maandag 19 september 2016

De baten van groen

In 2011 en 2012 voerden de Bomenstichting, De Groene Stad en andere belangenorganisaties campagne onder de titel Groen Loont. Met deze campagne wilden deze organisaties bestuurders en gewone burgers duidelijk maken dat het vergroenen van steden en dorpen op maatschappelijk en economisch vlak baten oplevert. Baten in de vorm van besparingen en inkomsten. De provincie Limburg heeft dit begrepen en stelt een fonds voor dit doel ter beschikking aan de gemeenten.
Ter ondersteuning van deze campagne werd een poster uitgegeven, waarvan je hieronder een stuk ziet afgedrukt en een boekje.

Fragment uit de poster Groen Loont
De komende artikelen behandelen onderwerpen uit dat boekje Groen Loont. Voor de liefhebbers is het boekje ook te downloaden via de website van de Bomenstichting. In deze blog beschrijf ik niet alle onderwerpen. Kijk voor meer informatie en inspiratie op de website van De Groene Stad.
Vandaag een inleiding op de artikelen die je de komende weken hier zult aantreffen.

Wat levert het op?

In deze blog heb ik al eerder een lans gebroken voor de maatschappelijke baten die het groen in steden te bieden heeft. Ook heb ik daarbij gewezen op de tool van het Ministerie van Economische Zaken om die baten te bereken: www.teebstad.nl
Vrijwel iedereen beseft welke maatschappelijke waarde bomen, struiken en perkplanten hebben. Merk op dat in dit lijstje gras niet wordt vermeld. Deels is dat niet terecht, want goed onderhouden gazons stimuleren tot sport en spel en andere sociale activiteiten. Daar staat tegenover dat gras op het vlak van ecologie, biodiversiteit en watermanagement weinig waarde toevoegt. Niettemin kan gras in een evenwichtig opgebouwd park niet ontbreken.

Telkens blijkt dat velen niet beseffen wat de economische waarde van het groen in de steden, de dorpen en de bedrijfsterreinen is. Over dit laatste onderwerp verschijnt binnenkort een boek bij de internationale uitgeverij van zakelijke boeken, www.bookboon.com

We behandelen hier alleen de baten van het openbaar groen Hierbij is tevens sprake van economische waarden in de vorm van besparingen en kansen voor ondernemers, opbrengsten dus. In het boek Groen Loont worden al deze waarden beschreven en met cijfers ondersteund.

Denk aan de inzet van bomen, struiken en planten als oplossing voor een betere luchtkwaliteit, tegengaan van verloedering van wijken en bevorderen van sociale veiligheid en van gezond bewegen. Maar ook in de strijd tegen overmatig medicijngebruik, hittestress en wateroverlast, waar we met de opwarming van het klimaat steeds vaker mee te maken krijgen.

Het openbaar groen is vooral een zaak van de gemeenten. Daar hebben volksvertegenwoordigers en bestuurders vaak te weinig aandacht voor de economische kansen die groen biedt. Daar hanteert men dus een budget voor de openbare ruimte, waarvan een deel gebruikt wordt voor het openbaar groen. Zo is het een kostenpost, terwijl iedere ondernemer weet, dat zaken die geld opleveren beter als investering gezien worden. De baten van het openbaar groen raken aan verschillende vlakken en dat is binnen gemeenten moeilijk te verdelen. Investeringen in groen leveren baten op het gebied van waterbeheer, sport, recreatie en welzijn, volksgezondheid, verkeer, klimaat en energie, bouwen en wonen, financiën en belastingen. Daarnaast levert openbaar groen kansen en baten voor groen-aannemers en hoveniers, bouwbedrijven, zorgverleners, horeca-ondernemers, boomkwekers, en adviseurs als klimatologen, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten.

Alleen al voor de gezondheidszorg levert het verantwoord inzetten van openbaar groen een kostenbesparing op van enkele miljarden Euro's. Zeker als dit ook in ziekenhuizen en zorgcentra wordt doorgevoerd. Het zou voor ziektekostenverzekeraars een goede investering zijn als zij de aanleg van parken in stedelijk gebied en planten in ziekenhuizen zouden sponsoren. Uit onderzoek blijkt dat er nog behoefte is aan vele hectaren extra parken in de steden en toegankelijke bossen rondom de steden.

Nu is het zo dat investeringen in natuurlijke componenten, zoals openbaar groen, zelden binnen 1 of 2 jaar rendement opleveren.(*) Daar gaan meerdere jaren overheen. Het is dan ook een investering in de gezondheid, welzijn en veiligheid van de komende generaties.
In een periode dat voor het eerst in de geschiedenis de komende generatie een lagere levensverwachting heeft dan de ouders, is investeren in meer openbaar groen eigenlijk een morele plicht. 

