donderdag 7 juni 2018

Is er een alternatief voor glyfosaat?

Kort antwoord: Ja, dat is er zeker.  Het gaat om een restproduct uit de productie van grondstoffen voor bioplastics, namelijk een stof die vrijkomt bij de productie van distelolie: pelargonzuur, ook wel nonaanzuur (C9H18O2). Een stof die soortspecifiek is voor geraniums en onder andere ook in koolzaad zit.

Foto: Pixabay
Het was de gelauwerde chemicus mevrouw Catia Bastioli van het Italiaanse chemiebedrijf Novamont die een oplossing zocht voor een restproduct van de productie van distelolie, pelargonzuur. Dat deze stof onkruidverdelgende eigenschappen heeft is al langer bekend, want het is ook een bestanddeel van geraniums. Alleen heeft pelargonzuur uit geraniums geen commerciële waarde. Bij distels ligt dit anders.

Novamont werkt samen met Matrìca op Sardinië, waar op bijna 1000 hectare distels geteeld worden.  Samen hebben ze al zo'n € 200 miljoen in het project geïnvesteerd.

Distels zijn een ongewenst kruid op de akkers, maar het heeft ook zeer bruikbare voordelen, die nuttig zijn voor de teelt van deze plant. Distels zijn meerjarig, ze bevatten meerdere bruikbare stoffen (niet alleen olie), hebben vrijwel geen water nodig en verhinderen met hun lange fijn vertakte wortels bodemerosie. Het is een plaag voor de boeren, onterecht eigenlijk.....

Met pelargonzuur hebben we een alternatief dat niet giftig is.

Foto: Pixabay. Distel
Dit prikkende onkruid heeft maar één eetbaar familielid, namelijk artisjokken. Voor Novamont is de distel bijna heilig. Het is de basis voor verschillende biochemicaliën, waar pelargonzuur er één van is, die onbedoeld in de toekomst een belangrijke rol gaat spelen als ecologisch alternatief voor glyfosaat. Daar wordt hard aan gewerkt en 2018 zal waarschijnlijk het keerpunt zijn.

Pelargonzuur
Ondanks het feit dat glyfosaat al jaren verdacht is, het schaadt de biodiversiteit en zorgt voor kankerverwekkende stoffen in onze voeding en grondwater, heeft de EU het middel voor de komende 5 jaar onder voorwaarden goedgekeurd. Sterker, de EU voedingswaakhond ontkent de kankerverwekkende eigenschap van glyfosaat. Feitelijk klopt dit ook: glyfosaat wordt in de bodem in een andere stof (aminomethyl-fosfonylzuur) omgezet die wél verdacht is.

Met pelargonzuur hebben we een alternatief dat niet giftig is. Het zuur verbrandt de bladeren van onkruid en is vervolgens biologisch afbreekbaar. Nadeel is dat percelen meerdere malen behandeld moeten worden en voorlopig is pelargonzuur ook duurder dan glyfosaat. Bovendien is Novamont nu nog niet in staat het middel voor heel Europa te produceren, laat staan voor de hele wereld. De huidige productiecapaciteit is slechts 30.000 ton per jaar. Alleen al in Duitsland wordt jaarlijks 38.000 ton glyfosaat op de akkers gesproeid.

Toch is pelargonzuur momenteel in Italië, Oostenrijk en Frankrijk toegelaten voor gebruik bij de teelt van aardappelen, wijndruiven en fruitgewassen. Dit is een begin en Novamont werkt hard om ook toelating in andere EU-landen te krijgen. Maar tegen het wereldwijde succes van Monsanto (nu onderdeel van de chemiereus BAYER) zal de strijd nog lang duren, tenzij de EU alsnog met een algeheel verbod voor glyfosaat komt. Dit is voor Novamont de belangrijkste reden om de productie van pelargonzuur te verbeteren en op te schalen.

Pelargonzuur is als onkruidverdelger sinds 2013 (online) te koop voor gemeenten en particulieren en wordt gewonnen uit koolzaadolie. Het wordt aangeboden in pure vorm en met toevoeging van maleïnehydrazide. In pure vorm tast het middel alleen bovengrondse plantdelen aan. Maleïnehydrazide is een ontkiemingsremmer, die in de grond voorkomt dat ongewenste planten opnieuw ontkiemen. Dit middel wordt al decennia lang gebruikt om het 'uitlopen' van aardappelen te vertragen
Pelargonzuur is binnen 24 uur actief en bestrijdt ook mos en algen, in tegenstelling tot glyfosaat. De werkingsduur is korter dan bij glyfosaat: 3 weken tegenover 6 weken.
Werken met pelargonzuur (nonaanzuur) vereist voorzorgsmaatregelen. Het is een etsend zuur dat huid en ogen irriteert. Besproeien van insecten, met name vlinders, moet vermeden worden.

