donderdag 21 april 2016

Hoe belangrijk zijn licht en donker voor planten?

Licht is voor planten van levensbelang. Licht is nodig om voedsel aan te maken en bepaalt mede de levenscyclus, de seizoenen en het dag-nachtritme. Het is een complex samenspel van chemische processen en de energie hiervoor komt van de stralingsenergie van licht. De grootste en meest natuurlijk lichtbron is de zon.
De grootste energiebron is het licht van de zon

Als plant optimaal groeien heeft dat effect op de gezondheid en het welzijn van mensen en andere dieren.

De zon bombardeert de aarde met een breed spectrum stralingsenergie. Een deel wordt in het bovenste deel van de atmosfeer en door het aardmagneetveld tegengehouden. Dit zijn de korte golflengten die schadelijk zijn. Vooral het zichtbare deel van het spectrum en de warmtestraling bereikt het aardoppervlak. Toch is niet het gehele spectrum van zichtbaar licht voor planten belangrijk. De fotosynthese, of koolstofassimilatie,  gebruikt maar bepaalde stralingsbereiken voor verschillende functies van de stofwisseling. En die is op zijn beurt weer afhankelijk van warmte. Er is een ideale temperatuur waarbij de stofwisseling in planten optimaal functioneert. Om het nog ingewikkelder te maken: dit is ook nog eens verschillend bij de diverse planten- en boomsoorten.

Lichtgevoeligheid
Hieronder een tabel van lichtkleuren en hun effect op planten.
Lichtkleur        Effect
UV-C                 Schadelijk, wordt in de atmosfeer geabsorbeerd (o.a. door ozon)
UV-B                 Beïnvloedt fotomorfogenese*
UV-A                 Stuurt fotomorfogenese*
Blauw (PAR)     Heeft invloed op fotosynthese en fotomorfogenese*
Groen (PAR)     Wordt weerkaatst
Rood (PAR)       Speelt een rol in fotosynthese, fotomorfogenese en fotoperiode*
Ver rood             Invloed op fotomorfogenese en fotoperiode*
Infrarood            Is vooral warmtestraling
Ver infrarood     Geen invloed, warmtestraling van de aarde zelf

Fotomorfogenese is het proces dat bepaalt hoe de plant er uit zal zien, de vorm, de kleur en de bloei. Dit is vastgelegd in de genen van de plant, maar het wordt door licht aangestuurd.
Fotoperiode betreft de levenscyclus van de plant, het dag-nachtritme en de seizoenen. In de stofwisseling van de plant wordt 24/7 het hormoon fytochroom aangemaakt. Overdag wordt dit hormoon door licht, het rode deel, weer afgebroken. De bloei van planten wordt aangestuurd als het fytochroom de overhand krijgt en dat gebeurt als de plant gedurende 12 uur of meer geen licht ontvangt. Planten die meer dan 12 uur per etmaal licht ontvangen zullen dus niet of minder bloeien.

Maakt het wat uit of een plant zonlicht of kunstlicht krijgt? Nee, dus. Licht is niets anders dan elektromagnetische straling en voor planten mag die ook uit kunstlicht bestaan. Tuinders maken hier gebruik van. Door te spelen met kleur, lichtintensiteit en licht/donkerritme sturen zij het groeiproces. In de openbare ruimte kan kunstlicht de fotoperiode cyclus nadelig beïnvloeden, dat wel.

Fotosynthese

Dit wordt ook wel koolstofassimilatie genoemd. De plant maakt met hulp van (zon)licht, water en koolstofdioxide (CO2) glucose en zuurstof. Glucose is een basisproduct waaruit de plant onder andere zetmeel en cellulose maakt. Daarnaast nog tal van andere stoffen, in combinatie mineralen en zouten die door de wortels, vaak met hulp van schimmels, uit de bodem worden gehaald. Denk bijvoorbeeld aan afweer- en signaalstoffen, kleurpigmenten en nectar in de bloemen. Zuurstof is een afvalproduct en wordt uitgestoten.

Licht is niets anders dan elektromagnetische straling en voor planten mag die ook
uit kunstlicht bestaan.