(*) Een uitzondering is de vergroening van de werkplek. Dat levert binnen enkele weken al een hogere arbeidsproductiviteit op en op de iets langere termijn draagt het bij aan verlaging van het ziekteverzuim.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 2 september 2016

Wat kun je doen tegen hitte in de steden?

In 2012 publiceerde het UCAM, een samenwerkingsverband met onder andere Wageningen Universiteit, KNMI en het ingenieursbureau Witteveen+Bos het rapport Wijkgerichte beoordeling van hitte in de stad. Hierin wordt aangegeven dat het probleem met stedelijke hitte wel breed onderkend wordt, maar het heeft bij de bestuurlijke macht geen prioriteit. Bovendien wordt de complexiteit van het probleem onderschat. Dat is jammer want de kortdurende hittegolven hebben een grote invloed op de gezondheid van ouderen en zwakken in de samenleving en op de productiviteit van de rest van de bevolking.

Schema uit het UCAM eindrapport, het Urban Heat Island effect.
Op zeer warme zomerdagen zullen ouderen en zwakke mensen een groter beroep doen op de gezondheidszorg. Bovendien stijgt de sterfte tijdens die dagen. In 2003 telden we in Europa tijdens een hittegolf 45.000 meer sterfgevallen dan gebruikelijk.
De mensen met een betere gezondheid zullen tijdens extreem warme dagen in een lagere versnelling schakelen. Dit leidt dan tot een lagere productiviteit. Daar staat tegenover dat mensen verkoeling zoeken, wat dan weer kansen voor ondernemers oplevert.
In de steden wonen meer mensen dichter op elkaar dan in de buitengebied. Als er dan iets mis gaat, treft het meteen méér mensen. Niets doen aan verstedelijkt gebied kost de gemeenschap geld.

Groen tegen hitte

Deze blog heet niet voor niets "Groen en Welzijn". We kijken dus even naar de hoofdstukken van het UCAM rapport, waarin de invloed van groen beschreven wordt. Er wordt trouwens ook aandacht besteed aan de blauwe factor, want ook van oppervlaktewater gaat een koelend effect uit.

In de onderzoeken is alleen gekeken van de invloed van gras in de wijken. Hier blijkt dat gras een marginaal effect heeft. Alleen als gras tijdens extreme hitte goed nat wordt gehouden, is het verkoelende effect merkbaar. Vooral verdamping zorgt voor een verkoeling van de directe omgeving.

Het effect van bomen is wat gecompliceerder en daardoor moeilijker te berekenen. Algemeen wordt erkent dat bomen een groter verkoelend effect hebben dan gras. Dat komt doordat bomen gemakkelijker aan voldoende water kunnen komen voor verdamping. Overigens verschilt dit per leeftijd van de boom, standplaats en boomsoort. Daarnaast is het oppervlak aan groen, waar de verdamping plaatsvindt, bij bomen veel groter dan bij gras. Maar ook dit verschilt per boomsoort, standplaats en de leeftijd van de bomen. Hoe ouder een boom, hoe groter zijn kroon, hoe meer hij bijdraagt aan verkoeling van zijn omgeving. Tenslotte speelt ook de schaduw onder bomen een rol bij verkoeling, al is dit zeer plaatselijk. Ook hier speelt, hoe ouder (groter) de boom, hoe meer profijt je er van hebt.

In het rapport wordt ook een lans gebroken voor de aanleg van groene daken. Hoe meer stedelijk oppervlak je kunt vergroenen, hoe minder de hitte accumuleert in beton en asfalt.

Groene filters
Tijdens extreme hitte laat zich het effect van vervuilende gassen en stof in het milieu sterker gelden. Het leidt tot vorming van ozon en smog. Daarom is het belangrijk dat deze vervuiling zoveel mogelijk uit de lucht gefilterd wordt. Dat is in het algemeen belangrijk, maar tijdens hittegolven maakt luchtvervuiling het probleem alleen maar erger. 

Door de juiste bomen op de juiste plekken in de steden te planten wordt een groot deel van de luchtvervuiling weggefilterd. Ook groene daken en gevelbeplanting kunnen hieraan bijdragen. Vooral klimop heeft in die zin een sterke reputatie.