Natuur inclusieve landbouw
Door de grootschalige landbouwmethode van monoculturen die momenteel in gebruik is zijn de boeren sterk afhankelijk van industriële leveranciers voor gewasbescherming en meststoffen. Er wordt wel eens beweerd dat die industrieën de enige zijn, die goed aan de landbouw verdienen. Er is een stroming die daar vanaf wil en de natuur meer wil laten meewerken: natuurinclusieve landbouw. Bij Wageningen Universiteit zijn daar methodes voor ontwikkeld en steeds meer landbouwers besluiten de overstap te maken. Dat is een ingrijpende beslissing, want het hele teeltsysteem moet anders en de standaard landbouwmachines zijn hier niet geschikt voor. Het duurt een paar jaar om het onder de knie te krijgen. Maar die overstap is onvermijdelijk. Het kost wat meer moeite (werk) en de opbrengsten zijn wat lager, maar onder de streep verdient de boer er meer aan.

Het huidige grootschalige systeem is te afhankelijk van de industrie, de bodem is dood en kan zonder chemie geen producten opleveren. Natuurinclusieve landbouw laat de natuur meer werk doen in termen van bemesting en gewasbescherming. Toch kunnen gewasbeschermingsmiddelen ook hier gericht worden ingezet en daar is pelargonzuur zeer geschikt voor. Catia Bastioli van Novamont is er klaar voor, wat haar trouwens al een Europese onderscheiding heeft opgeleverd. Zo'n lintje is leuk, maar voor Novamont zal ook de kassa moeten rinkelen en dat  is dan ook een goed geluid voor het ecologisch verantwoord boeren.

Update: In februari 2019 meldde een Duitse universiteit dat ze een suikermolecuul uit bacteriën hebben gehaald, dat als herbicide gebruikt kan worden en zo een goed en veilig  alternatief voor glyfosaat kan zijn. Bovendien groeit binnen de agrarische sector dat ze het ook zonder glyfosaat kunnen stellen. Er zijn dus verschillende hoopvolle ontwikkelingen gaande.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.





maandag 30 april 2018

Kan de mensheid overleven zonder insecten?

Het is niet voor het eerst dat wetenschappers en de media waarschuwen voor het verlies aan soorten in de insectenwereld. Was het niet Einstein, die ooit zei dat het uitsterven van bijen ook het einde van de mensheid betekent? Het lijkt er steeds meer op dat hij gelijk krijgt, ....en sneller dan ons lief is. We hoeven niet op het uitsterven van de bijen of andere bestuivende insecten te wachten. Zodra een kritisch restaantal bereikt is gaat het snel. Nu al moeten boeren in sommige landen hun gewassen met de hand bestuiven. Maar zo zorgvuldig en goedkoop als de bijen dat doen, zullen de mensen nooit kunnen evenaren. Gevolg: groente en fruit wordt zeldzamer en duur, zodat het niet meer voor iedereen te betalen is. Meer mensen gaan noodgedwongen over op slechte voedingsgewoonten.
Foto: Pixabay

Hoe komt dat toch? De achteruitgang van insecten speelt zich vooral af op de landhouw gronden, specifiek de grootschalige landbouw. Die arealen zijn feitelijke dode grond, die met een overmaat aan insecticiden en kunstmest tot productie worden gebracht. Op landbouwgrond gaan ook de vogels het hardst achteruit. Ze vinden geen voedsel meer of wat er nog te vinden is, zit van wortel tot nectar vol gifstoffen.

Alleen in natuurgebieden is er nog leven in en boven de grond. Dat vergroot het risico dat de landbouwsector ook die grond gaat claimen om hem vervolgens uit te mergelen. De landbouw kiest voor grootschalige monoculturen omdat men denkt dat alleen zo voldoende productie mogelijk is. De praktijk is, dat de boeren niet effectiever zijn dan hun collega's die natuurinclusief produceren, maar wel een groot deel van hun opbrengst afstaan aan de industrie, waarvan ze afhankelijk zijn voor gewasbescherming en kunstmest. Op de langere termijn brengt hun productiemethode de biodiversiteit en daarmee het voorbestaan van vele soorten in gevaar, inclusief de mens.

