maandag 29 mei 2017

Helpt bomen planten tegen klimaatverandering?

Halen we de klimaatdoelstellingen van Parijs? Het zal niet gemakkelijk zijn. Op enkele sceptici na, is iedereen het er wel over eens, dat we dan veel meer CO2 uitstoot moeten beperken. Er is geen andere optie, want uit recent onderzoek is gebleken dat we het niet zullen redden door meer bomen aan te planten. De onderzoekers van het Potsdammer Institute for Climat Impact Research zijn daar duidelijk over: Als we kolen en olie blijven verbranden zoals we dat vandaag de dag doen en we later spijt krijgen van onze passieve houding, dan zijn de hoeveelheden broeikasgassen die we uit de atmosfeer moeten halen om het klimaat te stabiliseren te groot om te kunnen managen.
Foto: Pixabay

Hoeveel bomen?
De wetenschappers hebben uitgezocht hoeveel bomen er nodig zouden zijn om het klimaat te stabiliseren. Daarmee wordt bedoeld dat we gewoon doorgaan zoals we vandaag fossiele brandstoffen verstoken en toch niet verder opwarmen dat 2 oC in 2050. Daarvoor zouden dan heel veel ecosystemen in bossen omgezet moeten worden. Ook landbouwgronden. Dat is niet wenselijk. Op dit moment gebeurt het omgekeerde, bossen moeten wijken voor landbouw. En bossen worden opgeofferd aan de productie van elektriciteit.

Planten zijn in staat CO2 vast te leggen en vooral oude bossen zijn daar heel goed in. De jaarlijkse groei van jonge bomen omvat nog te weinig volume om echt het verschil te maken. Ook om deze reden is nieuwe aanplant geen goede remedie, hoewel het in het kader van verjonging en uitbreiding wel nodig zal zijn. We moeten vooral de oude bossen koesteren. Alleen, het bestaande bos areaal kan de klus niet aan.


Aangezien er nog geen goede alternatieven zijn moeten we het doen met wind en zon. 

Er zit niets anders op dan de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. En hopen dat vrijkomend methaan, bijvoorbeeld uit ontdooiende permafrost, de zaak niet verergert.
Steeds meer ondernemers en bestuurders ontdekken dat duurzame energie uit bijvoorbeeld wind en zon, ontdekken dat deze hernieuwbare energie een betere garantie voor een stabiele toekomst is, dan kolen, olie en gas, of houtpellets. Fossiele brandstoffen komen voor een belangrijk deel uit politiek instabiele landen en de wereldmarkt zorgt voor grote beweging in beschikbaarheid en prijs. Op termijn zal het, hoe je het ook wendt of keert, schaarser en duurder worden. Het beperken of verwijderen van vervuiling kost daar bovenop ook geld. Nog niet te spreken over de nadelige milieu effecten van kolen-, olie- en gaswinning.


Smart grids
Aangezien er nog geen goede alternatieven zijn moeten we het doen met wind en zon. 
Veilige Thorium centrales bijvoorbeeld, zijn nog niet volwassen genoeg voor commerciële inzet.  Straks kunnen ook elektrische auto's voor een deel in de energiebehoefte voorzien. Eén stilstaande auto heeft genoeg stroom voor 8-10 huishoudens. En door de aanleg van smart grids is het mogelijk om de gezamenlijke stroomopbrengst van windmolens, zonnepanelen en auto-accu's slim te verdelen over meerdere woningen. En block chain biedt de mogelijkheid om de kosten evenwichtig te verdelen over de gebruikers.

Veel groen in de buurt zorgt voor een gezonde leefomgeving. Daarom pleiten we voor groene wijken en steden. Maar om de aarde gezond te houden is dat niet genoeg. Daarvoor moeten we stoppen met het verbranden van waardevolle spullen. Want dat is ook nog een punt, van olie en gas kun je heel veel nuttige dingen maken. Als dat allemaal door de schoorsteen verdwenen is, moeten de fabrieken overschakelen op biologische grondstoffen. En dat terwijl het toch al moeilijker wordt om de wereldbevolking te voeden met de beschikbare grond.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 11 april 2017

Biologische gewasbescherming wint in EU

De industrie wil ons laten geloven dat we in de toekomst de groeiende wereldbevolking niet kunnen voeden zonder de inzet van chemische gewasbescherming. Dat is beslist niet het geval, zij maken onze voedselvoorziening alleen maar meer afhankelijk van hun diensten en producten. Het mensenrechtencomité van de VN heeft middels een rapport stelling genomen voor de overtuiging dat biologische bestrijdingsmiddelen zeer goed in staat zijn om de wereldbevolking te voeden zonder die chemische middelen.
Foto: Pixabay

Tegelijk heeft het Europees Parlement recent een motie aangenomen om biologische bestrijdingsmiddelen met een laag milieu risico versneld op de markt toe te laten.