Het probleem met hitte en luchtvervuiling is niet overal in de stad hetzelfde. Het UCAM rapport pleit dan ook voor een wijkgerichte aanpak. Toegegeven, zo'n aanpak maakt het voor een gemeente niet goedkoper. Daar staat tegenover dat er op de daarop volgende 10-30 jaar veel meer dan gebruikelijk bespaard kan worden op kosten voor welzijn en gezondheid. Bovendien levert al dat groen ook de nodige maatschappelijke baten op andere gebieden. Die baten zijn vaak niet op voorhand exact te bereken in klinkende Euro's. Dat is een handicap bij het plannen van groen in de openbare ruimte. Maar een tool als TEEB-stad kan de gemeentelijke beleidsmakers een redelijke indicatie geven van de maatschappelijke baten van groen (en blauw).

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 24 augustus 2016

Waarom alleen gezond groen voordeel oplevert

In het verlengde van het artikel "Stadsgroen is goud waard" moeten we ons de vraag stellen of alle stadsgroen goud waard is. Helaas moet ik melden dat dit niet zo is. Alleen gezond groen levert maatschappelijke baten. Ongezond groen kost juist baten. Aangezien het planten en onderhouden van stadsgroen een taak van de gemeenten is, is dit ook voor de gemeentelijke groenbeheerders een belangrijk aandachtspunt. Mijn ervaring is, dat dit wel leeft bij de verantwoordelijke beleidsambtenaren. Alleen zijn het stadsbestuur, maar ook de uitvoerende medewerkers, zich vaak onvoldoende bewust van de noodzaak van gezond stadsgroen.
Scharlaken eik in stadspark Weert

Eerlijkheidshalve moet ik wel melden dat de huidige groenbeheerders zitten opgescheept met groen dat is geplant in een periode, dat men daar niet zo over nadacht. En ja, toen was er ook niet zoveel kennis over stedelijk groen voorhanden als nu. Met name Duitse organisaties zoals GALK onderzoeken veel en delen hun kennis binnen een internationaal netwerk. Ook Nederlandse en Belgische gemeenten nemen in dat netwerk deel. In Nederland komt veel kennis vanuit Wageningen Universiteit en o.a. de Stichting de Vitale Groene Stad (de naam zegt al genoeg).

Leefruimte

Om een boom een gezonde toekomst te geven moet de plek waar hij komt te staan ook geschikt zijn. Het nadeel van straten en pleinen is, dat de bomen daar in een voor hun vijandige omgeving staan. De grond is verdicht en verzegeld met klinkers, tegels of asfalt. Door dat verhard oppervlak is de lucht 's zomers warm en droog. De boom beschikt daarnaast over onvoldoende vocht en kan zodoende het fotosynthese proces niet optimaal laten verlopen. In de ondergrond is een karig bodemleven, zodat de wortels zich in de verharde grond slecht ontwikkelen. Ze zoeken de laagste weerstand op en dat veroorzaakt geregeld wortelopdruk. Vaak ontbreken in de grond de juiste schimmels voor het ontsluiten van mineralen en het contact tussen de bomen onderling. Deze slechte groeiomstandigheden noodzaken tot extra onderhoud, en dat kost extra geld. Dat is jammer en onnodig als er vooraf beter over werd nagedacht.
De bomen hebben op zulke plekken een groei achterstand, een gebrekkige vitaliteit en worden niet oud. Ze kunnen zich niet goed in de bodem verankeren waardoor ze gemakkelijker omvallen. Ze hebben een gebrekkige weerstand en zijn dan ook bevattelijk voor besmetting, zeker als er ondeskundig gesnoeid wordt. Zulke stadsbomen bereiken zelden de volwassen leeftijd.

 Een volwassen (gezonde) boom staat dan
gelijk aan tien airco's.

Volwassen bomen kosten vrijwel niets aan onderhoud en geven, mits vitaal, optimaal baten terug aan de maatschappij. Wat die baten zijn, lees je in het vorige artikel in deze blog.

