zondag 24 maart 2019

Kunnen we met korter douchen de wereld redden?

Wij, in het rijke westen, springen te kwistig om met water. We worden daarom aangespoord om korter te douchen en tijdens tanden poetsen de kraan niet te laten lopen. Maar lossen we daarmee het dreigend water tekort op? In een interview in NEMO Kennislink is professor Arjen Hoekstra van Universiteit Twente daar heel duidelijk over: Korter douchen is zeker niet verkeerd, maar wat je daarmee uitspaart is minder dan een druppel op een gloeiende plaat. Dit is vooral zinvol om te besparen op energie voor de verwarming van dat water. Wil je echt iets doen om water te besparen, begin dan bij je boodschappen.
Ook de natuur heeft water nodig. Foto: Pixabay

Volgens Hoekstra en veel andere specialisten in watermanagement droogt de natuur langzaam om. Op wereldschaal wordt meer water verbruikt dan er duurzaam beschikbaar is. Om dat in kaart te brengen heeft hij al in 2002 de tool Watervoetafdruk ontwikkeld. Daarmee bereken je het waterverbruik van een volledig commerciële keten, een productsoort, landen en continenten. En de uitkomsten zijn reden tot zorg.

In het traditionele waterbeheer wordt rekening gehouden met huishoudens, overheden, bedrijven en de landbouw. Men gaat voorbij aan andere factoren die water uit de circulatie halen. Denk aan vervuiling, logistiek en de natuur. De enige hernieuwbare bron van zoet water is regen en daarvan gaat liefst 75% naar de natuur. Dat is nodig als we op termijn niet in de problemen willen komen door waterschaarste. Regen valt op plaatsen en op momenten dat we het niet nodig hebben. Soms is het zelfs zo overtollig, dat het tot problemen en overlast leidt. De natuur is dan de buffer waar we op momenten van acute schaarste uit kunnen putten. Maar de natuur droogt langzaam op en daarmee ook de buffer.

Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk een wel 20 keer (kort) douchen.

Een praktisch voorbeeld: in Iran ligt een groot meer dat water levert voor de lokale pistache productie. Maar die productie is flink opgevoerd terwijl de aanvoer van water naar het meer stagneert. Droogte bedreigt nu de voor deze regio zo belangrijke pistache plantages.

Daarbij komt ook dat veel water op een plek verbruikt wordt, terwijl de opbrengst daarvan naar andere delen van de wereld gaat. Denk aan veevoeders uit Zuid-Amerika voor onze varkens, koeien en kippen. Dat leidt hier tot een mestoverschot. Of de sperzieboontjes uit Kenia, die u in onze supermarkt koopt. In het droge Kenia wordt schaars en kostbaar water verbruikt voor producten die tegen bodemprijzen aan het Westen verkocht worden.
Daar komt bij dat voor dit doel vaak bossen worden gekapt, waardoor het plaatselijk klimaat verandert (opwarmt) en bodemerosie toeneemt. Ook de capaciteit om regenwater lokaal te bufferen neemt af, waardoor de kans op droogte groter wordt.

Van de totale neerslag is maar een fractie beschikbaar
Van het totale wereldwijde waterverbruik gaat ruim 40% naar de veehouderij: Zuivel, vlees, eieren. Zo'n 42% naar landbouw, 13% naar de industrie en slechts 1% als drinkwater naar het huishouden. Door een dag geen vlees te eten bespaar je 1000 liter water in die keten, dat staat gelijk aan wel 20 keer (kort) douchen. Al dat overige water werd gebruikt voor de producten in je koelkast.

Dit waterverbruik is echter maar een fractie van wat er aan regen valt. Een deel van die neerslag verdampt en een ander deel stroomt weg naar rivieren of zakt in de bodem. Van het deel dat in de bodem zakt wordt een deel opgenomen door planten, waarvan een groot deel ook verdampt. Van de totale neerslag blijft uiteindelijk 20-25% beschikbaar voor ons mensen en onze dieren. Daar moeten we het mee doen. En omdat de regen niet op commando valt op momenten dat we het nodig hebben leidt dat periodiek en plaatselijk tot schaarste. Oogsten mislukken en bomen sterven aan droogtestress. Door de klimaatverandering valt steeds vaker extreem veel regen in één keer, waardoor dit tot overlast leidt en heel veel water dat wegstroomt zonder dat de natuur de kans krijgt het te bufferen. Los van de schade die wateroverlast veroorzaakt, leidt dat paradoxaal genoeg uiteindelijk ook tot water schaarste.