Meer ruimte voor bloemrijke ruigten en bossen in en tussen de landbouwgronden.

Nu al is schaarste aan zoet water en voedsel de achterliggende oorzaak van veel gewapende conflicten. Dat zal alleen maar toenemen als het met de insecten verder achteruit gaat. Want daarmee komt ook de effectieve voedselproductie in gevaar.

Opruimers
Insecten zijn  niet alleen nodig voor de voedselproductie. Veel insectensoorten zijn gespecialiseerd in het opruimen van dood materiaal. Ook die categorie gaat achteruit. Dit betekent dat kadavers en dode planten en bomen langer blijven liggen. Daarmee vergroot het gevaar voor ziekten, die ook voor mensen vervelende gevolgen kunnen hebben.

Ook hebben veel insecten zich gespecialiseerd in het opeten van andere insecten, voornamelijk plaaginsecten. Deze categorie is nu al zwaar belast door het hoge gifgehalte van hun prooien, terwijl die prooien juist geleidelijk resistenter worden tegen het gif dat tegen ze gebruikt wordt.

Hoe lang gaat dit nog goed? Het gaat al niet goed. We zien op talloze fronten achteruitgang in biodiversiteit. Het keerpunt komt razend snel dichterbij. Wetenschappers hebben daar uiteenlopende meningen over: 10 tot 20 jaar, dan slaat het om in een wereldwijde catastrofe.

Het tij is misschien nog te keren. Het besluit om neonicotinoïden in de buitenlucht te verbieden is een begin. Maar er is ondertussen al teveel gif in de landbouwgrond aanwezig. Boeren zullen sneller op kleinschalige natuurinclusieve methodes moeten omschakelen. Meer ruimte voor bloemrijke ruigten en bossen in en tussen de landbouwgronden. Er zullen meer mensen, meer boeren voor nodig zijn, dat wel. Maar proeven laten zien dat het rendement van de landbouwgrond omhoog gaat. De boeren moeten gewoon beginnen. Door vast te houden aan grootschalige monoculturen is hun toekomst juist in gevaar.

Gewasbescherming
Dat de insecticiden wel nog in kassen gebruikt mogen worden, is een beetje raar. In de tijd dat ik bij een tuinbouw toeleverancier werkte, gebruikten de tuinders al bijna geen chemische gewasbescherming. Ze lieten het over aan de natuur, bijvoorbeeld roofinsecten die ze van gespecialiseerde kwekers kochten. Deze uitzondering op het verbod is dan ook volslagen overbodig.

Laten we versneld bloemrijke borders, bermen en houtwallen langs de akkers herstellen. Misschien is dat een goed begin van een globale redding van de landbouw en de biodiversiteit. En misschien is het voortbestaan van de soort MENS hiermee ook gewaarborgd.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.
Deze BLOG-post is geïnspireerd op een artikel in Trouw (Zonder insecten overleven we niet)
Hier een vergelijkbaar artikel bij nu.nl : TIP: Duitse TV programma Quarks & Co

maandag 9 april 2018

Je flat wordt een bos in de stad

In de strijd tegen hittestress en luchtvervuiling zoeken steeds meer steden hun heil in het vergroenen van hoge gebouwen, zoals woonflats en kantoorgebouwen. Een van de eerste steden die deze stap zette was Singapore. De inwoners zuchtte onder de tropische hitte, die in de beton- en asfaltwoestijn leidde tot onverantwoord grote hitte en ook de luchtvervuiling door verkeer hoopte zich op in de straten. Buiten Singapore domineert het tropische bos en men besloot al dat groen naar de stad te halen, op balkons en terrassen en op de daken van woonflats werden groentetuinen aangelegd. Zelfs kleine rijstvelden. De flatbewoners zorgen zelf voor het onderhoud.
Foto: Designboom.com Project Stefano Boeri Milaan

In Milaan begon architect Stefano Boeri met de ontwikkeling van verticale bossen en realiseerde ook enkele projecten in zijn stad. Woontorens werden speciaal ontworpen om op de balkons bomen en struiken te planten. Deze planten werden ruim tevoren op hun nieuwe standplaats voorbereid, want ze zouden hun verdere leven genoegen moeten nemen met een beperkte wortelruimte. Ook boven de grond zouden ze niet al te weelderig kunnen uitgroeien. Het onderhoud van dit groen vergt vakkennis en het is daarom niet toegestaan dat de bewoners zelf met de snoeischaar aan de slag gaan. Dat gebeurt door speciaal getrainde boomverzorgers.


