zondag 18 februari 2018

Wat zijn ecosysteemdiensten van Openbaar Groen?


Het openbaar groen in de stad is niet enkel om de straat een beetje aan te kleden. Het groen, en zeker de bomen, biedt economische en maatschappelijke meerwaarde. Het RIVM geeft met www.teebstad.nl de mogelijkheid om die waarde te berekenen. Hetzelfde beoogt i-Tree.com, een initiatief uit de VS, dat momenteel in steeds meer landen gebruikt wordt, met behulp van lokale parameters. Ook enkele Nederlandse plaatsen zijn ingevoerd.

Daarnaast zijn er modellen om de (vervangings-)waarde van bomen te berekenen. Die waren oorspronkelijk bedoeld om schade te kunnen verhalen.
Hoe ouder een boom, hoe meer waarde hij levert in termen van ecosysteemdiensten, inkomsten en vermeden uitgaven. Met name door de klimaatverandering en het extremer worden van het weer worden die ecosysteemdiensten steeds belangrijker.

Ecosysteemdiensten van bomen
  •         Hout productie.
  •     Voedsel (voor insecten, vogels, zoogdieren, mensen, planten, schimmels, bacteriën).
  •        Grondstoffen voor medicijnen (natuurgeneesmiddelen).
  •         Wateroverlast vermijden (watermanagement).
  •        Bescherming van het drinkwater.
  •         Reguleren van omgevingstemperatuur en vocht. Vermijden van hittestress
  •        Vastleggen van CO2.
  •        Productie van zuurstof.
  •        Filteren van luchtverontreiniging.
  •        Kanaliseren van wind (energiebesparing).
  •        Beperken van geluidsoverlast.
  •         Veiliger maken van wegverkeer.
  •        Bevorderen van biodiversiteit.
  •         Recreatie en sport / beweging.
  •         Mentale ontwikkeling en identiteit – betere leer-resultaten, minder pesten, meer samenwerking, minder eenzaamheid, etc.
  •         Economische activiteit (horeca en recreatie).
  •         Arbeidsproductiviteit (+15%).
  •         Lagere zorgkosten (ziekenhuizen en WMO).
  •         Hogere WOZ waarde (meer OZB)
Natuur is geen kwestie van korte termijn politiek.

Vervangingswaarde
Om bij schade de waarde van bomen te bepalen wordt in Nederland het NVTB model toegepast. Dit is voorbehouden aan bevoegde boomtaxateurs. In België wordt het VVOG model gebruikt. Dit is eenvoudiger van opzet en openbaar en levert ongeveer dezelfde waarden als NVTB. Bovendien is wettelijk geregeld dat het VVOG model in de rechtspraak leidend is.
Stichting Groen Weert hanteert het VVOG model bij het vaststellen van waarde van bomen. Vooral ook omdat wij niet bevoegd zijn om NVTB te gebruiken. De VVOG uitkomsten zijn echter nagenoeg gelijk aan het NVTB model.

Ecosysteemdiensten
Het i-Tree model berekend de ecosysteemdiensten van bomen en houdt daarbij rekening met klimaat en luchtvervuiling in de omgeving van de bomen. Meetgegevens van het KNMI en RIVM van de regio Weert over 2014 zijn bij i-Tree ingevoerd. Wageningen Universiteit zorgt de komende tijd voor aanvulling van boomsoorten, die wel in Europa maar niet in de VS en Canada bekend zijn.
Het RIVM stelt TEEB-stad ter beschikking, waarmee voor projecten de maatschappelijke waarden  van groen (in termen van opbrengsten en vermeden kosten) over 30 jaar berekend wordt. Openbaar en gratis te gebruiken.
Lees ook dit: https://sites.google.com/view/groenenwelzijnstadsbomen/03-ecosysteemdiensten en ook deze is interessant.