Doe je boodschappen met gezond verstand
Hoe kunnen we ons aanpassen om verantwoord met water om te gaan? Op de eerste plaats door minder vlees en zuivelproducten te eten. Maar ook door geen landbouwproducten te kopen die uit droge gebieden komen. Bijvoorbeeld cacaoproducten en amandelen of pistache noten. Voor de meeste andere producten is dat niet zo duidelijk. Dat kan per seizoen verschillen. Dan is het bij boodschappen doen vooral een kwestie van gezond verstand. En probeer voedselverspilling zoveel mogelijk te voorkomen, Om die producten te maken werd namelijk al duizenden liters water gebruikt en het is zonde als dat voor niets is geweest.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


zondag 27 januari 2019

Waarom we blij moeten zijn met wolven

Opnieuw wil ik een lans breken voor wolven. Vooral nu het er steeds meer op lijkt dat er zich meerdere wolven in Nederlandse Belgische natuurgebieden hebben gevestigd. Nu klinken er pleidooien om die wolven vooral af te schieten, zodat ze zich niet blijvend kunnen vestigen. Wie heeft daar baat bij? Niemand, ook niet degenen die zo graag willen schieten.
Foto Pixabay.

 Wel voor hun prooidieren, namelijk hoofdzakelijk herten, reeën en everzwijnen. De wolven zullen zich met name in de gebieden vestigen waar deze dieren veel voorkomen. Dat is goed nieuws voor landbouwers in die streken. Door de wolven verandert het gedrag van die dieren en zal de wildschade aan landbouwpercelen aanzienlijk afnemen. Wolven zijn ook goed nieuws voor bosbouw, de bossen zullen minder lijden onder vraat van groot wild omdat die dieren zich meer in het gebied verspreiden.

Niets te vrezen

Veehouders zouden hun dieren op een effectieve manier moeten beschermen. Met en stevig hek, naar binnen halen of grote getrainde honden bij de kudde laten. En bedenk tevens, dat het vooral jonge, nog zwervende wolven zijn, die zich aan schapen in de wei vergrijpen. En.... los lopende honden vormen een groter probleem. Dat is een gevolg van hun jacht instinct: zodra prooidieren in paniek gaan rondrennen zetten ze de achtervolging is. Daarom worden de doodgebeten schapen niet opgegeten. Dit probleem komt vaker met loslopende honden voor, die maken jaarlijks duizenden slachtoffers. Gevestigde wolven doden om te eten, hun voorkeur gaat uit naar het wild in het bos. OK, af en toe zal er misschien toch een schaap sneuvelen, maar dat kan met gerichte bescherming worden voorkomen. Bovendien wordt die schade uit het Faunafonds vergoed. Als honden aan het werk waren, wordt de schade niet vergoed en daar klaagt niemand over.

Recent moest een Duitse jager een wolf doodschieten, omdat die tijdens een drijfjacht op herten zijn honden aanviel. Kun je het de wolf kwalijk nemen dat hij die honden als concurrent zag? Over jagers gesproken, ook zij hoeven de komst van de wolf niet te vrezen. Wolven verschalken niet zoveel herten, reeën en everzwijnen dat er niets meer overblijft voor de jacht. Ja, het zal wat moeilijk worden om dat wild te vinden, want door de wolf verandert hun gedrag. Ze worden voorzichtiger en leven meer teruggetrokken in de bescherming van de bossen. Jagers zullen er wat meer moeite voor moeten doen, wat hun 'sport' alleen maar uitdagender en interessanter maakt.

De natuur vaart er wel bij

Ook de natuur en de biodiversiteit als geheel varen er wel bij, als wolven zich vestigen. Hun prooidieren richten namelijk in de natuur nogal wat schade aan. Dat verandert als er grote roofdieren zoals wolven in de buurt zijn. De vegetatie kan zich dan herstellen en zo wordt het weer een aantrekkelijke biotoop voor planten en kleinere dieren, zoals insecten en vogels.
Wandelaars in de natuur hoeven de wolf evenmin te vrezen. Het dier is erg schuw en opereert vooral 's nachts. Je mag echt van geluk spreken als je tijdens een wandeling op de Veluwe een wolf te zien krijgt. En als dat dan toch gebeurt willen de specialisten graag dat je het even meldt.
En ook belangrijk: in de natuur HONDEN AAN DE LIJN!