Bij het plannen van aanplant van stadsbomen is het belangrijk om met een aantal factoren rekening te houden, zoals:
  • Is de ondergrond geschikt voor aanplant van bomen en wat is er nodig om die geschikt te maken?
    In parken en plantsoenen hebben bomen een leefomgeving die lijkt op hun natuurlijke habitat. Maar op pleinen en langs straten is de bodem vaak verdicht en verzegeld. Zonder speciale maatregelen lijden bomen hier aan vocht- en voedselgebrek. Dat noodzaakt tot extra verzorging, waar vooraf rekening mee gehouden moet worden.
  • Is de plek niet in strijd met belangen van omwonenden en het verkeer? Denk bijvoorbeeld aan lichtontneming, nabijheid van erfafscheidingen, mogelijke wortelopdruk, ondergrondse infrastructuur, gevaarlijke verkeerssituaties en ruimte voor vrachtwagen (denk aan de vuilophaaldienst).
    Bij 'gevaarlijke verkeerssituaties' wil ik wel vermelden, dat bomen en struiken die zicht ontnemen het verkeer dwingen langzaam en voorzichtig te rijden. Dat is dan een gewenste situatie, want te vaak wordt er op goed overzichtelijke plekken te snel en onoplettend gereden, wat vaker tot ongelukken leidt. Beter een bijna-ongeluk dan een 'echt' ongeluk.
  • Is het eindbeeld van de geplande boomsoort op die plek gewenst?
    Bedenk dat bomen met een dichte kroon de wind tegenhouden of omleiden. Dat kan juist op zo'n plek gewenst zijn. Maar fijn stof filtering kan ook een doel zijn en dan is een boom met lichte kroon gewenst. Liefst een wintergroene boom.
    Natuurlijk spelen hier ook esthetische overwegingen een rol.  
  • Kunnen de bomen een bijdrage leveren aan watermanagement?
    Bomen zijn grootverbruikers als het om water gaat. Zodoende kunnen ze het afwateringssysteem bij hevige neerslag ontlasten. Bomen houden water langer vast en verdampen een groot deel. Het overige deel wordt vertraagd aan de omgeving gegeven. Inmiddels is na recente overstromingen in Engeland en Duitsland het besef doorgedrongen dat 15% meer bomen voor 21% minder wateroverlast kan zorgen.
Terwijl ik dit schrijf voltrekt zich buiten mijn kantoor een hittegolf. Dit is een situatie waar bomen juist voor verlichting moeten zorgen, doordat zij hun omgeving aanmerkelijk kunnen verkoelen. Een volwassen (vitale) boom staat dan gelijk aan tien airco's. Zo wordt hittestress tegengegaan of op z'n minste verlicht. Dit warme weer zullen we de komende decennia steeds vaker meemaken. En dat is voor bomen die niet aan voldoende water en voeding kunnen komen een stressvolle periode. Dat is jammer, want die bomen zouden juist verlichting moeten bieden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 16 augustus 2016

Stadsgroen is goud waard

Stadsgroen is goud waard, las ik vandaag onder een foto in een Limburgse krant. De foto toont hoe schapen door Maastricht werden geleid en zo de natuurbeleving in de stad een extra dimensie gaven. Stadsgroen is goud waard: Dat klopt en dat heeft meerdere kanten. Letterlijk en symbolisch, direct en indirect.

Het is daarom erg jammer dat bij de meeste gemeenten weinig animo is om al dat groen te kapitaliseren. Veel van dat stadsgroen is tenslotte publiek eigendom en met belastinggeld tot stand gekomen. Dan wil je als burger toch weten wat het allemaal waard is?

De waarde van groen heeft meerdere dimensies. Daar is aan de ene kant de waarde van bijvoorbeeld een boom. Groenbeheerders en boomkwekers gebruiken daarvoor verschillende rekenmodellen. Ik gebruik zelf een rekenmodel dat is afgeleid van het Belgische VVOG model. Zo heb ik dit model recent, op verzoek losgelaten op een zestigjarige suikeresdoorn, nabij een voormalig kerkgebouw in Weert. In gezonde en ongeschonden toestand zou deze boom liefst € 19.800 waard zijn. Maar als gevolg van verkeerd snoeiwerk en verwaarlozing was de waarde gedaald naar ongeveer € 11.000.

Maatschappelijke baten

Bomen in de stad geven ook iets terug aan hun omgeving, wat we kunnen samenvatten in de term 'maatschappelijke baten'. Ook deze waarden zijn niet gering. Dat was mede voor het Ministerie van Economische Zaken reden om het rekenmodel TEEB-stad op te tuigen. Hier wordt aan de hand van een uitgebreide vragenlijst uitgerekend wat vergroening van de openbare ruimte betekent in opbrengsten en kostenbesparingen. De uitkomst van die berekening geeft de baten weer over een periode van dertig jaar. En dan gaat het vaak om substantiële bedragen. Het probleem hierbij is dat die periode geen raakvlakken heeft met de reikwijdte van lokaal beleid. Voor ambtenaren is de budgetperiode (doorgaans 1 jaar) van belang en voor het (politieke) bestuur is de regeringsperiode van 4 jaar belangrijk. 