Hoe ouder bomen zijn hoe meer groen volume ze hebben en daardoor beter in staat zijn om bij te dragen aan de maatschappelijke meerwaarde. Koester de oude bomen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 26 januari 2018

De wereld duurzaam voeden

Nog steeds wordt er op veel plaatsen honger geleden terwijl wij verwende Europese consumenten garant staan voor zo'n 30% verspilling van voedsel. Bovendien zorgen de huidige agrarische productie methoden voor slechte kwaliteit voedsel en toenemende druk op het milieu. Het voedsel dat u in de supermarkt koopt ziet er doorgaans perfect uit. Maar niemand realiseert zich dat alles wat niet perfect is, in de keten van boer tot supermarkt is weggegooid. Verder gooien de consumenten nog eens veel voedsel weg omdat het niet wordt opgegeten of in de koelkast ligt te bederven. Bij elkaar zo'n 30% van de totale productie. Ook is vastgesteld dat de voedingskwaliteit van ons voedsel achteruit is gegaan. Er zitten simpelweg te weinig gezonde stoffen in. Dit komt doordat de landbouwgrond dood is en alleen dankzij veel (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen nog productie levert. Er wordt alleen naar de hoeveel per hectare gekeken en niet naar de voedingswaarde.
Voedselproductie moet anders. Het moet meer natuurinclusief en beter verspreid over de wereld.
Foto: Pixabay

Nederland is na de VS de grootste voedselexporteur van de wereld. Economisch dus een belangrijke sector. Maar ook een sector die een enorme druk op onze leefomgeving legt. Door over te schakelen op natuurinclusieve productie kan de export waarde gehandhaafd blijven, kan het milieu gespaard worden en kan de voedingskwaliteit worden hersteld.

Helaas reageert de agrarische sector in het algemeen op lage prijzen of stagnerende afzet met investeringen in nog meer produceren. Daarmee zakt de prijs verder en stijgen de kosten. Dat zijn vooral kosten voor bemesting en gewas- en veebescherming, zodat de industrie de enige is die eraan verdient.

Biodiversiteit
Heeft u de afgelopen zomers ook al gemerkt dat er veel minder insecten tegen uw auto plakken dan andere jaren? Ja, er zijn simpelweg veel minder insecten. Daardoor zijn er waarschijnlijk veel minder vogels. Maar dit zijn niet de enige voorbeelden van soortenverlies. Dit is het gevolg van verschraling van het buitengebied en daar is de monocultuur in de landbouw een van de grootste veroorzakers van. Het verlies aan biodiversiteit is zelfs terug te vinden in de bodem van landbouw percelen. Het rijke bodemleven waar planten van afhankelijk zijn om goed te groeien is nagenoeg uitgeroeid. Landbouwgrond is dood. Daarom bevatten landbouwproducten tegenwoordig te weinig vitamines en andere voedingselementen die ons lichaam nodig heeft. We moeten niet alleen gevarieerd eten, maar ook méér om gezond te blijven. Of minder eten en aanvullen met voedingssupplementen uit een potje. Ja, technologie heeft overal een oplossing voor. Vooruitgang? U zegt het maar.....

Eet minder vlees. Minder dieren en minder vee betekent ook minder productie van veevoer en zo komt er meer grond beschikbaar voor de productie van 'mensen-voedsel'.

Een gevaar van de grootschalige voedselproductie in monocultuur is de kwetsbaarheid van de productie. Bovendien is het belangrijke oorzaak van ontbossing. Als er grote massa's van dezelfde organismen (planten of dieren) dicht bij elkaar leven hebben plagen vrij spel. Ziekten kunnen in korte tijd grote percelen gewassen of veestapels vernietigen. Om dat te voorkomen, of de kans te verkleinen, worden grote sommen geld geïnvesteerd. Dat zijn vermijdbare kosten, die een grote druk leggen op de bedrijfsvoering. Kijk maar naar de dreiging van vogelgriep en het fipronil schandaal van de voorbije maanden. We zien het nu ook in Zuid-Europa gebeuren dat veel druiven-  en steeds meer olijfplantages het loodje leggen door ziekten waar nog geen remedie voor bestaat. Wen eraan: olijfolie wordt de komende jaren schaars, dus duurder.

