dinsdag 10 mei 2016

Hoe kunnen naaldbomen het klimaat opwarmen?

Bomen zijn belangrijk in de strijd tegen de opwarming van het klimaat. Zij nemen veel CO2 uit de lucht op en leggen dat vast in hun houten structuur en in de bosbodem. Een deel wordt in de vorm van koolhydraten gebonden en gebruikt voor de eigen stofwisseling en dat van andere wezens. Op die manier zorgen de 3 biljoen bomen op aarde, dat jaarlijks grofweg 2,4 biljoen ton CO2 wordt vastgelegd. Tegelijk produceren de bomen, samen met de algen in de oceanen, voor een stabiel zuurstofgehalte in de atmosfeer. Dat is algemeen bekend.
Naaldbomen horen in koude streken...

Maar hoe kan het dan dat in de afgelopen 260 jaar, ondanks een 10% groei van de Europese bossen, deze bossen eerder aan opwarming hebben bijgedragen dan aan afkoeling?

In februari 2016 publiceerde het Science Magazine een onderzoek van het Franse Laboratory for Climate Science and Environment. Zij ontdekten dat de aanplant van nieuwe bossen in Europa tot een temperatuurstijging van 0,12°C heeft geleid. Hoe kan dat?

Naaldbomen

Sinds 1750 is het bos areaal in Europa met zo'n 200.000 vierkantenkilometer uitgebreid. Aangezien die bomen groeien en al doende CO2 vastleggen, zou je verwachten dat dit bijdraagt aan verlaging van de omgevingstemperatuur. Volgens de modellen die de wetenschappers hierop loslieten, bleek dat niet zo te zijn. Dat vraagt om uitleg.

Dit heeft alles met de gewaskeuze te maken. Bosbouwers kozen massaal voor een snel groeiende houtsoort, die bovendien een hogere economische waarde had, dan de van nature aanwezige loofbomen. In plaats van beuken, eiken, linden en dergelijke, plantte men op grote schaal coniferen, zoals dennen en vooral sparren. Deze omschakeling van breedbladige naar smalbladige bomen had een grote invloed op de warmtestraling, water- en energiehuishouding van de bossen.

Ingrijpen van de mens leidt vaak tot
ongewenste milieu situaties.

Omdat de bladeren (naalden) van coniferen donkerder van kleur zijn, absorberen ze meer licht en verhinderen uitstraling van warmte naar de ruimte. Zo wordt meer warmte in de bossen gevangen gehouden. Omdat de naalden een veel kleiner bladoppervlak hebben dan de loofbomen verdampen ze ook veel minder verkoelende waterdamp in de atmosfeer.Voor naaldbomen is dat belangrijk om te overleven in hun natuurlijk habitat, maar in de gematigde streken zijn die eigenschappen ongewenst. 

Omdat deze aanplant feitelijk productiebossen zijn, levert het kappen van deze bomen een extra productie van CO2 op. Dit is koolzuur dat anders door de bomen in de bodem werd vastgehouden.

Back to the future

Kunnen we conclusies aan dit onderzoek verbinden? Een van de onderzoekers waarschuwt ervoor, dat dit op een model gebaseerd is. Als je in zo'n model iets andere parameters toepast, kan de uitkomst misschien wel compleet de andere kant op wijzen. In grote lijnen staat hij echter wel achter de uitkomsten van dit onderzoek en wijst er op dat de bossen in koudere streken en in de tropen met geheel andere problemen te maken hebben, die op een heel andere manier van invloed zijn op het klimaat.

Toch lijkt het ook hier weer, dat het ingrijpen van de mens, gedreven door zijn hebzucht, vaak leidt tot ongewenste situaties in het milieu. Het is dan ook goed om te zien dat met name terreinbeheerders in Nederland deze voormalige productiebossen geleidelijk omzetten in natuurlijke bossen met inheemse loofbomen. Vooral in Limburg vind je nog veel oude productiebossen met grove den, die in het verleden voor de mijnbouw bestemd waren. Die zijn niet meer nodig en kunnen dus weg.
Terug naar hoe het vroeger was. De oorspronkelijke loofbomen geven onze bossen een veel aangenamer aanzien en voelen in de zomer ook koeler aan. Je weet nu waarom dat zo is. 

Deze blog is een voortzetting van het boek Duurzaam groen en welzijn (te koop via Bullseye Publishing)
Abonneer je op de nieuwsbrief: http://eepurl.com/bRSGNP
Deel dit bericht met je netwerk via onderstaande buttons.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.