In de toekomst kunnen we met gemak de groeiende wereldbevolking voeden, en dat nog wel tegen lagere kosten.

Bij Wageningen Universiteit & Research gaat ook de vlag uit. Zij hebben kort geleden samen met bedrijven uit de sector een omvangrijk rapport gepubliceerd over de biologische middelen die nu al ter beschikking staan.

De auteurs van dat rapport zien een viertal gradaties van biologische gewasbescherming:

  1. De grootste en economisch meest waardevolle categorie zijn de middelen die Moeder Natuur ons zelf te bieden heeft. Dit zijn de ecosysteemdiensten.
  2. Verder moeten wij als mensen deze ecosysteemdiensten gericht gaan stimuleren en beschermen.
  3. De derde stap zijn de biologische bestrijders. Denk aan sluipwespen en andere predatoren van plaaginsecten.
  4. Tot slot de commerciële biologische bestrijding op grote schaal met (gekweekte) ongewervelde organismen, die worden losgelaten op plekken waar zich een plaag dreigt voor te doen.
Biodiversiteit
De markt voor biologische gewasbescherming ten opzichte van de chemische tegenhanger is nog maar klein, ongeveer 2%. Maar van die chemische middelen moet in Europa ongeveer de helft binnenkort van de markt worden gehaald. De biologische sector vult dat gat in rap tempo aan met een jaarlijkse groei van ongeveer 15%. Een kentering naar biologische gewasbescherming is dan ook duidelijk zichtbaar.

De vermindering het gifgebruik komt de biodiversiteit ten goede. Die wordt er aantoonbaar rijker van. En dat is op zijn beurt weer een belangrijke voorwaarde om de biologische gewasbescherming verder te ontwikkelen. In Wageningen is al eerder een positief verband gelegd tussen biodiversiteit en ecosysteemdiensten enerzijds en de agrarische productie anderzijds. Denk onder andere aan een rijker bodemleven in de akkers.

Bewuste Landbouw
Moeten we dan massaal overstappen op biologische landbouwmethodes?  Volgens de wetenschappers heeft de middenweg meer kans van slagen. Ze noemen het "Bewuste Landbouw". Daarin werken de landbouw en de rest van de keten samen, met respect voor de omgeving en de natuurlijke hulpbronnen. Bij de conventionele landbouw staat winstmaximalisatie voorop, zonder rekening te houden met de gevolgkosten voor milieu en volksgezondheid.

Als bewuste landbouw op grote schaal wordt ingevoerd zullen we in de toekomst met gemak de groeiende wereldbevolking kunnen voeden, en dat nog wel tegen lagere kosten. De VN en de EU hebben daar nu een eerste (politieke) stap voor gezet.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Duurzaam koopgedrag is een illusie

Jij en ik bepalen of de winkelketens producten aanbieden, die geproduceerd zijn met respect voor mens en natuur. En uit een recent onderzoek blijkt dat we als consument daarin tekort schieten. Aan 1537 mensen werden vragen gesteld over de 100 bekendste retailers in Nederland. Met name over de kracht van het (winkel)imago. 

Elk merk is op 40 factoren onderzocht: merkkracht (= bekendheid, waardering en binding), merkpersoonlijkheid (16 factoren), merkprestatie (18 factoren), aankoopintentie, aankoop en groeiverwachting.
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd op MarketingOnline.

Planet Earth first
Opvallen in dit onderzoek is dat Maatschappelijke Verantwoord Ondernemen (MVO), met andere woorden met respect voor mens en natuur, op de laatste plaats (18) staat. Duurzaam koopgedrag is dus een illusie

Ondernemers verkopen ons met plezier wat wij als consument vragen. De grote ketens moeten de massa bedienen en die massa heeft lak aan duurzaamheid en milieu, zo blijkt. De massa vindt andere zaken belangrijk: 
  • goede prijs/kwaliteit verhouding
  • vriendelijk personeel
  • aantrekkelijke aanbiedingen
  • goede bereikbaarheid
  • vriendelijke sfeer.
Dit zijn de vijf belangrijkste drijfveren om voor een bepaalde winkel te kiezen. Desondanks nemen enkele vooraanstaande ondernemingen hun verantwoordelijkheid.