Biodiversiteit is erg belangrijk, want in de natuur hangt alles met alles samen. Het zorgt voor evenwicht. Soortenvermindering kan zo op korte en langere termijn grote gevolgen hebben voor onze voedselproductie (dat zien we nu al gebeuren) en onze gezondheid - een indirect gevolg hiervan. Sinds mensen niet meer als jagers/verzamelaars leven gedragen ze zich alsof ze boven de natuur staan. Het wordt tijd om te leren beseffen, dat wij mensen een onbeduidend onderdeel van de natuur zijn. Moeder natuur geeft niet om de soort mensen. Als het haar niet meer aanstaat hoe wij ons gedragen kan zij ons in een oogwenk laten uitsterven. Niets is voor eeuwig, ook de soort mens niet. Wij hebben de aarde in bruikleen en het is onze verantwoordelijkheid die gezond en wel over te dragen aan de generaties die na ons komen.

Red de aarde
Kunnen we die neerwaartse spiraal omkeren? Het zal niet gemakkelijk zijn, maar zoals het gezegde klinkt: verbeter de wereld, begin bij jezelf.
Ons consumentengedrag heeft grote invloed op de productieketen. Om te beginnen zouden we minder moeten verspillen en kromme komkommers en appels met een bruin stipje moeten accepteren. Dan zullen de boeren en supermarkten die ook niet meer weggooien. Koop niet meer dan je nodig hebt, zodat je zelf minder weggooit. Koop ook minder geïmporteerd voedsel. Koop eerder lokaal geproduceerde producten van het seizoen. En eet minder vlees.

De sector zelf kan ook wat doen. Men kan zich meer richten op het lokaal produceren van gewassen en vlees. Daarmee help je mensen in arme landen ook aan inkomen en een betere toegankelijkheid tot gezonde voeding. Zo help je de honger in de wereld te verminderen. Bovendien wordt er dan minder met voedsel heen- en weer geschoven, wat de luchtkwaliteit en het klimaat ten goede komt. Ook zal de hoeveelheid vee verminderd moeten worden. Maar daarvoor is het nodig dat de vraag van consumenten daalt - dat is dus weer onze verantwoordelijkheid. Unieke producten produceren helpt boeren met minder middelen een beter inkomen te verwerven.

Wist u trouwens dat we door zuivelproducten te eten, bijvoorbeeld kaas, het hele systeem van melk- en vleesproductie stimuleren of in stand houden? Melkvee levert alleen melk als ze jongen hebben gekregen (koeien moeten dus eerst kalven). Het grootste deel van de kalveren zal geen melk produceren en gaat naar de slacht. Dus als je kaas eet moet je eigenlijk ook kalfsvlees eten, want voor je stukje kaas zijn er kalveren geslacht. En na enkele jaren neemt de melkproductie van de koe af en kan Antje 2 ook naar het slachthuis. Weer komt er vlees in omloop, dankzij de melkveehouderij

Minder vee betekent ook minder gewassen die als veevoer dienen. Een erg groot deel van landbouwgrond wordt nu nog gebruikt voor de productie van veevoeder gewassen. Die grond is dus niet beschikbaar voor de productie van 'mensen voedsel'.

En ja, ook technologie kan ons helpen. We moeten dan minder afwijzend staan tegenover genetische modificatie. Er zijn snel gewassen nodig, die minder kwetsbaar zijn tegen ziekten en beter tegen droogte, verzilting of juist vernatting kunnen. Het klimaat verandert zo snel dat veel planten het niet meer kunnen bijbenen en uitsterven. Zowel de grootschalige landbouw als het klimaat zorgen nu al voor een verschraling van het aantal voedsel plantensoorten. Technologie kan dat verhinderen en zo belangrijke voedselgewassen van de ondergang redden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 9 januari 2018

Waarom moet Nederland de wereld voeden?