Verticale bossen bestrijden hittestress en luchtvervuiling

China
In grote steden in China is luchtvervuiling en hittestress eveneens een serieus probleem. Vergroenen is de meest praktische oplossing en Boeri kan ook in China aan de slag. In de stad Nanjing zal Boeri een project realiseren waarbij 1.100 bomen en meer dan 2500 struiken gebruikt worden. In deze historische stad wonen momenteel 6,5 miljoen mensen. De inwoners gaan gebukt onder hittestress en smog. Met de verticale bossen van Boeri wordt een begin gemaakt aan de bestrijding van die overlast.

Nederland
Ook Nederlandse steden zijn in de ban van de Italiaans architect. Binnenkort zal in Utrecht nabij het Centraal Station een groen aangeklede woontoren opgeleverd worden. Eigenlijk gaat het om twee ruim 100 meter hoge gebouwen waar zo'n 10.000 planten langs de buitenkant komen, waarvan zeker 360 bomen. Bij elkaar absorbeert dat groen zo'n 5.400 kilo CO2 per jaar.

In Eindhoven Strijp-S zal een 70 meter hoge woontoren verrijzen waar plaats is voor 125 bomen en 5200 struiken. De bomen voor dit project zijn zodanig opgekweekt, dat ze maximaal 6,5 meter hoog worden. Hoewel het in Utrecht om superluxe appartementen gaat, zullen de Eindhovense flats in een meer betaalbare klasse vallen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

zondag 18 februari 2018

Wat zijn ecosysteemdiensten van Openbaar Groen?


Het openbaar groen in de stad is niet enkel om de straat een beetje aan te kleden. Het groen, en zeker de bomen, biedt economische en maatschappelijke meerwaarde. Het RIVM geeft met www.teebstad.nl de mogelijkheid om die waarde te berekenen. Hetzelfde beoogt i-Tree.com, een initiatief uit de VS, dat momenteel in steeds meer landen gebruikt wordt, met behulp van lokale parameters. Ook enkele Nederlandse plaatsen zijn ingevoerd.

Daarnaast zijn er modellen om de (vervangings-)waarde van bomen te berekenen. Die waren oorspronkelijk bedoeld om schade te kunnen verhalen.
Hoe ouder een boom, hoe meer waarde hij levert in termen van ecosysteemdiensten, inkomsten en vermeden uitgaven. Met name door de klimaatverandering en het extremer worden van het weer worden die ecosysteemdiensten steeds belangrijker.

Ecosysteemdiensten van bomen
  •         Hout productie.
  •     Voedsel (voor insecten, vogels, zoogdieren, mensen, planten, schimmels, bacteriën).
  •        Grondstoffen voor medicijnen (natuurgeneesmiddelen).
  •         Wateroverlast vermijden (watermanagement).
  •        Bescherming van het drinkwater.
  •         Reguleren van omgevingstemperatuur en vocht. Vermijden van hittestress
  •        Vastleggen van CO2.
  •        Productie van zuurstof.
  •        Filteren van luchtverontreiniging.
  •        Kanaliseren van wind (energiebesparing).
  •        Beperken van geluidsoverlast.
  •         Veiliger maken van wegverkeer.
  •        Bevorderen van biodiversiteit.
  •         Recreatie en sport / beweging.
  •         Mentale ontwikkeling en identiteit – betere leer-resultaten, minder pesten, meer samenwerking, minder eenzaamheid, etc.
  •         Economische activiteit (horeca en recreatie).
  •         Arbeidsproductiviteit (+15%).
  •         Lagere zorgkosten (ziekenhuizen en WMO).
  •         Hogere WOZ waarde (meer OZB)
Natuur is geen kwestie van korte termijn politiek.