Fotosynthese is een ingewikkeld proces dat globaal in twee basisstappen verloopt: Lichtreactie en donkerreactie. Het schema geeft een beeld van wat er zich op moleculair niveau afspeelt.
Schema uit www.aljevragen.nl - fotosynthese

 Lichtreactie
In het blad bevindt zich chlorofyl, een molecuul dat de energie uit licht kan opvangen. Je zou het de stroomleverancier kunnen noemen. Als een lichtdeeltje (foton) op een chloroplast treft komen er twee elektronen vrij. Hierbij start een ketenreactie, waarbij twee stoffen worden gevormd: ATP en NADPH. ATP speelt de rol van energie-opslag. Tegelijk wordt ook het door de wortels aangevoerde water gesplitst is waterstof en zuurstof, waar ATP de energie voor levert. Zuurstof verlaat de plant via de kleine openingen aan de onderkant van het blad.
Donkerreactie
Met hulp van ATP als energiebron worden in de donkerreactie waterstof en NADPH omgezet in glucose (C6H12O6): het eindproduct.
Dit is een korte weergave van in totaal vijf afzonderlijke en met elkaar samenhangende chemische reacties. Het schema laat alle stappen in hun samenhang zien.


Kunstlicht

De vraag is nog wel of het inzetten van kunstlicht in de openbare ruimte invloed heeft op de bomen en andere planten. Om die vraag te beantwoorden moeten we kunstlicht in een breder verband zien. Bovendien zal het effect van licht op onnatuurlijke tijdstippen voor de ene soort positief zijn, voor de andere soort is het negatief. Dit fenomeen is al vele jaren onderwerp van wetenschappelijk onderzoek en nog steeds zijn niet alle vragen beantwoord.
Globaal kun je stellen dat feestverlichting met LED's weinig lichtopbrengst heeft. Enkelvoudige LED's zijn puntlichten, die vergelijkbaar zijn met de sterren. Helaas kunnen we in de meeste woongebieden door het kunstlicht steeds minder sterren zijn. Maar van nature zijn de nachten zelden helemaal donker: er is licht van de maan en de sterren.

Een verstorende invloed gaat er wel uit van straatverlichting, lichtreclame, de verlichting van gebouwen en installaties en assimilatieverlichting in tuinderskassen. Wat hiervan de invloed is, wordt het onderwerp van het volgende artikel in deze BLOG.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn (te koop via Bullseye Publishing)
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


of bij Bol / KOBO

vrijdag 15 april 2016

Bomen delen voedsel via zwammen

Dat de schimmeldraden van (mycorrhiza) zwammen in de bosbodem een belangrijke rol spelen in het leven van bomen was al bekend. We weten dat de paddenstoelen aan boomwortels mineralen als nitraten en fosfor leveren in ruil voor koolhydraten. Dit is een soort-afhankelijk proces: bepaalde paddenstoelen werken samen met bepaalde boomsoorten. Zoals de vliegenzwam hieronder vaak samenleeft met berken.
Vliegenzwam leeft vaak samen met berken.

Ook is inmiddels bekend dat de schimmeldraden in de bosbodem een uitgebreid communicatienetwerk vormen, waar de bomen in het bos op aangesloten zijn. Het Wood-Wide-Web zoals wetenschappers dit noemen. Dit communicatienetwerk stelt de bomen in staat informatie uit te wisselen over bedreigingen zoals vraat door insecten.

Recent is een Zwitsers onderzoek afgerond dat bij elkaar 5 jaar heeft geduurd. Daarbij ontdekten de wetenschappers, dat het schimmel-netwerk ook als een pijplijn dient om koolstof met elkaar te delen.
Dit onderzoek is op 14 april 2016 gepubliceerd.

...schimmeldraden in de bosbodem een uitgebreid communicatienetwerk vormen...

Samen delen
Op 45 meter hoogte werd in de kroon van Noorse sparren CO2 verspreid, dat met specifieke isotopen gelabeld was. Die isotopen stelden de onderzoekers in staat om de moleculen in de bomen terug te vinden. Bij het onderzoek keken ze vooral naar de haarwortels. Wat bleek? Ongeveer 40% van de koolstof die ze terugvonden in de wortels, was afkomstig van de buren. Er moet dus ondergronds uitwisseling hebben plaatsgevonden. Dat bleek dus via de schimmeldraden te gaan. Bomen delen de uit de lucht opgevangen koolstof dus met hun buren. Dat kunnen trouwens ook andere soorten zijn, Bij dit delen blijken bomen dus heel sociaal te zijn en niet te discrimineren.

