aan stikstofhoudende aminozuren. Het zal dan bijvoorbeeld in de celwand van de boom worden ingebouwd. Dit maakt de boom echter minder weerbaar tegen schadelijke schimmels en insectenvraat.

De mens is er een meester in om dat evenwicht te verstoren.

De meeste dieren, zoals insecten, die van de boom eten hebben echter een probleem met het verteren van dit materiaal. Ze zullen daarom verhongeren.  Een stikstofoverschot leidt dus indirect ook tot afname van het insectenbestand. Er zijn wel uitzonderingen, zoals de bladluis. Die is gewend om met dit soort plantensappen (met extra stikstofhoudende aminozuren) om te gaan. Of beter, hun darmbacteriën zijn daar goed in.

Andere insecten kiezen bewust voor dit met extra stikstof verrijkte groen. Zij hebben dat tenslotte  nodig voor hun groei. Maar de onbalans aan aminozuren is voor deze dieren onverteerbaar. Zij kunnen er niet de voor hun groei noodzakelijk eiwitten van maken. En als zij hiervan teveel eten zullen ze sterven door gebrek aan essentiële voedingsstoffen.

Voedselketen
Insecten die van dit ongebalanceerde plantmateriaal eten hebben een lagere voedingswaarde voor dieren die hiervan leven, bijvoorbeeld vogels. En dat werkt door naar de hogere lagen van de voedselketen, zoals roofvogels. Hun vitaliteit neemt af door gebrek aan essentiële voedingsstoffen.

Als limiterende stoffen zoals mangaan geen rem op de stikstofassimilatie zetten (of te laat) zullen de bomen overtollig stikstof als een mix van vrije aminozuren opslaan in hun celwand en daarmee vergiftigen zij het ecosysteem dat van die boom leeft. In de natuur hangt alles met elkaar samen en de mens is er een meester in om dat evenwicht te verstoren.

zie ook een oproep van het WNF.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


Lees ebook over, hoe planten je werkplek verbeteren:
https://www.bravenewbooks.nl/books/22063988 (e-book)

donderdag 23 maart 2017

Alle planten zijn giftig

Alle planten zijn in principe giftig. Zelfs een grasspriet! Sommige dieren kunnen het eten maar hebben daarvoor een speciale maag en lang darmstelsel nodig. Dat heeft niets met de giftigheid te maken. De giftigheid maakt het juist tot een ideale diervoeding. Grassen worden namelijk nauwelijks door bacteriën en schimmels aangetast.
De giftigheid van planten heeft alles te maken met het natuurlijk afweersysteem van het organisme. Dieren, en met name dieren van de hogere klassen kunnen als afweer tegen bedreiging wegvluchten of terugvechten. Planten missen die vaardigheid. Zij beschikken alleen over hun chemisch/biologisch afweersysteem.
Sinds kort weten onderzoekers hoe dat afweersysteem precies werkt en hoe planten vriend van vijand kunnen onderscheiden. Lees dit artikel in EOS.
Planten weren zich door zichzelf ongenietbaar te maken. Dat doen ze met behulp van bitterstoffen, stoffen die scherpe of prikkelende uitwerking hebben en stoffen die ziek maken of zelfs ‘n dodelijke uitwerking hebben. 

Zo kan de giftigheid van planten zowel een dreiging als nuttig zijn voor mens en dier. Denk bijvoorbeeld ook aan de vele medicijnen, waaraan plantenstoffen ten grondslag liggen. Zelfs zoiets simpels als een aspirientje, dat zijn ontstaan te danken heeft aan wilgenbast.
De film hieronder behandelt een handvol planten en hun giftigheid.

Mocht een plaatje te snel gaan, bedenk dan dat je de film eenvoudig kunt terugdraaien en stopzetten.
Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.