Vervangingswaarde
Om bij schade de waarde van bomen te bepalen wordt in Nederland het NVTB model toegepast. Dit is voorbehouden aan bevoegde boomtaxateurs. In België wordt het VVOG model gebruikt. Dit is eenvoudiger van opzet en openbaar en levert ongeveer dezelfde waarden als NVTB. Bovendien is wettelijk geregeld dat het VVOG model in de rechtspraak leidend is.
Stichting Groen Weert hanteert het VVOG model bij het vaststellen van waarde van bomen. Vooral ook omdat wij niet bevoegd zijn om NVTB te gebruiken. De VVOG uitkomsten zijn echter nagenoeg gelijk aan het NVTB model.

Ecosysteemdiensten
Het i-Tree model berekend de ecosysteemdiensten van bomen en houdt daarbij rekening met klimaat en luchtvervuiling in de omgeving van de bomen. Meetgegevens van het KNMI en RIVM van de regio Weert over 2014 zijn bij i-Tree ingevoerd. Wageningen Universiteit zorgt de komende tijd voor aanvulling van boomsoorten, die wel in Europa maar niet in de VS en Canada bekend zijn.
Het RIVM stelt TEEB-stad ter beschikking, waarmee voor projecten de maatschappelijke waarden  van groen (in termen van opbrengsten en vermeden kosten) over 30 jaar berekend wordt. Openbaar en gratis te gebruiken.
Lees ook dit: https://sites.google.com/view/groenenwelzijnstadsbomen/03-ecosysteemdiensten en ook deze is interessant.


Hoe ouder bomen zijn hoe meer groen volume ze hebben en daardoor beter in staat zijn om bij te dragen aan de maatschappelijke meerwaarde. Koester de oude bomen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

vrijdag 26 januari 2018

De wereld duurzaam voeden

Nog steeds wordt er op veel plaatsen honger geleden terwijl wij verwende Europese consumenten garant staan voor zo'n 30% verspilling van voedsel. Bovendien zorgen de huidige agrarische productie methoden voor slechte kwaliteit voedsel en toenemende druk op het milieu. Het voedsel dat u in de supermarkt koopt ziet er doorgaans perfect uit. Maar niemand realiseert zich dat alles wat niet perfect is, in de keten van boer tot supermarkt is weggegooid. Verder gooien de consumenten nog eens veel voedsel weg omdat het niet wordt opgegeten of in de koelkast ligt te bederven. Bij elkaar zo'n 30% van de totale productie. Ook is vastgesteld dat de voedingskwaliteit van ons voedsel achteruit is gegaan. Er zitten simpelweg te weinig gezonde stoffen in. Dit komt doordat de landbouwgrond dood is en alleen dankzij veel (kunst)mest en gewasbeschermingsmiddelen nog productie levert. Er wordt alleen naar de hoeveel per hectare gekeken en niet naar de voedingswaarde.
Voedselproductie moet anders. Het moet meer natuurinclusief en beter verspreid over de wereld.
Foto: Pixabay

Nederland is na de VS de grootste voedselexporteur van de wereld. Economisch dus een belangrijke sector. Maar ook een sector die een enorme druk op onze leefomgeving legt. Door over te schakelen op natuurinclusieve productie kan de export waarde gehandhaafd blijven, kan het milieu gespaard worden en kan de voedingskwaliteit worden hersteld.

Helaas reageert de agrarische sector in het algemeen op lage prijzen of stagnerende afzet met investeringen in nog meer produceren. Daarmee zakt de prijs verder en stijgen de kosten. Dat zijn vooral kosten voor bemesting en gewas- en veebescherming, zodat de industrie de enige is die eraan verdient.

Biodiversiteit
Heeft u de afgelopen zomers ook al gemerkt dat er veel minder insecten tegen uw auto plakken dan andere jaren? Ja, er zijn simpelweg veel minder insecten. Daardoor zijn er waarschijnlijk veel minder vogels. Maar dit zijn niet de enige voorbeelden van soortenverlies. Dit is het gevolg van verschraling van het buitengebied en daar is de monocultuur in de landbouw een van de grootste veroorzakers van. Het verlies aan biodiversiteit is zelfs terug te vinden in de bodem van landbouw percelen. Het rijke bodemleven waar planten van afhankelijk zijn om goed te groeien is nagenoeg uitgeroeid. Landbouwgrond is dood. Daarom bevatten landbouwproducten tegenwoordig te weinig vitamines en andere voedingselementen die ons lichaam nodig heeft. We moeten niet alleen gevarieerd eten, maar ook méér om gezond te blijven. Of minder eten en aanvullen met voedingssupplementen uit een potje. Ja, technologie heeft overal een oplossing voor. Vooruitgang? U zegt het maar.....