De onderzoekers schatten op basis van de cijfers, dat per hectare jaarlijks zo'n 280 kilo koolstof ondergronds verdeeld wordt. Dit komt neer op 4% van de koolstof die in die periode uit de lucht wordt gehaald. Dit verschijnsel lijkt ook te kunnen verklaren hoe een bos in moeilijke omstandigheden, zoals extreme droogte, weet te overleven. Dit verklaart ook waarom solitaire bomen kwetsbaar zijn en vaak korter leven. Dit pleit ervoor om bomen steeds in groepen te planten.
Overleven is gewoon een kwestie van elkaar helpen, als het effe tegenzit.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 14 april 2016

Boswachter vertelt over het geheime leven van bomen

Je hoeft geen bomenknuffelaar te zijn om te weten dat bomen bijzondere wezens zijn. Eeuwen geleden beseften de mensen hoe belangrijk bomen zijn voor het leven op onze planeet. Bomen werden zelfs als heiligen vereerd. Tegenwoordig weten de meeste mensen het verschil niet tussen een beuk en een eik en nemen hun aanwezigheid voor lief. Of erger, men beklaagt zich over overlast. De schaduw verhindert zonnen in de tuin en de blaadjes vervuilen het zwembad.

Boswachter/schrijver Peter Wohlleben
De Duitse boswachter Peter Wohlleben trekt zich het lot van de bomen aan. Hij beheert een 1200 ha groot bos dat geheel tegen de regels in, geen geld verdient met houtproductie. Er wordt verdiend aan excursies en adviezen aan  boseigenaren en lokale overheden. Bovendien is het bos beschikbaar als natuurbegraafplaats. Hij heeft zelf ook een plek gereserveerd: "Wat is er mooier dan na je dood gewoon weer onderdeel van de natuur te worden."

In zijn boek "Het verborgen leven van bomen" vertelt hij op beeldende wijze hoe bomen een sociaal leven onderhouden. Hoe zij communiceren met chemische stoffen en elekto-magnetische straling. Hoe ze gebruik maken van het netwerk van schimmels en zwammen in de bosbodem. Hoe zij hun jongen opvoeden en beschermen. Hoe zij respectvol elkaar de ruimte geven. Hoe handig zij gebruik maken van hulptroepen in de insectenwereld.

De natuur weet het beste hoe alles met alles samenhangt...

Ook Peter Wohlleben is geen bomenknuffelaar. Wat hij vertelt over het verborgen leven van de bomen is in de wetenschap reeds lang bekend en onderzocht. Ook Wohlleben velt wel eens een boom, omdat het niet anders kan. Wel met respect voor een bijzonder wezen, dat een goed leven heeft gehad in zijn domein. Verder laat hij de natuur zijn gang gaan. De natuur "weet" het beste hoe alles met alles samenhangt en stemt dit naadloos op elkaar af. Zodra de mens ingrijpt gaat het fout. Dat zien we bijvoorbeeld bij stadsbomen in parken en langs de wegen. Die zijn mentaal en fysiek gehandicapt en leven doorgaans veel korter dan hun soortgenoten in een natuurlijk beheerd bos. Zie in dit kader ook het artikel over bomen die koolstof met elkaar delen.

Wil je meer lezen over "het verborgen leven van bomen", dan kun je boek nu ook in het Nederlands kopen. Het is onder andere te koop bij Bruna ( € 19,99). Peter Wohlleben heeft ook aan heel veel televisieproducties meegewerkt en die vind je bijna allemaal op Youtube, bijvoorbeeld deze: Interview Peter Wohlleben .

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 7 april 2016

Kunnen bomen hittestress voorkomen?

Het is april en het duurt nog maar een paar maanden, voordat het weerbericht temperaturen van rond de 30 graden voorspelt. Die voorspelling is gebaseerd op metingen op gecontroleerde plekken op het platteland. Door het hitte-eilandeffect zal het in de steden dan gemiddeld 5 graden warmer zijn. Dat geeft hittestress en dit verschijnsel heeft in de afgelopen jaren mensenlevens gekost. Kun je dit voorkomen? Jawel. Maar het slechte nieuws is, dat dit niet in een paar dagen te realiseren valt. Je hebt namelijk redelijk forse bomen nodig. Rondom volwassen bomen is de temperatuur gemiddeld 5 graden lager.
Hier blijft het in de zomer veel koeler.