Zie ook: https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/leuvenumse-bossen/nieuws/minister-komst-wolf-aanwinst-voor-natuur

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 17 januari 2019

Kunnen bossen het klimaat redden?

Als we het debat over verduurzaming en het klimaat volgen, merken we op dat het vooral over technologische inzichten en oplossingen gaat. Kern van al dat gepraat is echter, dat we met z'n allen het CO2 gehalte in de atmosfeer en de oceanen omlaag moeten brengen. De natuur kan dat heel goed. Vooral planten die verhouten zijn daar meesters in, bomen dus. Een enkele boom tegen klimaatverandering inzetten is natuurlijk zinloos. Individuele bomen kunnen het klimaat in hun directe omgeving beïnvloeden. Op wereldschaal hebben we daar bossen voor nodig, grote bossen. Stop ontbossing en plant meer bossen aan. Ze nemen koolstof gratis uit de atmosfeer en je oogst vruchten en hout en bevordert biodiversiteit. Maar dan is het maar de vraag of je zomaar bossen kunt aanplanten. Want investeren in bossen levert qua CO2 absorptie pas over een periode van 80-100 jaar optimaal resultaat. En in die tussentijd kan er nog van alles gebeuren.
Foto Pixabay. Bossen maken zelf wolken die ergens anders voor
een frisse bui zorgen.

Op de eerste plaats speelt de kwestie van 'landroof'. Laat er geen twijfel over bestaan, bossen zijn heel belangrijk. Maar voedsel voor de groeiende wereldbevolking ook. Nu hoeft het één het ander niet uit te sluiten. Recente wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat duurzame landbouw in combinatie met bomen tot betere opbrengsten leidt. Toch zal er ook grond beschikbaar moeten zijn voor wonen, werken, voedselproductie en natuur en recreatie. En in al deze sectoren kunnen bomen met hun ecosysteemdiensten meerwaarde opleveren. Ook dat is inmiddels voldoende wetenschappelijk onderbouwd.

Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen.

De levenscyclus van bomen beslaat doorgaans twee tot vier mensen-generaties, en meer. Als je nu bomen plant zullen de kleinkinderen en achterkleinkinderen daar het meest profijt van hebben. Dan zijn de bomen (jong) volwassen. Bedenk dat sommige boomsoorten pas met 200 tot 250 jaar echt volwassen zijn. Eiken, bijvoorbeeld. Sommige bomen beginnen rond 150 jaar af te takelen, anderen worden met gemak ouder dan 2000 jaar. In een geëxploiteerd bos moeten we de maximale leeftijd van de bomen houden op 100 tot 150 jaar. Sommige boomsoorten zijn al na 80 jaar kaprijp.  Het gaat dus altijd om afgewogen keuzes en over meerdere generaties. In die tijd kan er veel gebeuren.

Geen gemakkelijk keuze
Het klimaat wordt extremer, dus daarmee ook de bedreigingen voor bossen. Denk aan stormen en langdurige droogte. Beide kunnen grote arealen bos vernietigen. Ook overlast door hoog water, vooral als overstromingen langer duren.  De vraag is dan of bosbouwers bij nieuwe aanplant rekeningen moeten houden met hogere gemiddelde temperaturen en droogteperiodes. Of moeten de bossen uit soorten bestaan die langdurig in het water kunnen staan? Dat zal per locatie verschillen, wat de keuze er niet gemakkelijker op maakt. Bovendien moet de aanplant gespreid worden, zodat de bomen niet allemaal tegelijk kaprijp zijn, maar over een langere periode werk en grondstoffen leveren. En de bossen als zodanig overeind houdt.

Een andere vraag is of je de bossen intensief moet beheren, of juist extensief. Uit onderzoek is gebleken dat de naaldhoutbossen in Midden Europa door intensief beheer meer CO2 hebben geproduceerd dan wat de bomen aan koolstof hebben opgenomen. Dan zijn er boomsoorten die meer ozon produceren dan ze opnemen. Onder andere Platanen zijn daar een voorbeeld van.
Bossen buigen de windstromen af en zullen daardoor een onbeduidende rol spelen bij het filteren van fijnstof en andere ongewenste componenten.
Dan zijn er nog boomsoorten die droogte resistent zijn, maar dat betekent ook dat ze gewoon minder water gebruiken voor hun fotosynthese. Dus minder koeling geven en minder wolken maken.