Toch is het goed om eens te kijken hoe groen zichzelf terugbetaalt:
  • Waarde van vastgoed.
    Gebouwen stijgen in waarde als ze omgeven zijn door groen. Vooral de aanwezigheid van bomen en waterpartijen leveren een substantiële waardestijging van 10% tot 15% op. Voor lokale overheden is dit belangrijk wegens de OZB. Bovendien is wonen in een groene omgeving populair, waardoor het nieuwe bewoners aantrekt. Die groei stimuleert de groei van de gemeente en daarmee ook de huizenprijzen. Kassa!
  • Stressreductie.
    In een groene omgeving ervaren mensen minder stress. Dat zorgt ervoor dat men zich minder snel ziek voelt en zieken sneller herstellen. Daarnaast vergroot het de sociale veiligheid, zodat (kleine) criminaliteit justitie minder belast. Omdat mensen zich prettiger en gezonder voelen zullen ze minder aanspraak maken op zorg en WMO.
  • Welzijn en gezondheid.
    Mensen gaan in een groene omgeving socialer met elkaar om. Dat vergroot tevens de sociale controle, waardoor mensen zich minder snel eenzaam voelen. Bovendien wordt de kans kleiner dat mensen zich anti-sociaal of crimineel gedragen. Zelfs pesten neemt af. Daarom pleiten wetenschappers ook voor vergroening van schoolpleinen. Dit blijkt zelfs effect te hebben op de schoolprestaties van de kinderen.
    Groen is in staat schadelijke gassen en fijn stof uit de lucht te filteren. Dit heeft direct effect op de gezondheid en daarmee de kosten voor de gezondheidszorg. En zeker niet te vergeten de ellende die ons bespaard wordt door ziekte aan hart en longen.
    In een groene omgeving is het gemiddeld enkele graden koeler dan in een betonnen omgeving, het hitte-eilandeffect. Daardoor worden op warme zomerdagen gezondheidsproblemen door hittestress voorkomen.
  • Watermanagement.
    Als gevolg van klimaatverandering neemt ook de neerslag aanmerkelijk toe. Wateroverlast en volgelopen kelders komen tegenwoordig regelmatig in het nieuws. Steeds vaker vallen er ook slachtoffers door hevige neerslag en overstromingen. In Engeland en Duitsland hebben wetenschappers en (stads)bestuurders inmiddels ontdekt dat een toename van 15% aan bomen de overlast met 20% kan verminderen. Bomen zijn grootgebruikers als het om water gaat. Een volwassen boom kan op een warme zomerdag tot 300 liter water verbruiken, Populieren zelfs tot 1500 liter. Dat wordt via de bladeren verdampt. Tijdens buien houden de bladeren en de takken eveneens honderden liters water vast en binnen de wortelstructuur wordt ook nog eens veel water vastgehouden. Zo zorgen bomen voor een vertraagde afvoer van regenwater. Dit effect kan lokale overheden een substantiële kostenbesparing opleveren.
    Bomen verdampen grote hoeveelheden water. Dat blijft dus niet in de bodem, maar verplaatst zich als damp door de lucht. Die wolken  regenen verderop weer uit en voorkomen zo verdroging en zelfs woestijnvorming in het achterland. Bedenk bijvoorbeeld dat de Nijl wordt gevoed door de regenwouden in Kongo. De opstijgende waterdampen vormen wolken die naar het oosten drijven en daar uitregenen rondom het Victoriameer. 

Stadsgroen is goud waard. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kansen die ondernemers hebben om de populariteit van een groene omgeving uit te buiten via recreatie en horeca exploitatie. Dat schept ook nog eens arbeidsplaatsen.
Over arbeidsplaatsen gesproken, een Nederlandse onderzoekster heeft berekend dat groen op de werkplek de arbeidsproductiviteit met liefst 15% laat toenemen. 
Niet beton, maar groen maakt de samenleving welvarender.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


donderdag 14 juli 2016

Het natuurtekortsyndroom

Het klinkt als een medische term, natuurtekortsyndroom. Het is echter een vrije vertaling van "Nature Deficit Distorder", een term die de Amerikaanse journalist Richard Louw in zijn boek "Last Child in the Wood" introduceerde en is sindsdien een eigen leven gaan leiden. Louw beschrijft in zijn boek dat kinderen van 6-12 jaar, die geen ervaring met de natuur opdoen het meest kwetsbaar zijn.
Kind in de natuur. Foto Pixabay.nl

Vervolgonderzoek liet zien dat dit liefst 11% van de kinderen in die leeftijdscategorie betrof. Dit zijn kinderen die nooit (letterlijk nooit!) in aanraking komen met de vrije natuur. Dan is er natuurlijk een hele grote groep tussen "nooit" en "regelmatig". Welke gevolgen heeft dat?