Het beste is een mix van hoog en laag groen op plekken met een omvang van minimaal een halve hectare. Dan straalt de verkoeling ook naar de omgeving af. Ook laanbomen kunnen soelaas bieden. Een enkele boom heeft alleen een verkoelend effect in zijn directe omgeving. Het is om die reden bij bomenkap belangrijk te overwegingen welke gevolgen dit zal hebben bij hittestress. Herstellen door herplanten levert pas na tientallen jaren resultaat op. Wil je daar op wachten?

Hittestress leidt tot verstoorde slaap, wat direct effect heeft op het afweersysteem. Mensen zijn sneller ziek, functioneren slechter, ze worden loom en lui. Economisch gevolg: de arbeidsproductiviteit holt achteruit. Ouderen en mensen met overgewicht lopen zelfs verhoogd risico om te overlijden. Een serieus probleem waarvoor een simpel middel bestaat: meer groen in de steden.

Onder de grond
Dat bomen in staat zijn evenveel verkoeling te bieden als 10 airco's (20-30 kW) heeft alles te maken met hun waterverbruik. Voor een deel ook door de schaduwwerking, maar verdamping heeft het grootste effect op de omgevingswarmte. Doordat in steden de temperatuur gemiddeld 5 graden hoger ligt, bestaat het gevaar dat bomen ook zullen lijden aan droogtestress. Het is om die reden dan ook van groot belang, dat bomen over voldoende (grond)water kunnen beschikken. Alleen op die manier functioneert het systeem en blijft de boom gezond en de omgeving koel.
Natuurlijk moet de boom ook over voldoende voeding kunnen beschikken. Geef de wortels de ruimte, dat is net zo belangrijk als de ruimte die bovengronds nodig is voor de kroon. Zorg dat water rondom bomen gemakkelijk kan infiltreren. Breng lage beplanting aan, gras of liever lage struiken, die water langer vasthouden. Als verharding rondom bomen niet te vermijden is, gebruik van klinkers of kleine tegels. Liefst geen asfalt, want dat bevordert de afvoer van water naar het riool en kan juist daar weer voor problemen zorgen.

Hittestress leidt tot verstoorde slaap, wat direct effect heeft op het afweersysteem.

In warme zomers kunnen forse regenbuien ontstaan, waar de stedelijke afwatering soms veel moeite mee heeft. Door voldoende groen, en vooral bomen in te zetten ontstaat een waterbuffer, die helpt de afvoer te reguleren. In het groen wordt water gemakkelijk vastgehouden. Dat bevordert de verdamping. Ook wortels nemen veel water op. Volwassen bomen verbruiken tot wel 300 liter water op een warme zomerdag. Bij Populieren is dat liefst 1500 liter. Bomen kunnen dus een actieve rol spelen bij het watermanagement in de steden.

Monoculturen zijn nooit goed en leiden vaak tot verhoogde risico's op ziekten. Dit geldt dus ook voor de inzet van bomen in de steden. Het is daarom verstandig om in parken en lanen verschillende boomsoorten door elkaar toe te passen. Dat moeten wel sterke, droogte- en warmtetolerante bomen zijn. Wetenschappers hebben uitgezocht welke soorten hiervoor in aanmerking komen. Hier een paar soorten, die op dit lijstje staan: Esdoorn, Gewone Es, Robinia en Linde. Op www.straatbomen.nl vind je het hele verhaal.

Het dak op
Niet alleen bomen helpen tegen hittestress. Het effect van bomen is wel het grootste, maar ook groenbedekking van daken verlaagt de stedelijke hitte. Als 1% van de daken beplant is, scheelt dat 0,06 graad in de omgevingstemperatuur. Bovendien scheelt het merkbaar in het gebouw zelf. De isolerende werking van een groen dak scheelt bovendien in de kosten voor het binnenklimaat.

Hetzelfde geldt voor gevelbeplanting. Klimop en klimhortencia, om maar een paar te noemen, verfraaien de gevels niet alleen, ze isoleren ook de achterliggende muur. Verdamping via de bladeren verlaagt de omgevingstemperatuur. Bovendien blijkt uit onderzoek in steden als Gent, dat deze gevelbegroeiing ook helpt fijnstof te verminderen.

Tot slot nog dit: Met meer groen in de steden bevorder je de biodiversiteit. Vergeet niet dat de mens niet boven de natuur staat, maar er een onderdeel van is. Wij zijn als mensen dus een deel van de biodiversiteit en in ons voortbestaan en welzijn mede afhankelijk van andere soorten, zowel planten en dieren als schimmels en bacteriën. Alles hangt met alles samen. In een gezonde leefomgeving vinden vele soorten een duurzaam bestaan. Er heerst een gecontroleerde chaos.
Een stad van aangeveegd beton is als een gevangenis, waar niemand zich thuis voelt en sociale veiligheid geen rol speelt.