Eet minder vlees. Minder dieren en minder vee betekent ook minder productie van veevoer en zo komt er meer grond beschikbaar voor de productie van 'mensen-voedsel'.

Een gevaar van de grootschalige voedselproductie in monocultuur is de kwetsbaarheid van de productie. Bovendien is het belangrijke oorzaak van ontbossing. Als er grote massa's van dezelfde organismen (planten of dieren) dicht bij elkaar leven hebben plagen vrij spel. Ziekten kunnen in korte tijd grote percelen gewassen of veestapels vernietigen. Om dat te voorkomen, of de kans te verkleinen, worden grote sommen geld geïnvesteerd. Dat zijn vermijdbare kosten, die een grote druk leggen op de bedrijfsvoering. Kijk maar naar de dreiging van vogelgriep en het fipronil schandaal van de voorbije maanden. We zien het nu ook in Zuid-Europa gebeuren dat veel druiven-  en steeds meer olijfplantages het loodje leggen door ziekten waar nog geen remedie voor bestaat. Wen eraan: olijfolie wordt de komende jaren schaars, dus duurder.

Biodiversiteit is erg belangrijk, want in de natuur hangt alles met alles samen. Het zorgt voor evenwicht. Soortenvermindering kan zo op korte en langere termijn grote gevolgen hebben voor onze voedselproductie (dat zien we nu al gebeuren) en onze gezondheid - een indirect gevolg hiervan. Sinds mensen niet meer als jagers/verzamelaars leven gedragen ze zich alsof ze boven de natuur staan. Het wordt tijd om te leren beseffen, dat wij mensen een onbeduidend onderdeel van de natuur zijn. Moeder natuur geeft niet om de soort mensen. Als het haar niet meer aanstaat hoe wij ons gedragen kan zij ons in een oogwenk laten uitsterven. Niets is voor eeuwig, ook de soort mens niet. Wij hebben de aarde in bruikleen en het is onze verantwoordelijkheid die gezond en wel over te dragen aan de generaties die na ons komen.

Red de aarde
Kunnen we die neerwaartse spiraal omkeren? Het zal niet gemakkelijk zijn, maar zoals het gezegde klinkt: verbeter de wereld, begin bij jezelf.
Ons consumentengedrag heeft grote invloed op de productieketen. Om te beginnen zouden we minder moeten verspillen en kromme komkommers en appels met een bruin stipje moeten accepteren. Dan zullen de boeren en supermarkten die ook niet meer weggooien. Koop niet meer dan je nodig hebt, zodat je zelf minder weggooit. Koop ook minder geïmporteerd voedsel. Koop eerder lokaal geproduceerde producten van het seizoen. En eet minder vlees.

De sector zelf kan ook wat doen. Men kan zich meer richten op het lokaal produceren van gewassen en vlees. Daarmee help je mensen in arme landen ook aan inkomen en een betere toegankelijkheid tot gezonde voeding. Zo help je de honger in de wereld te verminderen. Bovendien wordt er dan minder met voedsel heen- en weer geschoven, wat de luchtkwaliteit en het klimaat ten goede komt. Ook zal de hoeveelheid vee verminderd moeten worden. Maar daarvoor is het nodig dat de vraag van consumenten daalt - dat is dus weer onze verantwoordelijkheid. Unieke producten produceren helpt boeren met minder middelen een beter inkomen te verwerven.

Wist u trouwens dat we door zuivelproducten te eten, bijvoorbeeld kaas, het hele systeem van melk- en vleesproductie stimuleren of in stand houden? Melkvee levert alleen melk als ze jongen hebben gekregen (koeien moeten dus eerst kalven). Het grootste deel van de kalveren zal geen melk produceren en gaat naar de slacht. Dus als je kaas eet moet je eigenlijk ook kalfsvlees eten, want voor je stukje kaas zijn er kalveren geslacht. En na enkele jaren neemt de melkproductie van de koe af en kan Antje 2 ook naar het slachthuis. Weer komt er vlees in omloop, dankzij de melkveehouderij

Minder vee betekent ook minder gewassen die als veevoer dienen. Een erg groot deel van landbouwgrond wordt nu nog gebruikt voor de productie van veevoeder gewassen. Die grond is dus niet beschikbaar voor de productie van 'mensen voedsel'.