  • Gebrek aan beweging. Niet samen buiten spelen en op 'avontuur' gaan. Deze kinderen zitten gemiddeld 12 uur per dag. Samen met verkeerde voeding is dat de voornaamste bron van overgewicht bij kinderen.
    Enfin, Pokemon Go krijgt ze tegenwoordig in elk geval van die stoel af.
  • Contactgestoord en anti-sociaal gedrag. Samen de natuur in vergroot het groepsgevoel. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van de kinderen. Ze leren dat er iets is dat machtiger is dan zijzelf en dat ze elkaar nodig hebben om "het leuk te houden". Dat zorgt ook voor ontspanning.
  • Verhoogde stress en gevoeligheid voor ziekten en allergieën. Dit heeft, samen met overgewicht, onder andere tot gevolg dat de nu opgroeiende generatie een kortere levensverwachting heeft dan hun ouders.
Kinderen die te weinig met de natuur in aanraking komen, leren niet hoe Moeder Aarde functioneert. Ze leren niet dat mensen maar een onderdeel van de biodiversiteit zijn. Ook goede aardrijkskundeles zal ze dat niet bijbrengen, ze moeten het aanvoelen en beleven - in de natuur. Door NDD ontwikkelen zij geen respect voor de natuur en dat kan een bedreiging voor de Aarde en het klimaat in de toekomst vormen. De Canadese natuurdeskundige Robert Bateman formuleert het zo: "Als je iets niet kent, het geen naam kunt geven, hoe kun je er dan van houden en het willen beschermen?"

Kinderen zitten gemiddeld 12 uur per dag


Natuur en milieu educatie Weert
Als natuurgids hoor ik maandelijks verslagen over onderwijsprojecten van het NMC Weert in samenwerking met de schoolgidsen van het IVN. Juist die kwetsbare groep van 6-12 jarigen komt vrijwel dagelijks over de vloer voor op maat gesneden natuurlessen, zowel binnen als buiten. Kinderen zijn uiterst gemotiveerd en belangstellend. Ze willen het leren en meemaken. Het is nieuw, leuk en spannend tegelijk. Zo horen begeleiders weleens, als een buitenles wegens slecht weer afgelast wordt, dat kinderen tegen elkaar fluisteren: "Dan doen wij dat zaterdag toch zelf..." 
Vooral jongens zijn dol op dit soort avontuur in het groen. En als bijeffect is inmiddels ook aangetoond, dat met name jongens die geregeld in de natuur optrekken betere schoolprestaties leveren. Dit is overigens ook de reden waarom er steeds vaker gepleit wordt voor vergroening van schoolpleinen.

Ook verantwoordelijkheid van de ouders
Tot slot nog een opmerking van Prof. Elizabeth Dickinson (Chapel Hill): "NDD is niet zozeer het gevolg van te weinig tijd in de natuur, maar komt vaak door de onverschillige of zelfs angstige houding van de ouders."
Dan ligt er tegelijk een zware druk op het onderwijs, om kinderen die ervaring wel te bieden. Het voorbeeld van Weert laat zien dat kinderen dat erg fijn vinden en er wél bij varen. Juist die klassikale aanpak stimuleert het groepsgevoel en de wil om samen op ontdekkingsreis te gaan, bijgestaan door deskundige begeleiders. De natuur is niet eng, als je de weg weet en weet hoe je je moet gedragen is het juist fijn en ontspanning. 
Dat is in het verkeer net zo. Als je niet leert ermee om te gaan, ben je een gemakkelijk slachtoffer. Het verschil is dat het je in het verkeer in een fractie van een seconde kan overkomen en fouten maken in de natuur vaak pas na lange tijd rampzalige gevolgen kan hebben.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 8 juli 2016

Hoe schimmels bomen helpen CO2 te verminderen

In het artikel over fotosynthese heb ik beschreven hoe planten CO2  en water gebruiken om koolhydraten te maken. Daarmee dragen planten bij aan het verminderen van koolstofdioxide in de atmosfeer, zodat het met de opwarming van het klimaat niet nóg meer uit de hand loopt. De vraag is dan ook, kunnen planten méér CO2 opnemen en daardoor harder groeien? En hoe werkt dat dan? In de tuinbouw gebeurt dit toch ook? Hoe zou je dat op de natuur kunnen toepassen?

Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen zochten een antwoord en hielden daarvoor 83 verschillende studies tegen het licht. Conclusie: Planten groeien inderdaad beter met meer CO2, mits er ook voldoende stikstof aanwezig is. Maar daar hebben de planten wel de hulp van schimmels voor nodig. Meer bepaald, mycorrhiza schimmels. Die helpen namelijk de wortels bij het toegankelijk maken van water en meststoffen.

Alles in de natuur hangt met alles samen. Best complex en een hele uitdaging om het te begrijpen. In elk geval blijkt ook hier weer, dat voor bomen het bodemleven erg belangrijk is en dat dit vaak onderschat wordt. Begrijpelijk misschien, want wat onder de grond zit, zie je niet. Mensen zijn visueel ingesteld en dan springen stam en kroon van een boom het meest in het oog.

Symbiose
Planten (dus ook bomen) halen water, stikstof en mineralen uit de bodem. Dat is nodig voor hun stofwisseling. Daarvoor wordt samengewerkt met schimmels. De boom kan samenwerken met diverse soorten schimmels, want ze zijn niet allemaal overal even goed in. Ecto-mycorrhiza bijvoorbeeld zijn niet zo goed in het opnemen van fosfor, wel in stikstof. Bij arbusculaire mycorrhiza is dat juist andersom.

Hoe kunnen schimmels planten helpen
extra CO
2 te verwerken?

Esdoorns werken bij voorkeur samen met arbusculaire mycorrhiza. Beuken en eiken verkiezen ecto mycorrhiza. In uitzonderlijke situaties blijkt dat planten bij lage stikstof concentraties toch in staat zijn om te profiteren van extra CO2. Wetenschappers vroegen zich af hoe dit kon? Hier blijken juist de ecto-mycorrhiza een speciale rol te spelen. Bij arbusculaire mycorrhiza is dit effect niet vast te stellen.

De ecosystemen op het land nemen ongeveer 30% van door mensen geproduceerd CO2 op. Als de wetenschappers beter begrijpen hoe de symbiose met ecto-mycorrhiza werkt, is het misschien mogelijk om met hulp van deze schimmels dat percentage nog wat op te krikken.

Hoe dan ook, meer groene natuur is onmisbaar om de almaar stijgende CO2 concentraties af te remmen en de klimaat opwarming in bedwang te houden. Daar mag best een schepje bovenop.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 1 juli 2016

Welke planten kunnen je kamer zuiveren?

Deze blog besteedt aandacht aan de relatie groen (planten) en welzijn en gezondheid. En vaak gingen de artikelen over het groen buiten. We mogen echter niet de ogen sluiten voor de rol die planten binnenshuis hebben.
Gewoon thuis, in je woonkamer, maar ook op kantoor of de werkplaats.
Waar planten buiten vooral een rol spelen bij het filteren van fijnstof en gasvormige verontreinigingen, gaat het bij kamerplanten vooral om ongewenste gassen. Gassen die van nature in een gebouw aanwezig zijn, maar een slechte invloed hebben op ons presteren en onze gezondheid.
Spathiphyllum, erg veelzijdig
De NASA heeft met het oog op langdurige ruimtereizen onderzocht welke planten op dit vlak het beste presteren.
Er zijn diverse websites waar de resultaten van dit onderzoek besproken worden. Vaak zijn het plantenverkopers, waar je die kamerplanten ook direct kunt kopen.
Hier een korte weergave van wat NASA hierover gepubliceerd heeft.
Lees ook hoe planten het werkklimaat op kantoor verbeteren en de productiviteit helpen verhogen: e-book Bookboon.com

Spathiphyllum
Een bekende verschijning in woonkamers en kantoren is de Spathiphyllum, ook wel lepelplant genoemd. Deze plant uit de aronskelkfamilie zet je het beste in de halfschaduw. Hij doet het prima bij temperaturen tussen 15 en 23 graden. Deze plant komt in het Zuid-Amerikaanse regenwoud in het wild voor. Daarom houdt hij niet alleen van halfschaduw, maar ook van een vochtig klimaat.
De luchtfilter eigenschappen van Spathiphyllum zijn opmerkelijk. Uit het NASA lijstje is dit de meest veelzijdige plant. Hij filtert de volgende gassen uit de ruimte:
Aceton, methanol, ethylacetaat, benzeen, ammoniak, trichloorethyleen, formaldehyde en xyleen.

Phoenix roebelenii
Deze dwergdadelpalm kan tot 2,5 meter hoog worden. De fijn geveerde bladeren kunnen 1 meter lang worden. Je moet er dus wel de ruimte voor hebben. Oorspronkelijk komt deze palm uit Florida. Hoewel hij dadelpalm wordt genoemd, zijn de vruchten niet eetbaar.
Als luchtfilter pakt hij alleen xyleen aan.