Houd je hoofd koel, plant een boom.
Als de hitte extreem en langdurig is kunnen bomen echter zelf in de problemen komen. Wanneer via de bladeren meer water wordt verdampt dan de wortels kunnen leveren kunnen er luchtbellen in de houtvaten ontstaan (embolie) wat voor de bomen net zo gevaarlijk is als voor mensen. Zorg voor voldoende water.


Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

of via Bol / KOBO (gratis voor KOBO Plus)


woensdag 30 maart 2016

Hoe zorgen bomen dat je snel beter wordt?

Het effect van groen in je leefomgeving is, dat je minder stress ervaart, gezonder leeft en sneller beter wordt als je ziek bent. Daar is voldoende bewijs voor en dit wordt ook in de zorgsector algemeen erkend. Toch zie je dat dit met name in ziekenhuizen betrekkelijk weinig tot vergroening leidt. Hoe komt dat?
Deze vraag kun je ook uitbreiden met de volgende vraag: "Leidt meer groen tot meer gezondheid en snellere genezing? En welke gevolgen heeft dit voor de zorgkosten?"
Om wat voor groen gaat het dan: perkplanten, kamerplanten, struiken, bomen? Bomen hebben de grootste impact, maar zijn die overal in te passen?
Reinier de Graaf ziekenhuis

Om antwoorden op die vragen te krijgen loopt er tot 2019 een onderzoeksproject, dat geleid wordt vanuit de Vrije Universiteit Amsterdam: "Groene Gezonde Ziekenhuizen". Aan dit onderzoek doen vijf Nederlandse ziekenhuizen mee. Onder andere het Reinier de Graafziekenhuis, waarvan we de foto hiernaast, mogen gebruiken.
Ook het IVN is bij dit project betrokken.

Groene interventie
Door groen voelen patiënten minder stress. Dat staat wel vast. Daardoor genezen ze sneller en ook is duidelijk dat de behoefte aan pijnmedicatie lager is. Mensen kunnen sneller naar huis. Kan het zo zijn, dat je met méér groen mensen nog sneller beter maakt? En hoe ligt die relatie dan? En waar ligt de grens?

Voorlopig is de conclusie, dat er maar weinig groen of zicht op groen nodig is om zo'n effect te bereiken. Vaak volstaat ook een mooie poster of fotobehang van een landschap of park. Dat roept de vraag op: is het dan de kleur groen? Waarschijnlijk speelt de kleur wel een grote rol, maar mogelijk is het ook de gecontroleerde chaos van groentinten, die dit effect op mensen heeft. Misschien zit het effect dieper in ons brein verscholen.
Voordat ziekenhuizen massaal in groen investeren, zal het onderzoek antwoorden moeten geven op deze en vele andere vragen.

Door groen voelen patiënten minder stress, genezen sneller en gebruiken minder pijnmedicatie....

Als we kijken naar onderzoek dat is gedaan naar het effect van groen op onze arbeidsproductiviteit mogen we stellen dat er maar een beetje groen  ofwel Vitamine G  (Jolanda Maas, 2009) voor nodig is. Die vergelijking is treffend, omdat we voor een optimaal effect ook maar weinig (echte) vitaminen nodig hebben. Soms is een overdaad zelfs schadelijk.
Voor een verhoogde arbeidsproductiviteit volstaat doorgaans een plantje op je bureau. Uit een internationale onderzoek blijkt dat dit leidt tot gemiddeld 15% hogere arbeidsproductiviteit. Het plantje zorgt voor stressreductie, waardoor werknemers minder vaak ziek zijn, socialer met elkaar omgaan, creatiever denken en geconcentreerder kunnen werken. Eerlijkheidshalve moeten we daarbij aangeven, dat dit effect niet voor iedereen hetzelfde is. Vandaar dat de uitkomsten van dit onderzoek over gemiddelden gaat.