Maatschappelijk ondernemen
Slechts een paar ondernemingen durven het aan om ook maatschappelijke kwesties en duurzaamheid op het winkelconcept toe te passen. Twee bekende voorbeelden zijn Holland & Barrett en IKEA. Natuurlijk zijn er meer, maar die opereren veelal in de niche. Maatschappelijk ondernemen is niet sexy en veel mensen denken dat zulke bedrijven te duur zijn. Onterecht als je bedenkt dat bijvoorbeeld IKEA en LIDL duurzaamheid hoog op de agenda hebben staan. Dit zijn toch geen bedrijven die een duur of exclusief imago hebben? Hier is toch sprake van een goede prijs/kwaliteit verhouding? Die twee uitersten in deze ranglijst kunnen toch goed samengaan? En bij deze twee is "goede bereikbaarheid" ook niet aan de orde, tenminste, de winkels liggen niet bij ieder om de hoek. Steeds meer ondernemingen ondervinden dat duurzaamheid op termijn belangrijke voordelen heeft op het gebied van kostenbeheersing en het voortbestaan.

Maar ja, de consument (de massa) vraagt niet om MVO. Boeit niet. En daarom zijn veel succesvolle ketens er ook niet mee bezig. We hebben nog een lange weg te gaan.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.


vrijdag 24 maart 2017

Stop gebruik van houtpellets

Houden we ons milieu gezond voor de komende generaties? Niet als we blijven doorgaan met het verstoken van houtpellets. Die blijken tegen de belofte in, het milieu juist te vervuilen. De Nederlandse regering steunt, net als andere Europese landen het gebruik van pellets met flinke subsidies. De Minister van economische zaken is niet van plan die af te schaffen, omdat hij meent dat dit nodig is om het Energie-akkoord te realiseren. Toch was er in de Tweede Kamer (vóór de verkiezingen) een meerderheid om de subsidie af te schaffen. Hier de reden waarom dat een goed plan is en door de nieuwe Tweede Kamer (en kabinet) moet worden doorgezet.

Onlangs publiceerde het Engelse Chatham House, Royal Institute of Foreing Affairs een rapport over houtpellets. Daarin wordt het bijstoken van biomassa als koolstofneutrale oplossing als onwenselijk betiteld. Dat zou het misschien wel zijn als iedereen zich aan de afspraken zou houden, maar dat gebeurt niet. De producenten in landen als de VS, Rusland, Canada en Bulgarije vinden omzet belangrijker. Met € 8,- per ton is dat gemakkelijk verdiend geld als je in een jaar 3,3 miljoen ton (vanuit de VS alleen) aan West-Europese landen kunt leveren. In 2016 was het Nederlandse aandeel 22.000 ton. Ook Staatsbosbeheer levert hout voor biobrandstof, naar eigen zeggen uit reststromen, waar Zembla vraagtekens bij zet.

Vervuiling
Het verbranden van houtpellets levert per opgewekte Kilowatt iets meer CO2 dan bij steenkool of gas. Maar daarmee ben je er nog niet. De opnamecapaciteit van de bomen, die dat nu niet meer kunnen, moet je erbij optellen. Voordat nieuwe aanplant hetzelfde kan, ben je 80 tot meer dan 100 jaar verder. In die tussentijd gebeuren er allerlei enge dingen met ons klimaat, die met voldoende gezonden bossen minder ernstig zouden zijn.

Houtproducenten houden zich niet aan de afspraak dat biobrandstof van reststromen afkomstig is.

De internationale afspraken voor biomassa en de daarmee samenhangende productie van pellets is, dat alleen reststromen worden gebruikt. Maar daar houdt men zich niet aan. Onderzoek bij Amerikaanse bosbouwers toont dat 75% van de pellets gemaakt is van complete bomen. Dat kunnen niet allemaal zieke bomen zijn. Onderzoek in Europese landen kijkt naar de hoeveelheid bos dat gekapt wordt in relatie tot de capaciteit om in dezelfde tijd na te groeien. Dan blijkt dat Bulgarije liefst 130% van het bos areaal kapt (30% meer dan er op redelijke termijn opnieuw kan groeien). Die bossen zullen zich niet meer herstellen en de kale hellingen vormen een gevaar voor toekomstige aardverschuivingen. Overigens overschrijdt Duitsland die capaciteit met 10%. Frankrijk blijft onder de 100%.
Duurzame bosbouw maakt plaats voor winstbejag. Jacht op de lucratieve subsidies, want zonder is houtproductie als biobrandstof niet rendabel. Bovendien blijkt dat in de landen waar de bossen geplunderd worden de boekhouding niet klopt. De administratie van CO2-schuld moet volgens VN-afspraak bij de bosbouwers plaatsvinden en niet, zoals nu vaak gebruikelijk, bij de nutsbedrijven. Zo blijft in de emissie-statistieken de CO2-schuld en de kaalslag onder de radar.