Extreem weer
Aangezien de aarde hoe dan ook de komende 50 jaar verder zal opwarmen, zullen ook soorten migreren. Zijn de bomen die we nu in Nederland planten over 50 jaar nog wel opgewassen tegen de gemiddelde temperatuur? Of moeten we nu al kiezen voor soorten die dat aankunnen? Hoe presteren die bomen dan in de eerste 50 jaar?

Dat het klimaat warmer wordt en het weer extremere vormen aanneemt is de enige zekerheid die we nu hebben. Hoe dat over de komende decennia verdeeld wordt en hoe dat per locatie uitpakt is echter ongewis. Het valt niet mee om onder deze omstandigheden de juiste beslissing te nemen. En ja, ontbossing moeten we blijven bestrijden en de bos arealen moeten uitgebreid worden. Want de bomen absorberen kooldioxide gratis. Bovendien dragen grotere bossen optimaal bij aan het behoud van biodiversiteit.

Technologie
Hebben de technologen dan ongelijk? Dat is een beetje dubbel. Laten we eerlijk zijn, fotosynthese heeft een bedroevend laag rendement. In calorische termen is dat gemiddeld ongeveer 0,15% van de zon-energie. Zonnepanelen naderen de 30%. En ook aan dat rendement van fotosynthese valt te sleutelen. Zo zijn wetenschappers erin geslaagd om dat flink op te krikken, tenminste in het laboratorium bij tabaksplanten. Dat kan op termijn een goede oplossing zijn voor de voedingsgewassen en daarmee de korte CO2 cyclus (binnen één groeiseizoen).
Groen kan helpen de toename van CO2 in de atmosfeer te remmen, maar als we echt meters willen maken, dan krijgt verlaging van CO2 productie bij de bron de hoogste prioriteit. En daar kan alleen technologie bij helpen.
Kortom, we moeten het ene doen en het ander niet laten.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 29 december 2018

Wat zijn de gevolgen van ontbossing?

Foto Pixabay. Ontbossing gaat door, ook in Nederland

Tijdens een recent uitgevoerd, tien jaar durend telprogramma hebben onderzoekers vastgesteld dat er op aarde momenteel ongeveer 3 biljoen bomen staan. Maar zo’n honderd jaar gelden waren dat er dubbel zoveel. Er zijn dus erg veel bomen gekapt, vooral in de laatste decennia. En dat gaat nog steeds door. Men schat dat per seconde 167 bomen tegen de vlakte gaan, dat is zo’n 7,9 miljoen hectare per jaar.

Die ontbossing heeft grote gevolgen voor ons klimaat en de kwaliteit van leven, zelfs voor de voedselvoorziening. Maar eerst kijken we eens waarom er zoveel bomen gekapt worden.


Oorzaken

Het verlies van bomen kan verschillende oorzaken hebben:
  •        Natuurlijke oorzaken.
    -   Denk aan bos- of natuurbranden,
    -  stormen,
    -  of afsterven door veranderd klimaat.
  •         Houtproductie
    Voor papier. -  Constructiehout. -  Biobrandstoffen.
  • ·        Landroof -  Voor woonruimte of industriegebieden.
    -    Mijnbouw (dagbouw) -   Infrastructuur.
    -   P
    almolieplantages.
    -    Sojaplantages (100 miljoen hectaren).
     Koffie, ja ook koffieplantages. Maar ook andere gewassen, zoals suikerriet en bananen.
     -   Weidegronden voor  extensieve veeteelt. (1 kilo vlees vergt 13 kilo voer)

Illegaal


Veel houtkap is illegaal en bedreigt kwetsbare dier- en plantensoorten. Hoewel al in de jaren ’80 en ’90 verdragen tegen illegale kap gesloten zijn ontbreekt het aan handhaving. Zolang er afnemers zijn gaat illegale kap gewoon door.

Na nieuwe aanplant duurt het nog 80 tot 100 jaar
voordat we op hetzelfde niveau zijn.

Nadelen van ontbossing

Door ontbossing raken ecosystemen ontregeld. Dat heeft ingrijpende gevolgen:
  •           Erosie. Meer kans op aardverschuivingen en verlies van vruchtbare grond.
  •          Wateroverlast. Bomen houden veel water vast. Zonder bomen stroomt dat direct weg naar de lager gelegen gebieden.
  •      Verdroging. Zelfs woestijnvorming. Bomen verdampen veel water en brengen de regen wolken zo verder landinwaarts.
  •          Meer CO2 blijft in de atmosfeer.
  •          Vermindering van biodiversiteit.
  •      Verhoging van omgevingstemperatuur doordat de verkoeling door bomen ontbreekt.