Projecteer je deze gegevens op de gezondheidszorg, dan moeten we allereerst vaststellen, dat een ziekenhuis, of een verzorgingscentrum, ook gewoon een werkplek is. Groen zorgt dus ook voor meer arbeidsproductiviteit bij zorgmedewerkers. Dat is de eerste winst.
Nu nog een prijskaartje proberen te hangen aan het groeneffect op patiënten.  Dat is niet eenvoudig, maar zeker de moeite waard. De verwachting is dat er enorme besparingen te realiseren zijn.
In de zorg snijdt het 'groenmes' aan twee kanten. Lagere kosten en een hogere output. Op termijn moet dit effect hebben op onze zorgpolis. Tenminste, dat hoop ik,..... met een knipoog naar het plantje op mijn bureau.


Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 18 maart 2016

Hoe belangrijk zijn bomen voor andere soorten?

Bomen bieden voedsel, rust- en broedplaatsen aan talloze dieren. Daarnaast zijn ook verschillende planten en micro-organismen in hun voortbestaan afhankelijk van bomen. Vaak is er een relatie met één boomsoort, wat deze microwereld erg kwetsbaar maakt. De voorbeelden zijn eindeloos en daarom beperk ik me in dit artikel tot eiken en hun relaties. Ik laat me daarbij inspireren door de Nederlandse oecologische FLORA, wilde planten en hun relaties. Een uit zes boeken bestaand werk, dat ik u zeker kan aanbevelen.
Talloze dieren en andere wezens leven van en op bomen.

Om te beginnen een juridische kanttekening. Het feit dat bomen voedsel, rust- en broedplaatsen bieden aan talloze dieren, betekent dat zulke bomen wettelijk beschermd zijn. Als zo'n relatie bestaat, mag de betreffende boom niet gekapt worden. Sterker, er mogen geen verstorende activiteiten plaatsvinden. Tenzij de veiligheid expliciet in gevaar is.

Laten we als eerste een 'eikenbewoner' nemen, die we kunnen missen als kiespijn, dan hebben we dat al vast gehad: de eikenprocessierups. Dit is een zogenaamde invasieve soort, die ons land ging bewonen als gevolg van de klimaatverandering. Helaas worden veel kosten gemaakt om dit diertje te bestrijden, zodat z'n hinderlijke brandharen onze gezondheid niet, of zo min mogelijk belasten. Helaas, omdat we de bestrijding niet meer aan de natuur zelf kunnen overlaten. Door het gebruik van insecticiden hebben wij mensen namelijk de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups uitgeroeid. Het goede nieuws is, dat zich inmiddels een schimmeltje ontwikkelt dat deze rups ook wel lust.

Wat maakt eiken voor andere wezens zo belangrijk als voedselplant en leefgebied?  Zoals bij alle bomen bieden de wortels levensvoorwaarden voor talrijke insecten en schimmels, het bodemleven. Daarnaast zijn de schors, de bladeren en de vruchten belangrijke voedselbronnen. De stam en de takkenstructuur op hun beurt bieden een beschermde plek om te rusten en om nesten te bouwen.
Welke soorten profiteren hiervan?

De boom als mini-biotoop

De schors van eiken is ruw en voedselarm. Dat geeft overlevingskansen aan korstmossen. Zeker als de boom in een omgeving met schone lucht staat. Zo vormen korstmossen een indicator voor de mate van luchtvervuiling. Op eiken groeien verschillende soorten korstmossen.

Een heel leger van zwammen is van eiken afhankelijk, en de eik op zijn beurt profiteert van hun aanwezigheid. Dat zijn vooral soorten uit de families van amenieten, melkzammen en ridderzwammen. Door verzuring worden deze zwammen bedreigd, vooral op arme zandgronden. Dat is dan weer nadelig voor de eiken zelf, waarvan alarmerend veel bomen afsterven. Medio 2016 zien bosbeheerders zo'n 40% van de eiken op de zandgronden dood gaan.
Dit is dan weer een kans voor parasieten als de felrode biefstukzam en de doolhofzwam. In de natuur is de één zijn dood, de ander zijn brood. Dode bomen zijn ook voedsel voor talrijke insecten. En waar veel insecten leven is voedsel voor vogels en diverse zoogdieren. Er gaat in de natuur niets verloren.

Mede door de klimaatverandering zien we hier ook de eikenmeeldauw, die de bladeren en twijgen aantast. Bladeren sterven vroegtijdig af en twijgen verhouten niet, zodat ze in de winter bevriezen. Deze meeldauw staat echter op het menu van het 22-stippelig lieveheersbeestje.

Andere insecten leggen eitjes in de bladeren of takjes. Dat zijn onder andere galwespen, die de bekende gallen veroorzaken. En dan zijn er weer wespen die leven van de larven in die gallen.