En ja, ook technologie kan ons helpen. We moeten dan minder afwijzend staan tegenover genetische modificatie. Er zijn snel gewassen nodig, die minder kwetsbaar zijn tegen ziekten en beter tegen droogte, verzilting of juist vernatting kunnen. Het klimaat verandert zo snel dat veel planten het niet meer kunnen bijbenen en uitsterven. Zowel de grootschalige landbouw als het klimaat zorgen nu al voor een verschraling van het aantal voedsel plantensoorten. Technologie kan dat verhinderen en zo belangrijke voedselgewassen van de ondergang redden.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

dinsdag 9 januari 2018

Waarom moet Nederland de wereld voeden?

Dat de agrarische sector in Nederland op een heel hoog niveau staat is in de hele wereld bekend. Onze boeren en tuinders produceren topkwaliteit, ook al vinden sommige Duitsers dat onze tomaten "Wasserbomben" zijn, op de schaars beschikbare grond wordt een hoog rendement gecombineerd met uitstekende producten. Je zou zeggen dat het onze boeren dan voor de wind moet gaan. En ja, er is momenteel wel wat verbetering, maar het is nog lang niet wat men zou willen. Hoe komt dat?
Uit de Atlas Leefomgeving (RIVM) 8 januari 2018

En hoe leidt onder andere agrarische activiteit tot zoveel luchtvervuiling?
(zie de kaart hiernaast)

Veel boeren gebruiken hun uitstekende kennis om op grote schaal monoculturen te verbouwen. Dan heb je lage kosten en hoge opbrengsten. Denkt men...! Het gevolg is overproductie en een grotere kwetsbaarheid. Waarom krijgen de boeren voor hun uien zo weinig geld? Simpel, omdat ze allen tegelijk en masse hetzelfde product oogsten en op de markt brengen. Dat drukt de prijs. Een simpele economische wet. Schaarste zorgt voor hogere prijzen. Maar daar durven veel boeren niet aan. Ze kiezen vaak voor harder werken en meer produceren.

Wie die stap wel maakt en producten levert met een eigen uniek karakter, ervaart dat er meer mee verdiend wordt. Boeren die zich richten op de productie van bijvoorbeeld streekproducten verdienen meer met minder producten. Voorbeeld: Door streekeigen kaas te maken in coöperatief verband kun je met minder koeien meer geld verdienen. En de natuur wordt minder belast met stikstoffen, CO2 en fijnstof. Ze bedienen de markt met een uniek en waardevol product voor de lokale bevolking en (eventueel) toeristen. Dit is ook wat consumenten en supermarkten vragen.

Bemesting
Biologisch geschoolde boeren en tuinders weten, dat voor een goede opbrengst het niet nodig is om veel mest op het land te brengen. En zeker geen kunstmest. Waar dat wel gebeurt is de grond dood. Er is geen bodemleven, laat staan een natuurlijk evenwicht. In de producten ontbreken typische en noodzakelijke voedingsstoffen, simpel omdat die ook in de grond ontbreken. De groente  die je nu in de supermarkt koopt bevatten minder voedzame stoffen dan er eigenlijk in horen te zitten.

Om de bodem weer in evenwicht te brengen is het belangrijk om de natuur op en rondom het perceel op orde te brengen. Het natuurlijk evenwicht te herstellen. Dan helpt de natuur de boer en tuinder om een goede opbrengst te behalen. En de natuur doet dat gratis.

Veeteelt
Een ander discussiepunt is de intensieve veehouderij in ons land. Ook hier is sprake van monoculturen die de bedrijfsvoering extra kwetsbaar maken. Daarnaast is de mestproductie een groot probleem. Waarheen daarmee? Juist, op het land. En die overvloed aan mest doodt het bodemleven, waardoor er nog meer mest en chemie nodig is om een redelijk opbrengst van het land te halen. De enige die rijk worden van deze manier van veeteelt zijn de dierenartsen en de chemische bedrijven. De boeren zitten in de tang, zijn afhankelijk en moeten betalen terwijl de marges toch al zo krap zijn.
Waarom moet Nederland heel de wereld van varkensvlees en eieren voorzien?  Is het niet verstandiger om voedsel lokaal te produceren en de boeren daar ook een kans te bieden om een redelijke boterham te verdienen?

Schaalverkleining leidt tot betere prijzen, minder mest en
minder vervuiling.