Internationale verdragen



Al in de jaren ’80 en ’90 zijn er internationale verdragen gesloten om illegale kap van bomen tegen te gaan. Die verdragen zijn bekend als Programma voor Grondstoffen van UNCTAD, het Internationaal verdrag voor hardhout (ITTO) en het vervolg daarop, de ITTA.

Ondertussen verdwijnen de bossen in rap tempo, ook in Nederland.

Hoewel meer bossen het klimaat niet zal redden helpt het wel als ontbossing gestopt wordt en er meer bomen geplant worden. Dat is de goedkoopste en effectiefste CO2 reductie.

Aanplant van bossen vergt goed inzicht. De productiebossen met sparren en dennen in Midden-Europa hebben juist de CO2 productie vergroot. Natuurlijke bossen met veel oude bomen zijn het meest effectief.

Na nieuwe aanplant duurt het dus nog 80 tot 100 jaar voordat we op hetzelfde niveau zijn als voor de kap van de volwassen bomen. Herplant is absoluut noodzakelijk, maar er is veel geduld nodig voordat de schade hersteld is.

Plant meer bomen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills

zaterdag 8 december 2018

Hoe gaan we duurzaam met biomassa om?

Al in begin 2019 moet het klimaat- en energieakkoord worden gesloten. Dit kun je trouwens niet los zien van de plannen van de overheid om op circulaire landbouw over te gaan. Voor Natuur & Milieu reden om alle aspecten rondom duurzaam gebruik van biomassa op een rijtje te zetten. Dat heeft geleid tot de brochure "BIOMASSAVISIE 2018" en men wil daarmee een bijdrage leveren aan het debat over de rol van biomassa in de Nederlandse economie met de nadruk op verduurzaming van de landbouw en sluiten van kringlopen. Bovendien is het verlies van biodiversiteit een punt van zorg.
Bron: Biomassavisie 2018 , CBS 2018



























Biomassa is een verzamelnaam voor materiaal dat afkomstig is van levende organismen, doorgaans betreft het planten. Het gebruik van biomassa dient volgens een bepaalde hiërarchie te gebeuren.
Eerst dient biomassa gebruikt te worden voor bodemvruchtbaarheid ten behoeve van de productie van voedsel en (vee)voer. Wat over blijft kan gebruikt worden voor constructie materialen en chemische producten. Wat er daarna nog over blijft kan ingezet worden voor biobrandstof, elektriciteit en warmte.
Het knelpunt is dat juist de laagste toepassingen in dit rijtje economisch de hoogste waardering krijgen. Dat leidt ertoe dat deze sector stevig gesubsidieerd wordt en het grootste deel van de koek neemt. Helaas is de totale energiebehoefte groter dan wat er aan biomassa beschikbaar is. Met gevolg dat dit moet worden aangevuld met landbouwgewassen (concurrentie met voedselproductie en ontbossing) en bomen (ontbossing omdat er zo een CO2 schuld wordt opgebouwd - de bomen groeien langzaam en kunnen 80-200 jaar lang de uitstoot niet compenseren).
Voor bodemvruchtbaarheid en voedselproductie is er geen goed alternatief voor biomassa. Alleen met overheidsmaatregelen is dat belang veilig te stellen.

Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.

Het huidige beleid houdt de nodige risico's in. In 2017 verdween per seconde een heel voetbalveld aan bossen. In 2018 lijkt die trend alleen maat toe te nemen. Ontbossing is een belangrijke aanjager van de klimaatverandering.
Het verlies aan biodiversiteit is enorm. Vooral het tempo waarin dieren en planten uitsterven is in de geschiedenis van de aarde nooit zo groot geweest. Denk alleen maar aan de achteruitgang van 72% van de massa aan vliegende insecten in de laatste 27 jaar.
De bodem- en waterkwaliteit verslechtert doordat stikstof- en fosforkringlopen niet gesloten worden en het overmatig gebruik van zoet water. In dit opzicht wordt slechts 10% van de landbouwgrond in Nederland duurzaam bewerkt. Wat hierbij meespeelt is dat er nog steeds grote hoeveelheden veevoer uit het (verre) buitenland geïmporteerd worden, wat hier tot een mestoverschot leidt.

Natuur & Milieu komt met een set van aanbevelingen die we hier verkort weergeven. Het hele rapport kunt u hier downloaden.