De groene eikenbladroller is een vlindertje dat eveneens van eiken leeft. Hij gebruikt het eikenblad niet alleen als veilige verblijfplaats, maar smult er ook van. Soms vormen ze een plaag en vreten ze complete eikenbossen kaal. Maar dat is dan ook weer feest voor sluipwespen en insectenetende vogels.

Als bomen worden aangevreten verspreiden ze feromonen, waarmee ze andere bomen alarmeren. Die reageren dan door hun soortspecifieke afweerstoffen aan te maken. (Bij eiken zijn dat vooral tannines.) Zo zijn er bijvoorbeeld methyl-verbindingen die tevens chemische aanwijzingen bevatten van de 'boosdoener'. Daarmee roepen de bomen de hulp in van roofinsecten, die de schadelijke insecten op het menu hebben staan. Dit toont weer eens hoe subtiel alles met alles samenhangt.

Een zeldzaamheid is het vliegend hert, de grootste keversoort in ons land. Deze kan alleen in oude eikenbossen overleven. Ze leggen hun eitjes in oude en afgestorven eikenstammen. Andere keversoorten zijn bijvoorbeeld de eikelboorder. Een snuitkever die tuk op eikels is. Verder leven er op eiken nog enkele snuittorren die het vooral op de bladeren gemunt hebben. Waar veel insecten leven zie je ook veel vogels.

Gaaien zijn anders, die moeten het vooral van de eikels hebben, die ze in het bos verstoppen en vaak niet meer terugvinden. Zo dragen ze bij aan de verjonging van het eikenbos. Eikels zijn ook voedsel voor diverse soorten zoogdieren. Denk aan eekhoorns en everzwijnen.

Bomen bieden met hun stam en takkenstructuur een beschermd leefmilieu voor tal van dieren. Eiken maken daar geen uitzondering op. Op takken en in holten kunnen vogels hun nesten maken. Holten die naar boven toe, zogezegd het plafond, uithollen, zijn geschikte rustplaatsen voor vleermuizen. En vleermuizen helpen ons van lastige insecten af.

De bodem rondom een eik kent een rijk ondergronds leven. De bladeren vergaan en voeden de bodem. Wormen en andere bodemdiertjes profiteren daarvan. Dat op zijn beurt is weer gunstig voor de boom zelf, omdat zo de grond luchtig blijft. Dat is belangrijk voor de wortels. Het zorgt tevens voor een soepele infiltratie van overtollig regenwater. Zo heeft de boom een buffer aan grondwater, wat tevens een belangrijke bron voor ons drinkwater is. Een volwassen eik lust op een warme zomerdag tot wel 300 liter water.

De boom biedt schaduw en verkoeling. In zijn directe omgeving zullen bepaalde planten beter gedijen dan op zonovergoten plekken. Dit betreft soorten die zonder beschutting van de boom niet kunnen groeien of door andere planten overwoekerd worden. Dat zijn dan weer waardplanten voor specifieke insecten, zoals vlinders. Bovendien vermindert die verkoeling ook hittestress bij mensen.

In de natuur hangt alles met alles samen en bomen vervullen daarin een sleutelrol. Er is een boomsoort die "Levensboom" wordt genoemd, maar die naam past eigenlijk bij alle bomen. Een boom is dus meer dan een decoratief element. Mede door de bomen is leven op aarde mogelijk.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Ontvang een notificatie van nieuwe publicaties door rechtsboven je e-mail in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.



vrijdag 11 maart 2016

Stel dat... de fotosynthese morgen stopt

Die vraag hebben wetenschappers zich ook gesteld en de uitkomst van hun berekeningen was: dan is er over 300 jaar geen zuurstof meer. Nu zullen velen denken, dat zal zo'n vaart niet lopen. En dat de 3 biljoen bomen die op aarde staan, wel zuurstof blijven produceren. Dat klopt maar voor een deel. Natuurlijk, zul je zeggen, de andere planten en struiken tellen ook mee. Dan nog is het niet voldoende. Bovendien verdwijnen er jaarlijks 75 miljoen bomen door kap, ouderdom en natuurgeweld. Echter, het merendeel van onze zuurstof wordt door algen, met name in de oceanen geproduceerd.
Ons genetisch materiaal
Daarom is het van groot belang, dat we niet alleen de lucht, maar ook de oceanen schoon houden.