Hedera helix
Beter bekend als klimop. Deze plant kennen we vooral als klimplant en soms ook wel als bodembedekker. De foto hiernaast is in mijn tuin gemaakt, waar de klimop ruim 23 vierkantemeter tuinmuur bedekt. Deze klimplant heeft een enorme groeikracht, dus de snoeischaar komt met enige regelmaat in actie.
Klimop
Buiten, tegen muren is de klimop een geweldige fijnstof filter. Tegen gebouwen groeiend is klimop ook een uitstekende isolator: in de zomer houdt hij zonnewarmte tegen en in de winter voorkomt hij warmte-uitstraling.
Binnenshuis wordt klimop vooral als gasfilter gewaardeerd. Hij filtert gassen als formaldehyde, trichloorethyleen en benzeen uit de lucht. Dit zijn typisch gassen die door meubels, kunststoffen en schoonmaakmiddelen in de ruimte komen.

Nephrolepis exaltata 
Bij het tuincentrum ook bekend als bostonvaren. Deze tropische varen wordt in meerdere variëteiten als kamerplant gekweekt. Hij kan tot een flinke bos uitgroeien en door het gerimpelde blad ziet het er volumineus uit.
De bostonvaren verwijdert formaldehyde uit je kamer.

Ficus macleilandii Alii 
Deze Aziatische plant is verwant aan de rubberbomen. Hij vraagt nogal wat leefruimte, maar kan met zijn langwerpige bladeren een drietal gassen effectief uit de ruimte filteren: Trichloorethyleen, benzeen en formaldehyde.
Daarnaast zal hij door verdamping via de bladeren het binnenklimaat op een aangenaam niveau houden.




Deze planten zorgen voor een aangenaam binnenklimaat en filteren schadelijke gassen uit de lucht.


Dracaena deremensis 
Deze Afrikaanse plant houdt van halfschaduw bij kamertemperatuur. Hij kan een behoorlijk volume krijgen en is daardoor in staat voor een goed binnenklimaat te zorgen. Wel opletten met huisdieren, hij is giftig voor honden en katten.
Deze dracaena filtert formaldehyde, trichloorethyleen en benzeen uit de lucht.

Ficus robusta 
Deze robuuste rubberplant met grote bladeren kan uitgroeien tot een heuse boom. Binnenshuis zal dat zo'n vaart niet lopen, maar tot het plafond haalt hij het met gemak in een paar jaren. Door zijn grote bladeren is de uitstoot van vocht redelijk groot, wat bijdraagt aan een aangenaam binnenklimaat. Verder rekent deze ficus alleen met formaldehyde af. 

Chamaedorea seifrizii 
De uit Centraal Amerika afkomstige "bamboe palm" kan eveneens een behoorlijk omvangrijke plant worden. Tot bijna 2 meter hoog. Je moet er dus wel de ruimte voor hebben.
Gassen die deze plant uit je kamer filter zijn formaldehyde, benzeen en trichloorethyleen. 

 Rhapis excelsa
 Deze bekende kamer palm komt oorspronkelijk uit Aziatische regenwouden. Die houdt dus ook van halfschaduw en voelt zich prima bij kamertemperatuur. 
Deze plant maakt korte metten met tolueen, formaldehyde, xyleen en ammonia.

Areca palm
Tot slot de areca, ook bekend als goudpalm. Een robuuste kamerpalm die de lucht schoon en vochtig houdt. Zijn roots liggen in Madagaskar. Hij houdt van veel licht, maar niet direct in de zon.  Heb je deze plant in huis of op kantoor staan, dan zorgt hij niet alleen voor voldoende luchtvochtigheid, maar filtert ook tolueen, benzeen, formaldehyde en trichloorethyleen uit de lucht.

Bromelia
Nu voegt de universiteit van New York ook de bromelia aan dit lijstje toe. Zes van de acht stoffen die het sick building syndroom veroorzaken worden door de bromelia uit de lucht gefilterd.

Met deze planten kun je dus het 'sick building syndroom' buiten de deur houden. Thuis is het goed uit te houden en doordat planten in het algemeen, maar deze soorten in het bijzonder, voor een aangename sfeer en gezonde lucht zorgen, ga je op het werk ook beter presteren. Een plantje op kantoor kan de arbeidsprestatie van werknemers tot 15% verbeteren. (meer lezen)
Een goede investering dus.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebook over dit onderwerp: https://www.bravenewbooks.nl/books/22063988