Schaalverkleining in de veeteelt leidt tot betere prijzen. Nederland moet dan niet op grote schaal uit goedkope landen importeren. Dat is het probleem verschuiven en voor de Nederlandse boeren reden om toch op schaalvergroting te blijven inzetten. Schaalverkleining leidt ook tot minder mest en minder lucht- en watervervuiling.

Export
En hoe zit het dan met export? Dat is toch de motor van onze economie en daar dragen ook de boeren een belangrijk steentje aan bij. Schaalverkleining in de landbouw hoeft de export niet te schaden. Gewoon een kwestie van slimme marketing. De volume neemt wel af, maar met unieke en kwalitatief hoogstaande landbouwproducten kan Nederland er nog even veel aan verdienen. Misschien wel méér.

Wetenschappers benadrukken dat de hele Nederlandse landbouw op de schop moet. Hoe het beter kan, dat weten ze al. Op de Wageningen Universiteit zijn ze daar al een tijdje mee bezig. En een handje vol agrarische ondernemers durft de handschoen op te pakken, vooral in het buitenland. Het is alleen nog wachten op de boeren die durven innoveren en via kleinschaligere producten niet alleen goed werk doen voor de natuur, maar vooral ook voor hun eigen portemonnee. Dat kwartje is nog niet overal gevallen.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

woensdag 13 december 2017

Waarom moeten we blij zijn als de wolf komt?

Dit jaar zijn er verschillende wolven in oost Nederland gesignaleerd. Allemaal waren ze afkomstig van roedels die in Duitsland leven. Er heerst dus territoriumdruk en steeds vaker zullen er dieren terrein in Nederland verkennen. Alleen als ze rust, voldoende dekking en genoeg eten vinden zullen ze blijven en nieuwe roedels vormen. Misschien is dat al gebeurt, maar weten we dat nog niet. Wolven zijn erg schuw. Ze houden afstand van mensen.
Foto: Pixabay

Hoe welkom is de wolf in ons druk bezette landje? Nou, er zijn voor- en tegenstanders. Een beetje plat gezegd, denk ik dat de tegenstanders nog teveel in sprookjes over boze wolven geloven. Natuurminnende Nederland is over het algemeen voorstander. Eén van hen is IVN-voorzitter Kees de Ruiter: een wolvenexpert. In het IVN blad MENS & NATUUR van november schrijft hij wat de wolf in onze natuur aan goed dingen zal brengen.

Een wolf eet om de twee tot drie weken een stuk groot wild, denk aan een ree, een edelhert of een everzwijn.  Wolven verraden hun aanwezigheid door hun geur en dat betekent dat deze grote grazers zich uit voorzorg terugtrekken in beschut gebied. Ze verlaten het (half) open terrein, waar ze op den duur veel schade aan de biodiversiteit en landhouw toebrengen. Voortaan grazen ze in gebieden waar dit eerder niet gebeurde. Er vindt een betere spreiding plaats. En zelfs de uitbreiding van bevers kan door wolven beheerst worden.


Je ziet dat de natuur door een groot roofdier weer in balans komt.

Hierdoor zal de vegetatie veranderen en dat geeft ruimte aan insecten en zangvogels. Die op hun beurt trekken weer roofvogels. Je ziet dat de natuur door een groot roofdier weer in balans komt. Een soortgelijke ontwikkeling zagen we 10-20 jaar geleden in het Yellowstone park. Door de herintroductie van wolven kreeg de biodiversiteit een boost. Incidenten met huisdieren en mensen waren er niet of nauwelijks.
Het traject dat wolvin Naya aflegde vanuit Duitsland naar de Belgische Kempen.

Moeten de boeren bang zijn voor hun koeien, paarden en schapen? Nou, een schaap is een gemakkelijke prooi. Maar wolven jagen bij voorkeur 's nachts. Het is niet moeilijk om te zorgen dat de wolven 's nachts geen (onbewaakte) boerderijdieren vinden. Even opletten en gepaste maatregelen treffen. Boeren hebben er zelfs voordeel bij, want de prooidieren van de wolf zijn dezelfde die vaak overlast veroorzaken in agrarische gebieden. Door de spreiding en migratie van bijvoorbeeld everzwijnen daalt de infectiedruk van varkensziekten en dat moet toch goed nieuws zijn in die sector.

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn
Blijf op de hoogte en abonneer je op updates door rechtsboven je e-mailadres in te vullen.
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.