Dat de agrarische sector in Nederland op een heel hoog niveau staat is in de hele wereld bekend. Onze boeren en tuinders produceren topkwaliteit, ook al vinden sommige Duitsers dat onze tomaten "Wasserbomben" zijn, op de schaars beschikbare grond wordt een hoog rendement gecombineerd met uitstekende producten. Je zou zeggen dat het onze boeren dan voor de wind moet gaan. En ja, er is momenteel wel wat verbetering, maar het is nog lang niet wat men zou willen. Hoe komt dat?
Uit de Atlas Leefomgeving (RIVM) 8 januari 2018

En hoe leidt onder andere agrarische activiteit tot zoveel luchtvervuiling?
(zie de kaart hiernaast)

Veel boeren gebruiken hun uitstekende kennis om op grote schaal monoculturen te verbouwen. Dan heb je lage kosten en hoge opbrengsten. Denkt men...! Het gevolg is overproductie en een grotere kwetsbaarheid. Waarom krijgen de boeren voor hun uien zo weinig geld? Simpel, omdat ze allen tegelijk en masse hetzelfde product oogsten en op de markt brengen. Dat drukt de prijs. Een simpele economische wet. Schaarste zorgt voor hogere prijzen. Maar daar durven veel boeren niet aan. Ze kiezen vaak voor harder werken en meer produceren.

Wie die stap wel maakt en producten levert met een eigen uniek karakter, ervaart dat er meer mee verdiend wordt. Boeren die zich richten op de productie van bijvoorbeeld streekproducten verdienen meer met minder producten. Voorbeeld: Door streekeigen kaas te maken in coöperatief verband kun je met minder koeien meer geld verdienen. En de natuur wordt minder belast met stikstoffen, CO2 en fijnstof. Ze bedienen de markt met een uniek en waardevol product voor de lokale bevolking en (eventueel) toeristen. Dit is ook wat consumenten en supermarkten vragen.

Bemesting
Biologisch geschoolde boeren en tuinders weten, dat voor een goede opbrengst het niet nodig is om veel mest op het land te brengen. En zeker geen kunstmest. Waar dat wel gebeurt is de grond dood. Er is geen bodemleven, laat staan een natuurlijk evenwicht. In de producten ontbreken typische en noodzakelijke voedingsstoffen, simpel omdat die ook in de grond ontbreken. De groente  die je nu in de supermarkt koopt bevatten minder voedzame stoffen dan er eigenlijk in horen te zitten.

Om de bodem weer in evenwicht te brengen is het belangrijk om de natuur op en rondom het perceel op orde te brengen. Het natuurlijk evenwicht te herstellen. Dan helpt de natuur de boer en tuinder om een goede opbrengst te behalen. En de natuur doet dat gratis.

Veeteelt
Een ander discussiepunt is de intensieve veehouderij in ons land. Ook hier is sprake van monoculturen die de bedrijfsvoering extra kwetsbaar maken. Daarnaast is de mestproductie een groot probleem. Waarheen daarmee? Juist, op het land. En die overvloed aan mest doodt het bodemleven, waardoor er nog meer mest en chemie nodig is om een redelijk opbrengst van het land te halen. De enige die rijk worden van deze manier van veeteelt zijn de dierenartsen en de chemische bedrijven. De boeren zitten in de tang, zijn afhankelijk en moeten betalen terwijl de marges toch al zo krap zijn.
Waarom moet Nederland heel de wereld van varkensvlees en eieren voorzien?  Is het niet verstandiger om voedsel lokaal te produceren en de boeren daar ook een kans te bieden om een redelijke boterham te verdienen?

Schaalverkleining leidt tot betere prijzen, minder mest en
minder vervuiling.

Schaalverkleining in de veeteelt leidt tot betere prijzen. Nederland moet dan niet op grote schaal uit goedkope landen importeren. Dat is het probleem verschuiven en voor de Nederlandse boeren reden om toch op schaalvergroting te blijven inzetten. Schaalverkleining leidt ook tot minder mest en minder lucht- en watervervuiling.

Export
En hoe zit het dan met export? Dat is toch de motor van onze economie en daar dragen ook de boeren een belangrijk steentje aan bij. Schaalverkleining in de landbouw hoeft de export niet te schaden. Gewoon een kwestie van slimme marketing. De volume neemt wel af, maar met unieke en kwalitatief hoogstaande landbouwproducten kan Nederland er nog even veel aan verdienen. Misschien wel méér.