Nu hoeven we niet direct te vrezen, dat het groen zo snel ophoudt met zuurstof maken. Zolang er CO2, zonlicht en water beschikbaar is, blijft dat gewoon doorgaan. Een verminderde zuurstofproductie, of verdringing door vervuilende stoffen,  is echter wel een reëel scenario. Het zuurstofgehalte kan enkele procenten dalen. En daar schuilt een andere vorm van bedreiging in. Wetenschappers hebben ontdekt dat we bij een lager zuurstofgehalte sneller verouderen. De aftakeling begint dan al vóór de geboorte.

In een laboratoriumtest werden zwangere ratten blootgesteld aan een lager zuurstofgehalte. Een controlegroep bracht de jongen normaal ter wereld.  Bij de groep met zuurstoftekort stelde men vast, dat de jongen aanmerkelijk korter leefden. De aftakeling begon al in de baarmoeder.

Wetenschappers hebben ontdekt dat we bij een lager zuurstofgehalte sneller verouderen.

De reden was, dat het normale aftakelingsproces niet gecorrigeerd werd. Op de uiteinden van de chromosomen zitten telomeren, die als een rij knopen de uiteinden gesloten houden. Bij iedere celdeling verdwijnen er enkele telomeren. Maar het enzym telomerase herstelt dit gedeeltelijk. Met de jaren neemt de activiteit van dit enzym af, zodat er geleidelijk steeds minder telomeren op het erfelijk materiaal overblijven. Dit is een normaal verouderingsproces. Bij zuurstof tekort hapert het herstel. De veroudering versnelt.

Antioxidanten

Vervolgens gaven de wetenschappers de moederratten in een zuurstofarme omgeving, en later ook hun jongen, extra antioxidanten te eten. Toen bleek dat het herstellend vermogen van telomerase weer toenam en het verouderingsproces normaal verliep.
Aangezien planten de belangrijkste leverancier van veel antioxidanten zijn, is het ook belangrijk dat op moeder aarde altijd groene planten aanwezig zijn. Niet alleen voor de productie van zuurstof. Ook als gezonde voeding. We moeten het groen koesteren.

Voorlopig is de fotosynthese niet in gevaar en kunnen we gerust ademhalen. Maar dat is niet overal op aarde zonder gevaar. Wereldwijd sterven jaarlijks 5,52 miljoen mensen als gevolg van slechte kwaliteit van de lucht. Ruim 3,5 miljard mensen leven in gebieden met slechte luchtkwaliteit. Dat gaat nog wel even door.

Uit een recent onderzoek (Universiteit Hasselt / Maastricht) blijkt, dat ook luchtvervuiling zorgt voor een lager geboortegewicht, doordat al tijdens de zwangerschap tot 5,3% minder telomeren ontwikkelen. Je begint je leven dus al met een achterstand. (lees meer)

Footprint

Middels talloze pilots hebben wetenschappers aangetoond, dat meer groen in de leefomgeving de gevolgen van luchtvervuiling voor een belangrijk deel kan verzachten. We kunnen natuurlijk pleiten voor minder vervuiling, maar helaas werkt dat zo niet. Zeker niet in de landen en steden waar dit probleem het grootst is. Dit zijn de gevolgen van economische ontwikkeling, die voor steeds meer wereldburgers bereikbaar wordt. Dat is zorgelijk, aangezien daarmee de ecologische voetafdruk toeneemt. De aarde wordt te klein. Wij Nederlanders (en Belgen) leven ook op een te grote voet: wel 3,5 keer groter dan ons grondgebied kan dragen.  Op termijn is dat niet houdbaar.

De goede kant van economische en technologische ontwikkeling is, dat er steeds meer mogelijkheden ontstaan, die ons helpen die 'footprint' te verkleinen. Die kansen moeten we grijpen en zo andere volkeren laten zien, dat het mogelijk is. Dat zal niet van vandaag op morgen te realiseren zijn. We kunnen er wél vandaag al mee beginnen. Op de eerste plaats het groen in onze leefomgeving koesteren. En vervolgens zorgen voor duurzame energie (elektriciteit). Bedenk dan wel, dat veel duurzame energiebronnen dat in essentie helemaal niet zijn. De productie van windmolens, zonnepanelen en batterijen vervuilt het milieu in sterke mate. En dat juist in die gebieden, waar het toch al slecht met de lucht- en waterkwaliteit gesteld is.
Moeder aarde snakt naar goede oplossingen.




Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.