  1. Stel per biomassastroom duurzaamheidscriteria op om te voorkomen dat de toepassing direct of indirect leidt tot ontbossing, verslechtering van bodem- en waterkwaliteit, verlies van biodiversiteit en vermindering van voedsel- en waterbeschikbaarheid of landroof.
    Voorbeelden van landroof zijn: de kap van regenwouden voor productie van palmolie en soja. Of boeren dwingen exportproducten te verbouwen in plaats van voedsel voor de regio.
  2. Pas het huidige subsidiebeleid aan:
    - Biomassa moet uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE) geschrapt worden.
    - Biomassaketels en pelletkachels uit de SDE schrappen.
    - Nieuw stimuleringsbeleid om te zorgen dat biomassa als eerste gebruikt wordt voor bodemvruchtbaarheid en dat het gebruik voor energie en warmte op de laatste plaats komt.
    - Stimuleer mogelijke materiaaltoepassingen en controleer of die toepassingen daadwerkelijk tot duurzame verbetering van biomassastromen leiden.
  3. Biobrandstoffen uit landbouwgewassen en productiehout (bossen) uit de RED2-richtlijn (EU richtlijn voor duurzame transportbrandstoffen) schrappen.
  4. Zoek naar alternatieve biobrandstoffen voor luchtvaart en scheepvaart.
  5. Stimuleer ontwikkeling en gebruik van alternatieven voor biomassa in de sectoren:
    - Elektriciteitsproductie. Wind en zon in de SDE houden en tegelijk de ontwikkeling van CO2 vrije alternatieven stimuleren.
    - Gebouwen. Voortzetten stimulering van warmtepompen in de ISDE. De ontwikkeling en toepassing van alternatieve technieken stimuleren.
    - Industrie. Stimuleer de ontwikkeling van alternatieve productietechnieken zoals het gebruik van CO2 uit de lucht te combineren met groen geproduceerde waterstof. Meer elektrificeren en recycling.
    - Mobiliteit. Stimuleer elektrisch rijden, vooral op afstanden tot 400 kilometer. Zet versterkt in op verschuiving naar openbaar vervoer,  fietsen en lopen. Leg minder asfalt aan. Voor trajecten boven de 400 kilometer is waterstof/brandstofcel techniek favoriet, alsmede het spoor.
  6. Neem bij de berekening van emissies van broeikasgassen de gehele keten mee. Dus ook de uitstoot door teelt, winning, verwerking en vervoer van biomassa, alsmede de kosten die gepaard gaan met veranderd landgebruik. Dat is eerlijker in vergelijking met alternatieven.
Biomassa gaat onze economie niet redden. In Nederland rekent men op jaarlijkse aanvulling met biomassa van meer dan 340 Pj terwijl er hooguit 190-205 Pj per jaar beschikbaar is. Om dat tekort aan te vullen zal men bossen kappen en landbouwgrond kapen. Uiteindelijk leidt dit tot voedselonzekerheid, verslechtering van de bodemvruchtbaarheid, verlies aan biodiversiteit en vervuiling van het milieu (lucht en water). Ook het klimaat zal verder opwarmen in plaats van  afkoelen.
Om de bijstook met biomassa te stoppen komt er nu een rechtszaak bij het Europese Hof: https://www.mo.be/nieuws/hout-verbranden-voor-energie-een-inbreuk-op-het-eu-verdrag 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

maandag 12 november 2018

Kun je met meer bossen het klimaat redden?

Wij, van de groene lobby, roepen al jaren om het hardst dat we meer bossen moeten aanplanten om het klimaatprobleem op te lossen. Maar klopt dat ook? Duitse wetenschappers zochten het uit aan de hand van een nieuw computermodel.
Het was al langer bekend dat je met lukraak meer bomen planten soms het tegengestelde effect bereikt. Zo is ooit berekend dat de massale aanplant van sparrenbossen in Midden Europa juist tot een toename van CO2 heeft geleid. Dat is dus een aanpak die we niet willen herhalen.
Foto Ries Vlekken. Natuur in Canada 

Volgens een 10 jaar durende studie zouden er op dit moment ruim 3 biljoen bomen op aarde moeten staan. Honderd jaar geleden was dat nog het dubbele. Er is dus sprake van een forse afname van CO2 vastlegging door bomen, terwijl er tegelijk een forse toename is van CO2 productie door gebruik van fossiele brandstoffen.