Wetenschappers benadrukken dat de hele Nederlandse landbouw op de schop moet. Hoe het beter kan, dat weten ze al. Op de Wageningen Universiteit zijn ze daar al een tijdje mee bezig. En een handje vol agrarische ondernemers durft de handschoen op te pakken, vooral in het buitenland. Het is alleen nog wachten op de boeren die durven innoveren en via kleinschaligere producten niet alleen goed werk doen voor de natuur, maar vooral ook voor hun eigen portemonnee. Dat kwartje is nog niet overal gevallen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 13 december 2017

Waarom moeten we blij zijn als de wolf komt?

Dit jaar zijn er verschillende wolven in oost Nederland gesignaleerd. Allemaal waren ze afkomstig van roedels die in Duitsland leven. Er heerst dus territoriumdruk en steeds vaker zullen er dieren terrein in Nederland verkennen. Alleen als ze rust, voldoende dekking en genoeg eten vinden zullen ze blijven en nieuwe roedels vormen. Misschien is dat al gebeurt, maar weten we dat nog niet. Wolven zijn erg schuw. Ze houden afstand van mensen.
Foto: Pixabay

Hoe welkom is de wolf in ons druk bezette landje? Nou, er zijn voor- en tegenstanders. Een beetje plat gezegd, denk ik dat de tegenstanders nog teveel in sprookjes over boze wolven geloven. Natuurminnende Nederland is over het algemeen voorstander. Eén van hen is IVN-voorzitter Kees de Ruiter: een wolvenexpert. In het IVN blad MENS & NATUUR van november schrijft hij wat de wolf in onze natuur aan goed dingen zal brengen.

Een wolf eet om de twee tot drie weken een stuk groot wild, denk aan een ree, een edelhert of een everzwijn.  Wolven verraden hun aanwezigheid door hun geur en dat betekent dat deze grote grazers zich uit voorzorg terugtrekken in beschut gebied. Ze verlaten het (half) open terrein, waar ze op den duur veel schade aan de biodiversiteit en landhouw toebrengen. Voortaan grazen ze in gebieden waar dit eerder niet gebeurde. Er vindt een betere spreiding plaats. En zelfs de uitbreiding van bevers kan door wolven beheerst worden.


Je ziet dat de natuur door een groot roofdier weer in balans komt.

Hierdoor zal de vegetatie veranderen en dat geeft ruimte aan insecten en zangvogels. Die op hun beurt trekken weer roofvogels. Je ziet dat de natuur door een groot roofdier weer in balans komt. Een soortgelijke ontwikkeling zagen we 10-20 jaar geleden in het Yellowstone park. Door de herintroductie van wolven kreeg de biodiversiteit een boost. Incidenten met huisdieren en mensen waren er niet of nauwelijks.
Het traject dat wolvin Naya aflegde vanuit Duitsland naar de Belgische Kempen.

Moeten de boeren bang zijn voor hun koeien, paarden en schapen? Nou, een schaap is een gemakkelijke prooi. Maar wolven jagen bij voorkeur 's nachts. Het is niet moeilijk om te zorgen dat de wolven 's nachts geen (onbewaakte) boerderijdieren vinden. Even opletten en gepaste maatregelen treffen. Boeren hebben er zelfs voordeel bij, want de prooidieren van de wolf zijn dezelfde die vaak overlast veroorzaken in agrarische gebieden. Door de spreiding en migratie van bijvoorbeeld everzwijnen daalt de infectiedruk van varkensziekten en dat moet toch goed nieuws zijn in die sector.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 23 november 2017

Waar zijn de stikstofoxide hotspots?

De satelliet Envisat controleert het aardoppervlak op vormen van luchtvervuiling. De grote steden vallen direct op. Een internationaal team van wetenschappers heeft over een periode van enkele jaren data over stikstofoxiden verwerkt tot onderstaande kaart.

Ik en de meeste lezers van deze BLOG wonen in dat deel rechtsboven en als ik ernaar kijk krijg ik het acuut benauwd. OK, niet overdrijven. Maar gezond zijn die donkere vlekken niet.

Wanneer dringt het tot de politieke beslissers door, dat dit zo niet door kan gaan? Of luistert men liever naar (grote) ondernemingen die hun bedrijfsvoering boven het belang (de gezondheid) van de Europese burger stellen? Overigens zou ik ook niet graag in Noord-Italië willen wonen.....