Voor de komende regering is het dan ook zaak om de subsidie op biobrandstof snel af te schaffen. Het bijstoken met houtsnippers en pellets werkt vervuiling juist in de hand en zo kun je het Energie-akkoord dus niet realiseren. We vergroten er alleen onze CO2-schuld mee. Oude bossen blijken, in tegenstelling tot wat steeds werd gedacht, beter in het vastleggen en vasthouden van CO2. Als we het hout vooral gebruiken om spullen van te maken blijft het koolstof langer in het materiaal vastzitten. Dood hout in de bossen laat CO2 heel geleidelijk los en het wordt ondertussen door de lokale vegetatie opgenomen.
We moeten sowieso ophouden met het verbranden van spullen om energie op te wekken. Dit is niet meer van deze tijd.

In oktober 2019 publiceerde Kennisnet een artikel over dit onderwerp. Er werden meerdere meningen van wetenschappers naast elkaar gezet om een genuanceerder beeld te krijgen.
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/moeten-we-stoppen-met-het-bij-stoken-van-hout/

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

donderdag 23 maart 2017

Alle planten zijn giftig

Alle planten zijn in principe giftig. Zelfs een grasspriet! Sommige dieren kunnen het eten maar hebben daarvoor een speciale maag en lang darmstelsel nodig. Dat heeft niets met de giftigheid te maken. De giftigheid maakt het juist tot een ideale diervoeding. Grassen worden namelijk nauwelijks door bacteriën en schimmels aangetast.
De giftigheid van planten heeft alles te maken met het natuurlijk afweersysteem van het organisme. Dieren, en met name dieren van de hogere klassen kunnen als afweer tegen bedreiging wegvluchten of terugvechten. Planten missen die vaardigheid. Zij beschikken alleen over hun chemisch/biologisch afweersysteem.
Sinds kort weten onderzoekers hoe dat afweersysteem precies werkt en hoe planten vriend van vijand kunnen onderscheiden. Lees dit artikel in EOS.
Planten weren zich door zichzelf ongenietbaar te maken. Dat doen ze met behulp van bitterstoffen, stoffen die scherpe of prikkelende uitwerking hebben en stoffen die ziek maken of zelfs ‘n dodelijke uitwerking hebben. 

Zo kan de giftigheid van planten zowel een dreiging als nuttig zijn voor mens en dier. Denk bijvoorbeeld ook aan de vele medicijnen, waaraan plantenstoffen ten grondslag liggen. Zelfs zoiets simpels als een aspirientje, dat zijn ontstaan te danken heeft aan wilgenbast.
De film hieronder behandelt een handvol planten en hun giftigheid.

Mocht een plaatje te snel gaan, bedenk dan dat je de film eenvoudig kunt terugdraaien en stopzetten.
Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 14 maart 2017

Terug naar het oerbos?

Deze week las ik in onze regionale krant een artikel van Leo van Marrewijk, dat hij de titel "Gras van de buren is altijd groener" gaf. Tien antwoorden op de vraag hoe goed we het in Nederland hebben. En hoe dat in andere landen zit. Hoe komt het dat Japanners gemiddeld zo oud worden? Waarom zijn de Denen het gelukkigste volk ter wereld? Wat is zo aantrekkelijk aan meer levensruimte, een veel gehoord argument van emigranten. Op punt 3 stond: Terug naar het oerbos. Daar wordt een mens dus ook gelukkig van. Dan moet je trouwens in Costa Rica zijn. Dat snap ik, Leo, van onze bossen wordt ik vaak niet zo blij.

Natuurherstel(?) Grote Peel

Zoals de situatie in bovenstaande foto. We zien hier het gevolg van wat men "natuurherstel" noemt.
Toegegeven, als natuurgids ben ik een getraind waarnemer en zie meer dan de gemiddelde natuurwandelaar. Maar dit plaatje zal niemand ontgaan. De gehele vlakte is ontdaan van berken. Want die horen niet in zo'n moerasachtig veenlandschap.