Meer bomen planten?
Planten gebruiken CO2 uit de lucht voor cel opbouw en de aanmaak van koolhydraten.  Bomen gebruiken extra veel koolstof omdat ze met hun groei meer volume omzetten. Je zou dus zeggen "Plant meer bomen" en het klimaatprobleem lost zich vanzelf en gratis op. Maar zo eenvoudig blijkt dat niet te zijn.

Willen we de doelstellingen van het Verdrag van Parijs realiseren, dan ontkomen we niet aan drastische maatregelen om het gebruik van fossiele brandstoffen en andere CO2 producerende activiteiten te beperken.

Het Instiute for Climat Impact Research in Potsdam (Duitsland) berekende dat de bossen slechts een deel van de oplossing zijn. Volgens rekenmodellen zouden er simpelweg teveel bossen bij moeten komen voor een effectieve oplossing. Om het CO2 probleem effectief aan te pakken met de aanplant van bossen, zou er onvoldoende plek overblijven om voedsel te produceren en te wonen.

Er van uitgaande dat er momenteel 3 biljoen bomen staan, zouden er voor het klimaat 1 biljoen bomen bij moeten komen. Dat heeft ook ingrijpende gevolgen voor de bestaande biodiversiteit. Met name de biodiversiteit die afhankelijk is van open landschappen heeft dan veel te lijden. Die wordt dan vervangen door planten en dieren die in bossen leven. Bovendien, een beetje broeikas effect moet wel blijven anders verschuiven we naar het andere uiterste: een nieuwe ijstijd.

Het IPCC dringt bij de overheden aan op een verminderen van de CO2 productie. Met deze studie komt daar dan ook geen verandering in. Willen we de doelstellingen van het Verdrag van Parijs realiseren, dan ontkomen we niet aan drastische maatregelen om het gebruik van fossiele brandstoffen en andere CO2 producerende activiteiten te beperken.

Stop ontbossing
Ondertussen is het toch belangrijk om meer bomen te planten en ontbossing te stoppen. Dat is niet alleen belangrijk voor het klimaatprobleem. Gezondheid en welzijn van vooral de stedelingen zijn gebaat bij meer bomen in de directe leefomgeving. Bossen en houtwallen spelen een belangrijke rol bij circulaire of natuur inclusieve landbouw. En steeds opnieuw blijkt dat ontbossing kan leiden tot rampen als aardverschuivingen, zeker nu er steeds vaker extreme regenbuien zijn. En bossen kunnen de gevolgen van extreme droogte verkleinen, want bomen kunnen met hun wortels het grondwater bereiken en dat via verdamping in de atmosfeer brengen.

Het goede nieuws is, dat bossen en ander groen momenteel extra hard groeien, omdat er een overschot aan CO2 in de lucht zit. Als we stoppen met het onnodig kappen van bomen lost de natuur het probleem (voor een deel) zelf op. Bovendien is het belangrijk dat ongerepte wildernis beschermd wordt, zodat de biodiversiteit behouden blijft. Met name tropische regenwouden zijn essentieel voor de speurtocht naar oplossingen voor de moderne maatschappij, zoals medicijnen voor tal van ziekten die onze moderne leefwijze met zich brengt. Plant meer bomen en bescherm de oude bossen!

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 14 oktober 2018

Waarom een gazon slecht voor het klimaat is

Na driehonderd jaar is het groene tapijt uit de gratie. Gazons blijken slecht voor het klimaat. Dat beweren in elk geval enkele Zweedse landschapsarchitecten in een opinie artikel op de website Science na een uitvoerig onderzoek in meerdere landen. De perfect onderhouden grasmat kan beter plaats maken voor een minder intensief onderhouden en duurzaam alternatief, vinden zij. En ze zien dat het kan, zoals in een park in Berlijn. Lees hier het hele verhaal.
Gazon onderhoud: foto Pixabay.

Het glad geschoren gazon is een wereldwijd dominant fenomeen in publieke ruimten en particuliere tuinen. In veel landen blijkt meer dan 50% van het openbare groen uit gazon te bestaan. En in het buitengebied tot 1,9% (VS). Daarmee is gazongras het belangrijkste bemeste en geïrrigeerde niet-eetbaar gewas in onze samenleving. Wereldwijd beslaat dat een oppervlak dat overeenkomt met Spanje en Engeland samen. Al dat gras kost veel geld aan onderhoud en belast het milieu.

Tot nu toe is het belang of de last van gazons aan de nieuwsgierigheid van wetenschappers en politici ontsnapt. Maar de milieubelastende eigenschappen van gazongras houden landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen al een tijdje bezig. Het is een beetje dubbel. Gras zou koolstof vastleggen en omzetten in zuurstof, het filtert luchtverontreiniging, vertraagt de waterafvoer, beperkt bodemerosie en vult het grondwater aan.