Lees hier het hele verhaal.

Update 2018:


Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

























zaterdag 28 oktober 2017

Boeren willen niet zonder glyfosaat

De EU gaat de vergunning voor glyfosaat nog eens met 5 jaar verlengen. Er was 10 jaar aangevraagd, maar omdat in het EP gerede twijfel bestaat over de veiligheid van glyfosaat is die periode nu op 5 jaar gesteld.  Glyfosaat is mogelijk kankerverwekkend. Maar de boeren krijgen dan toch hun zin. Zij willen niet zonder glyfosaat.

Lees die laatste zin nog eens. 
Uitgerekend de producenten van ons voedsel geven niets om de gezondheid van hun consumenten en houden vast aan verdachte middelen. Hoe is het mogelijk dat onze vertegenwoordigers in de politiek zich zo door de boeren en de chemische industrie laten manipuleren? Blijkbaar is winstmaximalisatie voor een kleine groep belangrijker dan de gezondheid van miljarden inwoners van Europa en uit Europa importerende landen. Ironisch genoeg betekent dit, dat consumenten ervoor betalen om hun leefomgeving te vergiftigen. Is er een kopersstaking voor nodig om dit te stoppen?
Enfin, er bestaat twijfel. Het is een begin.
In dit artikel staat alles nog eens op een rij: open.

Alternatieven
Zijn er dan alternatieven voor glyfosaat? Die zijn er. Denk aan pelargonzuur. Maar dan moet het agrarisch productiesysteem drastisch worden aangepast.
Bij Wageningen Universiteit zijn ze daar er ver mee. En wat het frappante is: de methoden die worden onderzocht werden vele eeuwen lang door onze voorouders toegepast. Nu met moderne wetenschappelijke kennis verbeterd.

Dus ja, de boeren kunnen zonder glyfosaat. Als ze het echt willen. Alleen, de chemische industrie verliest dan een lucratieve melkkoe. Is dat ook een economische aderlating? Niet echt. Voor de productie en logistiek zijn niet meer zoveel mensen nodig. En voor de verkoop al helemaal niet: het product verkoopt zichzelf. Alleen de aandeelhouders zullen even moeten slikken. Heel even maar, want die chemische ondernemingen zijn flexibel genoeg om snel weer aandeelhoudersprofijt te genereren. En anders zijn investeerders flexibel genoeg om nieuwe lucratieve markten te zoeken. Maar dan liefst op een duurzame manier. Al ze tenminste hun lesje geleerd hebben.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 22 oktober 2017

Apotheek "In het bos"

De nieuwsgierigheid en het onophoudelijk onderzoeken van de natuur zorgt doorlopend voor nieuwe inzichten en kennis. We zien dat terug in begrippen als "voortschrijdend inzicht"  en "de kennis van nu". Zo komen we ook steeds meer te weten over de heilzame werking van de natuur en een wandeling door het bos. Ook het inzicht, al vanuit de jaren '80, dat mensen na een zware operatie sneller beter worden en minder medicatie nodig hebben, als ze zicht hebben op groen, past in dit beeld. Hierop voortbordurend loopt in Nederland tot 2019 een onderzoek naar "Groene gezonde ziekenhuizen".  Steeds meer ontdekken we dat veel van onze moderne uitdagingen wel met technologie te lijf gegaan worden, maar dat de natuur dat in veel gevallen beter en in alle gevallen goedkoper kan.