Nu moet je weten wat het doel van deze kaalslag is. Met de boeren is overeengekomen dat het grondwaterpeil van de Peel mag stijgen naar ongeveer het niveau, dat het oorspronkelijk had. De Peel was een gigantisch groot gebied dat vrijwel geheel uit venen, moerassen en broekbossen bestond. Daar is nu nog enkele honderden hectaren van over en dat is beschermd natuurgebied.

Als het water in de Peel hoger komt te liggen, zullen veel wandelpaden onbegaanbaar worden. Daarom wordt er ook met zware machines gewerkt om de paden op te hogen. Overigens gaat dat niet erg zachtzinnig. Ook daar heb ik foto's van, maar die kan ik je beter niet laten zien. Het is trouwens nogal betrekkelijk, want de schade die wilde zwijnen veroorzaken is op enkele plaatsen groter dan het breekwerk van de bulldozers. Maar ja, de zwijnen, dat is natuur. Toch?

Al dat werk wordt gedaan om de oude situatie in de Peel terug te brengen. Vennen, moerassen, broekbossen, natte heide en veen. Wel ja, en dat in die paar honderd hectaren die nog over zijn. Een mini-Peel. Een relict van die ondoordringbare woestenij (van Weert tot Venray) waar schuinsmarcheerders als de Bokkenrijders zich schuil hielden.

Bij dat knutselwerk aan de natuur in de Grote Peel hoort dan ook het opruimen van berken. Hier moet heide komen. Heide? Dit was toch moeras, veen en broekbos? En als het te nat wordt voor de berken, verdwijnen die vanzelf. De natuur regelt dat perfect zelf.
Juist. Dat bedoel ik. Ik word er niet vrolijk van. Oerbossen hebben we al ruim 100 jaar niet meer in Nederland. Ook de Groote Peel werd toen al ontgonnen. Wij zijn een volk van tuinkabouters. Natuur is alleen goed als het netjes aangeharkt is en er uitziet, zoals het op de tekenplank bedacht is. De Peel zoals die ooit was, krijgen we nooit meer terug.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zaterdag 11 maart 2017

Blijft onze groente wel eetbaar?

Iedere tuinder weet het, door extra CO2 toe te voegen groeien de planten sneller en worden ook wat groter. Door luchtverontreiniging neemt ook in de natuur het CO2 gehalte snel toe. De vraag is, zit er een grens aan dat proces? En zo ja, waar ligt die grens? Wetenschappers van de universiteit van Southampton (UK) zochten dat eens uit en publiceerden hun bevindingen.
Foto: Pixabay

Al vele jaren stijgt het CO2 gehalte in de lucht en in 2013 werd voor het eerst de grens van 400 ppm overschreden. Het korte termijn effect hiervan is dat de fotosynthese gestimuleerd wordt en planten sneller groeien. Dat geldt dus ook voor voedselplanten. Een hogere productie is met de snel groeiende wereldbevolking alleen maar gunstig.

Op de lange termijn ziet het echter heel anders uit.  Door het hogere CO2 gehalte veranderen de planten langzaam, generatie na generatie de DNA structuur. Dat betekent dat ook de chemische samenstelling van planten verandert en de stoffen die ze produceren.

Onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte.

Om dit te onderzoeken gingen de wetenschappers op zoek naar een gebied waar al meer dan 100 jaar een stijging van het CO2 gehalte is waargenomen. Hier hebben dus meerdere generaties met verhoogde CO2 te maken en het was interessant en tegelijk verontrustend om te zien dat de planten zich genetisch hebben aangepast. Als model werd de smalbladige weegbree (plantago lanceolata) uit het Italiaanse  Bossoleto genomen. Als ze keken naar hoe de plant rond 2100 zou presteren bleek de plant inderdaad groter te groeien en vertoonde een betere fotosynthese dan de planten van vandaag. Ze verdampten bovendien meer water. Daarnaast ontdekten ze twee belangrijke veranderingen:

  • De planten hadden een groter aantal ademmondjes aan de onderkant van het blad.
  • De planten gingen over tot het aanmaken van nieuwe afweerstoffen, als gevolg van het koolstof overschot.
De onderzoekers weten niet wat dit op de langere termijn voor gevolgen zal hebben. Het zal met name afhangen van de mate waarin CO2 in de lucht zal toenemen. Ook is het niet te voorspellen wat al die diverse plantensoorten aan nieuwe afweerstoffen gaan produceren. Wordt ons voedsel geleidelijk steeds giftiger, of juist voedzamer? Deze onzekerheid over onze voedselveiligheid op de langere termijn is een onverwacht resultaat van het toenemende CO2 gehalte in de atmosfeer.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.