De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit

Daarnaast heeft een gazon ook esthetische eigenschappen en is belangrijk voor recreatie in het groen. Allemaal positieve eigenschappen, zou je zeggen. Maar omdat we gazons zo intensief onderhouden komt van die ecologische eigenschappen weinig terecht. Dan presteren kruiden (en onkruiden....), struiken en bomen veel beter. En van het belang voor recreatie blijft ook niet veel over, nu blijkt dat recreanten zich even goed vermaken op extensief onderhouden grasvelden.

Wat is er dan zo slecht aan gazons?
Een kort geschoren grasveld vergt onderhoud. Ten eerste worden geen andere planten dan het ingezaaide gazongras getolereerd. Andere planten in gazons worden intensief bestreden met chemicaliën of mechanisch (bijvoorbeeld uitsteken als het een kleiner oppervlak is). Verder wordt heel veel water aan gazons besteedt. Niet voor niets wordt bij aanhoudende droogte het sproeien van gazons afgeraden of zelfs verboden. Grotere gazons worden niet met de hand gemaaid, maar vaak met een gemotoriseerde maaier. Die stoten milieubelastende stoffen uit. Het maaisel wordt meestal opgevangen en afgevoerd, waardoor jaarlijkse bemesting nodig is. De monocultuur gazongras heeft negatieve effecten op de biodiversiteit, zowel bovengronds als ondergronds. Het regenwater dat uit gazons wegvloeit is vaak vervuild met chemicaliën.

En dan is er nog het verschijnsel kunstgras. Plastic dus. Waar dit spul wordt uitgerold, maakt biodiversiteit geen kans meer. Daarnaast missen we de positieve effecten voor water retentie en verkoeling. Sterker, kunstgras warmt flink op in de middagzon. En het ergste, er komt veel microplastic vanaf, dat met de wind verwaait of met het regenwater wegspoelt, ....naar het oppervlaktewater.

Recent onderzoek toont aan dat graslanden, met een gevarieerde vegetatie, juist goed zijn voor de klimaatbeheersing en dicht in de buurt komen van de prestaties van bossen van vergelijkbare omvang.

Wat kan dan wel?
Laat de natuur zelf bepalen wat ter plaatse goed is als bodembedekking. Dat kan natuurlijk ook gras zijn. Maar ook andere planten die betreding verdragen. Laat de maaimachines staan. Waar de bodem betreden wordt treedt verdichting op, wat er automatisch voor zorgt dat de meeste planten klein blijven.
Moeten we gazons dan helemaal afzweren? Nou, dat hoeft niet, maar het kan veel minder. Geef meer ruimte aan bomen en struiken. Dat werkt veel beter tegen de klimaatverandering en voor het in standhouden van een gezonde leefomgeving. Het vraagt minder onderhoud, wat zowel de arbeidskosten als de energiekosten drukt. Vooral oude bomen doen veel voor het milieu en de leefomgeving en hoe ouder, hoe minder onderhoud ze nodig hebben. Tot ze aftakelen, maar dan is het een kwestie van respect voor een oude boom die soms meer dan honderd jaar zijn steentje aan een gezonde leefomgeving heeft bijgedragen.
Minder gras en meer hoger opgroeiende planten, zoals kruiden, struiken en bomen zorgen voor meer biodiversiteit. Hoewel het ondergrondse leven wel het belangrijkste is, genieten wij mensen toch het meest van de vlinders en kleurrijke kevertjes. Waarom dan zoveel geld en moeite besteden aan een  steriel biljartlaken?

Maak de bijtjes blij
Extensief onderhouden grasvelden bevatten van nature ook (veld)bloemen. Die zijn ideaal voor de bijen. Zeker omdat hier ook het gebruik van pesticiden en herbiciden achterwege blijft. Dus niet alleen aangenaam en gezond voor de mensen, maar ook voor de bijen.
Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat een gazon dat twee weken niet onderhouden wordt, tot 30% meer bijen kan onderhouden. Overigens blijkt ook dat dit voordeel na drie weken weer afneemt. De onderzoekers vermoeden dat het hoger gegroeide gras het voor bijen lastiger maakt om nectar dragende planten op te sporen en/of te bereiken.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Lees ebooks over Business Skills: https://www.bravenewbooks.nl/wvl-business-skills