Het bos
We kunnen het bos beschouwen als hoofdleverancier van ecosysteemdiensten. In zakentaal zou je het de "preferred supplier" kunnen noemen. Bossen zorgen voor een rem op extreme weersystemen, ze zorgen voor een betere verdeling van temperaturen, luchtvochtigheid en wolken. Bossen zorgen ook voor een vertraagde afvoer van regenwater en verkleinen zo de kans op wateroverlast. Hellingbossen houden de bodem vast en voorkomen zo erosie en de kans op aardverschuivingen. Bossen vormen het grootste ecosysteem voor biodiversiteit. Waar bossen verdwijnen ontstaan al snel woestijnen. Zandwoestijnen of betonwoestijnen.
Het groen haalt CO2 uit de lucht en transformeert dat in suikers en zuurstof. Hoewel planten zelf ook zuurstof nodig hebben voor hun stofwisseling, zorgt het massale groen van bossen voor een overschot dat bijdraagt aan het zuurstofgehalte op aarde. Overigens zijn (kiezel)algen in de oceanen de hoofdleveranciers van zuurstof wereldwijd. Vooral de bomen in de bossen kunnen met hun verticale structuur veel ongewenste gassen en fijnstof uit de lucht filteren. Voor dit laatste zijn open structuren beter dan groene muren van gesloten bladerdekken die windstromen afbuigen. Naaldbomen zijn daarin beter dan loofbomen.

Waarom gezond?
Hierboven staan veel indrukwekkende prestaties van bossen. Maar waarom is een wandeling door een bos dan zo heilzaam? Dat heeft een aantal oorzaken, die wetenschappers steeds beter begrijpen.
Bekend effect van groen, en dus ook van bossen, is dat het stress reducerend werkt. De soort mens kent zijn oorsprong in de bossen en evolueerde tot de moderne mens nadat we ons over de bodem gingen voortbewegen. Min of meer gedwongen door klimaatveranderingen. Toch bleven de bomen voor de mens nog lang een veilige plek om zich aan gevaren te onttrekken. Bomen in onze nabijheid geven ons nog steeds een basaal gevoel van gemoedsrust. Met gevolg dat na een boswandeling ons hart rustiger en gelijkmatiger slaat.
Omdat we in bossen meer met de omgeving bezig zijn, dan met onszelf en onze sores komt er ook rust in onze hersenen. Zo'n beetje als na mediteren of mindfulness.

Tegelijk verrijken de diverse plantensoorten de lucht in een bos met een cocktail aan geurstoffen. Of beter, feromonen. Veel van die geurstoffen kunnen wij niet waarnemen. Maar ze hebben wel effect op ons stofwisselingssysteem. We kennen de effecten van geuren maar al te goed. Geuren hebben een directe toegang tot onze hersenen. Zo worden we rustig en slapen beter door de geur van lavendel, om maar een bekend voorbeeld te noemen. Maar wetenschappers hebben ook ontdekt dat veel feromonen ook een direct effect hebben op ons afweersysteem. Dat is met name in naaldbossen het geval, waar de bomen terpentenen verspreiden.


Je bent na een boswandeling aantoonbaar gezonder
dan vóór de wandeling.

Al die geurstoffen hebben voor de planten een belangrijke functie in de onderlinge communicatie over gevaren en bedreigingen. Planten 'weten' precies welke plaaggeesten aan hun blaadjes knabbelen en geven dat met een op methyl gebaseerd feromoon door. Ook via de wortels en schimmeldraden gaat de boodschap rond in het bos. Gewaarschuwde planten maken binnen enkele uren voldoende afweerstoffen aan om plaaggeesten te weren. Doordat roofinsecten die geurtaal ook verstaan, weten ze waar hun tafel gedekt is en schieten de bomen te hulp.

Bacteriën 
In een natuurlijk ecosysteem als een bos spelen talrijke bacteriën een belangrijke rol. Dat zijn natuurlijk ook veel 'goede' bacteriën, die het leven van planten en dieren ondersteunen. Daarnaast zijn er veel schadelijke bacteriën, die door de 'goede' bacteriën en fagen in bedwang worden gehouden. Zolang dat evenwicht bestaat, is het bos gezond. Tegelijk dringen al die microben tijdens een boswandeling ook in ons lichaam door en versterken daarmee ons afweersysteem.
Kortom, je bent na een boswandeling aantoonbaar gezonder dan vóór de wandeling. Dat is niet zozeer de helende werking, maar eerder het negatieve effect van een leven zonder bos.

Wie iets voor zijn geestelijke en fysieke gezondheid wil doen, kan met enige regelmaat een boswandeling maken. Het is niet alleen gezond, maar ook avontuurlijk. Je ontdekt telkens iets nieuws. Een boswandeling verveelt dus nooit.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.